← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2014:7103

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 12/705923-10 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 16 oktober 2014 in de strafzaak tegen [verdachte], geboren op [geboortedag] 1972 te [geboorteplaats], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie “Torentijd”, Torentijdweg 1, 4337 PE Middelburg, raadsman mr. M. van Dam, advocaat te ’s-Hertogenbosch. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 7 april 2014, 8 april 2014, 11 september 2014, waarbij de officier van justitie mr. R.C.P. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter zitting is op 2 oktober 2014 gesloten. 2De tenlastelegging Verdachte staat terecht ter zake van de feiten die nader zijn omschreven in de dagvaarding, met bijgevoegde en daarvan deel uitmakende teksten van de tenlastelegging onder feiten 1 en 2, die als bijlage 1 aan dit vonnis is gehecht en waarvan de inhoud wordt geacht hier te zijn ingelast. Ter zitting van 7 april 2014 is de tenlastelegging gewijzigd overeenkomstig de vordering wijziging tenlastelegging die als bijlage 2 aan dit vonnis is gehecht en waarvan de inhoud wordt geacht hier te zijn ingelast. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de onder 1 (in alle 222 te onderscheiden gevallen) en 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, in die zin, dat verdachte die feiten alleen heeft gepleegd. Volgens de officier van justitie kan de verklaring van verdachte ter zitting “dat hij nooit normale handel heeft bedreven” als een volledige bekentenis ter zake van alle feiten worden beschouwd, omdat er in het dossier geen aanwijzingen zijn die duiden op reguliere handel door verdachte en verdachte bovendien op een aantal momenten, zowel tegenover de politie, tijdens het onderzoek ter zitting als in het Pieter Baan Centrum (PBC), aantoonbaar ongeloofwaardig over zijn gedragingen heeft verklaard. Deze vaststellingen, in combinatie met de inhoud van de aangiften van de feiten, het bewijs dat de ten laste gelegde bankrekeningen ten name van verdachte zijn gesteld, de bijschrijvingen op die bankrekeningen en de geldopnames van die rekeningen, terwijl verdachte er geen aangifte van heeft gedaan dat iemand anders die rekeningen zou hebben gebruikt, de normale eigennamen die hij heeft gebruikt voor zijn handel, met e-mailadressen die daarbij pasten en waarbij hij namen van slachtoffers van het ene feit gebruikte bij de oplichtingen in de andere zaken, kunnen, gelet op dezelfde modus operandi bij de feiten als schakelbewijs dienen voor de bewezen verklaring van alle ten laste gelegde feiten. In lijn van de overwegingen van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch in zijn uitspraak van 23 januari 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:121) is in juridische zin sprake van strafbare oplichtingen. Aan de verdediging kan worden toegegeven dat de handel via Marktplaats.nl extra alertheid vraagt van degenen die via die website goederen willen aanschaffen en dat zij de daarbij behorende risico’s in beginsel moeten aanvaarden, maar daartegenover staat dat, waar vast staat dat verdachte welbewust misbruik heeft gemaakt van het vertrouwen van aangevers en zich over hun rug heeft verrijkt, verdachte de verantwoordelijkheid van zijn gedragingen niet kan afwentelen op de lichtgelovigheid of onzorgvuldigheid van de aangevers onder het motto: “Don’t blame the victim”. 4.2 Het standpunt van de verdediging De raadsman heeft op gronden die nader in zijn pleitnotities zijn genoemd primair tot integrale vrijspraak bepleit omdat de ten laste gelegde feiten op grond van de heersende jurisprudentie niet als oplichting als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht te bewijzen zijn. Subsidiair heeft hij deelvrijspraken van de feiten onder aangiftenummers 7, 41, 52, 57, 78, 85-102, 121, 183 en 200 van het onder 1 ten laste gelegde bepleit. Ook acht hij onvoldoende bewijs aanwezig dat verdachte de ten laste gelegde feiten samen met een ander heeft gepleegd. De stelling van de officier van justitie dat verdachte de feiten integraal heeft erkend door te verklaren “dat hij nooit normale handel heeft bedreven” gaat volgens de raadsman niet op. Weliswaar erkent verdachte schuld aan de feiten, maar dit geldt alleen voor zover de bankrekeningen aan hem te koppelen zijn en bovendien vast staat dat hij via die rekeningen heeft gehandeld. In het geval verdachte een bankrekening als één van zijn eigen bankrekeningen herkent, maar de namen van aangevers niet herkent kan er sprake zijn van oplichting. Als verdachte een bankrekening echter niet herkent als een door hem geopende rekening kan er geen sprake zijn van een door hem gepleegde oplichting als niet vaststaat dat die bankrekening door hem is gebruikt. Daarbij moet in aanmerking worden genomen dat de naam van verdachte bekend is via de website ‘oplichters op internet’ en dat er volgens verdachte ook een kopie van zijn paspoort in omloop is. Derhalve kan niet worden uitgesloten dat anderen misbruik hebben gemaakt van die gegevens. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Inleiding In het dossier betreffende verdachte zijn 581 aangiften en 120 meldingen opgenomen ter zake van oplichting via de internetsite Marktplaats.nl, gepleegd in de jaren 2009, 2010 en 2011, waarvan 223 aangiften in de tenlastelegging zijn opgenomen. De betrokken aangevers hebben verklaard dat een door hen genoemde persoon heeft gereageerd op door hen op Marktplaats.nl geplaatste oproepen of advertenties waarin door hen onder andere toegangskaarten/concertkaarten en/of reischeques werden gevraagd dan wel dat zij hebben gereageerd op, op die internetsite geplaatste oproepen of advertenties waarin dergelijke goederen door die persoon werden aangeboden. De aangevers verklaren dat zij met die persoon telefonisch, dan wel per e-mail, contact opnamen en/of onderhielden over de gewenste goederen, met die persoon een prijs voor de verkoop van die goederen overeen kwamen dan wel afspraken maakten dat die goederen zouden worden opgestuurd per post na betaling/overschrijving van de overeengekomen prijs, om vervolgens het overeengekomen bedrag te storten op het aan hen door die persoon verstrekte bankrekeningnummer. Verdachte wordt verweten dat hij de persoon is die reageerde op die door aangevers geplaatste oproepen/advertenties op Marktplaats.nl dan wel die goederen op die internetsite aanbood, met aangevers contacten onderhield over de prijs en levering van die goederen onder een valse naam en via e-mailadressen die daarbij pasten, en aan hen een bankrekeningnummer doorgaf waarop zij het overeengekomen aankoopbedrag konden storten, terwijl hij niet in het bezit was van die voornoemde goederen, althans niet van plan was die goederen te leveren. Bewijsverweren Ten behoeve van de leesbaarheid van dit vonnis zal de rechtbank eerst haar oordeel geven over de door de raadsman gevoerde bewijsverweren dat er in dit geval geen sprake is van oplichting, in elk geval niet ten aanzien van de specifieke feiten die door de raadsman zijn genoemd, en dat de stelling van de officier van justitie dat verdachte de feiten integraal heeft erkend door te verklaren “dat hij nooit normale handel heeft bedreven” niet op gaat. De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Kan de verklaring van verdachte “ dat hij nooit normale handel heeft bedreven ” als een volledige bekentenis van de feiten worden aangemerkt? Verdachte heeft over de aan hem ten laste gelegde oplichtingen wisselend verklaard, uiteenlopend van een volledig ontkenning van de feiten tot zijn verklaringen op de zittingen van 7 april 2014 en 8 april 2014 waarin hij openheid van zaken heeft gegeven en - uiteindelijk – heeft verklaard “dat hij nooit normale handel heeft bedreven”. De verklaringen van verdachte op genoemde zittingen vallen in drie delen uiteen, te weten: I. antwoorden op vragen over de afzonderlijke feiten aan de hand van de gegevens in de individuele aangiften en de gegevens over de betalingen op de 23 in de tenlastelegging nader genoemde bankrekeningen, gevolgd door II. het voorlezen door verdachte van een door hem aan de rechtbank geschreven brief, en ten slotte III. antwoorden op nadere vragen naar aanleiding van de handgeschreven brief. Ad I. De eerste verklaringen van verdachte ter zitting over de betalingen naar aanleiding van bestellingen via Markplaats.nl laten zich als volgt samenvatten (met verwijzing naar het feitnummer en letter van de bankrekening in de tenlastelegging (1, a t/m v, en 2) en de pagina van het proces-verbaal der terechtzittingen van 7 april 2014 en 8 april 2014). A: - ( - Argentabank 1 a, aangevers 1 t/m 3, p. 9): Deze drie verdenkingen zijn juist. De rekening is van mij. Bij deze drie weet ik dat het fout is gegaan. Het klopt dat ik wel eens heb gezegd dat ik een Belgisch rekeningnummer had in verband met werk in België. Dat is een luizenstreek van mij, omdat het niet klopte; - ( - AXAbank 1 b, aangevers 4 t/m 6, p. 10): Bij deze rekening geldt hetzelfde als voor die van de Argenta bank. Er zijn fouten gemaakt. De fouten waren dat de aangevers kaarten wilden hebben die ik op dat moment niet had. Ik neem de volle verantwoording voor deze feiten; - (BKCP-bank 1 d, aangevers 8 t/m 24, p. 12): De rekening is van mij. Als ik aliassen, zoals [alias 12] en [alias 11] heb gebruikt heb ik dat waarschijnlijk gedaan omdat andere namen op opgelichtopinternet.nl stonden. Het is in alle zeventien gevallen fout gegaan. Ik reageerde niet alleen op gevraagde kaarten, ik heb ook kaarten aangeboden; - ( - bank Caisse Dépargne de la Ville de Tournai 1 e, aangevers 25 t/m 51, p. 17): Deze bank ken ik. Daar heb ik een rekening gehad. De naam [naam 1] zegt mij wel wat. De naam [benadeelde 30] zegt mij ook wel wat. Het klopt dat in dat geval de aankoop en levering fout is gegaan. Ook de naam [benadeelde 33] zegt mij wel wat. Hier is het ook fout gegaan. Ook de namen [benadeelde 35], [benadeelde 39] en [benadeelde 41] herinner ik mij. Daar is het fout gegaan. De namen die ik gebruikte haalde ik van internet, door te googelen. Je kunt de naam [verdachte] googelen en dan kijken welke namen er staan. Soms waren het bestaande namen, soms niet. Je kunt een naam ook een ietsje veranderen. Dit is mijn rekening geweest; - ( - CBC-bank 1 f, aangevers 52 en 53, p. 17): Het is mijn rekening. Het totaal bedrag van € 281,00 staat vast op die rekening. Ik weet niet of de kaartjes zijn geleverd; - ( - Centea-bank 1 g, aangevers 54 t/m 64, p. 19): Deze rekening is van mij geweest. Dat is de rekening waar alles mee begonnen is. Ik heb die rekening destijds puur voor oplichting gebruikt. Het kwam voort uit boosheid. Het is een rekening waar het helemaal fout is gegaan; - ( - Delta Lloyd bank 1 h, aangevers 65 t/m 81, p. 20): De naam Delta Lloyd zegt mij wel wat. Als u zegt dat de rekening op mijn naam stond, zal het mijn rekening zijn geweest; - ( - Europabank 1 k, aangevers 103 t/m 106, p. 23): Ik heb een rekening gehad bij de Europabank. Nadat verdachte is voorgehouden dat bij het openen van de rekening een kopie van zijn paspoort is over gelegd: Dan zal het mijn rekening zijn geweest; - ( - Fortuneo bank 1 l, aangevers 107 t/m 126, p. 25): Het zou kunnen dat ik bij deze bank een rekening heb gehad. Als ik dit bij de Belgische politie heb verklaard, dan is dat zo; - ( - ING bank 1 m nummer eindigend op 8575, aangevers 127 t/m 137, pgs. 27): De jongste rechter houdt verdachte nogmaals zijn verklaring (p. 4579) voor waarin hij verklaart de ING-rekening te hebben geopend. Als ik het getekend heb, zal het kloppen. De voorzitter deelt mee dat de verklaring in concept is getekend. Dan klopt het; - ( - KBC bank 1 n, aangevers 138 t/m 143, p. 28): De rekening is van mij. Bij de betalingen op deze rekening is een deel van de kaarten geleverd en een deel niet; - ( Keytrade bank 1 o, aangevers 144 t/m 150, p. 28): Op de Keytrade bank staat nog een bedrag van ongeveer € 1.800,00 vast. - ( - Landbouwkrediet 1 p, aangevers 151 t/m 162, p. 29): De rekening is van mij geweest. Ik heb geen verklaring voor de bedragen die op de rekening zijn gestort; - ( - OBK bank 1 q, aangevers 163 t/m 174, p. 31): Deze bankrekening is van mij geweest; - ( - Record bank 1 r, aangevers 175 t/m 181, p. 31): Deze bankrekening is van mij geweest. [benadeelde 175] zou een van de personen geweest kunnen zijn bij wie het fout gegaan is; - ( VDK bank 1 s, aangevers 182 en 183, p. 33): De bankrekening zegt mij niets. De oudste rechter houdt verdachte voor dat hij in het geval van [benadeelde 183] heeft erkend dat hij de naam [alias 81] heeft gebruikt. Als ik dat in 2010 heb gezegd, zal het zo zijn; B: - ( BCP-bank 1 c, aangever 7, p. 10): Ik heb bij BCP geen rekening gehad; - ( - Deutsche bank 1 i, aangevers 82 t/m 84, p. 21): Ik heb de rekening geopend, maar nooit gebruikt; - ( Dexia bank 1 j, aangevers 85 t/m 102, p. 21): Deze rekening is niet van mij. Ik heb er niets mee te maken; - ( Habib bank 1 t, aangevers 184 t/m 191, p. 33): De rekening zegt mij niets; - ( Attijariwafa bank 1 u, aangevers 192 t/m 213, p. 35): Deze rekening zegt mij niets; - ( Chaabi Du Maroc bank 1 v, aangevers 214 t/m 222, p. 35): Volgens mij is de rekening niet van mij; - ( ING bank 2, nummer eindigend op 8241, aangever 223, p. 36): Het zegt mij niets. Ad II. De door verdachte voorgelezen en overlegde brief aan de rechtbank kan worden samengevat als een verklaring waarom hij met het oplichten van personen is begonnen, naar