vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/301037 / HA ZA 15-409 Vonnis van 16 december 2015 in de zaak van [eiser] , wonende te [plaatsnaam] , eiser, advocaat mr. H.E. de Leeuw-Blokland, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid R&R SYSTEMS HOLDING BV, gevestigd te Gemert, gedaagde, advocaat mr. N.E.N. de Louwere. Partijen zullen hierna [eiser] en R&R genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 30 september 2015 en de daarin vermelde stukken het proces-verbaal van comparitie van 11 december 2015 en de daarin vermelde stukken. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2Het geschil 2.1. [eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, R&R te veroordelen om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.900.733,90 exclusief BTW, vermeerderd met wettelijke rente, en R&R te veroordelen in de proceskosten en de nakosten. 2.2. R&R heeft de vordering weersproken en geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van [eiser] , subsidiair tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] , uitvoerbaar bij voorraad, in de proceskosten. 3De beoordeling 3.1. Dit geding betreft een schadestaat procedure, die is gevolgd op een arrest van het gerechtshof in Den Bosch van 18 maart 2014 waarin bevestigend is beslist op de vraag of sprake is van een tekortkoming in de nakoming van een verbintenis die verplicht tot schadevergoeding. De rechtbank heeft met partijen ter zitting besproken dat eerst zal worden beslist op het verweer van R&R dat [eiser] niet ontvankelijk behoort te worden verklaard. 3.2. R&R heeft in de conclusie van antwoord aan dat verweer het volgende ten grondslag gelegd. “(…) 3.2 Medio 1995 en 2002 sloot [eiser] koop- en aan nemingsovereenkomsten met R&R (destijds genaamd) R&R Systems B.V. (KvK nr.: 16078819). R&R verwijst hiervoor naar productie 1 bij dagvaarding in eerste aanleg, waarin voornoemd kamer van koophandel nummer staat vermeld (productie 3). Medio 2006 is de naam van R&R gewijzigd van R&R Systems B.V. naar de naam R&R Systems Holding B.V. Uittreksels van de kamer van koophandel worden als productie 4 aan deze conclusie gehecht. 3.3 Zoals reeds vermeld, is [eiser] op 26 januari 2011 in hoger beroep gekomen ten aanzien van het vonnis van de rechtbank Breda van 27 oktober 2010. 3.4 In deze procedure werd de rechtspersoon R&R Systems B.V. (KvK nummer: 01094524) gedagvaard. Deze rechtspersoon was evident niet de juiste procespartij. Echter, het arrest van 18 maart 2014 richt zich wel jegens R&R Systems B.V. De onderhavige schadestaatprocedure is echter weer gericht op R&R (zijnde R&R Systems Holding B.V). 3.5 De Hoge Raad hanteert in het kader van artikel 45 Rv een strenge maatstaf (Zie hiervoor o.a. Tekst & Commentaar Burgerlijke Rechtsvordering, Kluwer 2012, artikel 45, aantekening 4, blz. 160). Indien het exploot niet aan alle vereisten voldoet, dan kan zulks verhinderen dat de eisende partij in zijn vordering ontvankelijk wordt verklaard. In hoger beroep en cassatie kan zulks leiden tot nietigheid van het exploot. 3.6 Het dagvaarden van de verkeerde partij ligt derhalve in de risicosfeer van de appellant/requirant (lees: [eiser] ). Het is juist aan [eiser] om registers van de kamer van koophandel te raadplegen en te controleren of de juiste partij in de hoger beroep procedure c.q. schadestaat procedure wordt gedagvaard. Klaarblijkelijk heeft [eiser] zulks nagelaten hetgeen voor risico van [eiser] komt. 3.7 R&R stelt vast dat [eiser] voornoemde controle in de registers van de kamer van koophandel achterwege heeft gelaten en daarbij onzorgvuldig heeft gehandeld. R&R concludeert dat [eiser] - althans de door deze ingestelde vordering - op grond van het voorgaande in de onderhavige schadestaatprocedure niet ontvankelijk dient te worden verklaard. Immers, als gevolg van deze omissie is ten aanzien van - thans genaamd - R&R Systems Holding het vonnis van de rechtbank in stand gebleven (productie 1 en 2.4), zodat [eiser] geen vordering heeft op deze vennootschap.” 3.3. Ter zitting is door partijen op dit punt, zoals is opgenomen in het proces-verbaal, nog het volgende naar voren gebracht. “Van de zijde van R&R wordt verklaard: U houdt mij voor dat R&R in eerste aanleg geen melding heeft gemaakt van haar naamswijziging en in hoger beroep incidenteel appel heeft ingesteld onder de naam R&R Systems BV. U wijst mij ook op het arrest van de HR over de deformaliseringstendens. Ik denk dat R&R geen slapende honden heeft willen wakker maken, ik was toen echter niet de advocaat van R&R. Het hof heeft een veroordeling uitgesproken die niet ziet op R&R en de deformalisering gaat niet zo ver dat het arrest van het hof toch zo mag worden begrepen dat R&R is veroordeeld. Bij raadpleging van het handelsregister had [eiser] moeten zien dat R&R Systems BV een andere partij is dan R&R. Er is sprake van benadeling omdat R&R kapitaalkrachtiger is. Ik verzoek u op voorhand hoger beroep toe te staan van de te nemen beslissing over de ontvankelijkheid. U zegt mij dat u op dit verzoek in het vonnis beslist. Van de zijde van [eiser] wordt verklaard: R&R is de contracts- en aan te spreken partij. Er is nooit aangevoerd dat R&R Systems BV niet de juiste partij was. Er was ook enkel sprake van een naamswijziging. Er is geen sprake van een rechtsopvolging. De dagvaarding in hoger beroep is ook uitgebracht aan Systems BV op hetzelfde adres en aan dezelfde directeur. R&R had redelijkerwijs zelf niet het idee kunnen hebben dat er een andere vennootschap dan de contractspartij in de procedure was betrokken. Dat geen slapende honden moesten worden wakker gemaakt, gaat te ver. Volgens diverse jurisprudentie gaat het erom dat recht wordt gedaan tussen de werkelijke partijen die zijn betrokken bij de rechtsbetrekking in het geschil. Deze casus valt binnen de deformaliseringjurisprudentie. R&R heeft nooit kunnen menen dat de vordering tegen de andere vennootschap was gericht.” 3.4. De rechtbank oordeelt als volgt. De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 13 december 2013 (ECLI:NL:HR:2013:1881) meegedeeld aanleiding te zien voort te bouwen op een reeds eerder ingezette deformaliseringstendens. De Raad heeft de volgende regels geformuleerd. “(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.