RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Locatie Breda Team strafrecht parketnummer: 02/811412-11 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 5 februari 2013 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [datum en plaats] thans gedetineerd in het Huis van Bewaring (Unit A + B) te Grave raadsman mr. Woodrow, advocaat te Tilburg 1 Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 22 januari 2013, waarbij de officier van justitie, mr. Van Damme, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2 De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: een diefstal met geweld heeft gepleegd, tengevolge van welk geweld [slachtoffer]s komen te overlijden. 3 De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4 De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte schuldig is aan de gewelddadige beroving van [slachtoffer] ten gevolge waarvan die [slachtoffer] is komen te overlijden. Hij baseert zich daarbij op het sectieverslag, de getuigenverklaring van [getuige 1], welke wordt ondersteund door het sporenbeeld in de woning van [slachtoffer] zoals dat door het FTO is vastgesteld, de getuigenverklaringen van [getuige 2], [getuige 3] en [getuige 4] en het DNA-onderzoek. Gelet op de getuigenverklaringen [getuige 5], [getuige 6], [getuige 7] en [getuige 8] staat naar het oordeel van de officier van justitie vast dat verdachte geen sluitend alibi heeft voor het tijdstip van de overval op [slachtoffer]. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging stelt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem is tenlastegelegd wegens een gebrek aan voldoende wettig en overtuigend bewijs. Ter onderbouwing van dit standpunt heeft de raadsman het volgende aangevoerd. DNA-onderzoeken betreffen geen onfeilbare onderzoeken. Een groot deel van het onderzoek betreft mensenwerk. Een fout kan onder andere veroorzaakt worden door contaminatie. De heer [medewerker NFI] van het NFI heeft als getuige verklaard dat contaminatie in zijn algemeenheid niet valt uit te sluiten. Fouten kunnen ook gemaakt worden in de fase dat het stuk van overtuiging van de plaats delict naar het NFI-laboratorium wordt gebracht (“chain of custody”). Teneinde deze chain of custody met betrekking tot de jas van het slachtoffer te controleren zijn verbalisanten [verbalisant 1] en [verbal[verbalisant 2]] bij de rechter-commissaris gehoord. De raadsman stelt dat niet geconstateerd kan worden dat de verantwoording over het veiligstellen, transporteren en het opslaan van de jas van het slachtoffer - in het bijzonder de oncontroleerbaarheid van de periode waarin de jas was opgeslagen - eenduidig en achteraf aantoonbaar is vastgelegd, waardoor de keten is gebroken en waardoor het DNA-onderzoek aan de jas als onbetrouwbaar aangemerkt dient te worden. De raadsman wijst ter onderbouwing van deze conclusie naar de voormelde getuigeverklaringen van [verbalisant 1] en [verbalisant 2]. De resultaten uit de onderzoeken, inclusief de contra-expertise naar voornoemde jas, dienen derhalve uitgesloten te worden van het bewijs. Indien de rechtbank van oordeel is dat de resultaten van het DNA-onderzoek niet hoeven te worden uitgesloten, kan volgens de raadsman slechts geringe bewijswaarde toekomen aan het DNA-onderzoek, aangezien zowel het NFI alsook het IFS in haar contra-expertise, hebben aangegeven dat het in deze zaak gaat om een DNA-mengprofiel. Bovendien is het type celmateriaal alsmede de wijze waarop het DNA kan zijn overgedragen niet onderzocht. Het NFI stelt in haar rapportages met betrekking tot de interpretatie van DNA-onderzoeken dat overdracht van celmateriaal niet alleen direct maar ook door indirect contact kan plaats-vinden. De raadsman concludeert dat het aangetroffen celmateriaal van verdachte op de jas van het slachtoffer niet per definitie delictgerelateerd hoeft te zijn en dat de resultaten van het DNA-onderzoek noodzakelijkerwijs met zeer grote behoedzaamheid en terughoudendheid dienen te worden bezien. De raadsman voert voorts nog aan dat een DNA-match op zichzelf