de rechtbank begrijpt: met de kwade intentie om via misleiding anderen geld afhandig te maken. De oorzaak daarvan moet, volgens deze verklaring, worden gezocht in de slechte jeugd van verdachte, omdat die werd gekenmerkt door gewelddadigheden binnen het gezin waarin hij opgroeide. Hij heeft daarom op zijn achttiende jaar het ouderlijk huis verlaten en kwam er in 2009 achter dat zijn moeder nog steeds werd lastig gevallen door zijn vader. Dit was voor verdachte reden om via de Centea-rekening bewust personen op te gaan lichten en hij erkent “dat hij veel schade heeft aangericht”. Ad III. De antwoorden op de nadere vragen, zoals verwoord in het proces-verbaal der terechtzittingen op 7 april 2014 en 8 april 2014 houden in: “De voorzitter vraagt verdachte of hij met zijn opmerking “dat hij veel schade heeft aangericht” alleen de zaken bedoelt met betrekking tot de Centea-rekening of ook andere? Dit geldt voor alle zaken voor zover ik mij deze kan herinneren. Ik heb al aangegeven dat het verder ging dan de Centea-bank. De voorzitter vraagt of in de gevallen die verdachte zich herinnert en waarvan hij heeft gesteld dat ”het fout is gegaan” het gaat om een fout die iedereen kon gebeuren of dat dit ook bewuste oplichting van personen betrof, net als bij de Centea-bank? Dat laatste. De voorzitter vraagt of dat gaat om de bankrekeningen die verdachte zich herinnert? Dat klopt. De voorzitter deelt mee dat hij zich kan voorstellen dat verdachte zich niet alle namen herinnert. Hij vraagt verdachte of hij zich kan vinden in de vaststelling dat dit ook geldt voor de gevallen dat uit het dossier aantoonbaar blijkt dat personen geld hebben gestort voor de aankoop van kaarten et cetera, maar hun geld niet hebben teruggekregen. Dat klopt. De voorzitter vraagt of het ook verdachtes opzet was om die kaarten niet te leveren. Als u dat zo keihard wilt formuleren, ja. De voorzitter vraagt of dit betekent dat verdachte de feiten 1 en 2 nu alsnog volledig erkent? De zaken waarvan ik heb gezegd “dat heb ik gedaan” is oplichting. De voorzitter vraagt verdachte of de zaken waarvan hij zegt dat “het fout is gegaan” en zich die zaken herinnert oplichting was, anders dan zijn eerdere verklaringen op deze zitting?Dat klopt. (…) De voorzitter vraagt nogmaals of verdachte zegt dat de zaken die hij zich niet herinnert (maar die blijkens het dossier wel aan verdachte kunnen worden gekoppeld, omdat de bankrekeningen op zijn naam stonden, mensen geld op die rekeningen hebben gestort voor kaarten et cetera, maar niets terug hebben gekregen, geen geld of kaarten) niet heeft gepleegd of dat hij niet uitsluit dat hij ook die mensen heeft opgelicht? Voor wat betreft de zaken van de Dexia-bank sowieso niet en ook voor wat betreft een aantal rekeningen die ik niet heb gehad. De rest wel. De voorzitter vraagt of de rechtbank de verklaringen van verdachte zo kan samenvatten dat in het geval verdachte de rekeningen herkent en waarop geld is betaald, het kan zijn dat hij het zich niet herinnert, maar dat hij vermoedelijk wel de personen heeft opgelicht? Dat is wat ik zeg, dat klopt. De officier van justitie vraagt verdachte ook hij normale handel heeft bedreven en of hij wel eens kaartjes heeft geleverd, omdat het dossier daarvoor geen enkele aanwijzing bevat. Er zijn wel eens kaartjes geleverd. Ik ben het met u eens dat de feiten, zoals die uit het dossier blijken, mij tegen spreken. De officier van justitie houdt verdachte voor dat, wat hem betreft, beter zaken gedaan kan worden met iemand die schoon schip maakt en dat dit een cruciaal moment is. Hij vraagt of verdachte “gewone zaken” heeft gedaan. De voorzitter houdt verdachte voor dat dit een belangrijk moment is en dat hij goed moet nadenken over wat hij verklaart. Hij wijst verdachte nogmaals op zijn zwijgrecht. De voorzitter vraagt of verdachte aan de personen die op de tenlastelegging staan, ooit daadwerkelijk kaartjes et cetera, heeft willen verkopen? Ik heb geen kaarten verkocht. De kaarten waren er niet. Voor een hoop zaken, die ik ook al toegegeven heb, is het inderdaad oplichting. De officier van justitie houdt verdachte voor dat er geen enkel bewijs is dat verdachte kaarten heeft ingekocht en verkocht. Hij vraagt verdachte of hij ooit normale handel heeft bedreven en kaarten heeft ingekocht en verkocht zoals verdachte eerder heeft verklaard. Ik kan dat niet bewijzen, dus nee. De officier van justitie vraagt nogmaals of verdachte normale handel heeft bedreven. Nee. De officier van justitie vraagt of het juist is dat verdachte het zojuist afgespeelde telefoongesprek heeft gevoerd? Ik kan mij dat verhaal niet herinneren, behalve dan dat [naam verbalisant] mij het liet horen. Mijn stem lijkt erop. De voorzitter vraagt aan verdachte of hij [benadeelde 223] (feit 2) heeft opgelicht. Het lijkt erop. Ik sluit het niet uit.” De rechtbank concludeert op grond van de onder I en III door verdachte ter zitting afgelegde verklaringen dat de enkele verklaring “dat hij nooit normale handel heeft bedreven” niet als een volledige bekentenis kan dienen, zoals de officier van justitie stelt. Daarentegen kan op grond van die verklaringen wel worden vastgesteld dat verdachte ten aanzien van de door hem geopende/gebruikte bankrekeningen heeft erkend dat hij bewust aan het oplichten was, inclusief de zaken die hij zich niet herinnert maar die blijkens het dossier wel aan hem kunnen worden gekoppeld, omdat de bankrekeningen op zijn naam stonden, personen geldbedragen op die rekeningen hebben gestort voor kaarten et cetera, maar niets terug hebben gekregen, geen geld of kaarten. Zo beschouwd kunnen die verklaringen, tezamen met zijn verklaringen dat de bankrekening bij de Centea bank zijn eerste rekening was, dat hij die rekening puur voor oplichting heeft gebruikt, dat het verder ging dan de Centea bank, dat hij wel eens heeft gezegd dat hij een Belgisch rekeningnummer had in verband met werk in België en dat dit een luizenstreek van hem was, omdat het niet klopte in onderling verband beschouwd met zijn verklaringen dat hij geen kaarten heeft verkocht, dat die kaarten er niet waren, en dat hij heeft erkend dat het zijn opzet was om die kaarten niet te leveren, worden aangemerkt als een volledige bekentenis ter zake van de feiten en bankrekeningen die betrekking hebben op de hiervoor genoemde verklaringen van verdachte onder I A. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte diezelfde handel heeft bedreven via de bankrekeningen, genoemd in zijn verklaringen onder I B. Op nadere vragen over deze rekeningen heeft verdachte verklaard dat zijn gedrag misschien is gekopieerd door “meneer H” (volgens de raadsman daarbij vermoedelijk doelend op verdachte [naam 3], p. 23 pv trz en p. 9 pleitnotities), dat er een kopie van zijn paspoort op internet circuleerde, op de site opgelichtopinternet.nl (p. 5 pv trz) en dat hij heeft gelezen dat banken bij het openen van een rekening genoegen nemen met een kopie van een paspoort (p. 7 pv trz). De raadsman heeft dienaangaande aangevoerd dat het benaderen van mensen via Marktplaats.nl, met gefingeerde e-mailadressen en namen, onder beweerdelijke oplichters veel vaker voorkomt en dat die handelingen derhalve niet dermate specifiek zijn dat dit bewijs oplevert dat, door de manier van handelen, verdachte daar wel achter moet zitten. Nu verdachte heeft aangegeven dat zijn paspoort gepubliceerd is geweest op de internetsite ‘oplichters op internet’ bestaat aldus de mogelijkheid dat anderen via deze informatie die gepubliceerd is op internet (te weten diverse ‘namen’ waaronder verdachte actief zou zijn als oplichter, gepubliceerd op ‘oplichters op internet’) buiten het zicht van verdachte om, zijn persoon hebben misbruikt. De rechtbank stelt vast dat verdachte slechts nadrukkelijk heeft ontkend dat hij rekeningen heeft gehad bij de BCP-bank, de Dexia-bank en de Chaabi Du Maroc-bank, terwijl hij heeft verklaard dat hij de rekening bij de Deutsche bank wel heeft geopend, maar niet heeft gebruikt, en op vragen over de rekeningen bij de VDK-bank, de Habib-bank, de Attijariwafa-bank en de ING-bank (nummer eindigend op 8241) heeft verklaard dat deze hem niets zeggen. De rechtbank stelt vast dat het dossier aanwijzingen bevat dat verdachte bij de onder I B genoemde banken, behoudens twee (de Dexia-bank en de ING bank, feit 2), wel degelijk de in de tenlastelegging genoemde rekeningen heeft geopend en/of gebruikt, hetgeen blijkt uit het feit dat bij al die Belgische banken die genoemde rekeningen - ten name gesteld van [verdachte] of [verdachte] - bekend zijn en dat door die banken ook bewijsstukken van het openen en/of gebruiken van die rekeningen zijn geleverd (hierna voorzien van paginanummers van het pv politie), te weten: - ( BCP bank 1 c, aangever 7, bankrekeningnummer [nummer 1]): Het ondertekende “Contrat BCP Net Particuliers” d.d. 22 april 2010 tussen de Banque BCP en[verdachte] (p. 163); - ( - Deutsche bank 1 i, aangevers 82 t/m 84, bankrekeningnummer[nummer 2]): Het formulier “gegevens van rekeninghouder1” met handtekening van rekeninghouder [verdachte] (pgs. 1833-1834) met fiscale fiche ten name van [verdachte], [adres 1] (p. 1835), een kopie van het paspoort ten name van [verdachte] (p. 1836) en een transactieoverzicht van de betreffende rekening (pgs 1838-1841); - ( VDK bank 1 s, aangevers 182 en 183, bankrekeningnummer [nummer 3]): De gegevens van de betreffende consultatie rekening ten name van [verdachte], [adres 1] (p. 3798), een kopie van het paspoort ten name van [verdachte] (p. 3799) en een transactieoverzicht van de betreffende rekening (pgs 3802-3803); - ( Habib bank 1 t, aangevers 184 t/m 191, bankrekeningnummer [nummer 4]): een transactieoverzicht van de betreffende rekening ten name van [verdachte], [adres 1](pgs. 3950-3952); - ( Attijariwafa bank 1 u, aangevers 192 t/m 213, bankrekeningnummer [bankrekeningnummer 5]): een transactieoverzicht van de betreffende rekening ten name van Monsieur [verdachte], [adres 1] (pgs. 3968-3974); - ( Chaabi Du bank 1 v, aangevers 214 t/m 222, bankrekeningnummer [nummer 6]): een transactieoverzicht van de betreffende rekening ten name van [verdachte](p. 4327) met een toelichting door de Cel voor Financiële Informatieverwerking dat de rekening is geopend door [verdachte] (p. 4326). Met uitzondering van de BCP-bank en de Chaabi Du Maroc-bank is in de administratie van de genoemde banken als adres van de rekeninghouder opgenomen: [adres 1], zijnde het adres van hotel [naam 4]. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in dat hotel heeft verbleven en dat hij daar bankstukken liet komen (p. 5 pv trz), Verder blijkt dat verdachte geen melding heeft gedaan van misbruik van die op zijn naam gestelde rekeningen of dat hij om een blokkade van die rekeningen heeft verzocht. Uit de overgelegde transactieoverzichten van de genoemde bankrekeningen blijkt dat deze alle zijn gecrediteerd met stortingen van geldbedragen die verband houden met via Marktplaats.nl gevraagde of aangeboden goederen en via e-mailverkeer met aangevers tot stand gekomen contacten met respectievelijk: aangever 7 met “[alias 7]”; aangevers 82 t/m 84, telkens met “[alias 38]“; aangevers 182 en 183 met “[alias 68]” en “[alias 81]”; aangevers 184 t/m 191, telkens met “[alias 69]”; aangevers 192 t/m 213, met “[alias 70]”, “[alias 73]”, “[alias 71]”, “[alias 74]”, “[alias 75]” respectievelijk “[alias 76]”, en aangevers 214 t/m 222, met “[alias 77]”, “[alias 78]” respectievelijk “[alias 79]”, in welk mailverkeer deze “[alias 7]” en de andere tussen aanhalingstekens genoemde personen telkens het betreffende rekeningnummer aan de betrokken aangever hebben opgegeven. Het gebruik van de verschillende varianten op de naam [verdachte] past in de verklaring van verdachte ter zitting dat je een naam ook een ietsje kunt veranderen. Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de enkele stelling dat anderen of een ander dan verdachte de genoemde, op zijn naam gestelde bankrekeningen, buiten het zicht van verdachte om, zou(den) hebben geopend en misbruikt niet aannemelijk. Deze stelling is op geen enkele wijze voldoende geconcretiseerd en verifieerbaar gemaakt, terwijl het dossier ook geen enkel aanknopingspunt inhoudt die deze stelling zou kunnen onderbouwen. De rechtbank verwerpt dat verweer. In dit verband neemt de rechtbank in ogenschouw dat verdachte volgens de deskundigen van het PBC een persoon is die volhardt in zijn eigen mening en weigert zijn ongelijk aan te geven ook als uit verschillende bronnen het tegendeel blijkt. Als voorbeeld daarvan noemt de rechtbank de bevindingen uit de groepsobservatie over de uitbraakpoging van een groepsgenoot in het PBC. In tegenstelling tot de groepsleiders ontkende verdachte dat er na dit incident iemand van de leiding bij hem langs was geweest. Hij bleef ontkennen en toonde daarbij geen spoor van twijfel. Toen dit onderwerp nogmaals ter sprake kwam en groepsgenoten unaniem zeiden dat er wel degelijk een groepsleider bij de cellen langs was gegaan bleef hij volhouden dat er bij hem niemand was geweest (bron: p. 49 PBC-rapport). In het PBC rapport wordt ook vermeld dat de heer [naam 5] destijds sociaal verpleegkundige de Riagg, begeleider van verdachte tijdens zijn verblijf bij de Regionale Instellingen voor Beschermende Woonvormen (RIBW) van november 1991 tot juli 1996 en mevrouw [naam 6], destijds ambulant werker bij de RIBW en woonbegeleider van verdachte bij de RIBW aan PBC-medewerkers hebben verklaard dat verdachte met enige regelmaat onwaarheden vertelde en dat hij met een stalen gezicht volle leugens kon verspreiden (bron: pgs. 26 en 38 PBC-rapport). De rechtbank heeft dit gedrag ook kunnen vaststellen tijdens de discussie over de datum van zijn aanhouding in België (bron: pv trz. p. 27). Ook ziet de rechtbank in het dossier geen aanwijzing dat verdachte in deze gevallen met een ander of anderen heeft samengewerkt, in de zin van “medeplegen”. De rechtbank leidt uit na te noemen bewijsmiddelen, in samenhang bezien met hetgeen hiervoor is overwogen, af dat het verdachte is geweest die de bankrekeningen bij de BCP bank, de Deutsche bank, de VDK bank, de Habib bank, de Attijariwafa bank, de Chaabi Du bank heeft geopend om daarop te kwader trouw betalingen te ontvangen wegens via Marktplaats.nl gevraagde dan wel aangeboden goederen. De bankrekeningnummers [nummer 8] bij de Dexia bank (1 j) en [nummer 7] bij de ING bank

