RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, enkelvoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummer BRE 14/6084 uitspraak van 24 juni 2016 Hersteluitspraak van de uitsprak van 8 april 2016 in het geding tussen [belanghebbende] , wonende te [plaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. De bestreden uitspraak op bezwaar De uitspraak van de inspecteur van 31 juli 2014 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over het jaar 2010, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 51.999, waarbij € 544 heffingsrente is vastgesteld ( [aanslagnummer] .H.06). Herstel De inspecteur heeft de rechtbank bij brief van 24 mei 2016, door de rechtbank ontvangen op 30 mei 2016, erop gewezen dat de rechtbank in haar uitspraak van 8 april 2016 de tussen partijen bereikte overeenstemming onjuist heeft vermeld, in die zin dat het belastbaar inkomen uit werk en woning verminderd had moeten worden tot € 7.999 in plaats van tot € 1.
- Belanghebbende heeft zich desgevraagd bij brief van 12 juni 2016, door de rechtbank ontvangen op 15 juni 2016, akkoord verklaard met een hersteluitspraak waarin het belastbaar inkomen uit werk en woning wordt verminderd tot € 7.
- Deze uitspraak strekt tot herstel van de uitspraak van de rechtbank van 8 april
- De rechtbank wijzigt op grond van het voorgaande de overwegingen 3.1, 3.3 en 4.4 van de uitspraak als volgt: “3.
- In de beroepsfase hebben partijen overeenstemming bereikt over de fiscale gevolgen van de afwaardering van de vordering van belanghebbende op [A BV] Van die vordering kan € 44.000 in het onderhavige jaar ten laste van het belastbaar inkomen uit werk en woning worden gebracht. (…). 3.
- Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en, naar de rechtbank begrijpt, vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van nihil en de vaststelling van een verrekenbaar verlies van € 2.510 (€ 7.999 minus € 5.489). De inspecteur concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vermindering van de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.
- 4.
- Nu de in geschil zijnde vraag op de door de inspecteur voorgestane wijze moet worden beantwoord is niet in geschil dat de aanslag moet worden verminderd tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 7.
- Gelet hierop dient het beroep gegrond te worden verklaard.” De rechtbank wijzigt op grond van het voorgaande het dictum in de uitspraak als volgt: “De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar; vermindert de aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen uit werk een woning van € 7.999; - gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 45 aan deze vergoedt.” De rechtbank verbetert de fout en stelt deze op de minuut van de uitspraak. Deze hersteluitspraak is gedaan op 24 juni 2016 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier. De griffier, De rechter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open. Voorts brengt deze uitspraak geen wijziging in de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak.