RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 16/668, 16/670 tot en met 16/673, 16/675, 16/676, 16/678 tot en met 16/680, 16/683 tot en met 16/685, 16/687 en 16/688 WMO15 uitspraak van 21 april 2016 van de meervoudige kamer in de zaken tussen [eiseres1] , te [woonplaats eiseres1] , eiseres in de zaak BRE 16/668 WMO15, [eiseres2] , te [woonplaats eiseres2] , eiseres in de zaak BRE 16/670 WMO15, [eiseres3] , te [woonplaats eiseres3] , eiseres in de zaak BRE 16/671 WMO15, [eiseres4] , te [woonplaats eiseres4] , eiseres in de zaak BRE 16/672 WMO15, [eiseres5] , te [woonplaats eiseres5] , eiseres in de zaak BRE 16/673 WMO15, [eiseres6] , te [woonplaats eiseres6] , eiseres in de zaak BRE 16/675 WMO15, [eiseres7] , te [woonplaats eiseres7] , eiser in de zaak BRE 16/676 WMO15, [eiseres8] , te [woonplaats eiseres8] , eiseres in de zaak BRE 16/678 WMO15, [eiseres9] , te [woonplaats eiseres9] , eiseres in de zaak BRE 16/679 WMO15, [eiseres10] , te [woonplaats eiseres10] , eiseres in de zaak BRE 16/680 WMO15, [eiseres11] , te [woonplaats eiseres11] , eiseres in de zaak BRE 16/683 WMO15, [eiseres12] , te [woonplaats eiseres12] , eiseres in de zaak BRE 16/684 WMO15, [eiseres13] , te [woonplaats eiseres13] , eiseres in de zaak BRE 16/685 WMO15, [woonplaats eiseres13] , te [woonplaats eiseres13] , eiseres in de zaak BRE 16/687 WMO15, [eiseres14] , te [woonplaats eiseres14] , eiseres in de zaak BRE 16/688 WMO15, hierna tezamen ook te noemen: eisers, gemachtigde: P.A. van de Ven, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente [plaatsnaam college] (college), verweerder. Procesverloop Eisers hebben beroep ingesteld tegen de besluiten van 27 januari 2016 (bestreden besluiten) van het college inzake de herroeping van de besluiten van 18 december 2014 waarbij de huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) per 1 mei 2015 is beëindigd. De zaken zijn gelijktijdig behandeld met de zaken BRE 16/669, 16/674, 16/677, 16/681, 16/682 en 16/686 WMO15. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 8 april 2016. Eisers hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. P.J.C. van Halteren. Overwegingen 1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden. Eisers ontvingen hulp bij het huishouden op grond van de Wmo. Bij besluiten van 26 september 2014 heeft het college eisers medegedeeld dat is besloten de eerste drie uur hulp per week als algemene voorziening te zien. Naar het oordeel van het college hebben eisers daarom in het geheel geen recht meer op een individuele voorziening. Het college heeft besloten de (individuele) voorziening te beëindigen met ingang van 1 januari 2015. Tegen deze besluiten hebben eisers geen bezwaar gemaakt. Bij besluiten van 18 december 2014 (primaire besluiten) heeft het college eisers medegedeeld dat is besloten de (individuele) voorziening van eisers te verlengen met vier maanden tot 1 mei 2015 en per laatstgenoemde datum te beëindigen. Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen de primaire besluiten. Het college heeft de bezwaren op 1 mei 2015 niet-ontvankelijk verklaard, vanwege het ontbreken van procesbelang. Eisers hebben tegen deze beslissingen op bezwaar beroep ingesteld. Met de uitspraken van 15 december 2015 heeft de rechtbank deze beroepen gegrond verklaard, de beslissingen op bezwaar van 1 mei 2015 vernietigd en het college de opdracht gegeven om opnieuw op de bezwaren van eisers te beslissen. Bij de bestreden besluiten heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en de primaire besluiten herroepen. Het rechtsgevolg daarvan is volgens het college dat de besluiten van 26 september 2014 herleven. 2. Eisers kunnen zich met de bestreden besluiten niet verenigen. Daartoe wordt primair aangevoerd dat het niet mogelijk is dat de reeds vernietigde besluiten van 26 september 2014 herleven. Subsidiair is er gehandeld in strijd met het verbod op reformatio in peius, omdat de besluiten van 26 september 2014 nadeliger zijn dan de besluiten van 18 december 2014. Verzocht wordt om de bestreden besluiten te vernietigen en te bepalen dat de eerder toegekende Wmo-voorzieningen per 1 mei 2015 ongewijzigd worden voortgezet. 3. Ter zitting heeft de gemachtigde van eisers naar voren gebracht dat het college in andere bezwaar- en beroepsprocedures heeft geoordeeld dat het door het college gevoerde beleid onjuist was. Naar aanleiding daarvan zijn de besluiten waarbij de (individuele) voorzieningen waren beëindigd herroepen en zijn de desbetreffende personen teruggevallen op de voor de beëindiging voor hen geldende toekenningsbeschikking. De gemachtigde van het college heeft het vorenstaande ter zitting bevestigd en vervolgens aangegeven het gelet daarop redelijk en billijk te vinden om ook eisers terug te laten vallen op de (individuele) voorziening zoals die voor de beëindiging met ingang van 1 januari 2015 aan hen was toegekend. De gemachtigde van het college heeft toegezegd eisers op de eerdere toekenningsbeschikkingen te zullen laten terugvallen, waarbij hij per eiser(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.