onvoldoende is om tot een bewezenverklaring te komen van het tenlastegelegde feit. Er moet ondersteunend bewijs zijn waardoor de match in een bepaalde context wordt geplaatst. Hij concludeert op grond van de feiten en omstandigheden uit het dossier dat er geen overig bewijs tegen verdachte bestaat. De vereiste ondersteuning kan niet voortvloeien uit de belastende getuigenverklaringen in dit onderzoek ([getuige 1], [getuige 3], [getuige 2] en [getuige 4]) omdat deze grotendeels de-auditu verklaringen betreffen die onbetrouwbaar en zelfs leugenachtig zijn gebleken. Voornoemde verklaringen dienen volgens de raadsman dan ook te worden uitgesloten van het bewijs. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Het aantreffen van het slachtoffer [slachtoffer] Op 21 april 2008 omstreeks 1:44 uur kregen verbalisanten de melding te gaan naar de [adres] in verband met een conflict en/of vechtpartij. Ter plaatse troffen zij op de vloer in de woonkamer een man aan, liggend op zijn rug met rechts naast hem een grote plas bloed. Verbalisanten zagen dat het hoofd van de man opgezwollen en beurs was en dat hij bloedde aan zijn linkerhand. Tevens zagen zij dat de man een donkerkleurig kort model jas met gesloten rits droeg. Zij zagen bovendien dat de man nog bij kennis was en hoorden hem zeggen dat hij de bewoner [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer]) was. Verbalisanten hoorden [slachtoffer] voorts zeggen: “ze hebben mijn portemonnee gepakt en ze hebben mij geslagen en gestoken. Ik ben beroofd. Ik ken ze niet. Ik weet ook niet hoe ze eruit zagen. Ik heb de deur opengemaakt”. Hierna kwam het ambulancepersoneel ter plaatse. Zij hebben zich over [slachtoffer] ontfermd en hebben daarbij zijn jas uitgetrokken om te kijken of hij nog meer verwondingen aan het lichaam had buiten de verwondingen aan zijn linkerhand en gezicht. De jas werd door het ambulancepersoneel op de grond naast voornoemde plas met bloed gelegd. Behalve een blauwe verkleuring op de buik van [slachtoffer] werden door het ambulancepersoneel op dat moment geen zichtbare verwondingen op het lichaam waargenomen. [slachtoffer] is vervolgens per ambulance naar het ziekenhuis overgebracht, alwaar hij die zelfde dag op de operatietafel is overleden. De doodsoorzaak Bij sectie op het lichaam van [slachtoffer] is een zeer uitgebreide bloeduitstorting in veel weefsels van de buik waargenomen. De oorzaak van deze bloeduitstortingen is bij leven opgelopen door botsend geweld op de buik. Dit kan door stompen, slaan of schoppen zijn geweest. Voorts is een oppervlakkige snee in de linkerhandpalm (zogenaamd afweerletsel) waargenomen, opgeleverd door snijden met een scherp snijdend voorwerp zoals een mes en waren er verspreid in het gezicht en in de slijmvliezen van de neus en mond bloeduitstortingen te zien. Laatstgenoemde bloeduitstortingen zijn het gevolg geweest van botsend geweld zoals dat door slaan of stompen kan zijn opgeleverd. Het letsel aan het gezicht en de linkerhandpalm zijn voor het intreden van de dood niet van betekenis geweest. Door langdurig zuurstofgebrek als gevolg van het massaal bloedverlies in de buik is ernstige orgaanschade opgetreden. Het overlijden als gevolg hiervan kan hierdoor zonder meer worden verklaard. Forensisch technisch onderzoek (FTO) Op de plaats delict is op 21 april 2008 uitgebreid sporenonderzoek verricht . Hierbij werden diverse sporen aangetroffen. Op de vloer in de woonkamer werd een bloed aangetroffen. Naast deze bloedplas lag een jas waarvan de met bloed besmeurde linkermouw gedeeltelijk binnenstebuiten gekeerd was. De jas is als sporendrager verpakt, veiliggesteld en voorzien van identiteitszegel GVA714 . Op de vloer van de woonkamer lag tevens een basisstation van een huistelefoon. Hiervan was de bedrading doorgesneden dan wel doorgeknipt. Op het televisiekastje stond geen televisie. Echter, achter het televisiekastje lagen wel twee coaxkabels voorzien van coaxstekkers en een scartkabel voorzien van een scartstekker. Deze bleken te zijn losgetrokken. In de slaapkamer