(2)behoeven nadere bespreking, nu deze rekeningen zijn geopend respectievelijk door een persoon genaamd (of zich noemende) [naam 7] (p. 2098) en door [naam 8], wonende [adres 2]. (p. 6065-3). In het navolgende komt de rechtbank ten aanzien van het ten laste gelegde onder feit 2 (aangever 223, bankrekening ING 8241) op basis van bewijsmiddelen die uitsluitend op dat feit betrekking hebben tot de conclusie dat dit feit ten laste van verdachte bewezen kan worden verklaard. De aard van de bewijsmiddelen met betrekking tot feit 2 heeft geen betrekking op de persoon of personen die betrokken is of zijn geweest bij het openen en/of gebruiken van de rekening bij de Dexia-bank, terwijl de bewezenverklaring van één feit waarbij verdachte met een medeplichtige heeft samengewerkt om de verweten oplichting te kunnen plegen, gelet op de verdere inhoud van het dossier niet een zodanige modus operandi oplevert dat deze kan dienen als basis voor het toepassen van schakelbewijs in de gevallen die betrekking hebben op de Dexia-rekening. Verdachte zal dan ook worden vrijgesproken van de onderdelen 85 tot en met 102 van feit
  1. Is sprake van oplichting als bedoeld in artikel 326 Sr? De raadsman stelt zich op het standpunt dat in geen enkel geval sprake is van juridisch strafbare oplichting vanwege het telkens ontbreken van het oorzakelijk verband tussen het aanwenden van het bedrieglijk (oplichtings-)middel en het afgeven van geld door de aangevers, zulks te meer gelet op het feit dat er een bepaalde eigen zorgplicht aanwezig dient te zijn bij de personen die kaartjes of andere goederen kopen via een site als Marktplaats.nl. Hij heeft daartoe (met een beroep op na te noemen jurisprudentie) aangevoerd: - dat verdachte niet meer heeft gedaan dan te kwader trouw betalingen ontvangen van de aangevers (rb Amsterdam, 30 november 2009); - dat de enkele omstandigheid dat iemand zich in strijd met de waarheid voordoet als een bonafide koper die in staat en voornemens is de gekochte goederen bij aflevering daarvan te betalen niet het aannemen van een valse hoedanigheid oplevert in de zin van artikel 326 Sr (HR 15 december 1998, LJN ZD1177); - dat het aangaan van een overeenkomst en vervolgens in gebreke blijven, terwijl verdachte al voorzag niet aan zijn verplichtingen te kunnen voldoen, niet het aannemen van een valse hoedanigheid noch een listige kunstgreep oplevert in de zin van artikel 326 Sr, omdat daarvoor bijkomende omstandigheden nodig zijn, zoals het in meerdere gevallen gebruik maken van een valse naam (rb Den Haag, 3 juli 2013, RBDHA:2013:8128); - dat het zich voordoen als een bonafide verkoper in combinatie met het vragen om een vooruitbetaling niet het aannemen van een valse hoedanigheid noch listige kunstgrepen of een samenweefsel van verdichtsels oplevert in de zin van artikel 326 Sr (gerechtshof Den Haag 29 augustus 2013, GHDHA:2013:3425); - dat één enkele leugen onvoldoende is om een samenweefsel van verdichtsels aan te nemen, terwijl het enkele feit dat sprake is van meer dan één leugen niet zonder meer voldoende is om van een samenweefsel van verdichtsels te spreken, omdat het aankomt op de omstandigheden van het geval (AG Knigge in PHR:2013:964); - dat uitlatingen c.q. toezeggingen door de verdachte na het moment van betaling buiten beschouwing dienen te blijven bij de beantwoording van vraag of het misdrijf oplichting bewezen kan worden verklaard (gerechtshof Den Haag 29 augustus 2013, GHDHA:2013:3425). De rechtbank verwerpt dit verweer, onder verwijzing naar het oordeel van het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch in een met deze casus vergelijkbare zaak (HSHE:2014:121). Of bewezen kan worden dat verdachte zich heeft bediend van een valse hoedanigheid als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht en voorts of er een causaal verband is tussen het aanwenden van de valse hoedanigheid en de afgifte van geld door de aangevers, moet worden beoordeeld aan de hand van de feiten en omstandigheden in het concrete geval. In de onderhavige zaak acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden van belang. - Marktplaats.nl is een advertentiesite waar kopers en verkopers van nieuwe en tweedehands producten worden samengebracht. Als de koper en verkoper elkaar vinden, dan sluiten zij persoonlijk via de telefoon of per e-mail een overeenkomst, al dan niet buiten de site om; - verdachte heeft verkoopadvertenties geplaatst op Marktplaats.nl of heeft gereageerd op verzoeken tot levering van goederen en hij heeft zodoende bezoekers van die website uitgenodigd om met hem in contact te treden teneinde een koopovereenkomst te sluiten; - verdachte heeft toegangskaartjes en andere goederen voor gangbare prijzen aangeboden en zich daarbij gepresenteerd onder normale maar fictieve eigennamen (zelfs van eerder door hem te kwader trouw benaderde kopers van door hem niet te leveren goederen), daarbij gebruik makend van e-mailadressen die daarbij pasten; - verdachte heeft meermaals voorgesteld, of ingestemd met betaling van slechts een deel van de verkoopprijs voorafgaand aan de verzending van de door hem aangeboden kaarten in plaats van vooruitbetaling van de gehele koopprijs; - verdachte heeft aan potentiële kopers in strijd met de waarheid, en het kennelijke uitsluitende doel vertrouwen bij die kopers te wekken, door hem verzonnen verklaringen gegeven voor de omstandigheid dat hij gebruik maakte van een buitenlandse (Belgische) bankrekening; - verdachte heeft aan potentiële kopers in strijd met de waarheid, en het kennelijk uitsluitende doel vertrouwen bij die kopers te wekken, door hem verzonnen redenen opgegeven waarom hij tot verkoop van de goederen overging; - verdachte heeft via de e-mailadressen gecorrespondeerd met de potentiële kopers om tot overeenstemming te komen over de prijs die zou moeten worden betaald voor het door de verdachte te leveren goed; - verdachte heeft in de onderhavige zaak in geen enkel geval de goederen geleverd, en - verdachte heeft in meerdere gevallen gebruik gemaakt van een valse eigennaam. Gelet op deze feiten en omstandigheden staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat de verdachte zich valselijk heeft gepresenteerd als bonafide verkoper. Hij heeft op volstrekt onverdachte wijze goederen aangeboden en hij heeft door gebruikmaking van normale eigennamen - niet zijnde verdachtes werkelijke naam - en bijpassende e-mailadressen de indruk gewekt dat hij met open vizier handelde en traceerbaar was, hetgeen van belang is in geval van niet-nakoming. Kopers werden hierdoor bewogen een koopovereenkomst te sluiten en hun eigen verplichting – de betaling van de koopsom – na te komen. De verdachte heeft aldus op valse wijze gebruik gemaakt van het op Marktplaats.nl gangbare handelspatroon - naar men mag aannemen in elk geval voor de handel in niet al te bijzondere of dure producten - op basis van welk patroon de betrokken bezoekers van Marktplaats.nl mochten verwachten dat de verdachte de goederen voor de afgesproken prijs en op de afgesproken wijze zou leveren. In die verwachting hebben zij geld naar verdachte overgemaakt. Uit de rechtspraak kan weliswaar worden afgeleid dat niet elke vorm van bewust oneerlijk zaken doen onder het strafrecht moet worden gebracht omdat in veel gevallen bij wanprestatie immers civielrechtelijke wegen open staan om nakoming af te dwingen of om schade te verhalen. Dit geldt echter niet als - zoals in het onderhavige geval - de oneerlijke verkoper door het aanwenden van een valse naam en adresgegevens zichzelf onvindbaar maakt voor zijn wederpartij, teneinde zich aan alle civiele verhaalsmogelijkheden te onttrekken. De rechtbank verwerpt het verweer. Is er voldoende wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten onder 1, onder aangiftenummers 7, 41, 52, 57, 78, 85-102, 121, 183 en 200 ? De rechtbank overweegt daartoe als volgt. Ad 7: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat er geen algemeen transactie -overzicht is opgenomen van de betreffende rekening van de BCP-bank en evenmin een bankafschrift van aangeefster waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Behalve de aangifte van [benadeelde 7], waarin aangeefster verklaart dat zij nagenoemd bedrag naar voornoemde rekening bij de BCP-bank heeft overgemaakt, bevat het dossier stukken betreffende het openen van de bankrekening door [verdachte]en de mailwisseling tussen [alias 7] en aangeefster over de betaling van € 156,00 voor de betreffende toegangskaarten (pgs. 170-173). Hiermee is naar het oordeel van de rechtbank aan het bewijsminimum voldaan. Ad 41: Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij via de bank Caisse Dépargne de la Ville de Tournai personen heeft opgelicht. Daarnaast bevat het dossier de aangifte van [benadeelde 41] dat zij € 300,00 op die rekening heeft gestort ter betaling van twee tickets (p. 886). Genoemd bedrag is blijkens het door aangeefster overgelegde rekeningafschrift (p. 887) op rentedatum 26 april 2011 van die rekening afgeschreven en blijkens het overzicht van de belangrijkste debet- en creditverrichtingen op de bankrekening ten name van [verdachte] op die rekening bijgeschreven op 27 april 2011 (p. 732). Hiermee is voldaan aan het bewijsminimum. Het argument dat het bedrag van € 300,00 is afgeschreven van een rekening die niet op naam van aangeefster staat doet daar niet aan af. Evenmin is van belang dat aangeefster in haar aangifte over een andere datum van betaling spreekt. Het is algemeen bekend dat banken transacties op rentedata boeken. Het verweer wordt verworpen. Ad 52: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat er geen algemeen transactie -overzicht is opgenomen van de betreffende rekening van de CBC-bank en evenmin een bankafschrift van aangever waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij via de CBC-bank personen heeft opgelicht. Naast de aangifte van [benadeelde 52] waarin hij verklaart dat hij € 231,00 heeft overgemaakt op die bankrekening (pgs. 1012-1013) bevat het dossier stukken betreffende de mailwisseling tussen “[alias 19]” en aangeefster over de betaling van € 231,00 voor de betreffende toegangskaarten (pgs. 1018-1019). Hiermee is aan het bewijsminimum voldaan. Ad 57: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat er geen algemeen transactie -overzicht is opgenomen van de betreffende rekening van de Centea-bank en evenmin een bankafschrift van aangever waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij via de Centea bank personen heeft opgelicht. Naast de aangifte van [benadeelde 57] waarin zij verklaart dat zij € 46,00 heeft overgemaakt op die bankrekening (pgs. 1161-1162) bevat het dossier stukken betreffende de mailwisseling tussen “[alias 69]” over de betaling van € 46,00 voor de betreffende toegangskaarten (pgs. 1177-1178). Hiermee is aan het bewijsminimum voldaan. Ad 78: Het verweer dat niet bewezen kan worden dat aangeefster[benadeelde 78] geld heeft overgemaakt op de bankrekening bij Delta-Lloyd wordt verworpen. Blijkens het overzicht van de belangrijkste debet- en creditverrichtingen op de betreffende bankrekening ten name van [verdachte] (p. 1459) blijkt dat dit bedrag op 5 januari 2010 op die rekening is bijgeschreven (p. 1451). Ad 85 tot en met 102: Met betrekking tot deze feiten is de rechtbank van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijsmiddelen bevat om tot een bewezen verklaring te komen. Verdachte zal daarom van deze onderdelen van feit 1 worden vrijgesproken. Ad 121: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat de beweerdelijke transactie niet is vermeld op het algemeen transactieoverzicht van de betreffende rekening van de Fortuneo-bank en evenmin een bankafschrift van aangeefster waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Uit de verklaring van verdachte bij de Belgische politie (p.4782 ) blijkt dat hij via de Fortuneo-bank personen heeft opgelicht. Aangeefster [benadeelde 121] verklaart in haar aangifte niet alleen dat zij een bedrag van € 40,00 heeft overgemaakt op die bankrekening (pgs. 2494 tot en met 2500), maar ook over het e-mailverkeer dat heeft plaatsgevonden. Ad 183: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat de beweerdelijke transactie niet is vermeld op het algemeen transactieoverzicht van de betreffende rekening van de VDK-bank en evenmin een bankafschrift van aangever waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Uit de verklaring van verdachte ter zitting blijkt dat hij in het geval van aangever [benadeelde 183] heeft erkend dat hij de naam “[alias 81]” heeft gebruikt (pv. trz. p. 33) Aangever [benadeelde 183] verklaart in zijn aangifte dat hij een bedrag van € 80,00 heeft overmaakt op die bankrekening (pgs. 3829 t/m 3831). Ad 200: Het verweer dat het feit niet bewezen kan worden omdat de beweerdelijke transactie niet is vermeld op het algemeen transactieoverzicht van de betreffende rekening van de Attijariwafa-bank en evenmin een bankafschrift van aangeefster waarop de overboeking vermeld staat, wordt verworpen. Naast de aangifte van [benadeelde 200] waarin zij verklaart dat zij een bedrag van € 100,00 heeft overgemaakt op die bankrekening (pgs. 4052 t/m 4054 en 4065 t/m 4066), bevat het dossier stukken betreffende de mailwisseling tussen “[alias 75]” en aangeefster over de betaling van € 100,00 voor de betreffende toegangskaarten (pgs. 4055 t/m 4056) en een betalingsbewijs van de betaling van € 100,00, verricht op 27 januari 2011 (p. 4057), terwijl het algemeen transactieoverzicht loopt tot 26 januari 2011 en de betaling van [benadeelde 200] daarop derhalve niet is vermeld. Conclusie De rechtbank komt, gelet op al het voorgaande, tot de conclusie dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte zich telkens door het aannemen van een valse naam en een valse hoedanigheid en/of door een samenweefsel van verdichtsels als bedoeld in artikel 326 van het Wetboek van Strafrecht schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde oplichtingen onder feit 1 met uitzondering van de aangiften 85 tot en met 102, en feit
