RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton Bergen op Zoom zaak/rolnr.: 4958642 CV EXPL 16-2069 vonnis d.d. 24 augustus 2016 inzake de besloten vennootschap [naam opposante] , gevestigd en kantoorhoudende te [adres opposante][adres opposante] ,opposante, gemachtigde: [naam gemachtigde] [naam gemachtigde] , tegen [geopposeerde] , wonende te [adres] ,geopposeerde, gemachtigde: [naam gemachtigde geopposeerde][naam gemachtigde geopposeerde][naam gemachtigde geopposeerde] . Partijen zullen hierna worden aangeduid als “ [naam opposante] ” en “ [geopposeerde] ”. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: de verzetdagvaarding van 22 maart 2016, tevens houdende eis in reconventie,met producties; het tussenvonnis van 20 april 2016, waarbij een comparitie van partijen isgelast; de conclusie van antwoord in reconventie (oppositie), tevens akte vermeerdering van eis in conventie. de aantekeningen van de griffier van de terechtzitting van 17 mei 2016. Vervolgens is vonnis bepaald op heden. 2Het geschil In verzet (in conventie) 2.1 Bij zijn op 15 februari 2016 uitgebrachte dagvaarding heeft [geopposeerde] , als eiser in de verstekzaak, in conventie gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [naam opposante] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 1.752,79, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 19 augustus 2015 tot de dag der algehele voldoening, alsmede tot betaling van een bedrag van € 318,13 ter zake van buitengerechtelijke incassokosten, een en ander met veroordeling van [naam opposante] in de proceskosten. 2.2 Bij verstekvonnis van 24 februari 2016 (gewezen onder zaaksnummer 4840024 CV EXPL 16-110) heeft de kantonrechter de vordering van [geopposeerde] toegewezen. [naam opposante] is daarbij tevens veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 472,88, inclusief een bedrag van € 150,00 als salaris voor de gemachtigde van [geopposeerde] . 2.3 [naam opposante] komt in verzet van voornoemd vonnis. Zij vordert dat zij ontheven wordt van de veroordeling tegen haar uitgesproken in het verstekvonnis en dat [geopposeerde] alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard in zijn vorderingen, dan wel dat deze worden afgewezen, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het verzet. 2.4 [geopposeerde] voert verweer. Hij concludeert tot bekrachtiging van het verstekvonnis, met veroordeling van [naam opposante] in de kosten van het verzet. 2.5 In reactie op de door [naam opposante] ingediende reconventionele vordering, vermeerdert [geopposeerde] bij akte dd. 17 mei 2016 zijn vordering in hoofdsom met een bedrag van € 493,10 tot in totaal € 2.245,89. In reconventie 2.6 [naam opposante] vordert in reconventie [geopposeerde] te veroordelen om aan haar te betalen een bedrag van € 493,10, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 8 mei 2015 tot de dag der algehele voldoening, een en ander met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van deze procedure. 2.7 [geopposeerde] voert verweer. Hij concludeert tot afwijzing van de vordering van [naam opposante] . 3De verdere beoordeling 3.1 Nu niet anders is gesteld of gebleken, moet worden aangenomen dat [naam opposante] tijdig in verzet is gekomen. In conventie en in reconventie 3.2 De vorderingen lenen zich voor een gezamenlijke bespreking. 3.3 Tussen partijen staat als enerzijds gesteld en anderzijds erkend dan wel niet of onvoldoende weersproken en mede op grond van de inhoud van niet weersproken producties het volgende vast. - [naam opposante] is een onderneming die een incassobureau runt. - In april 2014 verkreeg [geopposeerde] in het kader van een echtscheidings- en verdelings- procedure een beschikking van de rechtbank Den Haag, waarin werd bepaald dat zijn ex- vrouw een bedrag van € 10.150,37 diende te voldoen. - Bij e-mail van 12 mei 2014 heeft [geopposeerde] zich tot [naam opposante] gewend. De tekst van dat e-mailbericht luidde: “Ik heb een beschikking van de rechtbank Den Haag. Kunt u dit voor mij incasseren? Hopend u voldoende te hebben geïnformeerd”.