vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Handelsrecht Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/02/291019 / HA ZA 14-870 Vonnis van 16 december 2015 in de zaak van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid STENA LINE B.V, gevestigd te Hoek van Holland, eiseres, advocaat mrs. M. Verhagen en O. Yesildag te Rotterdam, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SCHEEPVAARTBEDRIJF JACOBUS B.V., gevestigd te Werkendam, gedaagde, advocaat mr. J. Blussé van Oud -Alblas te Rotterdam. Partijen zullen hierna Stena en Jacobus genoemd worden. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 25 februari 2015 het proces-verbaal van comparitie van 20 april 2015. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. Stena is een ferry-operator. Jacobus is eigenaresse van het binnenvaartschip genaamd “Jacobus”. 2.2. Op 28 december 2011 zijn bij BWC in de Waalhaven aan bakboord en aan stuurboord van de Jacobus rijen van 5 lengten MSC (Mediterranean Shipping Company) 40 voet containers, vijf hoog, geladen, op elkaar gezet met stackers en met spanbanden vastgesjord aan het schip. Tussen die twee rijen zijn andere containers geladen. De Jacobus is vervolgens de rivier afgevaren naar ECT, Maasvlakte. Bij het invaren van het Breeddiep begaf een van de spanbanden aan stuurboord het, waardoor de containers aan stuurboord in beweging kwamen, de andere spanbanden aan stuurboord braken en een deel van de lading containers aan stuurboord naar bakboord overkwam. Daarbij kwamen de bovenste containers van de stuurboordrij tegen de containers aan bakboord en werd ook het verband van de containers aan bakboord verbroken, waardoor de containers aan bakboord overboord gingen, op 29 december even na 3.00 uur. 2.3. De containers zijn in de Nieuwe Waterweg terecht gekomen nabij Hoek van Holland. Een (aantal) van de containers is tegen de steiger en kade van Stena aangekomen en heeft daaraan schade veroorzaakt. Deze schade is door de ingeschakelde schade-expert vastgesteld op een bedrag van € 23.738,50. 2.4. De containers zijn in opdracht van Rijkswaterstaat geborgen en aan wal geplaatst. Drie containers zijn bij Stena op haar terminal opgeslagen. 3Het geschil 3.1. Stena vordert samengevat - veroordeling van Jacobus tot betaling van € 35.889,-- ex BTW te vermeerderen met rente en kosten. De vordering bestaat uit een bedrag van € 22.800,-- ex BTW betreffende schade aan de kade en de steiger en een bedrag van € 13.089,-- ex BTW aan opslag- en handlingskosten.Stena stelt dat Jacobus als eigenaresse van het schadeveroorzakende schip krachtens het bepaalde in artikel 8:1002 BW aansprakelijk is voor de schade aan de kade en de steiger, nu deze het gevolg is van het overboord slaan van de containers vanaf de Jacobus. De vordering betreffende opslag- en handlingskosten baseert Stena eveneens op het bepaalde in artikel 8:1002 BW. 3.2. Jacobus voert verweer. Zij betwist dat sprake is van schuld van het schip, nu niet het schip, maar de containers de schade hebben toegebracht aan de kade en de steiger en het schip niet instrumenteel is geweest voor de schade. Ook is er volgens Jacobus geen sprake van onrechtmatig handelen van het schip en is onduidelijk hoe de containers overboord hebben kunnen slaan. Jacobus stelt dat MSC als eigenaresse van de containers aansprakelijk is voor het opruimen en ophalen daarvan. Voorts betwist Jacobus de verschuldigdheid van de mede gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. 4De beoordeling 4.1. Als aanvaring heeft te gelden het veroorzaken van schade door een oorzaak aan boord van een schip, waarvoor niet nodig is dat die oorzaak kan worden herleid tot een nautische fout. Indien sprake is van een voorval aan boord van een schip dat als oorzaak van de schade kan worden aangemerkt, kan worden geconcludeerd dat het schip de schade heeft veroorzaakt. In casu is de oorzaak van de schade terug te voeren tot een voorval aan boord van het schip: namelijk het losraken van een spanband, waardoor de containers zijn losgeraakt. De schade wordt dus aangemerkt als veroorzaakt door het schip, omdat het voorval dat tot de schade leidde aan boord plaatsvond. 4.2. Bij de uitleg van het begrip ‘schuld van een schip’ moet worden vooropgesteld dat volgens artikel 8:1004 lid 1 BW geen wettelijk vermoeden van schuld bestaat. Op de eigenaar van een schip rust niet in het algemeen een risicoaansprakelijkheid met betrekking tot door of met het schip toegebrachte schade. Er is sprake van schuld van een schip indien de schade het gevolg is van: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.