  2. De rechtbank zal voor de redengevende feiten en omstandigheden voor het bewijs van die feiten volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als hierna is aangegeven, welke opgave telkens strekt in aanvulling op de in het voorgaande reeds opgesomde bewijsmiddelen, met name waar het gaat om de verklaringen van verdachte zoals afgelegd op een van de zittingsdagen. De rechtbank heeft uit het onderzoek ter terechtzitting niet door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging bekomen dat verdachte de onder onder feit 1, aangiften 85 tot en met 102 ten laste gelegde feiten heeft gepleegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken. De afzonderlijke feiten (gerubriceerd per bankrekening) Ten aanzien van de Argentabank, bankrekeningnummer [nummer 9], (1a, aangevers 1 t/m 3) - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 1: - [benadeelde 1], wonende te Assen, heeft verklaard dat zij in de periode 2 september 2009 tot en met 22 september 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor 13 bioscoopbonnen, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 1]” en dat zij een bedrag van € 75,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die goederen, maar dat die goederen niet zijn geleverd. Genoemde “[alias 1]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 1]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 1]” als zijn adres [adres 3] opgegeven en onder meer aangegeven dat het pakketje dat hij had opgestuurd was teruggekomen en dat hij het opnieuw had verstuurd. Aangever 2: - [benadeelde 2], wonende te Stellendam, heeft verklaard dat zij in de periode van 8 september 2009 tot en met 28 september 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor toegangskaarten voor de Efteling, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 2]” en dat zij een bedrag van € 60,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van vier van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. Genoemde “[alias 2]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 1]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 2]” als haar adres [adres 4] opgegeven en onder meer aangegeven dat ze in België werkzaam was en daarom een Belgisch rekeningnummer had. Aangever 3: - [benadeelde 3], wonende te Heeze, heeft verklaard dat hij in de periode van 8 september 2009 tot en met 15 september 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor toegangskaarten voor Burgers Zoo, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 3]” te Tilburg en dat hij een bedrag van € 80,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van acht van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. Aangever was op de aanbieding ingegaan vanwege de aantrekkelijke prijs maar ook vanwege de goede indruk die de advertentie had gemaakt. Genoemde “[alias 3]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 2]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 3]” als zijn adres [adres 3]. Ten aanzien van de AXA bank, bankrekeningnummer [nummer 10], (1b, aangevers 4 tot en met 6) - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via de bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 4: - [benadeelde 4], wonende te Winterswijk, heeft verklaard dat zij in de periode van 23 augustus 2009 tot en met 1 september 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor toegangskaarten voor de Efteling, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 4]” te Stedum en dat zij een bedrag van € 72,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van acht van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. Genoemde “[alias 4]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 3]. Tijdens dit contact heeft deze ‘[alias 4]’ als zijn adres [adres 5]opgegeven en onder meer aangegeven dat hij voor een Belgische werkgever werkt en daarom een Belgisch rekeningnummer heeft. Aangever 5: - [aangever], wonende te Apeldoorn, heeft verklaard dat zij in de periode van 24 augustus 2009 tot en met 28 augustus 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor toegangskaarten voor Walibi Flevo, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 5]” te Nieuweroord en dat zij een bedrag van € 55,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van vier van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. Genoemde “[alias 5]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het emailadres [e-mailadres 4]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 5]” als zijn adres [adres 6] opgegeven en onder meer aangegeven dat hij voor een Belgische werkgever werkt en daarom een Belgisch rekeningnummer heeft. Volgens aangeefster wekte hij hierdoor haar vertrouwen. Aangever 6: - [benadeelde 6], wonende te Oosterhout, heeft verklaard dat zij in de periode van 24 augustus 2009 tot en met 5 september 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor toegangskaarten voor de Efteling, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 6]” te Lageland en dat zij een bedrag van € 60,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van vier van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. Genoemde “[alias 6]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het emailadres [e-mailadres 5]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 6]” als haar adres [adres 5] opgegeven en dat het normale volledige entreekaarten betreffen geldig tot 1 november. Ten aanzien van de BCP bank, bankrekeningnummer [nummer 1] (1c, aangever 7) - Het door de Banque BCP te Brussel overgelegde contract inhoudende dat genoemde bankrekening op 22 april 2010 door [verdachte] is geopend. Aangever 7: - [benadeelde 7], wonende te Oostburg, heeft verklaard dat zij in de periode van 6 juni 2010 tot en met 29 juni 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee toegangskaarten voor Rock Werchter te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 7]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 156,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 156,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 7]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 6]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 7]” als zijn adres [adres 7]opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 7]” waarin deze vraagt “te checken en opnieuw over te maken op naam van zijn vriendin [alias 82], “dat hij de kaarten in goed vertrouwen zou opsturen, aangetekend vanaf zijn werk” en “dat het allemaal wat langer zou kunnen duren in verband met een staking”. Ten aanzien van de BKCP Bank, bankrekeningnummer [nummer 11] (1d, aangevers 8 tot en met 24) - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 8: - [benadeelde 8], wonende te Wirdum, heeft verklaard dat zij in de periode van 2 november 2009 tot en met 18 november 2009 een oproep heeft geplaatst op internet waarin zij twee toegangskaarten voor Derek Ogilvie te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 8]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 75,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 75,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 8]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 7]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 8]” als zijn adres [adres 8] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 8]” waarin deze aangeeft “dat de kaarten rij 5, stoel 26 en stoel 27, mooie plaatsen betreffen” en “dat hij een Belgische bankrekening heeft omdat hij in België woont.” Aangeefster heeft verklaard dat “ze het liefst de kaarten persoonlijk had opgehaald, maar aangezien de persoon in België woont ging dit niet.” Aangever 9: [benadeelde 9], wonende te Apeldoorn, heeft verklaard dat zij in de periode van 24 november 2009 tot en met 9 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Markplaats.nl waarin zij vier concertkaartjes voor de Sjonnies te Hasselt te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door vier kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 100,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8]. Tijdens dit contact heeft aangeefster aan deze “[alias 9]” gevraagd “waar ze vandaan komt, misschien kan ze de kaarten ophalen” en heeft deze “[alias 9]” als haar adres [adres 12] opgegeven. Aangeefster ontving verder onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat ze de kaarten aangetekend zal opsturen” en “dat ze een Belgische bankrekening heeft omdat ze in België woont.” Aangever 10: - [benadeelde 10], wonende te Arnhem, heeft verklaard dat zij in de periode van 9 november 2009 tot en met 7 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaartjes voor het optreden van John Mayer te Londen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 10]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 150,--. Na onderhandelingen via e-mail hebben partijen een prijs van € 100,-- afgesproken. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 10]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 9] en via het telefoonnummer [nummer 42]. Tijdens het e-mailcontact heeft deze “[alias 10]” aangegeven dat bovengenoemde bankrekening op naam van [alias 11], adres[adres 10] stond. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 10]” waarin deze een trackingnummer doorgeeft en aangeeft “dat hij een Belgische bankrekening heeft omdat hij in België woont.” Aangeefster heeft over het trackingnummer verklaard dat dit nummer niet bestond en over het telefoongesprek dat de persoon met wie ze sprak betrouwbaar overkwam. Aangever 11: - [benadeelde 11], wonende te Arnhem, heeft verklaard dat zij in de periode van 18 november 2009 tot en met 26 november 2009 een oproep heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaartjes voor The Swell Season te Amsterdam te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 11], [adres 10]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 50,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Aangever 12: - [benadeelde 12], wonende te Herwijnen, heeft verklaard dat zij in de periode van 26 november 2009 tot en met 11 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee concertkaartjes voor Boudewijn de Groot te Tiel te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 50,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en de levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 9]” als haar adres [adres 9]opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat ze een Belgische bankrekening heeft omdat ze in België woont.” Aangever 13: - [benadeelde 13], wonende te Mijdrecht, heeft verklaard dat zij in de periode van 13 november 2009 tot en met 23 november 2009 een advertentie heeft geplaatst op Markplaats.nl waarin zij twee kaarten voor Theo Maassen te koop heeft gevraagd voor een bedrag van € 75,--. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 11]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 75,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 37,50 naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 11]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 10]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 11]” als zijn adres [adres 13] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 11]” waarin deze aangeeft “dat ze half half af kunnen spreken, 37,50 aanbetaling en de andere 37,50 bij ontvangst, dat is eerlijk en betrouwbaar voor beiden”, “dat hij de kaarten aangetekend zal opsturen” en “dat hij een Belgische bankrekening heeft omdat hij in België woont.” Aangever 14: [benadeelde 14], wonende te Nieuwegein, heeft verklaard dat zij in de periode van 4 november 2009 tot en met 27 november 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concert kaartjes voor Yann Tiersen in Tivoli te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 11]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 35,-- per kaartje. