← Nederland

ECLI:NL:RBZUT:2012:BY4240

RECHTBANK ZUTPHEN Sector Straf parketnummers: 06/940461-11 en 16/950503-10 (tul) vonnis van de meervoudige kamer van 27 november 2012 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [1987 te geboorteplaats], zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande. raadsman: mr. P.R. Hogerbrugge, advocaat te Ermelo. 1 Onderzoek van de zaak De zaak is eerder behandeld ter terechtzitting van 10 februari 2012 en ter terechtzitting van 8 mei

  1. De voorzitter heeft ter terechtzitting van 13 november 2012 met instemming van de officier van justitie, de verdachte en de raadsman het onderzoek van de zaak hervat in de stand waarin het zich op het tijdstip van de schorsing ter terechtzitting van 8 mei 2012 bevond. De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzitting van 13 november 2012, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 Tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: heeft geprobeerd [slachtoffers 1 en 2] meermalen af te persen tussen 13 september 2011 en 15 september 2011 in Apeldoorn althans, dat hij [slachtoffers 1 en 2] meermalen heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling, tussen 13 september 2011 en 15 september 2011 in Apeldoorn. 3 Voorvragen De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is, dat zij bevoegd is tot kennisneming van de zaak, dat de officier van justitie ontvankelijk is in zijn vervolging en dat er geen redenen zijn voor schorsing van de vervolging. 4 Beoordeling van het bewijs 4.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende bewijsmiddelen, in het bijzonder op de aangifte van [slachtoffers 2 en 1] en de in het dossier weergegeven SMS-berichten. 4.2 Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen ten aanzien van het primair ten laste gelegde, zijnde de poging tot afpersing, en wijst daarbij op het volgende. De essentiële vraag is of verdachte opzet had op het verkrijgen van geld. Hiervoor is het van belang om vast te kunnen stellen of verdachte zich op het moment dat hij de SMS-berichten verstuurde heeft gerealiseerd dat hij het geld daadwerkelijk zou kunnen verkrijgen. Dat verdachte zich dat heeft gerealiseerd mag echter niet zomaar worden aangenomen, vooral niet nu verdachte zelf aangeeft dat het hem niet om het geld ging, maar enkel om het bang maken van zijn vader en diens huidige vrouw. 4.3 Oordeel van de rechtbank1 De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit heeft begaan en overweegt daartoe het volgende. Bewijsmiddelen Op 13 september 2011 heeft [slachtoffer 2] mede namens zijn echtgenote [slachtoffer 1] aangifte gedaan van afpersing. Op 27 september 2011 is door de politie een klacht ter zake van afpersing van die [slachtoffers] ontvangen. Aangever heeft verklaard dat hij en zijn vrouw aan de [adres 1] wonen en dat de afpersing daar heeft plaatsvonden alsmede dat zij beiden dreigende sms-berichten hebben ontvangen op hun mobiele telefoons. Het gaat daarbij om de volgende berichten: - op 13 september 2011 om 13.30 uur heeft [slachtoffer 1] op haar telefoon met nummer [tel.nummer 1] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 2] met de tekst 'voor 1000 laat ik de jongens stoppen, want heb ze al betaald voor nog meer keus ligt bij jou politie = terror'; - op 13 september 2011 om 14.36 uur heeft [slachtoffer 1] op haar telefoon met nummer [tel.nummer 1] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 3] met de tekst 'zou maar reageren, want anders staat er's nachts iemand aan je bed of je wordt geroosterd. 