vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/278143 / KG ZA 14-121 Vonnis in kort geding van 27 mei 2014 in de zaak van 1de naamloze vennootschap JVC KENWOOD BELGIUM NV, gevestigd te B-1800 Vilvoorde, België, 2. de buitenlandse vennootschap SEPURA PLC, gevestigd te CB41GR Cambridge, Verenigd Koninkrijk, 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid PROGRESS PLUS BV h.o.d.n. AEG TRANZCOM NEDERLAND, gevestigd te Almere, 4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ABIOM COMMUNICATION SYSTEMS BV, gevestigd te Wijchen, eiseressen, advocaat mr. C.G. van der Wiel te Amsterdam, tegen het openbaar lichaam VEILIGHEIDSREGIO MIDDEN EN WEST BRABANT, gevestigd te Breda, gedaagde, advocaat mr. drs. H.M. Fahner te Den Haag. Partijen zullen hierna worden aangeduid als eiseressen en de Veiligheidsregio. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding, de brief van eiseressen van 8 april 2014 met producties 1 tot en met 27, de brief van de Veiligheidsregio van 10 april 2014 met een conclusie van antwoord in kort geding met producties 1 tot en met 16, de brief van eiseressen van 6 mei 2014 met productie 29, de brief van de Veiligheidsregio van 7 mei 2014 met producties 17 tot en met 20, de mondelinge behandeling op 9 mei 2014, de pleitnota van eiseressen, de pleitnota van de Veiligheidsregio. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2. Het geschil 2.1. Eiseressen vorderen dat de voorzieningenrechter bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad op de minuut en alle dagen: I. De Veiligheidsregio verbiedt de aanbestedingsprocedure ten aanzien van de percelen 1, 2 en 4 voort te zetten en beveelt deze te staken en gestaakt te houden; II. Zo de Veiligheidsregio de onderhavige opdrachten nog wenst te vergeven, beveelt ter zake een nieuwe aanbestedingsprocedure te organiseren conform het toepasselijk wettelijk kader; III. Bepaalt dat indien de Veiligheidsregio geen gevolg geeft aan de hiervoor onder I en II bedoelde bevelen de Veiligheidsregio een direct opeisbare dwangsom verbeurt van € 1.000.000,00 per overtreding en € 250.000,00 per dag dat de overtreding voortduurt; IV. de Veiligheidsregio veroordeelt in de kosten van deze procedure, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis, en bepaalt dat de Veiligheidsregio tevens de nakosten en de wettelijke rente over de proceskosten verschuldigd is. 2.2. De Veiligheidsregio voert verweer. 2.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De feiten 3.1. Op grond van de niet of onvoldoende weersproken stellingen en de overgelegde producties wordt uitgegaan van de navolgende feiten: De Veiligheidsregio heeft op 25 oktober 2013 een Europese openbare aanbesteding gepubliceerd onder referentie Interregionale Brandweer Aanbesteding Radio Communicatiemiddelen, hierna te noemen IBARC, met als sluitingsdatum voor inschrijving 4 december 2013 en geplande datum voor gunning 15 januari 2014. De aanbesteding is door de Veiligheidsregio geïnitieerd mede namens de Veiligheidsregio’s Zeeland, Brabant Noord en Utrecht en andere brandweerregio’s; in totaal nemen 15 regio’s deel, alsmede het Instituut Fysieke Veiligheid dat tevens uitvoerder is van de aanbesteding. De aanbesteding betreft de aanschaf van radiocommunicatie apparatuur ten behoeve van de Brandweer (objectcommunicatie en randapparatuur C2000/P2000) inclusief accessoires en onderhoud en vertegenwoordigt een belang van om en nabij 15 tot 16 miljoen euro. In de aankondiging van de opdracht is de opdracht als volgt