gelegen op de eerste verdieping aan de voorzijde van de woning stond tegenover het voeteneind van een eenpersoonsbed een lege bruine kartonnen doos voorzien van het opschrift LG LCD TV. De jas met identiteitszegel GVA714 is inbeslaggenomen en overgebracht naar het bureau van de forensische opsporing. De overige aangetroffen sporen werden veiliggesteld en voor nader onderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gezonden. Getuige [getuige 1] Tijdens het onderzoek naar de woningoverval zijn diverse getuigen gehoord, waaronder getuige [getuige 1]. [getuige 1] is veelvuldig en uitgebreid door de politie gehoord. [getuige 1] heeft op 16 mei 2008 anoniem de politie gebeld met de melding dat verdachte [naam verdachte] degene is geweest die in de nacht van 21 april 2008 een man in de [adres] zou hebben beroofd. Tegenover de politie en later ten overstaan van de rechter-commissaris heeft [getuige 1] verklaard dat verdachte die nacht, hij dacht dat het tussen 03.00 uur en 03.30 uur was, bij hem voor de deur stond met een platte televisie, een zwarte telefoon en een portemonnee met inhoud. Nadat [getuige 1] verdachte had binnengelaten heeft deze hem verteld dat hij die nacht op straat een dronken man was tegengekomen die net uit de kroeg kwam. Verdachte had daarop een bivakmuts opgezet en was met de man meegelopen naar zijn huis. Nadat de man de voordeur had geopend, heeft verdachte hem een klap en een schop gegeven en heeft hij de man naar binnen geslagen. Verdachte heeft vervolgens aan [getuige 1] verteld dat hij dacht dat hij de man had doodgeschopt. De raadsman heeft ter zitting aangevoerd dat de verklaringen van getuige [getuige 1] veel tegenstrijdigheden bevatten waardoor die verklaringen, zeker in hun onderlinge samenhang bezien, als onbetrouwbaar aangemerkt dienen te worden. Hij verzoekt ze om die reden uit te sluiten van het bewijs. De rechtbank deelt de opvatting van de raadsman niet. Zij stelt vast dat delen van de door [getuige 1] afgelegde verklaringen tegenstrijdigheden bevatten, maar dat leidt niet tot de conclusie dat de gehele verklaring van deze getuige onbetrouwbaar is en in zijn geheel buiten beschouwing moet blijven. Hierbij wordt door de rechtbank met name acht geslagen op het feit dat [getuige 1] in de kern steeds consistent en consequent heeft verklaard. Immers, in iedere verklaring heeft hij op essentiële onderdelen gelijkluidend over de rol van verdachte en over de weggenomen LCD televisie, telefoon en portemonnee verklaard. De rechtbank acht het hiervoor aangehaalde gedeelte van de verklaring van [getuige 1] dan ook betrouwbaar. Te meer omdat dit gedeelte van de verklaring ondersteund wordt door in een later stadium van het onderzoek verkregen bewijsmateriaal, te weten de resultaten van het hierna te bespreken DNA-onderzoek. Om deze redenen kan voornoemde verklaring bijdragen aan het wettig bewijs. Alibi verdachte De getuigen [getuige 9] en [getuige 10], die ten tijde van de woningoverval boven in de woning van [slachtoffer] verbleven, hebben met betrekking tot het tijdstip van de woningoverval verklaard dat deze heeft plaatsgevonden op 21 april 2008 omstreeks 01.30 uur. [getuige 9] en [getuige 10] hebben verklaard dat zij daarop de woning zijn uitgevlucht, waarna [getuige 9] omstreeks 01.45 uur de politie heeft gebeld. Verdachte heeft verklaard dat hij op 20 april omstreeks 19.15 uur naar een feestje van zijn vrienden [naam vriend] en [getuige 7] is gegaan. In de woning [getuige 5] en [getuige 7] heeft verdachte nog achter de computer gezeten. Vervolgens is hij van daar uit naar de woning van [getuige 6] gegaan, waar hij tot ongeveer 02.00 uur ’s nachts wat televisie heeft gekeken. Dat kon ook nog wat later zijn. Daarna is hij te voet naar de woning van [getuige 1] aan de [adres] gegaan. [getuige 6] heeft verklaard dat verdachte van ongeveer 22.15 uur tot ongeveer 02.30 uur in zijn woning was, waarmee hij verdachte een alibi verstrekt Uit onderzoek naar de historische gegevens van het mobiele telefoonnummer van verdachte is gebleken dat