18.00 vanavond 1.000 euro. Dan is het klaar'; - op 13 september 2011 om 16.07 uur heeft [slachtoffer 2] op zijn telefoon met het nummer [tel. nummer 4] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 3] met de tekst 'vanavond om 21.30 1000 in envelope in een tas aan de deur zon iet gaan jongens door je vrouw is ook ge smst'; - 13 september 2011 om 16.46 uur heeft [slachtoffer 2] op zijn telefoon met het nummer [tel. nummer 4] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 5] met de tekst 'hoop dat het er hangtjollgens al betaald om dingen bij jullie te doen. Bereid om ver te gaan. Wil je dat het stopt of niet zorg dan dat het er hangt'. [slachtoffer 2] heeft verder verklaard dat hij het laatste nummer, [tel. nummer 5], herkent als het mobiele nummer van zijn zoon [verdachte]2 De volgende dagen heeft [slachtoffer 1] tweemaal de politie gebeld om aan te geven dat zij opnieuw ( dreigende) SMS-berichten had ontvangen. Het betreft de volgende berichten: - 14 september 2011 om 11.14 uur heeft [slachtoffer 1] op haar telefoon met het nummer [tel.nummer 1] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 2] met de tekst 'dusje wou me erin luizen stuk tering volk wacht maar af wat er nu gaat gebeuren geen uurtje rust meer kankervolk'; - 15 september 2011 om 19.05 uur heeft [slachtoffer 1] op haar telefoon met het nummer [tel.nummer 1] een bericht ontvangen van het nummer [tel. nummer 5] met de tekst 'voor 19.45 uur 1100 euro op rekening nummer: [nummer] Rabobank ten name van [naam 1], zon iet dan komen wij een dezer dagen langs jij beslist of kies je voor slapen of nachtmerries' .3 Deze berichten zijn door de politie tevens uitgelezen uit de beide telefoons van aangevers (met de nummers [tel.nummer 1] en [tel. nummer 4]).4 Uit het verdere onderzoek is naar voren gekomen dat de mobiele nummers waarmee de SMS-berichten zijn verstuurd, waren afgegeven dan wel waren te linken aan: - [tel. nummer 2]: adres [adres 2] te Nijmegen - [tel. nummer 5]: [verdachte] - [tel. nummer 3]: [naam 2 en adres 1] te Apeldoorn. Het adres [adres 2] in Nijmegen blijkt het adres te zijn van SMScity International BV (hierna: SMScity). Uit navraag bij SMScity blijkt dat [verdachte] meerdere accounts bij bij SMScity heeft afgesloten. Het inboxnummer [tel. nummer 2] was ten tijde van het versturen en ontvangen van de SMS-berichten gekoppeld aan het nummer [tel. nummer 6], dat op naam staat van en in gebruik is bij [verdachte].5 Verder blijkt het account waarmee de SMS-berichten via het nummer [tel. nummer 3] zijn verstuurd te linken is aan ene [naam 2 en adres 1] te Apeldoorn.6 Dit is het adres van de aangevers en het oude woonadres van [verdachte].7 De drie 06-nummers waarmee de SMS-berichten zijn verstuurd zijn dus allemaal te verbinden met [verdachte]. Bovendien zijn vier van de zes berichten verzonden vanaf het lP-adres [nummer], dat op naam staat van [naam 3 en adres 3] te Apeldoorn, op welk adres [namen 4 en 5]s, vrienden van [verdachte], wonen.8 Op grond van de bovenstaande bevindingen wordt [verdachte] op 6 november 2011 (buiten heterdaad op bevel van de officier van justitie) aangehouden. Tijdens de voorgeleiding bij de rechter-commissaris op 9 november 20 \1 heeft verdachte bekend dat hij de ten laste gelegde SMS-berichten aan de aangevers heeft verstuurd.9 Ter terechtzitting is [verdachte] bij zijn bekentenis gebleven en heeft hij aangegeven dat hij zijn vader en diens vrouw bang wilde maken omdat hij kwaad was op zijn vader. Bewijsoverwegingen De verklaring van verdachte dat hij de dreigende berichten niet heeft gestuurd om geld te ontvangen, maar alleen om zijn vader bang te maken en pijn te doen acht de rechtbank weerlegd en wel om de volgende redenen. Vrijwel alle berichten die verdachte heeft verstuurd hielden in dat aangevers geld moesten betalen. Ook heeft verdachte bij herhaling in die berichten specifiek een bedrag van € 1.000,- geëist. Dit bedrag werd door verdachte verhoogd naar € 1.100,- naar mate de tijd verstreek. Verdachte heeft daarbij aan aangevers een rekeningnummer vermeld om het geld over te kunnen maken. Overigens heeft verdachte ter terechtzitting desgevraagd aangegeven dat hij er rekening mee hield dat zijn vader en diens vrouw het geldbedrag zouden gaan betalen. Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte [slachtoffers 2 en 1] meermalen heeft geprobeerd afte persen. 