RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 2782577 OV VERZ 14-783 beschikking d.d. 17 maart 2014 op een verzoek tot opheffing van de vereffening ex artikel 4:209 van het Burgerlijk Wetboek (BW) ingediend door: Johannes Petrus Wilhelmus Braspenning, wonende te 4711 CD Sint Willebrord, Matheus van den Eedenstraat 10, in de nalatenschap van: Hubertus Adrianus Marinus Braspenning laatstelijk gewoond hebbende te 4731 EP Oudenbosch, Zouavenlaan 89, overleden te Roosendaal op 26 oktober 2013, nader te noemen erflater.
- Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken: het op 10 februari 2014 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen; de brief d.d. 5 maart 2014 houdende de mededeling dat afgezien wordt van het recht om op het verzoek te worden gehoord. 1.2 De inhoud van deze stukken geldt hier als ingelast. 2Het verzoek 2.1 Verzoeker is executeur van de beneficiair aanvaarde nalatenschap van erflater en verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW opheffing van de vereffening, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. 2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd. 2.3 Verzoeker heeft afgezien van verhoor door de kantonrechter. 3De beoordeling 3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er - gelet op de waarde van de schulden - aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen. 3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op www.rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoeker zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht. 3.3 De kantonrechter zal de vereffeningkosten, conform de opgave van verzoek(st)er, vaststellen op € 1.353,
- 3.4 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister. 4De beslissing De kantonrechter: - beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater; - stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 1.353,61 en brengt deze kosten ten laste van de boedel; - verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op www.rechtspraak.nl/uitspraken; - wijst af hetgeen meer of anders is verzocht. Deze beschikking is gegeven door mr. R.J.H. Goossens, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 maart 2014, in tegenwoordigheid van de griffier. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoek(st)er en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.