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 70,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 11] heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 10]. Genoemde “[alias 11]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 10]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 11]” als zijn adres[adres 8] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 11]” waarin deze aangeeft “dat hij een Belgische bankrekening heeft omdat hij in België woont.” Aangever 15: - [benadeelde 15], wonende te ’s-Gravenhage, heeft verklaard dat zij in de periode van 28 november 2009 tot en met 8 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij vijf concertkaartjes voor Anouk te Rotterdam te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door vijf kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 45,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 225,-- naar genoemde rekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8] en via sms-berichten met telefoonnummer [nummer 40]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 9]” als haar adres De [adres 9] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat hij een Belgische bankrekening heeft omdat hij in België woont.” Daarnaast ontving aangeefster onder meer de volgende sms-berichten: “Ze zullen morgen afgeleverd worden. Daar ben ik zeker van. Gr.”, “Heb ze aangetekend gedaan met 750 euro verzekeringswaarde. Ik heb gereclameerd dat ze alles uitbetalen”, “Prima als u eigen rechter speelt. Succes” en “U weet het toch zo goed? Nou dan succes. Doe wat je niet laten kunt het interesseert me geen scheet.” Aangever 16: - [benadeelde 16], wonende te Berkel en Rodenrijs, heeft verklaard dat hij in de periode van 4 november 2009 tot en met 21 november 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij twee kaartjes voor Theo Maassen te Rotterdam koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 8]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 75,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 37,50 naar genoemde rekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van die kaartjes , maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 8]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 7]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 8]” als zijn adres [adres 8] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 8]” waarin deze, na een vraag van aangever waar hij de kaartjes kan ophalen, aangeeft: “kan het ook opsturen? Hoef je ook niet te reizen. Ik stel dan voor 37,50 de helft aan te betalen en de resterende 37,50 bij ontvangst” en op de vraag van aangever of hij wel te vertrouwen is: “Hoe kan ik er vanuit gaan dat jij te vertrouwen bent? Juist kwestie van vertrouwen, daarom helft helft allebei happy", waarop aangever akkoord is gegaan. Aangever 17: - [benadeelde 17], wonende te Dordrecht, heeft verklaard dat zij in de periode van 28 november 2009 tot en met 3 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij toegangskaarten voor Time Warp te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 40,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 160,-- naar genoemde rekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 9]” als haar adres [adres 9] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat zij de kaarten aangetekend zal opsturen en tevens de zending zal laten verzekeren” en “dat zij een Belgische bankrekening heeft omdat zij in België woont.” Aangever 18: - [benadeelde 18], wonende te Kamperland, heeft verklaard dat hij in de periode van 18 november 2009 tot en met 5 december 2009 een oproep heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij twee concertkaartjes voor Rammstein te Arnhem te koop heeft gevraagd. Op deze oproep werd gereageerd door “[alias 11]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 52,50 per stuk. Hierop heeft aangever een bedrag van € 105,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 11]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 10]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 11]” als zijn telefoonnummer [nummer 24] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 11]” waarin deze aangeeft dat “hij na betaling de entreebewijzen aangetekend op zou sturen, dat hij in de financiële wereld zit, Nederlander is en in België woont”. Aangever 19: - [benadeelde 19], wonende te Eindhoven, heeft verklaard dat hij in de periode van 3 november 2009 tot en met 14 november 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij concertkaartjes voor Muse te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 8]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 40,-- per stuk. Hierop heeft aangever een bedrag van € 40,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 8]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 7]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 8]” als zijn adres [adres 10] opgegeven. Aangever 20: - [benadeelde 20], wonende te Oosterhout, heeft verklaard dat zij in de periode van 28 november 2009 tot en met 11 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij kaartjes voor Time Warp te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 40,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 80,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 9]” als haar adres [adres 9] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat ze Hollanders zijn die in Brussel en omgeving werken”. Aangever 21: - [benadeelde 21], wonende te Uden, heeft verklaard dat hij in de periode van 12 november 2009 tot en met 22 november 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij concertkaartjes voor John Mayer te Londen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 11]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 130,-- per stuk. Hierop heeft aangever een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van één van die kaartjes, maar dat kaartje is niet geleverd. Genoemde “[alias 11]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 10]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 11]” als zijn adres [adres 10] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 11]” waarin deze, na een verzoek van aangever een foto van het kaartje op te sturen, aangeeft “dat hij eerlijk gezegd niet zou weten hoe hij een kaartje in de e-mail krijgt” en “dat hij wel kan faxen, niet fotograferen” en verder geeft hij aan “dat het een normaal kaartje is, verkregen bij een origineel ticketbureau, waar een vriend van hem werkt”. Aangever 22: - [benadeelde 22], wonende te Uden, heeft verklaard dat zij in de periode van 6 november 2009 tot en met 11 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij vijf kaartjes voor Jeff Dunham te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 12]” door vijf kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 50,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van vijf van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 12]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 11]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 12]” als zijn/haar adres [adres 8] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 12]” waarin deze, na een vraag van aangever waar ze de kaarten op kan halen, “dat een aanbetaling ook voldoende is om aangetekend op te sturen” en “dat hij/zij een Belgische bankrekening heeft omdat hij/zij in België woont”. Aangever 23: - [benadeelde 23], wonende te Eindhoven, heeft verklaard dat zij in de periode van 7 november 2009 tot en met 9 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee kaartjes voor de musical Mama Mia te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 13]” door twee kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 70,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 35,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 13]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 12]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 13]” als haar adres [adres 8]opgegeven. Aangeefster heeft verklaard dat zij onder meer e-mails van “[alias 13]” heeft ontvangen, waarin deze aangeeft “dat ze de helft vooraf kon overmaken en de rest bij ontvangst van de kaarten” en op de vraag van aangeefster of ze een foto van de kaartjes op kon sturen, heeft geantwoord “dat ze niet zou weten hoe ze een foto op internet kon plaatsen en dat ze geen scan had”, “dat ze de kaartjes aangetekend via haar werk zou kunnen versturen”. Aangever 24: - [benadeelde 24], wonende te Veldhoven, heeft verklaard dat zij in de periode van 25 november 2009 tot en met 11 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij vier kaartjes voor een optreden van Tineke Schouten te Heerlen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 9]” door vier kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 130,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 130,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaartjes, maar die kaartjes zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 9]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 8]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 9]” als haar adres [adres 9]. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 9]” waarin deze aangeeft “dat het plaatsen op 5e rij in de zaal naast elkaar zijn“ en “dat zij een Belgische bankrekening heeft omdat zij in België woont.” Voor zover aangeefster per abuis nogmaals € 130,-- aan verdachte heeft overgemaakt, stelt de rechtbank vast dat deze vergissing naar zijn aard niet aan enig handelen van verdachte kan worden geweten, zodat de bewezenverklaring beperkt blijft tot voornoemde eerste betaling van € 130,--. Ten aanzien van de bank Caisse Dépargne de la Ville de Tournai, bankrekeningnummer [nummer 12] (1e, aangevers 25 tot en met 51) - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 25: - [benadeelde 25], wonende te Leeuwarden, heeft verklaard dat zij in de periode van 5 juni 2011 tot en met 30 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij drie kaartjes voor de Opwekking conferentie te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 14]” door kaartjes te koop aan te bieden voor een bedrag van € 53,50 per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 25,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van één van die kaartjes, maar dit kaartje is nooit geleverd. Genoemde “[alias 14]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 13]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 14]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 14]” waarin deze aangeeft “dat ze niks gaat opsturen zonder enige zekerheid” en “dat ze Belgische bankgegevens heeft omdat zij in België woont.” Aangever 26: - [benadeelde 26], wonende te Boxtel, heeft verklaard dat zij in de periode van 21 april 2011 tot en met 31 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij tickets voor Roland Garros te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door tickets te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 300,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van een aantal tickets, maar die tickets zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres [adres 14] opgegeven. Aangever 27: - [benadeelde 27], wonende te Utrecht, heeft verklaard dat zij in de periode van 8 juni 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaarten voor Concert at Sea te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 14]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van een aantal kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 14]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 13]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 14]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Aangeefster heeft verklaard dat zij onder meer e-mails van “[alias 14]” heeft ontvangen, waarin deze aangeeft “dat ze zelf niet kon, omdat ze twee weken naar Bali ging” en voorstelt “dat ze eerst de helft zou betalen.” Verder heeft aangeefster verklaard dat ze via facebook werd aangesproken door een vrouw die haar vertelde dat ze was opgelicht door een mevrouw met hetzelfde adres als “[alias 14]” maar met de naam van aangeefster. Het blijkt dat ze heel veel mensen heeft opgelicht onder de naam van aangeefster, waardoor haar naam schade heeft opgelopen. Aangever 28 - [benadeelde 28], althans [naam 1], wonende te Geldermalsen, heeft verklaard dat zij in de periode van 31 mei 2011 tot en met 2 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee toegangskaarten voor Walibi te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 16]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 35,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 17,50 naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 16]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 14]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 16]” als haar adres [adres 15] opgegeven. Aangever 29 - [benadeelde 29], althans [naam 2], wonende te Hengelo, heeft verklaard dat zij in de periode van 2 mei 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij toegangskaarten voor Fantasialand te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 17]” door zes kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 17]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 16]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 17]” als haar adres[adres 14] opgegeven. Aangever 30 - [benadeelde 30], wonende te Waddinxveen, heeft verklaard dat hij in de periode van 8 april 2011 tot en met 29 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij concertkaarten voor Zucchero te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 214,--. Hierop heeft aangever een bedrag van € 