4.4 Bewezenverklaring De rechtbank acht op grond van wat hiervoor is vastgesteld en overwogen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte: op tijdstippen in de periode van 13 september 2011 tot en met 15 september 2011 te Apeldoorn, telkens ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] te dwingen tot de afgifte van een geldbedrag van ten minste € 1.000,-, toebehorende aan die [slachtoffers 1 en 2], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat verdachte aan die [slachtoffers 1 en 2] meerdere SMS-berichten heeft toegezonden met de volgende - zakelijk weergegeven - dreigende inhoud: - (13 september 2011 omstreeks 13.30 uur) 'Voor 1.000 euro laat ik de jongens stoppen, want heb ze al betaald voor nog meer. Keus ligt bij jou. Politie = terror' en - (13 september 2011 omstreeks 14.36 uur) 'Zou maar reageren, want anders staat er 's nachts iemand aan je bed of je wordt geroosterd. 18.00 uur vanavond 1.000 euro dan is het klaar' en - (13 september 2011 omstreeks 16.07 uur) 'Vanavond om 21.30 1.000 euro in een envelope in een tas aan de deur, zoniet gaan de jongens door. Je vrouw is ook gesmst' en - (13 september 2011 omstreeks 16.46 uur) 'Hoop dat het er hangt, jongens al betaald om dingen bij jullie te doen. Bereid om ver te gaan. Wil je dat het stopt of niet, zorg dan dat het er hangt' en - (14 september 2011 omstreeks 11.14 uur) 'Dus je wou me erin luizen, stuk tering wacht maar af wat er nu gaat gebeuren geen uurtje rust meer kankervolk' en - (15 september 2011 omstreeks 19.05 uur) 'Voor 19.45 uur 1.100 euro op rekeningnummer: [nummer] Rabobank ten name van [naam 1], zon iet dan komen wij een dezer dagen langs, j ij beslist of kies je voor slapen of nachtmerries' terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. De rechtbank acht niet bewezen wat meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5 Strafbaarheid 5.1 Strafbaarheid van het feit Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert het navolgende strafbare feit op: poging tot afpersing, meermalen gepleegd. 5.2 Strafbaarheid van verdachte Over verdachte is een rapport opgemaakt door H.E.W. Koornstra, psycholoog, gedateerd 1 februari
  2. Diens conclusie luidt dat bij verdachte ten tijde van het tenlastegelegde sprake was van een ziekelijke stoornis in de zin van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken en dat verdachte enigszins verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. De rechtbank kan zich met deze conclusie verenigen en neemt deze conclusie over. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6 Strafoplegging 6.1 Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft op grond van wat hij bewezen heeft geacht gevorderd aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 99 dagen met aftrek en daarnaast een gevangenisstraf van 6 maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met als bijzondere voorwaarden: een meldingsgebod en een klinische opname en behanding bij de forensische GGZ-kliniek Groot Batelaar te Lunteren met een maximale behandelduur van 18 maanden. 6.2 Standpunt van de verdediging De verdediging geeft aan zich te kunnen vinden in de eis van de officier van justitie. Met betrekking tot de duur van de behandeling refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 6.3 Oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van de verdachte. Verdachte heeft gepoogd zijn vader en diens vrouw af te persen. Door het plegen van dit feit heeft verdachte inbreuk gemaakt op de persoonlijke integriteit van de slachtoffers en hen angst aangejaagd. Hoe groot de impact van het handelen van verdachte was, komt naar voren uit de ter terechtzitting voorgelezen brief van de slachtoffers. Met betrekking tot de persoon van de verdachte, heeft de rechtbank gelet op het uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 maart 2012, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor afpersing of een poging daartoe is veroordeeld. Wel is verdachte eerder veroordeeld voor geweldsdelicten en wel laatstelijk bij