vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Civiel recht Zittingsplaats Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/12/84783 / HA ZA 12-202 Vonnis van 17 juli 2013 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats], eiseres in conventie, verweerster in reconventie, advocaat mr. E.J. Eijsberg te Capelle aan den IJsssel, tegen de onderlinge waarborgmaatschappij ONDERLINGE VERZEKERING MAATSCHAPPIJ ZLM U.A., statutair gevestigd te Goes, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. H.J. Arnold te ‘s-Gravenhage. Partijen zullen hierna [eiseres] en ZLM genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 9 januari 2013 het proces-verbaal van comparitie van 21 februari 2013. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is eigenaresse van het appartement [adres + plaatsnaam] Hierna: het appartement). Op 10 januari 2012 heeft zij (onder meer) een inboedelverzekering bij ZLM aangevraagd. Bij de vraag of haar in de laatste 8 jaar een verzekering was opgezegd of geweigerd heeft zij “ja” ingevuld, en daar op toegelicht: “Na mijn verhuizing naar huidige woning heeft mijn tussenpersoon verzuimd mijn adres en rekeningnr. te wijzigen bij verzekeraar. Ik heb dit te laat opgemerkt waardoor verzekeraar verzekering heeft beëindigd (woongarant – jun ’11)” ZLM heeft de verzekering geaccepteerd; met ingang van 13 januari 2012 was de inboedel van het appartement tegen onder meer het risico van brand bij ZLM verzekerd (onder polisnr. 52515822, hierna: de polis). 2.2. [eiseres] bewoonde in ieder geval in januari 2012 het appartement. Op 30 januari 2012 heeft in het appartement brand gewoed; de brand is door een omwonende om 5.55 uur in de ochtend (bij 112) gemeld. Door de brand is (onder meer) de inboedel beschadigd en deels verloren gegaan. 2.3. [eiseres] heeft de schade bij ZLM gemeld. ZLM heeft Gorissen & Van der Zande Schadeonderzoek B.V. (hierna: Gorissen) op 30 januari 2012 opdracht gegeven onderzoek te doen. Op 15 februari 2012 heeft Gorissen gerapporteerd. 2.4. Bij brief van 27 februari 2012 heeft ZLM aan [eiseres] medegedeeld: “De verzekeringnemer en de verzekerden hebben een schademeldings- en informatieplicht. (…) Er is geconstateerd dat u niet aan deze verplichting heeft voldaan met als doel ZLM Verzekeringen te misleiden. Dit heeft betrekking op zowel de verzekeringsaanvraag als de schademelding. (…) U heeft (…) aantoonbaar niet de waarheid verteld over de wijze waarop uw vorige verzekering beëindigd is. (…) De door u opgegeven toedracht luidt dat de brand ontstaan is in de laptop die op de bank stond. Uit onderzoek is gebleken dat dit niet mogelijk is. (…) Als u op uw aanvraagformulier de juiste informatie had verstrekt, namelijk dat uw vorige verzekering wegens wanbetaling geroyeerd is, was uw verzekering niet geaccepteerd door ons. Dat betekent dat er geen dekking is voor deze schade. Ook vanwege de onjuiste voorstelling van de toedracht van de brand, zou gesproken kunnen worden van een vorm van verzekeringsfraude. Ook hieraan kunnen consequenties worden verbonden.” ZLM vraagt vervolgens een reactie van [eiseres] op deze brief. Na (schriftelijke) discussie tussen partijen neemt ZLM bij brief van 10 mei 2012, gericht aan de advocaat van [eiseres], een definitief standpunt over de schademelding van [eiseres] in: “Wij hebben op grond van de bevindingen van de onderzoeker voldoende reden om aan te nemen dat mevrouw [eiseres] negatief betrokken is bij het ontstaan van de brand in haar woning.” 2.5. De hoogte van de door [eiseres] geleden (inboedel-)schade is door de experts van beide partijen gezamenlijk begroot op € 24.384,--. 2.6. ZLM heeft geen schade-uitkering onder voormelde polis gedaan. Wel heeft zij de personalia van [eiseres] doen opnemen in het Centraal Informatiesysteem van in Nederland werkzame verzekeringsmaatschappijen (hierna: het CIS). 3Het geschil in conventie 3.1. [eiseres] vordert dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, 1) ZLM gebiedt de verwerking van de personalia van [eiseres] in het CIS (en eventuele andere systemen en/of registers waarin zij staat vermeld) te (doen) verwijderen binnen twee werkdagen na het wijzen van vonnis, onder verbeurte van een dwangsom van € 1.500,--, althans een dwangsom, voor iedere dag of gedeelte daarvan dat ZLM dit gebod niet nakomt; 2) ZLM veroordeelt om aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 24.384,--, althans een bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 15, althans 27 februari 2012, althans 5 april 2012, althans 10 mei 2012, althans een andere datum tot aan de dag der algehele voldoening; 3) ZLM veroordeelt tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten, groot: - € 1.158,--, althans enig bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente, - € 1.309,--, althans enig bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 26 mei 2012, althans enige datum, tot aan de dag der algehele voldoening, en - € 2.975,--, althans enig bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 juli 2012, althans enige datum, tot aan de dag der algehele voldoening; 4) ZLM veroordeelt in de kosten van deze procedure. 