onderverdeeld:Perceel 1A: Objectportofoons DMR (geen C2000) (6216 stuks)Perceel 1B: Tetra C2000 portofoons bevelvoerenden (4505 stuks)Perceel 2A: Tetra C2000 mobilofoons (1730 stuks)Perceel 2B: Bedienterminal voor mobilofoon 2A (905 stuks)Perceel 3: Conventionele P2000 pagers (zonder terugmelding) (5171 stuks)DMR staat voor Digitale Mobiele Radio. Naar aanleiding van gestelde vragen zijn opgesteld:Nota van Inlichtingen 1 van 15 november 2013 met 13 vragen,Nota van Inlichtingen 2 van 21 november 2013 met 13 vragen,Nota van Inlichtingen 3 van 26 november 2013 met 45 vragen Nota van Inlichtingen 4 van 10 december 2013 met 199 vragen Nota van Inlichtingen 5 van 28 januari 2014 met 21 vragen,Nota van Inlichtingen 6 van 12 februari 2014 met 16 vragen. In de 3e NvI van 26 november 2013 werd de klacht ten aanzien van de 100% uitwisselbaarheid van accessoires gehonoreerd door de oorspronkelijke percelen 1a en 1b te herindelen als afzonderlijke percelen 1 en 4; tevens werd de termijn voor inschrijving verlengd tot 9 januari 2014. Bij de 4e NvI van 4 december 2013 is meegedeeld dat de termijn voor inschrijving inmiddels tot 24 februari 2014 was verlengd. Naar aanleiding van een door Kenwood ingediende klacht dat uit de NvI onvoldoende blijkt dat in perceel 1 niet alleen DMR maar ook FDMA techniek mag worden aangeboden heeft de Klachtencommissie de navolgende beslissing gegeven: “Klacht terecht conform advies onafhankelijke inkoper.Informatie naar Klager en te nemen maatregelen/acties:FDMA techniek aanbieden is toegestaan.Bericht aan klager over uiteindelijke beslissing d.d. 19-12-2013” Eiseressen hebben niet ingeschreven; inschrijvers hebben uitsluitend portofoons en mobilofoons van het merk Motorola aangeboden. Er is nog geen sprake van een (voorgenomen) gunningsbesluit. 4Het geschil en de beoordeling 4.1. Rechtsverwerking 4.1.1. De Veiligheidsregio voert als verweer dat eiseressen hun recht hebben verwerkt om in dit kort geding bezwaar te maken tegen bepaalde eisen en wensen van het Beschrijvend Document. Onder verwijzing naar het Grossmann-arrest stelt de Veiligheidsregio dat de aangevoerde bezwaren in een eerder stadium hadden moeten worden ingediend zodat er gelegenheid was om in de NvI daarop te reageren. Andere bezwaren zijn in de diverse NvI reeds aan de orde gekomen en daarop is niet meer door eiseressen terug gekomen, zodat de Veiligheidsregio er vanuit mocht gaan dat haar antwoord op vragen afdoende was bevonden. 4.1.2. Eiseressen betogen dat in de door de Veiligheidsregio aangehaalde jurisprudentie sprake is van een niet vergelijkbare situatie: daar hadden inschrijvers wel ingeschreven en kennelijk ook kunnen inschrijven, maar niet gegund gekregen. Vanaf de aankondiging hebben eiseressen vragen gesteld en bezwaren en klachten ingediend: de Veiligheidsregio had ruim 300 vragen te beantwoorden in de diverse NvI’s. Een deel van de vragen en klachten zijn niet in de Nota’s van Inlichtingen gekomen. Op 19 februari 2014 is nogmaals gevraagd om uitstel van de inschrijvingstermijn. Toen in de Nota van Inlichtingen geen bevredigende antwoorden werden gegeven is gekozen voor dit kort geding. Voor ingang van de sluitingsdatum is gevraagd om verhinderdata in verband met dit kort geding. 