vonnis van 1 december 2011, waarbij aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 30 dagen waarvan 27 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren is opgelegd. De rechtbank heeft, zoals hiervoor al is overwogen, kennis genomen van het rapport van psycholoog Koornstra van 1 februari 2011, waaruit naar voren komt dat de anti sociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken waaraan verdachte lijdt ervoor zorgt dat hij op geen enkele manier rekening houdt met een ander, zeer onverantwoordelijk en onverstoorbaar in het leven staat en dat zijn contacten met andere mensen worden bepaald door zijn eigen behoeften. Hij kent geen empathie. Er is sprake van een ernstige agressieregulatieproblematiek. De kans op herhaling van feiten zoals de onderhavige of gewelddadiger lijkt reëel. De prognose is (zonder behandeling) weinig gunstig. Wel is bij voldoende motivatie gedragsverandering mogelijk. Verdachte kan nooit vanuit eigen empathisch perspectief rekening gaan houden met anderen, maar hij kan wel op gedragsmatig niveau leren inschatten dat er anderen zijn om mee rekening te houden. Een agressieregulatietraject is volgens de gedragsdeskundige zeer aan te raden. Geadviseerd wordt verdachte in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel op te laten nemen in een instelling als Groot Batelaar. Ook heeft de rechtbank kennis genomen van een reclasseringsrapportage van 3 februari 2012 waarin wordt geadviseerd aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met daarbij als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een klinische behandeling in een door NIFP/IFZ geïndiceerde zorginstelling. De kans op recidive is volgens de reclassering groot en te groot om verdachte te begeleiden zonder klinische behandeling. In het reclasseringsadvies van 6 november 2012 wordt geadviseerd als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod en een opname in een zorginstelling op te leggen. Op basis van de door NIFP/IFZ afgegeven indicatiestelling dient verdachte zich te laten opnemen in de forensische GGZ-kliniek Groot Batelaar in Lunteren, alwaar hij op 14 november 2012 kan worden opgenomen, of in een soortgelijke intramurale instelling, zulks ter beoordeling van NIFP/IFZ. De gemiddelde opnameduur in Groot Batelaar ligt tussen de 10 en 12 maanden. Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf, met een geringe aanpassing, passend bij de ernst van het begane delict en de persoonsgerelateerde facetten zoals die uit de over verdachte uitgebrachte rapporten blijken. De rechtbank acht een deels voorwaardelijke straf op zijn plaats om hem ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen. Daarbij zullen de bijzondere voorwaarden worden gesteld als door de reclassering geadviseerd. Derhalve zal de rechtbank opleggen: een gevangenisstraf van 100 dagen met aftrek van de 100 dagen die verdachte reeds in preventieve hechtenis heeft doorgebracht. Daarnaast zal de rechtbank opleggen een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden met een proeftijd van 2 jaren en daarbij als bijzondere voorwaarden stellen: verplicht rec1asseringstoezicht met een meldingsgebod in combinatie met een klinische opname en behandeling bij forensische GGZ-kliniek Groot Batelaar te Lunteren voor de duur van maximaal 18 maanden. 7 De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, l4b, 14c, 14d, 45en 317 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze a11ikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8 Vordering tot tenuitvoerlegging 8.1 Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 2 weken die aan verdachte is opgelegd bij vonnis van 23 september 2010 ten uitvoer gelegd zal worden. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie gevorderd de tenuitvoerlegging afte wijzen, nu die geen toegevoegde waarde zal hebben. 8.2 Standpunt van de verdediging De verdediging refereert zich ten aanzien van de vordering tot tenuitvoerlegging aan het oordeel van de rechtbank. 