3.2. [eiseres] vordert nakoming door ZLM van haar verplichtingen uit de polis. ZLM heeft, blijkens de motivering van haar weigering uit te keren in de brief van 10 mei 2012, het aanvankelijke standpunt dat sprake was van verzwijging door [eiseres] bij het aangaan van de verzekering ondubbelzinnig verlaten. Daarop kan zij niet terugkomen. Overigens is er geen sprake geweest van verzwijging. De door [eiseres] op het aanvraagformulier gegeven toelichting is juist; was deze voor ZLM onduidelijk, dan had zij nadere toelichting kunnen vragen of zelf onderzoek kunnen doen. Voorts betwist [eiseres] uitdrukkelijk dat zij – zoals ZLM stelt – de brand zelf heeft gesticht. Zij heeft op de betreffende morgen kort op haar laptop gewerkt, die uitgedaan, dichtgeklapt en (in verband met een slechte accu) met de netvoedingskabel aangesloten aan het lichtnet, op de bank gezet. Ze is vervolgens naar haar werk vertrokken. De brand ontstond kort daarna. De opstalverzekering heeft uitgekeerd en de politie heeft geen nader onderzoek naar mogelijke brandstichting ingesteld. ZLM stelt onvoldoende en levert geen enkel bewijs van brandstichting. Het rapport van de door ZLM ingeschakelde deskundige Gorissen stelt uitsluitend dat oververhitting van de laptop als oorzaak van de brand zeer onwaarschijnlijk is en dat er geen (andere) technische oorzaken zijn aan te wijzen. Aanwijzingen voor brandstichting noemt hij echter niet en die zijn er ook niet. Hoe de brand zou zijn gesticht en hoe [eiseres] daarbij betrokken zou zijn geweest, licht Gorissen niet toe. Ook een motief voor de brandstichting ontbreekt. [eiseres] heeft zelf een onderzoek laten doen door Efectis Nederland B.V.. Uit dat onderzoek blijkt dat de meest aannemelijke brandoorzaak is gelegen in een gebrek in de laptop en/of in de aansluiting van de laptop aan het lichtnet; er is dus wel een technisch oorzaak van de brand aan te wijzen. ZLM dient alsnog de schade (ad € 24.384,--) te vergoeden. ZLM heeft [eiseres] aangemeld bij het CIS; daarbij is een verwijzing naar het fraudeteam van ZLM vermeld. De aanmelding is ten onrechte gedaan; er is geen sprake van fraude. [eiseres] ervaart schade van deze vermelding. ZLM dient die vermelding te (laten) verwijderen. [eiseres] heeft aanzienlijke buitengerechtelijke kosten gemaakt ter vaststelling van de schade en de aansprakelijkheid; ZLM is (schriftelijk) gesommeerd en gerappelleerd en er zijn diverse besprekingen geweest. Daarnaast was zij genoodzaakt zelf onderzoek te laten doen door Efectis, en heeft zij kosten moeten maken voor de vaststelling van de hoogte van de schade. Als die kosten dient ZLM aan haar te vergoeden. 3.3. ZLM betwist dat [eiseres] een beroep op de inboedelverzekering toekomt. Daartoe stelt zij twee, ieder op zich afwijzing van de claim rechtvaardigende, gronden: verzwijging en brandstichting. Primair stelt zij dat [eiseres] haar mededelingsplicht niet is nagekomen: de door haar op het aanvraagformulier bij de beantwoording van vraag over een eerdere opzegging of weigering van een verzekering gegeven toelichting is onjuist. Woongarant heeft ZLM laten weten dat inderdaad een adreswijziging niet aan haar was doorgegeven, maar dat nadat die wijziging wel bij haar bekend was, [eiseres] in de gelegenheid is gesteld de achterstallige premie te betalen; zij heeft dat niet gedaan en die wanbetaling heeft tot royement geleid. Dat laatste heeft [eiseres] – hoewel het haar bekend moet zijn geweest – niet bij de aanvraag vermeld. Had ZLM hiervan geweten, dan zou zij geen verzekering hebben gesloten; met een beroep op art.7:930, lid 4 BW stelt zij geen uitkering verschuldigd te zijn. Subsidiair stelt ZLM brandstichting. Op grond van art. 7:952 BW en art. 3 lid a onder 5 van de polisvoorwaarden is zij niet gehouden de schade te vergoeden. ZLM meent dat voldoende aannemelijk is dat [eiseres] de brand zelf heeft gesticht. De brand is ontstaan op de zitting van de