← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2013:7544

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton [Zaaknummer] [Rolnummer] Zittingsplaats: Middelburg zaak/rolnr.: 246484 / 12-4845 vonnis van de kantonrechter d.d. 30 oktober 2013 in de zaak van de vereniging Vereniging van Eigenaren van Buitenplaats Hof van Zeeland, gevestigd te Heinkenszand, gemeente Borsele, eisende partij, verder te noemen: de parkvereniging, gemachtigde: mr. P.W. Huitema, advocaat te Groningen, t e g e n : [gedaagde], wonende te [woonplaats], [land], gedaagde partij, verder te noemen: [gedaagde], gemachtigde: mr. V. Schlegel, advocaat te Düren, Duitsland. het verloop van de procedure De procedure is als volgt verlopen: - dagvaarding van 13 september 2013, - conclusie van antwoord, - comparitievonnis, - akte met produktie van de parkvereniging, - verschijning van partijen d.d. 19 februari 2013, - conclusies van repliek en dupliek, - vonnis d.d. 24 juli 2013, - akten. de verdere beoordeling van de zaak

  1. De kantonrechter handhaaft hetgeen is overwogen en beslist bij het vonnis d.d. 24 juli
  2. De inhoud van dat vonnis moet als hier ingelast worden beschouwd. De parkvereniging heeft de factuur voor 2012 in het geding gebracht. Deze is gelijk aan die voor 2011 behalve de post “Beheer niet-verhurende eigenaar”. [gedaagde] is 20 % daarvan, ofwel € 129,57 verschuldigd. Van de parkbijdrage 2012 is [gedaagde] wegens ongerechtvaardigde verrijking € 1.121,86, incl. BTW, aan de parkvereniging verschuldigd.
  3. [gedaagde] heeft aangevoerd en de parkvereniging heeft erkend dat op de parkbijdragen 2011 en 2012 telkens € 140,- in mindering dient te komen wegens “uitbetaling borgfonds”. Dit is in het vonnis d.d. 24 juli 2013 over het hoofd gezien. [gedaagde] heeft voor het hem toekomende bedrag van € 280,- een verrekeningsverklaring uitgebracht. Dit bedrag komt daarom in mindering op het voormelde bedrag van € 1.121,
  4. [gedaagde] heeft voorts gesteld dat hij voor het jaar 2012 tweemaal € 368,02 heeft betaald, en wel op 27 januari 2012 en op 8 mei
  5. De parkvereniging heeft meegedeeld dat zij de berekeningen van de advocaat van [gedaagde] heeft gecontroleerd en in orde bevonden. De gestelde betalingen worden daarom eveneens in mindering gebracht. De conclusie is dat [gedaagde] nog zal worden veroordeeld om te betalen: € 1.121,86, verminderd met € 280,- en tweemaal € 368,02 is per saldo € 105,
  6. Van de vordering ad € 14.948,12 met rente blijkt uiteindelijk slechts € 669,94 toewijsbaar, terwijl ook de vordering ten aanzien van de satellietschotel is afgewezen. Het is daarom niet billijk dat [gedaagde] incassokosten zou moeten vergoeden. Voorts wordt de parkvereniging beschouwd als de in het ongelijk gestelde partij en daarom verwezen in de proceskosten. de beslissing De kantonrechter: veroordeelt [gedaagde] om wegens ongerechtvaardigde verrijking voor het jaar 2012 per saldo nog een bedrag van € 105,82 aan de parkvereniging te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen vanaf 13 september 2012 tot de dag van voldoening; veroordeelt de parkvereniging in de kosten van het geding, welke aan de zijde van [gedaagde] tot op heden worden begroot op € 900,- (3 pt. à € 300,-) wegens salaris van de gemachtigde van [gedaagde]; verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd, dan bij dit vonnis en het vonnis d.d. 24 juli 2013 is toegewezen. Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 oktober 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.