RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton Bergen op Zoom zaaknummer : 2140357 \ MD VERZ 13-820, 2140372 \ MD VERZ 13-821 CJIB-nummer: [CJIB-nummer], [CJIB-nummer] uitspraak: 28 november 2013 Beslissing op de verzoeken als bedoeld in artikel 28 van de Wet Administratiefrechtelijke Handhaving Verkeervoorschriften (WAHV) aangaande: naam: : [betrokkene] adres : [adres] woonplaats : [woonplaats] , nader te noemen: betrokkene. -------------------- 1De beoordeling 1.1 De machtiging tot toepassing van het dwangmiddel gijzeling ex artikel 28 WAHV wordt alleen verleend indien aan het subsidiariteitsbeginsel is voldaan. Voldoende aannemelijk moet zijn, dat het toepassen van minder ingrijpende middelen eerst is bezien en dat een en ander niet tot betaling van de boete heeft geleid of kan leiden. De wet kent de volgende mogelijkheden:a. verhaal op goederen krachtens dwangbevel (artikel 26 lid 1 WAHV);b. verhaal op inkomsten in geld uit arbeid, pensioenen, wachtgelden, periodieke uitkeringen of tegoed van een rekening bij een bank zonder dwangbevel (artikel 27 lid 1 WAHV);c. inname van het rijbewijs (artikel 28a WAHV);d. het buitengebruik stellen van het voertuig (artikel 28b WAHV). 1.2 In de verzoekschriften wordt (onder meer) gesteld dat de gerechtsdeurwaarder het openstaande bedrag niet heeft kunnen verhalen op betrokkene, omdat de deurwaarder geen verhaalsmogelijkheden aanwezig achtte. Geoordeeld wordt dat met deze stelling onvoldoende aannemelijk is geworden, dat verhaal niet mogelijk is door toepassing van een minder ingrijpend middel, zoals omschreven onder 1.1 sub b.De officier van justitie bedient zich in zijn/haar toelichting op de vordering dwangmiddelen van standaardformuleringen die onvoldoende recht doen aan de individuele zaak. Onvoldoende blijkt immers wat er concreet is gebeurd. De kantonrechter wenst verzoeken in deze vorm niet (langer) te honoreren. Dit ook niet in zaken waarin betrokkene -hoewel deugdelijk opgeroepen- niet verschijnt. Dat bij de incasso van dit soort sancties wordt gestreefd naar efficiency/doelmatigheid valt te begrijpen, maar dit mag niet leiden tot afbreuk van de rechten van een burger in een individuele procedure. Verzoeken als de onderhavige dienen voldoende feitelijk te worden gemotiveerd/onderbouwd. Duidelijk moet zijn dat geen andere mogelijkheid dan toepassing van het dwangmiddel gijzeling meer openstaat. Aan deze motiveringeis voldoen de verzoeken niet. De verzoeken zullen derhalve reeds om die reden worden afgewezen. 1.3 Voorts is tijdens de mondelinge behandeling van 28 november 2013 het navolgende gebleken. Betrokkene is tijdens deze mondelinge behandeling in persoon verschenen, samen met zijn gemachtigde mr. [naam] . Ter zitting wordt aangegeven dat betrokkene al vijf maal in 2 jaar voor dit soort zaken heeft moeten verschijnen, in 2011 en in
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.