4.1.3. De voorzieningenrechter stelt vast dat in casu nog geen voornemen tot gunning is uitgesproken en dat, met uitzondering van Sepura, eiseressen zich in de fase tot sluiting van de inschrijvingstermijn actief hebben opgesteld en hun bezwaren in een vroeg stadium hebben kenbaar gemaakt. Hun vragen zijn in 6 NvI’s beantwoord. Zij hebben vervolgens de beslissing tot gunning niet afgewacht maar dit kort geding aangespannen. Onder die omstandigheden hebben Kenwood, AEG en Abiom een gerechtvaardigd belang bij hun vorderingen en is niet aannemelijk geworden dat eiseressen zich hebben gedragen op een wijze die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onverenigbaar is met het uiten van bezwaren tegen de wijze waarop de aanbestedingsprocedure wordt gevoerd. Evenmin aannemelijk is dat bij de Veiligheidsregio het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat Kenwood, AEG en Abiom geen gebruik meer zouden maken van de mogelijkheid om verder bezwaar te maken. Dat laat onverlet dat het in strijd met een goede procesorde moet worden geacht bij pleidooi bezwaren aan de orde aan te voeren die noch in de nota’s van inlichtingen noch in de dagvaarding aan de orde zijn gesteld; het daartegen gerichte verweer van de Veiligheidsregio is terecht gevoerd. Ten aanzien van Sepura dient te gelden dat zij, nu in de inschrijvingsfase geen enkele act ie heeft ondernomen zij niet pas bij dagvaarding bezwaren kan aantekenen; de Veiligheidsregio hoefde daar geen rekening meer mee te houden. Sepura zal in haar vordering niet ontvankelijk worden verklaard. Waar hierna van eiseressen wordt gesproken wordt gedoeld op AEG, Abiom en Kenwood. 4.2. Eisen en wensen 4.2.1. Eiseressen gronden hun vordering op de stelling dat de aanbesteding op zodanige wijze is uitgeschreven dat aan de gevraagde specificaties alleen met Motorola-apparatuur kan worden voldaan. Met voornoemde eisen die geen van alle objectief gerechtvaardigd zijn wordt de mededinging beperkt. Er kan apparatuur van slechts één fabrikant worden aangeboden, terwijl veel meer fabrikanten en ondernemers in de markt opereren. Er zal zelfs sprake zijn van marktverschraling. Ter onderbouwing van de stelling dat eieressen niet kunnen voldoen aan de door de Veiligheidsregio gestelde eisen hebben zij een op 6 mei 2014 opgestelde rapportage vergelijking specificaties randapparatuur IBARC overgelegd, waarin per eis/wens wordt aangegeven dat de apparatuur van de fabrikanten Airbus, Cleartone, Hytera en Sepura al dan niet kunnen voldoen. Eiseressen beroepen zich op artikel 2.75 lid 2 Aw. waarin is bepaald dat de technische specificaties inschrijvers gelijke toegang moeten bieden en niet tot gevolg mogen hebben dat ongerechtvaardigde belemmeringen voor de openstelling van opdrachten voor mededinging worden geschapen. Zij stellen dat niet alleen voornoemd nalaten aan de technische eisen de woorden ‘of gelijkwaardig’ toe te voegen leidt tot ongerechtvaardigde belemmering, maar dat ook het stellen van eisen en wensen waaraan slechts door één fabrikant kan worden voldaan daartoe leidt en daarmee tot strijd met de wet. 4.2.2. Volgens de Veiligheidsregio zijn de eisen en wensen die zij stelt in het bestek ingegeven door de veiligheid en de praktijkervaringen met de veiligheid van de uitgevraagde apparatuur. De eisen en wensen zijn derhalve objectief gerechtvaardigd vanuit dat oogpunt van veiligheid. Meerdere partijen zijn in staat om aan de eisen te voldoen en kunnen dus inschrijven. Aan potentiële inschrijvers is door verlenging van de termijn tijd gegeven om hun product desgewenst aan te passen. Als voorbeeld geldt de terminal: die apparatuur is ontwikkeld op basis van de wensen van de brandweer en daarvan is al door één fabrikant een ontwerp gemaakt. Het rapport van Strict dient buiten beschouwing te blijven omdat het niet objectief is. Het is geschreven in opdracht van eiseressen terwijl Strict niet beschikte over alle NvI’s en geen andere merken heeft vergeleken. 