214,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres [adres 14] opgegeven. Aangever ontving onder meer een e-mail waarin “[alias 15] aangeeft “dat de bankgegevens Belgisch zijn omdat ze in België wonen”. Aangever 31: - [benadeelde 31], wonende te Utrecht, heeft verklaard dat zij in de periode van 11 april 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaarten voor Marco Borsato te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 150,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van drie van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15] en via het telefoonnummer [nummer 26]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres[adres 14] opgegeven en onder meer aangegeven “dat de kaartjes verstuurd waren, maar dat het aan de post lag”. Aangever 32: - [benadeelde 32], wonende te Amersfoort, heeft verklaard dat hij in de periode van 16 mei 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaats op Marktplaats.nl waarin hij twee kaarten voor de Arctic Monkeys in Paradiso te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 18]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 85,--. Hierop heeft aangever een bedrag van € 85,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 18]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 17]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 18]” als haar adres [adres 16] opgegeven. Aangever 33: - [benadeelde 33], wonende te Haarlem, heeft verklaard dat hij in de periode van 30 mei 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij twee kaarten voor het festival Fusion in Duitsland te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 16]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangever een bedrag van € 160,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van twee van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 16]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 14] . Tijdens dit contact heeft deze “[alias 16]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van deze “[alias 16]” waarin zij een track and trace nummer aangeeft en aangeeft dat haar bankgegevens Belgisch zijn in verband met haar woonplaats”. Aangever 34: - [benadeelde 34], wonende te Wamel, heeft verklaard dat hij in de periode van 3 mei 2011 tot en met 28 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij één ticket voor een optreden van de Toppers te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 17]” door een ticket te koop aan te bieden. Hierop heeft aangever een bedrag van € 75,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van dat ticket, maar dit ticket is niet geleverd. Genoemde “[alias 17]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 16]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 17]” als haar adres [adres 17] opgegeven en als haar telefoonnummer [nummer 27] . Aangever heeft verklaard dat dit telefoonnummer niet werkte. Aangever 35: - [benadeelde 35], wonende te Moerstraten, heeft verklaard dat hij in de periode van 24 juni 2011 tot en met 28 juli 2014 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij vier kaarten voor een concert van de Red Hot Chili Peppers te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 20]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 60,-- per stuk plus een bedrag van € 7,-- voor de verzendkosten. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 247,-- (en vervolgens ook het oorspronkelijk overeengekomen voorschot, te weten een bedrag van € 127,--) naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 20]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 19]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 20]” als haar adres [adres 18] opgegeven. Voor zover aangeefster per abuis nogmaals € 127,-- aan verdachte heeft overgemaakt, stelt de rechtbank vast dat deze vergissing naar zijn aard niet aan enig handelen van verdachte kan worden geweten, zodat de bewezenverklaring beperkt blijft tot voornoemde eerste betaling van € 247,--. Aangever 36: - [benadeelde 36], wonende te Ottersum, heeft verklaard dat zij in de periode van 10 mei 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee festivalkaarten voor Rock Werchter te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 17]” door twee dagkaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 152,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 152,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 17]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 16]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 17]” als haar adres [adres 19] en als haar telefoonnummer [nummer 28] opgegeven. Aangever 37: - [benadeelde 37], wonende te Hoeven, heeft verklaard dat hij in de periode van 20 april 2011 tot en met 7 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij concertkaarten voor Guus Meeuwis te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangever een bedrag van € 227,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van een aantal van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15] en tevens telefonisch contact gehad via het telefoonnummer [nummer 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres[adres 14] opgegeven en aangegeven “dat de kaarten aangetekend zouden worden verstuurd”. Aangever 38: - [benadeelde 38], wonende te Sittard, heeft verklaard dat hij in de periode van 7 juni 2011 tot en met 5 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst waarin hij vier toegangskaarten voor Solar te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 14]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangever een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als voorschot op de aankoop van een aantal van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 14]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 13]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 14]” als haar adres [adres 20] en als telefoonnummer [nummer 29] opgegeven. Aangever heeft verklaard dat er jongens naar genoemd adres zijn gereden om de kaarten op te halen en het restant van het afgesproken bedrag te betalen, maar dat de bewoonster van dit adres van niets wist. Hierop is door een van de jongens het genoemde telefoonnummer gebeld, waarop hij “[alias 83]” heeft gesproken. Met deze “[alias 83]” is een nieuwe afspraak gemaakt, maar deze afspraak heeft aangever niet afgewacht nadat hij via internet had ontdekt dat het telefoonnummer en rekeningnummer al bekend waren in verband met internetoplichting. Hierop heeft aangever deze “[alias 83]” nogmaals gebeld en hij was volgens aangever “duidelijk Nederlands en geen Belg” en “verbrak de verbinding na confrontatie met het feit.” Aangever 39: - [benadeelde 39], wonende te Amsterdam, heeft verklaard dat zij in de periode van 23 april 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij cadeaubonnen van Arke te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door een cadeaubon te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 300,- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die cadeaubon, maar die bon is nooit geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mail adres [e-mailadres 15]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres [adres 14] en als haar telefoonnummer [nummer 25] opgegeven. Aangever 40: - [benadeelde 40], wonende te Oirschot, heeft verklaard dat haar dochter in de periode van 9 mei 2011 tot en met 5 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaarten voor Lord of the Rings te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 17]” door twee kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 138,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn nooit geleverd. Genoemde “[alias 17]” heeft over de prijs en levering van die goederen met (de dochter van) aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 16]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 17]” als haar adres [adres 22] opgegeven. Aangever 41: - [benadeelde 41], wonende te Arnhem heeft verklaard dat zij in de periode van 23 april 2011 tot en met 29 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij tickets voor Roland Garros te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 150,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 300,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van de kaarten met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15]” als haar adres [adres 14] en als telefoonnummer [nummer 27] opgegeven. Aangeefster kon de kaarten ophalen in België, maar dit vond ze te ver. Aangever 42: - [benadeelde 42], wonende te ’s-Gravenzande, heeft verklaard dat zij in de periode van 12 juni 2011 tot en met 3 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij kaarten voor Soldaat van Oranje te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 84]” (= naam aangeefster 27) door twee kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 84]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 18]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 84]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer een e-mail van deze “[alias 84]” waarin zij een track and trace code opgeeft. Aangever 43: - [benadeelde 43], wonende te Groningen, heeft verklaard dat zij in de periode van 30 juni 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee kaarten voor de Szigettrein te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 20]” door twee kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 150,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 20]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 19]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 20]” als haar adres [adres 21] opgegeven. Aangever 44: - [benadeelde 44], wonende te Sittard, heeft verklaard dat zij in de periode van 3 mei 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Martkplaats.nl waarin zij een toegangskaart voor Pinkpop te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 17]” door een kaart te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 85,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaart, maar die kaart is niet geleverd. Genoemde “[alias 17]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 16]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 17]” als haar adres [adres 22] opgegeven. Aangever 45: - [benadeelde 45], wonende te Groningen, heeft verklaard dat zij in de periode van 21 juni 2011 tot en met 27 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij een festivalticket voor Fusion te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 84]” (= naam aangeefster 27) door een ticket te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 85,-- overgemaakt naar bovengenoemde bankrekening voor de aankoop van dat ticket, maar dat ticket is niet geleverd. Genoemde “[alias 84]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 18]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 84]” als haar adres [adres 11] en als telefoonnummer [nummer 30] opgegeven. Aangeefster kreeg toen ze genoemd telefoonnummer belde ene “[alias 21]” aan de lijn die bleef volhouden dat hij het ticket had verstuurd. Aangeefster is nadat ze zich heeft aangemeld op het forum van www.opgelichtopinternet.nl meerdere malen gebeld en heeft naast een voicemail bericht ook een sms-bericht van genoemd telefoonnummer ontvangen met daarin de tekst “Hahahaha. Je bent erachter.” Aangever 46: - [benadeelde 46], wonende te Bergeijk, heeft verklaard dat zij in de periode van 16 mei 2011 tot en met 6 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij tickets voor Pukkelpop te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 18]” door tickets te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 82,50 naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van twee tickets, maar die tickets zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 18]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 17]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 18]” als haar adres [adres 89] en als telefoonnummer [nummer 29] opgegeven. Aangeefster heeft enkel telefonisch contact gehad met een man, die zich voorstelde als partner van [alias 18]. De man “klonk betrouwbaar en had een aannemelijk verhaal waarom zij van hun kaarten af wilden. Hij kon direct aangeven dat aangetekend verzenden € 7,-- zou kosten en hoe geld naar het buitenland overgemaakt moest worden.” Aangever 47: - [benadeelde 47], wonende te Amsterdam, heeft verklaard dat zij in de periode van 31 mei 2011 tot en met 12 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij pluskaarten voor Prince te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 16]” door tickets te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 85,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die tickets, aar die tickets zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 16]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 14]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 16]” als haar adres [adres 23] en als haar telefoonnummer [nummer 31] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van deze “[alias 16]” waarin deze aangeeft “dat de kaarten aangetekend verstuurd zouden worden.” Aangeefster heeft telefonisch enkel contact gehad met “de man van [alias 16]” die telkens beweerde “dat zij op dat moment niet in de buurt was.” Aangever 48: - [benadeelde 48], wonende te Voorburg, heeft verklaard dat zij in de periode van 23 mei 2011 tot en met 22 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij drie kaarten voor