8.3 Oordeel van de rechtbank Verdachte is bij vonnis van de politierechter van 23 september 2010 veroordeeld tot 2 weken gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren. De rechtbank stelt vast dat verdachte zich vóór het einde van de proeftijd schuldig heeft gemaakt aan een nieuw strafbaar feit en daarmee de algemene voorwaarde heeft overtreden. Gelet hierop kan de vordering worden toegewezen. De rechtbank zal hiertoe echter niet besluiten, gelet op het volgende. Ter terechtzitting van 13 november 2012 zijn de voorwaarden voor de schorsing van de voorlopige hechtenis van verdachte gewijzigd in die zin dat hij zich op 14 november 2012 moest laten opnemen en vervolgens moest laten behandelen in de forensische GGZ-kliniek Groot Batelaar in Lunteren. Gelet hierop en gelet op de te stellen bijzondere voorwaarde met betrekking tot een opname en behandeling in die kliniek, dient (continuering van) de klinische behandeling prioriteit te hebben. Het toewijzen van de vordering tot tenuitvoerlegging zou een doorkruising van deze behandeling betekenen, reden waarom de rechtbank de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke veroordeling afwijst. 9 Beslissing De rechtbank: bewezenverklaring - verklaart het tenlastegelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: poging tot afpersing meermalen gepleegd; - verklaart verdachte strafbaar; strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 100 (honderd) dagen; - bepaalt dat de tijd die verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; veroordeelt verdachte daarnaast tot een gevangenisstrafvoor de duur van 6 (zes) maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 (twee) jaren en stelt daarbij de volgende algemene voorwaarden: o dat de verdachte zich vóór het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit; o dat de verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel Ivan de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en de volgende bijzondere voorwaarden: o dat verdachte zich gedurende de proeftijd op de door de reclassering bepaalde tijden bij de reclassering (Reclassering Nederland) zal melden, zolang de reclassering dit noodzakelijk acht; o dat verdachte zich voor de duur van maximaal 18 maanden klinisch zal laten behandelen bij forensische GGZ-kliniek Groot Batelaar, adres Postweg 249 te Lunteren, en zich zal houden aan de aanwijzingen die hem worden gegeven door de leiding van deze kliniek; vordering tenuitvoerlegging wijst de vordering tot tenuitvoerlegging af; voorlopige hechtenis heft op het - geschorste - bevel tot voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. N.C. van Lookeren Campagne, voorzitter, mr. J.C. van der Hooft en mr. FJ.W.M. Tas, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Capitano, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 27 november
  3. BIJLAGE I: De tenlastelegging Aan bovenbedoelde gedagvaarde persoon wordt tenlastegelegd dat Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 september 2011 tot en met 15 september 2011 te Apeldoorn en/ofte Nijmegen, althans in Nederland (telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffers 1 en 2] te dwingen tot afgifte van een geldbedrag van (tenminste) 1.000 EURO, in elk geval van enig goed, geheel often dele toebehorende aan die [slachtoffers 1 en 2], in elk geval aan een ander of anderen dan verdachte, welk geweld en/ofwelke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte (telkens) aan die [slachtoffers 1 en 2] een of meerdere SMS-berichten heeft toegezonden met de navolgende -zakelijk weergegeven- dreigende inhoud: - (13-09-2011 omstreeks 13.30 uur) 'Voor 1.000 euro laat ik de jongens stoppen, want heb ze al betaald voor nog meer. Keus ligt bij jou. Politie = terror' en - (13-09-2011 omstreeks 14.36 uur) 'Zou maar reageren, want anders staat er 's nachts iemand aan je bed of je wordt geroosterd. 