- In reactie daarop heeft [naam opposante] bij e-mail van dezelfde datum aan [geopposeerde] geantwoord: “Hartelijk dank voor uw interesse in onze dienstverlening. Bij een succesvolle incasso berekenen we 7,5% provisie, die betaalt u dus alleen wanneer er ook daadwerkelijk geïncasseerd is. Indien er al een vonnis is en hierin zijn geen incassokosten opgenomen dan bedraagt dit percentage 15%. Wij kunnen uw openstaande facturen incasseren, een en ander geheel op basis van No Cure No Pay. Wanneer er onverhoopt niets wordt geïncasseerd dan bent u ons ook niets verschuldigd. Indien u mij het vonnis/beschikking mailt, gaan we er direct voor u mee aan de slag. Ook kunt u via de website een account aanmaken en de vordering daarna online indienen. Mocht u nog vragen hebben dan hoor ik het graag”. - [naam opposante] heeft [geopposeerde] vervolgens een aanmeldformulier met algemene voorwaarden en tarievenlijst gezonden. [geopposeerde] heeft het aanmeldformulier ondertekend en aan [naam opposante] geretourneerd. - [geopposeerde] heeft [naam opposante] een voorschot betaald van € 350,00. - [naam opposante] heeft op 7 januari 2015 opdracht gegeven aan deurwaarderskantoor [naam deurwaarder] om de beschikking te executeren. De ex-vrouw van [geopposeerde] heeft uiteindelijk de gehele vordering ineens aan de deurwaarder voldaan. - Op 8 mei 2015 heeft de deurwaarder € 9.657,27 gestort op de rekening van [naam opposante] . [naam opposante] heeft daarvan een bedrag van € 8.070,30 aan [geopposeerde] overgemaakt.- Op 19 mei 2015 heeft [geopposeerde] geïnformeerd bij [naam opposante] waar het door hem ontvangen bedrag op was gebaseerd en wanneer het restant zou volgen. Hem werd daarop te verstaan gegeven dat het dossier gesloten was omdat de gehele vordering was voldaan. De eindafrekening zou reeds aan hem zijn gemaild. - Na correspondentie tussen partijen heeft [naam opposante] , stellende dat zij uit coulance de gemaakte deurwaarderskosten kwijt wenste te schelden, nog een bedrag van € 677,28 aan [geopposeerde] overgemaakt. Voorts heeft zij [geopposeerde] een eindafrekening, gedateerd 8 mei 2015, gezonden, met daarbij gevoegd een afschrift van de factuur van de deurwaarder. 3.4 Kort weergegeven heeft [geopposeerde] in de oorspronkelijke dagvaarding aan zijn vordering ten grondslag gelegd dat [naam opposante] op twee punten haar zorgplicht als redelijk en bekwaam handelend dienstverlener in de financiële sector heeft geschonden. [naam opposante] heeft hem, ten tijde van het eerste contact tussen partijen, namelijk onjuiste c.q. onvolledige informatie verschaft en voorts heeft [naam opposante] toen ook nagelaten om hem toe te lichten welke activiteiten zij zou gaan ondernemen en om daaromtrent concrete en duidelijke tariefafspraken met hem te maken. Geen van de in de Algemene Voorwaarden/Tarievenlijst van [naam opposante] genoemde standaardtrajecten was immers op zijn situatie van toepassing. [geopposeerde] meent dat [naam opposante] hem er ook op had moeten wijzen dat haar toegevoegde waarde in het invorderingstraject slechts zeer beperkt zou kunnen zijn nu zij voor de executie van de beschikking een deurwaarder diende in te schakelen. Hij wijst erop dat hij [naam opposante] nimmer heeft gevraagd om een minnelijke oplossing dan wel een betalingsregeling met zijn ex-vrouw na te streven. [geopposeerde] is van mening dat [naam opposante] op grond van het vorenstaande tekort is geschoten en dat zij, nu die tekortkoming niet kan worden hersteld, direct is verzuim is komen te verkeren en schadeplichtig is geworden jegens hem. Hij stelt dat de op de geïncasseerde vordering ingehouden afwikkelingskosten moet worden gezien als zijn schade. Als hij immers juist was geïnformeerd door [naam opposante] dan had hij opdracht aan een deurwaarder verstrekt en die kosten hadden dan volledig op de debiteur verhaald kunnen worden. De incasso was in dat geval voor hem kosteloos geschied, aldus [geopposeerde] . 