4.2.3. Voorop gesteld dient te worden dat, waar de Veiligheidsregio als hoofdcriterium voor gunning de economisch meest voordelige inschrijving hanteert zij een ruime discretionaire bevoegdheid heeft bij de vaststelling en beoordeling van de (sub)gunningscriteria. De voorzieningenrechter zal hierna beoordelen of aanbesteder, gegeven die bevoegdheid, bij haar aanbestedingsprocedure de daar aan te stellen eisen van proportionaliteit, transparantie en non-discriminatie heeft geschonden zoals eiseressen stellen, maar de Veiligheidsrisico betwist. De door de Veiligheidsregio aangevoerde bezwaren tegen het rapport Strict zijn terecht en dat rapport zal daarom buiten beschouwing worden gelaten 4.3. Marktconsultatie en termijn 4.3.1. Eiseressen stellen dat zij zich niet tijdig hebben kunnen voorbereiden op deze aanbesteding omdat er geen marktconsultatie heeft plaatsgevonden en er geen overleg tussen de Veiligheidsregio en de marktpartijen (met uitzondering van één fabrikant) is geweest. Er is strijd met het proportionaliteitsbeginsel. Door het ontbreken van overleg hebben zij meer tijd nodig dan gegeven om aan de zeer specifieke eisen en wensen te kunnen voldoen. 4.3.2. De Veiligheidsregio stelt zich op het standpunt dat er geen recht van marktpartijen is om te worden geconsulteerd over het voorwerp van de opdracht, noch over mogelijke eisen en wensen. Niettemin heeft wel een marktoriëntatie plaatsgevonden. Dat was een intern en zorgvuldig traject dat echter niet extern gecommuniceerd behoeft te worden. De behoeftestelling is volgens de Veiligheidsregio geijkt aan een uitgebreid onderzoek naar de op de markt beschikbare communicatieapparatuur. Uit dat marktonderzoek blijkt dat de uitgevraagde apparatuur door meerdere fabrikanten worden geproduceerd en door meerdere leveranciers kan worden aangeboden. 4.3.3. Het staat een aanbestedende dienst in beginsel vrij om, zoals de Veiligheidsregio stelt, haar eisen en wensen te formuleren op basis van eigen onderzoek aan de hand van door gebruikers aangeleverde specificaties zonder daarbij marktpartijen tevoren te raadplegen. Zij mag haar aanbesteding niet inrichten op basis van overleg met één marktpartij. Eiseressen stellen dat dat wel is gebeurd maar dat is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Door niet een “openbare” marktconsultatie te houden waarbij potentiële inschrijvers zich kunnen uitlaten over eventueel te stellen wensen en eisen heeft de Veiligheidsregio wel het risico genomen dat haar wensen en eisen zo specifiek zijn dat de standaard apparatuur “van de plank” daar niet aan kan voldoen en een aantal specificaties maatwerk vereisen. Dat zou kunnen worden afgeleid uit het grote aantal gestelde vragen. Consequentie zou dan kunnen zijn dat, indien potentiële inschrijvers zich daar niet op hebben kunnen voorbereiden, een langere inschrijvingstermijn is vereist dan in casu is gegeven. Pas nadat de herindeling van percelen had plaatsgevonden werd de inschrijvingstermijn enkele weken verschoven tot het nieuwe jaar in de vakantietijd. Vervolgens werden nog enkele wijzigingen doorgevoerd ten aanzien van minimum eisen en werd de inschrijving weer enkele weken verschoven tot februari 2014. De voorzieningen-rechter stelt voorts vast dat de vele vragen die zijn gesteld hebben geleid tot herindeling van percelen en het wijzigen van minimum eisen. Dit betreft wezenlijke wijzigingen. De Veiligheidsregio heeft vanwege deze wijzigingen de termijn tweemaal moeten verlengen. Dat de sluitingsdatum van de inschrijving tweemaal is verschoven maakt onder deze omstandigheden niet dat eiseressen hiermee een termijn van 122 dagen hebben verkregen. Of de termijnen van opschorting in twee afzonderlijke korte periodes van dien aard waren dat daarmee genoeg tijd is gegeven om alsnog de gevraagde functionaliteiten te ontwikkelen zal hierna beoordeeld worden. 