18.00 uur vanavond 1.000 euro dan is het klaar' en - (13-09-2011 omstreeks 16.07 uur) 'Vanavond om 21.30 1.000 euro in een envelope in een tas aan de deur, zoniet gaan de jongens door. Je vrouw is ook gesmst' en - (13-09-2011 omstreeks 16.46 uur) 'Hoop dat het er hangt, jongens al betaald om dingen bij jullie te doen. Bereid om ver te gaan. Wil je dat het stopt of niet, zorg dan dat het er hangt' en - (14-09-2011 omstreeks 11.14 uur) 'Dusje wou me erin luizen, stuk tering wacht maar af wat er nu gaat gebeuren geen uurtje rust meer kankervolk' en - (15-09-2011 omstreeks 19.05 uur) 'Voor 19.45 uur 1.100 euro op rekeningnummer: [nummer] Rabobank ten name van [naam 1], zoniet dan komen wij een dezer dagen langs,jij beslist of kiesje voor slapen of nachtmerries' terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. art. 3171id 1 Wetboek van Strafrecht art. 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht ALTHANS, dat Hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 13 september 2011 tot en met 15 september 2011 te Apeldoorn en/ofte Nijmegen, althans in Nederland een persoon, genaamd [slachtoffers 1 en 2], (telkens) schriftelijk en onder een bepaalde voorwaarde heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en/of met enig midsrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling en/of met brandstichting, immers heeft hij (telkens) opzettelijk dreigend aan die [slachtoffer 1 en 2] een of meerdere SMS-berichten toegezonden met de navolgende -zakelijk weergegevendreigende inhoud: - (13-09-2011 omstreeks 13.30 uur) 'Voor 1.000 euro laat ik de jongens stoppen, want heb ze al betaald voor nog meer. Keus ligt bij jou. Politie = terror' en -(13-09-2011 omstreeks 14.36 uur) 'Zou maar reageren, want anders staat er 's nachts iemand aan je bed of je wordt geroosterd. 18.00 uur vanavond 1.000 euro dan is het klaar' en - (13-09-2011 omstreeks 16.07 uur) 'Vanavond om 21.30 1.000 euro in een envelope in een tas aan de deur, zoniet gaan de jongens door. Je vrouw is ook gesmst' en - (13-09-2011 omstreeks 16.46 uur) 'Hoop dat het er hangt, jongens al betaald 0111 dingen bij jullie te doen. Bereid om ver te gaan. Wil je dat het stopt of niet, zorg dan dat het er hangt' en - (14-09-2011 omstreeks 11.14 uur) 'Dus je wou me erin luizen, stuk tering wacht maar af wat er nu gaat gebeuren geen uurtje rust meer kankervolk' en - (15-09-2011 omstreeks 19.05 uur) 'Voor 19.45 uur 1.100 euro op rekeningnummer: [nummer] Rabobank ten name van [naam 1], zoniet dan komen wij een dezer dagen langs, j ij beslist of kies je voor slapen of nachtmerries' alt. 285 lid 2 Wetboek van Strafrecht art. 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht Eindnoten 1 Als hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, dan wordt bedoeld - tenzij anders vermeld - een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar paginanummers, betreffen dit de paginanummers van het proces-verbaal van regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, met dossiernummer PL062B 2011128986 en doorgenummerd p. I tot en met p.
  4. 2 Proces-verbaal, inhoudende de aangifte, gedateerd 13 september 2011, p.
  5. 3 Proces-verbaal, inhoudende de bevindingen van verbalisanten, gedateerd 26 september 2011, p. 62 en p.
  6. 4 Proces-verbaal, inhoudende de bevindingen van verbalisanten, gedateerd 27 september 2011, p. 99 tot en met p.
  7. 5 Proces-verbaal inhoudende de bevindingen van verbalisanten, gedateerd 21 september 2011, p.
  8. 6 Proces-verbaal inhoudende de bevindingen van verbalisanten, gedateerd 21 september 2011, p.
  9. 7 Proces-verbaal, inhoudende de bevindingen van verba I isanten, gedateerd 21 september 2011, p.
  10. 8 Proces-verbaal, inhoudende de bevindingen van verbalisanten, gedateerd 21 september 2011, p. 52, in combinatie met proces-verbaal inhoudende verhoor verdachte, gedateerd 7 november 2011, p.
  11. 9 Verhoor verdachte inzake toetsing inverzekeringstelling en vordering tot inbewaringstelling door rechter-commissaris in strafzaken, gedateerd 9 november 2011.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.