3.5 Ter onderbouwing van haar standpunt dat het verstekvonnis dient te worden vernietigd stelt [naam opposante] dat zij zich heeft gedragen als van een redelijk bekwaam en redelijk handelend dienstverlener in de financiële sector mag worden verwacht. Zij meent dat zij de door [geopposeerde] gestelde vraag, of zij de beschikking van de rechtbank Den Haag voor hem kon incasseren, correct heeft beantwoord. Reeds voordat de opdracht aan haar is verstrekt moet het voor [geopposeerde] duidelijk zijn geweest dat zij incassowerkzaamheden verricht en dat zij geen deurwaarderskantoor is. [naam opposante] wijst erop [geopposeerde] informatie te hebben verschaft over haar dienstverlening en over de daarbij behorende kosten. Zij heeft hem haar Algemene Voorwaarden en Tarievenlijst toegezonden. Van schending van haar zorgplicht is dan ook geen sprake geweest, aldus [naam opposante] . Wat betreft de prijsafspraken stelt [naam opposante] dat het, voorafgaand aan de opdrachtverstrekking, bekend was dat [geopposeerde] over een vonnis/beschikking beschikte. In haar e-mail van 12 mei 2014 heeft zij aan [geopposeerde] bericht dat haar provisie 15% van het geïncasseerde bedrag bedroeg. [naam opposante] wijst erop dat [geopposeerde] daarmee heeft ingestemd door haar de opdracht te verstrekken. [naam opposante] stelt dat haar een pre-incasso opdracht is verstrekt en dat zij heeft getracht de kosten van een deurwaarder te vermijden omdat die kosten niet op de debiteur te verhalen waren en derhalve voor rekening van [geopposeerde] zelf zouden komen. Omdat er sprake was van een vonnis zonder incassokosten, konden de gemaakte kosten niet op de ex-vrouw van [geopposeerde] worden verhaald. Indien de prijsafspraken niet duidelijk waren, had het op de weg van [geopposeerde] gelegen om vooraf om verduidelijking te vragen. Hij heeft echter pas achteraf aangevoerd dat een provisie van 15% niet correct was. [naam opposante] stelt voorts dat zij in eerste instantie een verkeerde eindafrekening naar [geopposeerde] heeft gezonden. In die eindafrekening was namelijk ten onrechte een provisie van 7,5% opgenomen. Die vergissing is gecorrigeerd. [geopposeerde] was haar een bedrag van € 1.752,79 plus de deurwaarderskosten ad € 585,72 verschuldigd. Rekening houdend met het door hem betaalde voorschot van € 350,00, diende hij derhalve een bedrag van € 1.988,51 aan haar te voldoen. Door de deurwaarder is een bedrag van € 10.242,99 ontvangen. Na inhouding van haar provisie en de gemaakte deurwaarderskosten resteerde er derhalve nog een bedrag van € 8.254,48 voor [geopposeerde] . Na een discussie over de verschuldigdheid van de doorberekende kosten van de deurwaarder, heeft [naam opposante] nog uit coulance een bedrag van € 677,28 aan [geopposeerde] voldaan. Indien de visie van [geopposeerde] zou worden gevolgd, zou de conclusie luiden dat zij geen enkele betaling zou ontvangen voor de door haar verrichte werkzaamheden en dat zij er zelfs geld bij zou moeten leggen, aldus [naam opposante] . 3.6 [naam opposante] voert voorts aan dat, nu [geopposeerde] kennelijk van mening is dat tussen partijen geen minnelijke regeling tot stand is gekomen, zij recht heeft op betaling door [geopposeerde] van het volledige factuurbedrag, dat wil zeggen de volledige afwikkelingskosten ad 15% provisie, plus btw, vermeerderd met de kosten van deurwaarder. [geopposeerde] is haar daarom nog een bedrag verschuldigd van € 493,10, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2015, aldus [naam opposante] . Dat bedrag vordert zij in reconventie. 3.7 De kantonrechter stelt vast dat de tussen partijen gesloten overeenkomst een overeenkomst van opdracht betreft als bedoeld in artikel 7:400 BW. Bij dergelijke overeenkomsten heeft te gelden dat de opdrachtnemer bij zijn werkzaamheden de zorg van een goed opdrachtnemer in acht moet nemen (7:401 BW). Voor een professionele dienstverlener in de financiële sector – zoals [naam opposante] – houdt deze norm in dat de (mate van) zorg die zij ten opzichte van haar wederpartij – in casu de als particulier optredende [geopposeerde] – dient te betrachten tenminste gelijk moet zijn aan de (mate van) zorg die een redelijk handelend, redelijk bekwaam vakgenoot in dezelfde situatie in acht zou nemen. De omvang van de op de schouders van de dienstverlener rustende zorgplicht wordt voorts bepaald door de omstandigheden van het geval, waartoe onder meer ook moet worden gerekend de aard van de overeengekomen dienstverlening en de redelijkerwijs te verwachten deskundigheid bij de wederpartij. De opdrachtnemer dient haar gedrag ook in voldoende mate af te stemmen op de gerechtvaardigde belangen van de opdrachtgever. 3.8 Naar het oordeel van de kantonrechter voldoet een incassobureau slechts dan aan haar zorgplicht ten opzichte van een particuliere opdrachtgever indien zij voorafgaand aan het aanvaarden van de opdracht:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.