bank, waarop de laptop stond. De laptop kan als technische oorzaak van de brand worden uitgesloten: deze werkte goed en was door [eiseres] voor haar vertrek uit de woning uitgeschakeld (of zou, had zij deze alleen dichtgeklapt, maar weinig warmte hebben verspreid), terwijl ook het brandbeeld er niet op wijst dat de brand in de laptop is ontstaan. ZLM acht ook uitgesloten dat de brand is ontstaan door een defect in de voedingsaansluiting van de laptop. ZLM betwist gemotiveerd de bevindingen van Efectis. ZLM stelt dat [eiseres] waarschijnlijk spiritus (die in de woonkamer aanwezig was) over de laptop heeft gegooid, die heeft aangestoken en toen de woning heeft verlaten. De spiritus is volledig verbrand en is niet meer te detecteren; het brandbeeld aan de bank en de laptop past bij deze toedracht. [eiseres] had kort voor de brand schulden en liquiditeitsproblemen; daarin kan een motief voor brandstichting worden gevonden. Bovendien valt op dat [eiseres] de inboedelverzekering kort voor de brand heeft afgesloten en dat zij in 2010 ook brandschade had wegens een gesteld technisch gebrek aan een apparaat, terwijl mogelijk de brandoorzaak een andere was. ZLM stelt dat als zij wettelijke rente verschuldigd is, die rente niet eerder kan zijn ingegaan dan op 30 juni 2012. Bij mail van 18 juni 2012 is zij in gebreke gesteld; gelet op de in die mail genoemde betalingstermijn kan zij pas met ingang van 30 juni 2012 in verzuim zijn. De hoogte van de gevorderde kosten van Efectis acht ZLM redelijk; wettelijke rente over dit bedrag kan pas ingaan op de dag dat [eiseres] de factuur betaalt. De kosten voor de schadevaststelling heeft ZLM al rechtstreeks aan de betreffende expert betaald. ZLM betwist tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten te zijn gehouden; de kosten zijn niet toegelicht, van betaling blijkt niet en de kosten zijn slechts gemaakt ter voorbereiding of instructie van de zaak. De schademelding bij het CIS is aangepast (verwijzing naar het fraudeteam is verwijderd). ZLM verweert zich tegen de vordering tot verwijdering van de melding. in reconventie 3.4. ZLM vordert dat de rechtbank [eiseres] veroordeelt tot betaling aan haar van een bedrag van € 11.386,39, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 5 december 2012 tot aan de dag der algehele voldoening, met veroordeling van [eiseres] in de kosten van dit geding, zowel in conventie als in reconventie, te vermeerderen met de wettelijke rente te rekenen vanaf de datum van het vonnis en de nakosten. 3.5. Ter onderbouwing van haar vordering verwijst ZLM naar hetgeen zij in conventie heeft aangevoerd en stelt zij verder dat zij door het handelen van [eiseres] – zowel de verzwijging als de brandstichting – (onderzoeks-)kosten heeft moeten maken die zij, had [eiseres] een juiste opgave gedaan cq. geen brand gesticht, niet had hoeven maken. Het betreft de kosten van Gorissen en die van de experts die de schade hebben vastgesteld (zowel die van ZLM zelf als die van [eiseres]). 3.6. [eiseres] voert verweer. Zij verwijst naar hetgeen in conventie is aangevoerd en stelt dat nu niet is bewezen dat er sprake is geweest van het opzettelijk niet nakomen van de mededelingsplicht of van brandstichting, er geen grond is voor vergoeding door [eiseres] van (onderzoeks-)kosten aan de zijde van ZLM. Ook de omvang van de kosten en het feit dat ZLM deze kosten daadwerkelijk heeft gemaakt/betaald, wordt betwist. 4De beoordeling in conventie 4.1. Omtrent de door ZLM gestelde verzwijging oordeelt de rechtbank als volgt . ZLM heeft – na discussie met (vertegenwoordigers van) [eiseres] over (onder meer) de feitelijke basis van de door ZLM gestelde verzwijging – in haar definitieve standpunt, dat zij op 10 mei 2012 schriftelijk aan de advocaat van [eiseres] kenbaar maakte, één grond voor de conclusie om niet uit te keren opgenomen, namelijk de stelling dat “[eiseres] negatief betrokken is bij het ontstaan van de brand in haar woning”, dus: de brand zelf had gesticht. Dat definitieve standpunt is, zo schrijft ZLM er in haar brief van 10 mei 2012 bij, gegeven na een verzoek daartoe van de zijde van [eiseres], “in het kader van de duidelijkheid en rechtszekerheid”. Met haar in deze brief ingenomen standpunt wilde ZLM dus aan [eiseres] duidelijkheid en zekerheid geven. Dat betekent naar het oordeel van de rechtbank dat [eiseres] ervan mocht uitgaan dat het in die brief ingenomen standpunt het definitieve en volledige standpunt was van ZLM. Gelet voorts op (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.