RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Procedurenummer AWB 13/3206 Uitspraak van 23 januari 2014 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [woonplaats], belanghebbende, en de heffingsambtenaar van de gemeente Tilburg, de heffingsambtenaar. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de heffingsambtenaar van 29 mei 2013 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan belanghebbende opgelegde aanslag leges. Zitting Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven. 1Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. 2Gronden 2.
- Met dagtekening 19 september 2012 en factuurnummer [factuurnummer] is aan belanghebbende de onderhavige aanslag leges opgelegd. 2.
- Belanghebbende heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Het bezwaarschrift is gedagtekend 23 november 2012 en is op 27 november 2012 door de heffingsambtenaar ontvangen. 2.
- De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van belanghebbende bij de bestreden uitspraak van 29 mei 2013 wegens termijnoverschrijding niet ontvankelijk verklaard. 2.
- In geschil is of het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard. 2.
- Gelet op het bepaalde in de artikelen 6:7 en 6:9 van de Awb in verbinding met artikel 22j van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, oordeelt de rechtbank dat de bezwaartermijn aanving op 20 september 2012 en eindigde op 31 oktober
- Belanghebbende heeft zijn bezwaar derhalve te laat ingediend. 2.
- Belanghebbende stelt dat het bezwaar in behandeling had moeten worden genomen, omdat hij meteen na de ontvangst van de factuur van 19 september 2012 telefonisch bezwaar heeft gemaakt. Een telefonisch bezwaar is rechtsgeldig, aldus belanghebbende. 2.
- Naar de rechtbank begrijpt, bedoelt belanghebbende hiermee te stellen dat er tijdig mondeling bezwaar is gemaakt. De rechtbank kan dit mondelinge bezwaar niet aanmerken als een bezwaar in de zin van de Awb. Artikel 6:4 van de Awb bepaalt namelijk dat het maken van bezwaar geschiedt door het indienen van een bezwaarschrift. Hieruit volgt dat alleen schriftelijk bezwaar kan worden gemaakt. Het schriftelijke bezwaar is bij de heffingsambtenaar binnengekomen op 27 november 2012, dus buiten de bezwaartermijn. Dit brengt de rechtbank tot de conclusie dat de bezwaartermijn is overschreden. 2.
- Op grond van artikel 6:11 van de Awb blijft niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. 2.
- Belanghebbende stelt in dit verband dat op de aanslag geen melding wordt gemaakt over de wijze waarop bezwaar moet worden gemaakt. 2.
- Naar de rechtbank begrijpt, bedoelt belanghebbende hiermee te stellen dat het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing op het aanslagbiljet de reden was van de termijnoverschrijding. De heffingsambtenaar heeft deze stelling gemotiveerd bestreden met een kopie van de voor –en achterzijde van het aan belanghebbende verzonden aanslagbiljet met op de achterzijde informatie over de bezwaarmogelijkheid en bezwaartermijn. Nu naar het oordeel van de rechtbank van het ontbreken van een rechtsmiddelverwijzing geen sprake is, kan het door belanghebbende gestelde ontbreken daarvan ook geen grond zijn voor het oordeel dat belanghebbende redelijkerwijs niet in verzuim was. 2.
- Het voorgaande leidt tot de slotsom dat het bezwaar van belanghebbende terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Aan een inhoudelijke beoordeling van de aanslag komt de rechtbank dan niet toe. 2.
- Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard. 2.
- De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Deze uitspraak is gedaan op 23 januari 2014 door mr. D. Hund, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.J. van Balkom, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
- bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.