met dit nummer op 21 april 2008 tussen 00:28 uur en 00:47 uur vier maal contact is geweest met een telefoonnummer van een B.V. die diensten verleent op het gebied van sexdating en dergelijke. Met behulp van een door deze B.V. verstrekte code is vervolgens ingelogd via de personal computer van [naam vriendin van een vriend]. Tussen 00:26 uur en 01:03:16 uur zijn op deze computer een aantal pornografische websites bezocht. Hieruit blijkt reeds dat het alibi van verdachte niet klopt. Verdachte heeft zich in ieder geval tot 01:04 uur in de woning [getuige 5] en [getuige 7] opgehouden, hetgeen ook door [getuige 7] in een latere verklaring wordt bevestigd. Volgens diens verklaring is verdachte uiteindelijk omstreeks 01:10 uur te voet uit zijn woning vertrokken. De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat verdachte geen sluitend alibi heeft voor het tijdstip van de overval op [slachtoffer]. Voornoemde objectieve feiten en omstandigheden laten ruimte voor de mogelijkheid dat verdachte [slachtoffer] heeft overvallen. DNA-onderzoek In 2008 werden bij het NFI een aantal veiliggestelde sporen voor nader onderzoek ingebracht en bemonsterd. In het licht van de doorstart van het onderzoek in juli 2011 werd door het NFI alsnog DNA-onderzoek verricht aan de jas met SIN nummer AABU34425NL. De jas is daartoe vanuit de sporenopslag van het bureau van de forensische opsporing overgebracht naar het NFI. De rechtbank heeft geconstateerd dat een omnummering van voornoemde jas heeft plaatsgevonden, immers aanvankelijk had de jas identiteitszegel GVA714 en deze jas is vervolgens voorzien van SIN nummer AABU3425NL. Voornoemde omnummering is niet vastgelegd in een proces-verbaal. Ter zitting heeft de officier van justitie hieromtrent een nadere toelichting gegeven, inhoudende dat het NFI met betrekking tot veiliggestelde en nader te onderzoeken sporen de afgelopen jaren met SIN nummering is gaan werken en dat om die reden een omnummering van voornoemde jas heeft plaatsgevonden. De rechtbank stelt vast dat voornoemde omnummering van procedurele aard is en dat geen feiten en omstandigheden zijn gebleken die erop zouden kunnen wijzen dat er met betrekking tot de omnummering van de jas iets verkeerd is gegaan. De rechtbank ziet derhalve geen reden om te twijfelen aan het gegeven dat het hier om één en dezelfde jas gaat. Zij is derhalve van oordeel dat de nummers GVA714 en AABU3425NL op dezelfde jas zien en gaat hier bij onderstaande dan ook vanuit. De buitenkant van de jas met SIN nummer AABU3425NL is door het NFI onderzocht op de aanwezigheid van bloed . Hierbij zijn op diverse locaties verspreid over de jas bloedsporen aangetroffen die zijn bemonsterd en onderzocht op DNA. Van het DNA in de bemonstering AABU3425NL#09 (linkerzak aan de voorzijde van de jas) is een DNA-mengprofiel verkregen waarin de kenmerken van twee personen zichtbaar zijn, waarvan minimaal één man. Voornoemd DNA-mengprofiel is vergeleken met de DNA-profielen van het slachtoffer [slachtoffer] (GZA051) en met die van het in de databank opgeslagen DNA-profiel van verdachte (wangslijmvlies referentiemonster RGY987). Het DNA-profiel van [slachtoffer] matcht met dit DNA-mengprofiel. Onder de aanname dat [slachtoffer] één van de donoren is van het bloed en/of celmateriaal in deze bemonstering is het DNA-profiel van de andere celdonor afgeleid. Het DNA-profiel van verdachte (RGY987) matcht met dit afgeleide DNA-profiel. Het NFI concludeert in de nadere toelichting dat na analyse van de bemonstering AABU3425NL#09 van de jas, deze bemonstering bloed en/of celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van [slachtoffer] en eveneens bloed en/of celmateriaal bevat dat afkomstig kan zijn van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met dit afgeleide DNA-profiel is kleiner dan één op één miljard. Op verzoek van de verdediging is in juli 2012 door het Independent Forensic Services (IFS) een contra-expertise verricht op het spoor met SIN nummer AABU3425NL NFI#
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.