4.4. Perceel 1: Objectportofoons DMR (geen C2000) 4.4.1. Eiseressen stellen dat de Veiligheidsregio naar aanleiding van de klacht inhoudend dat portofoons dienden te worden geleverd conform de ETSI standaard TS 102 361-1 en -2 (lees: DMR), terwijl er naast DMR-techniek ruimte dient te zijn voor een gelijkwaardige techniek zoals FDMA-techniek, in haar NvI 1 onder punt 5 de eis ten aanzien van de ETSI standaard heeft aangevuld met de zinsnede ‘of gelijkwaardig’, maar daarbij in strijd met artikel 2.76 Aanbestedingswet en in zijn algemeenheid met het gelijkheidsbeginsel niet heeft afgezien van de eis dat portofoons met DMR-techniek moesten worden geleverd. Dat blijkt ook in NvI 6 waarin de Veiligheidsregio bevestigt dat de aanvulling ‘of gelijkwaardig’ ziet op de wijze waarop bewijs wordt geleverd van het feit dat aan de genoemde ETSI standaard wordt voldaan, te weten met een ETSI-standaard certificaat of een daaraan gelijkwaardig bewijsmiddel. Dat vasthouden aan die standaard is ook in strijd met het op die klacht van Kenwood gegeven advies van de klachtencommissie dat luidt dat de FDMA techniek een mogelijkheid moet krijgen. De Veiligheidsregio heeft voorts in strijd met haar eigen klachtenprocedure nagelaten het advies van de klachtencommissie inhoudend dat naast DMR ook FDMA techniek moet kunnen worden aangeboden in de NvI op te nemen. Dat opnemen is niet alleen voor eiseressen, maar evenzeer voor andere inschrijvers van belang, waarbij zij wijzen op de klachtenprocedure: “(…) Zodra op de klacht een beslissing is genomen ontvangt de klager deze beslissing en motivering op schrift. Voor zover de beslissing van de Klachtencommissie van belang is voor de Aanbestedingsprocedure, zal de beslissing en het effect ervan op de procedure ook – geanonimiseerd – gecommuniceerd worden met de aan IFV bekende gegadigden/inschrijvers. (…)” Voor zover de Veiligheidsregio beweert dat TDMA (lees DMR) portofoons beter worden beoordeeld en als beste uit de door M&I in 2012 uitgevoerde test zijn gekomen, is die stelling volgens eiseressen niet juist en misleidend. Niet is aangetoond dat de FDMA-techniek qua prestaties niet vergelijkbaar zou zijn met de TDMA-techniek. 4.4.2. De Veiligheidsregio stelt dat als objectieve rechtvaardiging voor haar keuze voor DMR geldt dat DMR als beste technologie uit de door M&I in 2012 uitgevoerde portofoontests is gekomen. Zij erkent dat de Raad van Brandweer Commandanten (RBC) op 28 januari 2013 heeft besloten vooralsnog vast te houden aan de keuze voor portofoons op basis van TETRA techniek en daarnaast onderzoek te doen naar de toepassingsmogelijkheden van objectportofoons op basis van DMR-techniek. Dat onderzoek heeft plaatsgevonden en resulteerde in de keuze, door alle betrokken regio’s, van de DMR-techniek. Volgens de Veiligheidsregio is er voldoende aanbod van DMR portofoons, ook bij enkele van eiseressen, en lopen andere eiseressen achter op de ontwikkelingen, door zelf de keuze te maken om geen DMR-portofoon te ontwikkelen. De Veiligheidsregio betwist dat Richtlijn 