← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2014:9525

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 2137242 CV EXPL 13-3427 vonnis d.d. 23 april 2014 inzake de stichting Stichting Pensioenfonds ABP, gevestigd te Heerlen, eiseres in conventie, verweerster in reconventie, gemachtigde: thans mr. L.G. van Ek, advocaat te Heerlen, tegen [voornamen gedaagde] [gedaagde], wonende te [woonplaats] , [adres] , gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, gemachtigde: mr. I.M. van den Heuvel, advocaat te Roosendaal. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: a. de dagvaarding van 11 juni 2013, met producties, b. de conclusie van antwoord in conventie, tevens conclusie van eis in reconventie, met producties; c. de conclusie van repliek in conventie, met producties; d. de conclusie van antwoord in reconventie; d. de conclusie van dupliek in conventie, tevens repliek in reconventie; e. de conclusie van dupliek in reconventie, met producties; f. de pleitnota zijdens [gedaagde] ; g. de pleitnota zijdens Stichting Pensioenfonds ABP; f. de aantekeningen van de griffier van de zitting van 25 maart

  1. 2Het geschil In conventie: 2.1 Eiseres in conventie (gedaagde in reconventie, verder ook te noemen ABP) vordert om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde in conventie (eiseres in reconventie) verder ook te noemen [gedaagde] ) te veroordelen om aan haar tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 16.499,62, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 16.499,63 vanaf heden tot aan de dag der voldoening, met veroordeling van gedaagde in de kosten van deze procedure. 2.2 [gedaagde] voert verweer en concludeert ABP niet ontvankelijk te verklaren in haar vordering en haar die vordering als ongegrond en/of onbewezen te ontzeggen, met veroordeling van ABP in de proceskosten. In reconventie: 2.3 [gedaagde] vordert ABP te veroordelen om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan haar te voldoen een bedrag van € 860,-, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 430,- vanaf 30 november 2012 en over € 860,- vanaf 31 januari 2013, met veroordeling van ABP in de proceskosten. 2.4 ABP voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie. 3De beoordeling in conventie: 3.1 ABP vordert bij dagvaarding een bedrag van € 15.428,91 van [gedaagde] terug omdat [gedaagde] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van de verbintenis. ABP stelt daartoe, dat zij gelet op genomen beslissingen te veel aan [gedaagde] heeft uitbetaald. 3.2 Bij antwoord voert [gedaagde] onder meer aan, dat er geen sprake van is dat ABP aan haar teveel uitkering heeft betaald. In de dagvaarding mist zij
  2. bewijzen van alle betalingen die ABP aan [gedaagde] heeft gedaan,
  3. een gemotiveerde opgaaf van de titel van betaling en
  4. welke bedragen onverschuldigd zijn betaald en
  5. waarom. Zij mist voorts in de dagvaarding een duidelijke grondslag voor de vordering van ABP. 3.3 Bij repliek baseert ABP haar vordering op onverschuldigde betaling naar burgerlijk recht. Aan deze repliek voegt zij, een groot aantal “dossierstukken” toe. Zij verwijst voorts naar regelgeving betreffende de verhouding tussen partijen, waaronder het Pensioenreglement. Dat reglement is door haar niet overgelegd. 3.4 [gedaagde] voert bij dupliek aan dat ABP op deze wijze de grondslag van haar vordering heeft verlaten. Voorts voert zij aan, dat zij in haar verdediging is geschaad nu ABP ook bij repliek niet de vereiste gedocumenteerde en gespecificeerde onderbouwing geeft van haar vordering. De verwijzing naar “dossierstukken” en regelgeving door ABP is niet steeds te volgen en/of onjuist. 3.5 Zijdens [gedaagde] is pleidooi gevraagd. Ter gelegenheid daarvan is zijdens ABP onder meer opgemerkt, dat de dagvaarding zelf te beperkt is, maar dat de relevante producties er wel bij zitten en in de loop van de procedure een en ander toch wel duidelijk is geworden. Wanneer de vordering niet ontvankelijk wordt verklaard zal ongetwijfeld een nieuwe dagvaarding worden uitgebracht, die gegarandeerd wel compleet zal zijn. 3.6 De kantonrechter is van oordeel, zoals reeds ter gelegenheid van het pleidooi als mogelijke beslissing aan de orde is gekomen, dat ABP niet ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering. De dagvaarding is incompleet en de stellingen daarin zijn onvoldoende toegelicht en onderbouwd. Mede ten gevolge hiervan blijven ook later in de procedure de stellingname, onderbouwing en verwijzingen aan de zijde van ABP onvolledig en onvoldoende geordend en toegankelijk. [gedaagde] wordt daardoor in haar verdediging geschaad. 3.7 ABP geldt als de in het ongelijk gestelde en dient in de kosten van deze procedure te worden veroordeeld. in reconventie: 3.8 Tussen partijen staat vast, dat ABP ingevolge het vonnis in kort geding van 13 maart 2013 van de rechtbank Limburg (KG ZA 13-73) twee bedragen van elk € 430,- (door ABP verrekend met de uitkering aan [gedaagde] in de maanden november 2012 en januari 2013) diende terug te betalen. 3.9 [gedaagde] vordert in reconventie betaling van deze bedragen, vermeerderd met rente. 3.10 ABP stelt dat zij (reeds) in de maand februari 2013 het met een brutobedrag van € 430,- corresponderend netto bedrag en in de maand april 2013 een met € 427,85 (€ 430,- - 5%) corresponderend nettobedrag op de rekening van [gedaagde] heeft overgemaakt, waardoor de verrekende bedragen op de voorgeschreven wijze zijn gerestitueerd. Ter onderbouwing daarvan legt zij betaalspecificaties van die maanden over en licht die toe. 3.11 De betaalspecificaties en de gegeven toelichting is naar het oordeel van de kantonrechter duidelijk. [gedaagde] heeft niet gesteld en onderbouwd dat zij de bedragen, waarop de specificaties sloten, niet heeft ontvangen. Dit leidt er toe, dat de vordering van [gedaagde] wordt afgewezen. 3.12 [gedaagde] dienst als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure aan de zijde van ABP gevallen te worden veroordeeld. 4De beslissing De kantonrechter: in conventie: verklaart ABP niet ontvankelijk in haar vordering; veroordeelt ABP in de kosten van dit geding, aan de zijde van [gedaagde] begroot op € 1.200,- als salaris voor de gemachtigde van [gedaagde] ; in reconventie: wijst de vordering af; veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, aan de zijde van ABP begroot op € 400,- als salaris voor de gemachtigde van ABP; in conventie en in reconventie: verklaart de kostenveroordelingen uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis in conventie en in reconventie is gewezen door mr. L.A.M. van Dijke, en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2014.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.