Opwekking 2011 te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 22]” door kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 175,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 22]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 20]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 22]” als haar adres [adres 23] en als haar telefoonnummer [nummer 33] opgegeven. Aangeefster heeft telefonisch enkel contact gehad met “de man van [alias 22]” die aangaf “dat hij ging verzenden met een track and trace nummer.” Aangever 49: - [benadeelde 49], wonende te Zoetermeer, heeft verklaard dat zij in de periode van 20 juni 2011 tot en met 23 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij vier kaarten voor Mary Poppins te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 84]” door die kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 125,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 125,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 84]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 18]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 84]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Aangever 50: - [benadeelde 50], wonende te Utrecht, heeft verklaard dat zij in de periode van 16 april 2011 tot en met 28 juli 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij concertkaarten voor Guus Meeuwis te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 15]” door twee kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 55,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 15]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 15]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 15] “ als haar adres [adres 14] en als telefoonnummer [nummer 25] opgegeven. Aangeefster heeft telefonisch enkel contact gehad via genoemd telefoonnummer met een man. Aangever 51: - [benadeelde 51], wonende te Heerhugowaard, heeft verklaard dat hij in de periode van 8 juni 2011 tot en met 30 augustus 2011 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij een toegangskaart voor de Arctic Monkeys te ruil heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 14]” door een kaart te koop te koop aan te bieden voor een bedrag van € 40,--. Hierop heeft aangever een bedrag van € 40,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van dat kaartje, maar dat kaartje is niet geleverd. Genoemde “[alias 14]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 13]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 14]” als haar adres [adres 11] opgegeven. Ten aanzien van de CBC-bank, bankrekeningnummer [nummer 13](1f, aangevers 52 en 53) - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 52: - [benadeelde 52], wonende te Velsen-Noord, heeft verklaard dat zij in de periode van 15 februari 2010 tot en met 23 februari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij vier kaarten voor het WK Allround schaatsen te Heerenveen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 19]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor de kostprijs van € 56,-- per kaart plus een bedrag van € 7,-- voor de verzendkosten. Hierop heeft aangever een bedrag van € 231,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 19]” heeft over de prijs en levering van die goederen contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 21] en via het telefoonnummer [nummer 32]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 19]” als haar adres [adres 24] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer een e-mail van “[alias 19]” waarin deze aangeeft “de kaarten aangetekend te versturen” Aangever 53: - [benadeelde 53], wonende te Tilburg, heeft verklaard dat zij in de periode van 16 februari 2010 tot en met 20 februari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee of vier kaarten voor het optreden van Jochem Meijer in Rotterdam te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 19]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 100,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 19]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 21]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 19]” als haar adres [adres 24] opgegeven. Ten aanzien van de CENTEA-bank, bankrekeningnummer [nummer 14] (1g, aangevers 54 tot en met 64). - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen. Aangever 54: - [benadeelde 54], wonende te Easterein, heeft verklaard dat hij in de periode van 11 mei 2009 tot en met 14 mei 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor een tegoedbon van D-reizen ter waarden van € 1000,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 23] en dat hij een bedrag van € 600,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die tegoedbon, maar dat die tegoedbon niet is geleverd. Genoemde “[alias 23]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 22]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 23]” als adres [adres 25] opgegeven en onder meer dezelfde tegoedbon aangeboden onder de naam “[naam 9].” Deze “[naam 9]” heeft als haar telefoonnummer [nummer 34] opgegeven. Nadat aangever via de bank van “[alias 23]” erachter was gekomen dat bovengenoemde bankrekening op naam van “[verdachte], [adres 26]” stond, heeft hij laatstgenoemd telefoonnummer gebeld en kreeg hij direct vanaf het Belgische nummer [nummer 35] een sms-bericht. Hierop is een sms-conversatie gevold waarin “[naam 9]” onder meer de volgende sms-berichten heeft verstuurd “ heb contact gehad met mijn zus en het uerteld van jou bedreiging. Ik heb ons telefoongesprek opgenomen ik werk bij de politie je hebt groot probleem”, “Ik heb gehoord van mijn broer dat u hem bedreigd heeft. Hij heeft aangifte gedaan u bent dom. [naam 9].”, “Zijn aangifte staat is al gedaan. Heeft opname gedaan. Niemand kan ongestraft bedreigen. U weet niet wat u doet. Dom!” en “Zoals ik heb gehoord. Gaat u een aantal dagen cel kosten. Wat u heeft gedaan is een kwalijke zaak. [naam 9].” Aangever 55: - [benadeelde 55], wonende te Hollandscheveld, heeft verklaard dat hij in de periode van 3 juni 2009 tot en met 11 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor een KLM-voucher ter waarde van € 800,-- en een reischeque van D-reizen ter waarde van € 750,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 24]” en dat hij een bedrag van € 435,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van dat voucher en die reischeque, maar dat dit voucher en deze reischeque niet zijn geleverd. “[alias 24]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 23]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 24]” als zijn adres [adres 26] en als zijn telefoonnummer [nummer 41] opgegeven en onder meer aangegeven “dat als hij de helft aanbetaalt, hij het aangetekend op zal sturen”. Ter zitting heeft verdachte verklaard zich te herinneren dat het bij onder meer [benadeelde 55] was misgegaan, terwijl uit de verdere uitleg – zoals in het voorgaande ook is overwogen – blijkt dat verdachte daarmee bedoelde dat er dan sprake was van door hem gepleegde oplichting. De rechtbank stelt in dit verband nog vast dat het bij deze aangifte behorende nummer 55 in de tenlastelegging ten onrechte is opgenomen achter de valse naam [alias 25] in plaats van de eveneens in de tenlastelegging opgenomen valse naam [alias 32] die door verdachte in relatie tot de onderhavige bankrekening bij aangever nummer 60 en in het verkeer met aangever daadwerkelijk is gebruikt. De rechtbank is van oordeel dat hierbij in de tenlastelegging sprake is van een kennelijke verschrijving die zij zal verbeteren, nu verdachte hierdoor niet in zijn belangen is geschaad. Aangever 56: - [benadeelde 56], wonende te Zwolle, heeft verklaard dat hij in de periode van 7 juni 2009 tot en met 25 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor vier toegangskaarten voor de Efteling voor een bedrag van € 55,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 25]” en dat hij een bedrag van € 55,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. “[alias 25]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 24]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 25]” als zijn adres [adres 26] opgegeven en onder meer aangegeven “dat de kaartjes vrije toegang geven” en “dat de kaartjes over zijn van een personeelsuitje”. Aangever 57: - [benadeelde 57], wonende te Tiel, heeft verklaard dat zij in de periode van 13 mei 2009 tot en met 16 mei 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor vier toegangskaarten voor Burgers Zoo te Arnhem, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 26]” en dat zij een bedrag van € 35,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt ten name van “[alias 26]” voor de aankoop van die kaarten, maar dat die kaarten niet zijn geleverd. “[alias 26]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 22]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 26]” als haar adres[adres 25] opgegeven en onder meer aangegeven “dat ze de kaarten kan opsturen maar dan wil ze wel een bankbetaling zodat ze zeker weet haar mijn oma haar geld krijgt” en “dat verzendkosten niet nodig zijn, omdat ze het verstuurt van haar bedrijf in Nederland waar ze werkt”. Aangever 58: - [benadeelde 58], wonende te Den Helder, heeft verklaard dat zij in de periode van 7 mei 2009 tot en met 30 mei 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor een reischeque van Toerkoop reisbureau ter waarde van € 1000,-- en op een advertentie met een aanbieding voor een NS internationaal cheque ter waarde van € 250,--, beiden geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder [alias 27]” en dat zij een bedrag van € 520,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt ten name van “[alias 27]” voor de aankoop van die beide cheques, maar dat deze cheques niet zijn geleverd. “[alias 27] heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 22]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 27]” als haar adres [adres 27] en als haar telefoonnummers [nummer 36], [nummer 37] en [nummer 38] opgegeven en onder meer aangegeven “dat de cheque geldig is in heel 2009 en in een keer geboekt moet worden.” Na herhaalde navraag ontving aangeefster agressieve sms-berichten waarin zij werd beschuldigd van oplichting en seksueel getinte sms-berichten.” Aangever 59: - [benadeelde 59], wonende te Pijnacker, heeft verklaard dat zij in de periode van 29 mei 2009 tot en met 2 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor een D-reizen vakantiecheque ter waarde van € 1000,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 28]” en dat zij een bedrag van € 200,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van deze cheque, maar dat deze cheque niet is geleverd. “[alias 28]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via e-mail en telefoon. Tijdens dit contact heeft “[alias 28]” als zijn adres [adres 32] en als zijn telefoonnummer [nummer 34] opgegeven en onder meer aangegeven “dat hij de cheque zou komen brengen bij haar woonadres”. Aangever 60: - [benadeelde 60], wonende te ’s-Gravenhage, heeft verklaard dat hij in de periode van 2 juni 2009 tot en met 9 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor een waardebon van de KLM ter waarde van € 500,-, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder "[alias 24]” en op een aanbieding voor een waardebon van D-reizen ter waarde van € 750,--, aangeboden via e-mail, en dat hij een bedrag van € 430,-- en € 275,--naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van beide bonnen, maar dat die bonnen niet zijn geleverd. “[alias 24]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 23]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 24]” als zijn adres [adres 26] en als zijn telefoonnummer [nummer 41] opgegeven en op de vraag van aangever welk soort voucher de bon van KLM betreft onder meer aangegeven “dat de waardebon van KLM een TCV betreft” en op de vraag van aangever of de cheque van D-reizen vrij overdraagbaar is “dat de D-reizen cheque vrij overdraagbaar is en in heel 2009 is in te leveren bij alle 175 winkels van D-reizen”. Daarnaast heeft aangever een e-mail ontvangen van “[alias 24]” met een tracking nummer wat volgens aangever niet bleek te kloppen. Tevens heeft aangever verklaard dat hij een sms bericht heeft ontvangen waarin staat: “Je hebt mijn gegevens verspreid. Bankgegevens kenbaar gemaakt. Ik ga schadeclaim eisen van tienduizend euro.” Aangever 61: - [benadeelde 61], wonende te Bergen op Zoom, heeft verklaard dat zij in de periode van 6 mei 2009 tot en met 10 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie voor een D-reizen vakantie cheque ter waarde van € 1000,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 27]” en dat zij een bedrag van € 539,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die cheque, maar dat die cheque niet is geleverd. “[alias 27]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 22]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 27]” als haar woonplaats Aartselaar te België en als telefoonnummer [nummer 39] opgegeven en onder meer aangegeven “ik hoor het graag, omdat er veel mensen interesse tonen in de cheque” en “dat zij de cheque aangetekend kan versturen.” Aangever 62: - [benadeelde 62], wonende te Tilburg, heeft verklaard dat hij in de periode van 8 juni 2009 tot en met 16 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie voor NS Hi speed tegoedbonnen ter waarde van € 150,--, geplaatst op Marktplaats.nl door de adverteerder “[alias 28]” en dat hij