1999/5/EG in de weg staat aan het uitvragen van DMR objectportofoons, ofwel objectportofoons die voldoen aan de ETSI standaard TS 102-361-1 en -2. Doordat bij de 2e NvI de eis is aangevuld met de passage ‘of gelijkwaardig’, conform artikel 2.76 lid 2 Aw krijgt een inschrijver de ruimte om aan te tonen dat zijn oplossing gelijkwaardig is aan de gestelde norm. Volgens de Veiligheidsregio is het advies van de klachtencommissie niet dwingend. Zij betoogt dat het advies is gebaseerd op een verkeerd geïnterpreteerde opmerking namens de Veiligheidsregio en dat de klachtencommissie ten onrechte heeft begrepen dat de Veiligheidsregio er mee zou hebben ingestemd dat ook FDMA-techniek zou mogen worden aangeboden. De Veiligheidsregio stelt dat zij echter nooit afstand heeft willen doen van de eis met betrekking tot voornoemde ETSI-norm en dat zij direct heeft gecommuniceerd dat aan de DMR- technologie wordt vastgehouden. 4.4.3. De voorzieningenrechter neemt als uitgangspunt dat de keuze voor DMR, gelet op de ruime discretionaire bevoegdheid van de Veiligheidsregio, in beginsel is toegestaan. De uitkomsten van de door M&I uitgevoerde portofoontest geven, in samenhang met de door de Veiligheidsregio gegeven toelichting op haar keuze, die mede is ingegeven door veiligheidseisen – die nu eenmaal bij gebruik door brandweerlieden in potentieel soms gevaarlijke situaties van evident belang zijn – voldoende rechtvaardiging voor de keuze voor de DMR-techniek. Dat die keuze tot gevolg heeft dat portofoons met FDMA-technologie niet kunnen worden aangeboden, levert geen ongerechtvaardigde belemmering in de zin van artikel 2.75 lid 2 Aanbestedingswet op. Het advies van de – interne – klachtencommissie van het IFV, voorzien in artikel 4.14 van het Beschrijvend document van aanbesteder, is gelet op de mogelijkheid van klagers zich vervolgens te wenden tot de Commissie van Aanbestedingsexperts, niet bindend. De Veiligheidsregio stelt dat er sprake is geweest van een misverstand, meer speciaal dat de Klachtencommissie op onjuiste gronden tot het advies is gekomen. Het had op de weg gelegen van de Veiligheidsregio om dit standpunt te communiceren aan eiseressen en andere inschrijvers. Consequentie van het standpunt is overigens dat de eis betreffende DMR-techniek niet is gewijzigd zodat het advies geen invloed heeft, in de zin van artikel 4.14, op de aanbestedingsprocedure. De eiseressen die DMRapparatuur kunnen leveren hebben gesteld dat de eisen in het Beschrijvend Document zo specifiek zijn toegeschreven op Motorola apparatuur, dat ook zij geen DMR-apparatuur kunnen leveren die aan de specificaties voldoet en dus evenmin kunnen inschrijven. In het kader van dit kort geding is geen plaats voor bestudering van de meer dan 300 vragen ten aanzien van die specifieke eisen en wensen teneinde te beoordelen of alleen Motorola aan de gestelde eisen kan voldoen. De omstandigheid dat, naar door eiseressen onweersproken is gesteld, op perceel 1 uitsluitend is ingeschreven met apparatuur van het merk Motorola maakt voldoende aannemelijk dat die eiseressen, zoals zij stellen, onvoldoende tijd hadden, een op die eisen en wensen gerichte aanbieding te doen met door hen gefabriceerde respectievelijk te leveren DMR-portofoons. De korte termijn moet derhalve, als overwogen onder 4.3.3, als disproportioneel worden beschouwd. Daarmee is de vordering met betrekking tot perceel 1 in beginsel toewijsbaar. 4.5. Perceel 2a en 2b: Tetra C2000 mobilofoons(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.