een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die bonnen, maar dat die bonnen niet zijn geleverd. “[alias 28]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 25]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 28]” als zijn adres [adres 32] opgegeven en onder meer aangegeven “dat de bonnen geldig zijn voor alle NS internationaal tickets en in heel 2009” en “dat hij de bonnen aangetekend zal verzenden.” Aangever 63: - [benadeelde 63], wonende te Rijen, heeft verklaard dat hij in de periode van 14 mei 2009 tot en met 25 mei 2009 heeft gereageerd op een advertentie voor een D-reizen cheque ter waarde van € 1000,--, geplaatst op Marktplaats.nl door adverteerder “[naam 10]” en dat hij een bedrag van € 310,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van die cheque, maar die cheque is niet geleverd. “[naam 9]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 22]. Tijdens dit contact heeft deze “[naam 9]” als haar telefoonnummer [nummer 40] opgegeven en onder meer aangegeven “dat zij een geschil had gehad met D-Reizen en daarom de cheque als compensatie had gekregen, dat hij nog heel 2009 geldig was, dat zij de cheque verkopen omdat zij al vier weken naar Cuba was geweest en dat zij inmiddels al een bod had liggen van 600,-- euro” en “dat het niet mogelijk was de cheque te komen ophalen, omdat zij doordeweeks in Luxemburg zou werken, en in het weekend in Ingelmunster tegen de Franse grens.” Aangever heeft via genoemd telefoonnummer sms-berichten ontvangen waarin onder meer stond: “oproep gemist, zat op de wc hahaha” en “Beste heer [benadeelde 63]. U heeft aangaande de d reizen cheque verzuimd de rest te betalen. Morgenochtend zal n deurwaarder ingeschakeld worden. Mvrgr”. Aangever 64: - [benadeelde 64], wonende te Beverwijk, heeft verklaard dat hij in de periode van 23 mei 2009 tot en met 12 juni 2009 heeft gereageerd op een advertentie voor een Neckermann reischeque ter waarde van € 750,--, geplaatst op Marktplaats.nl door adverteerder “[alias 29]” en dat hij een bedrag van € 500,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt voor de aankoop van die cheque, maar die cheque is niet geleverd. “[alias 29]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 26] en “[alias 29]” heeft met aangever telefonisch contact gehad via het telefoonnummer [nummer 36]. Tijdens dit contact hebben[alias 29] als hun adres [adres 29] opgegeven en onder meer aangegeven “dat de cheque via aangetekende post zou worden opgestuurd met een zogenaamd trackingnummer”. “[alias 29]” heeft via de telefoon tegen aangever gezegd “dat hij een advocaat had ingezet tegen de site www.opgelichtopinternet.n1 en dat als hij aangifte zou doen dit een valse aangifte zou zijn en hij dan van zijn werk zou worden gehaald”. Ten aanzien van de Delta-Lloyd bank, bankrekeningnummer [nummer 15] (1h, aangevers 65 tot en met 81). - Verdachte heeft verklaard dat hij genoemde bankrekening heeft geopend/gebruikt en via die bankrekening gelden heeft ontvangen Aangever 65: - [benadeelde 65], wonende te Groningen, heeft verklaard dat zij in de periode van 29 november 2009 tot en met 24 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee kaarten voor het Eurosonic festival te Groningen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 30]” door kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 90,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 90,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 30]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 30]” als haar adres [adres 30] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 30]” waarin deze aangeeft “dat de kaarten in Brussel op te halen waren in Brussel of anders verstuurd moesten worden.” Aangever 66 - [benadeelde 66], wonende te Groningen, heeft verklaard dat hij in de periode van 2 december 2009 tot en met 2 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij een kaarten voor het Eurosonic festival te Groningen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 30]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 60,-- per stuk. Hierop heeft aangever een bedrag van € 120,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 30]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 30]” als haar adres [adres 30] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 30]” waarin deze aangeeft “dat de kaarten opgehaald kunnen worden in Brussel” , “dat ze naar Londen zou gaan voor haar werk”, “dat onder rembours versturen vanuit België naar Nederland niet kan, maar dat ze wel aangetekend zou kunnen versturen” en “dat hij wellicht 50% kan aanbetalen en het restant bij ontvangst”. Aangever 67: - [benadeelde 67], wonende te Groningen, heeft verklaard dat zij in de periode van 2 december 2009 tot en met 15 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij kaarten voor het Eurosonic festival te Groningen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 30]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 180,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 90,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 30]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 30]” als haar adres [adres 30] opgegeven. Aangever 68: - [benadeelde 68], wonende te Zwolle, heeft verklaard dat zij in de periode van 2 januari 2010 tot en met 3 februari 2010 heeft gereageerd op een advertentie met een aanbieding voor kaarten voor een optreden van de Toppers, geplaatst op Marktplaats.nl door adverteerder “[alias 31]” en dat zij een bedrag van € 100,-- naar bovengenoemde bankrekening heeft overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van vier voor die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. “[alias 31]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 28]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 31]” als zijn adres [adres 31] en als telefoonnummer [nummer 41] opgegeven en onder meer aangegeven “dat hij was verhuisd naar Brussel en de afstand voor het concert dus te ver was en dat hij daarom de kaartjes verkocht”. Aangever 69: [benadeelde 69], wonende te Marienvelde, heeft verklaard dat zij in de periode van 4 januari 2010 tot en met 22 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij een toegangskaart voor Vrienden van Amstel Live te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 33]” door een kaart te koop aan te bieden voor een bedrag van € 50,--. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 50,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaart, maar die kaart is niet geleverd. Genoemde “[alias 33]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 29]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 33]” als zijn adres [adres 31] en [nummer 41] als zijn telefoonnummer opgegeven. Aangever 70: - [benadeelde 70], wonende te Alkmaar, heeft verklaard dat hij in de periode van 13 december 2009 tot en met 31 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij twee kaarten voor een optreden van Paul de Leeuw te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 34]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 70,--. Hierop heeft aangever een bedrag van € 70,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 34]” heeft over de prijs en levering van die goederen contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 30]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 34]” als zijn adres [adres 14] opgegeven. Aangever is onder meer gebeld door “[alias 34]” met telefoonnummer [nummer 42] waarbij deze aangaf “dat hij plotseling ging verhuizen dat hij daarom de kaartjes te koop aanbood”. Aangever 71: - [benadeelde 71], wonende te Heerhugowaard, heeft verklaard dat hij in de periode van 7 december 2009 tot en met 21 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij twee kaarten voor het feest White Christmas te Haarlem te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 30]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 40,-- per stuk. Hierop heeft aangever, in overeenstemming met deze “[alias 30]”, een bedrag van € 75,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 30]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 30]” als haar adres [adres 30] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van “[alias 30]” waarin deze onder meer aangeeft “dat hij de kaarten kan ophalen of betaling per computer kan doen”. Aangever 72: - [benadeelde 72], wonende te Hoofddorp, heeft verklaard dat hij in de periode van 21 december 2009 tot en met 28 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij kaarten voor het feest in hotel Krasnapolsky te Amsterdam te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 35]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 150,--. Hierop heeft aangever een bedrag van € 75,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt als aanbetaling voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 35]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangever contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 31] Tijdens dit contact heeft deze “[alias 35]” als zijn adres [adres 33] en als zijn telefoonnummer [nummer 43] opgegeven. Aangever ontving onder meer e-mails van deze “[alias 35]” waarin deze aangeeft “dat hij het plan had om in Krasnopolsky te overnachten maar dat zijn vrouw moet werken op nieuwjaarsdag”, “dat hij kan betalen via paypal of de helft kan aanbetalen en het restant bij ontvangst”, “dat onder rembours verzenden niet gaat vanaf België naar Nederland” en, op de vraag van aangever of hij een foto kan maken van de kaarten, “dat hij op zijn werk niet in de gelegenheid is om een foto te maken”. Aangever 73: - [benadeelde 73], wonende te Amsterdam, heeft verklaard dat zij in de periode van 22 december 2009 tot en met 4 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij toegangskaarten voor een feest in Paradiso te Amsterdam te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 36]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 30,-- per stuk. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 120,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 36]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 32]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 36]” als zijn adres[adres 34] en als zijn telefoonnummer [nummer 44] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 36]” waarin hij aangeeft “dat hij de kaarten aangetekend zal versturen” en op de vraag van aangeefster of hij voor FC Limburg heeft gevoetbald, zodat ze een beetje weet naar wie ze het geld overmaakt, “dat hij jarenlang voorstopper is geweest bij MVV en dat FC Limburg er niet is en nooit heeft bestaan.” Aangever 74: - [benadeelde 74], wonende te Delft , heeft verklaard dat zij in de periode van 2 januari 2010 tot en met 14 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin zij twee toegangskaarten voor het concert van Air in Paradiso te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 33]” door twee kaarten te koop aan te bieden. Hierop heeft aangeefster een bedrag van € 30,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van één van die kaarten, maar die kaart is niet geleverd. Genoemde “[alias 33]” heeft over de prijs en levering van dat goed met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 29]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 33]” als zijn adres [adres 31] opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 33]” waarin hij naar aanleiding van de vraag van aangeefster waar hij woont, omdat ze de transactie liever in persoon doet, aangeeft “dat hij naar Brussel is verhuisd en daarom op de advertentie reageert en dat hij nooit meer in Amsterdam komt” en “dat hij de kaarten aangetekend kan versturen”. Aangever 75: - [benadeelde 75], wonende te ’s-Gravenhage, heeft (mede namens het bedrijf [benadeelde 75]), verklaard dat zij de eigenaresse is van het bedrijf[benadeelde 75], handelend onder de naam [benadeelde 75] en dat zij in de periode van 4 december 2009 tot en met 13 december 2009 een advertentie heeft geplaatst op Martkplaats.nl waarin zij toegangskaarten voor de VIP openingsavond van de Miljonairs Fair te koop heeft gevraagd voor € 50,-- per stuk. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 30]” door vier kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 180,--. Hierop heeft aangeefster (via de rekening van haar man, [naam 14], handelend onder de naam [naam 15], op kosten van haar zaak) een bedrag van € 180,-- naar bovengenoemde bankrekening overgemaakt voor de aankoop van die kaarten, maar die kaarten zijn niet geleverd. Genoemde “[alias 30]” heeft over de prijs en levering van die goederen met aangeefster contact gehad via het e-mailadres [e-mailadres 27]. Tijdens dit contact heeft deze “[alias 30]” als haar woonplaats Molenbeek onder de rook van Brussel te België opgegeven. Aangeefster ontving onder meer e-mails van “[alias 30]” waarin deze aangeeft “dat de kaarten opgehaald kunnen worden of dat ze de kaarten kan versturen”, waardoor deze “[alias 30]” het vertrouwen van aangeefster won. Aangever 76: - [benadeelde 76], wonende te Alphen aan de Rijn, heeft verklaard dat hij in de periode van 1 januari 2010 tot en met 15 januari 2010 een advertentie heeft geplaatst op Marktplaats.nl waarin hij concertkaarten voor de muziekgroep Fratsen te koop heeft gevraagd. Op deze advertentie werd gereageerd door “[alias 36]” door twee kaarten te koop aan te bieden voor een bedrag van € 50,--. Hierop heeft aangever een bed

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.