RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02/688135-15 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 oktober 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [datum en plaats] wonende te [adres] , raadsvrouw mr. C.E. Koopmans, advocaat te Oud-Beijerland. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 september 2016, waarbij de officier van justitie mr. G.V. van der Hofstede en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging Verdachte staat terecht, terzake dat: hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger, MAN), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (de Westerscheldetunnelweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig, met dat motorrijtuig rijdend en naderend een, eveneens op de rijbaan van die weg, in dezelfde rijrichting als hij, verdachte, langzaam rijdend, dan wel stilstaand, motorrijtuig (personenauto, Citroen) - niet, althans niet behoorlijk en/of bij voortduring, zijn, verdachte's aandacht te richten en/of gericht te houden op het vóór hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of - niet, althans niet behoorlijk en/of voldoende tijdig, het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen en/of tot stilstand te brengen en/of - niet, althans niet behoorlijk en/of tijdig, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig uit te wijken, in ieder geval - geen, althans onvoldoende, maatregelen te treffen teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen), welk motorrijtuig hij, verdachte, toen tot op zéér korte afstand was genaderd, (mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in botsing/aanrijding is gekomen met (de achterzijde van) voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen, waardoor beide inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van dat motorrijtuig (personenauto, Citroen) werden gedood, zijnde de terminologe in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis is gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994; subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger, MAN), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (de Westerscheldetunnelweg) en naderend een, eveneens op de rijbaan van die weg, in dezelfde rijrichting als hij, verdachte, langzaam rijdend, dan wel stilstaand, motorrijtuig (personenauto, Citroen) - niet, althans niet behoorlijk en/of bij voortduring, zijn, verdachte's aandacht heeft gericht en/of gericht heeft gehouden op het vóór hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die weg en/of - niet, althans niet behoorlijk en/of voldoende tijdig, het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft afgeremd en/of tot stilstand heeft gebracht en/of - niet, althans niet behoorlijk en/of tijdig, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig is uitgeweken, in ieder geval - geen, althans onvoldoende, maatregelen heeft getroffen teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen), welk motorrijtuig hij, verdachte, toen tot op zéér korte afstand was genaderd, waarna hij, verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in botsing/aanrijding is gekomen met (de achterzijde van) voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen, waarbij beide inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van dat motorrijtuig (personenauto, Citroen) dodelijk letsel hebben bekomen, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als bestuurder van een motorvoertuig (trekker met oplegger, MAN), rijdende op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg N-62 (de Westerscheldetunnelweg), zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn motorvoertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is het door hem verdachte, bestuurde motorvoertuig in aanrijding/botsing gekomen met een zich vóór zijn, verdachte's, motorvoertuig op die weg bevindend motorvoertuig (personenauto, Citroen), waarbij de inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van dat motorvoertuig (personenauto, Citroen) dodelijk letsel hebben bekomen). 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met dien verstande dat hij de mate van schuld van verdachte kenmerkt als aanzienlijk onvoorzichtig en onachtzaam. Hij baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank op gronden die zij in haar pleitnota heeft aangevoerd niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten. 4.3 Het oordeel van de rechtbank bewijsmiddelen Op woensdag 30 september 2015 omstreeks 12.53 uur heeft op de N62 (Westerscheldetunnelweg), ter plaatse gelegen te Hoek, gemeente Terneuzen, een verkeersongeval plaatsgevonden. Bij dit ongeval zijn twee motorrijtuigen betrokken. De personenauto van het merk Citroen, met kenteken [kenteken] , werd bestuurd door de heer [slachtoffer] . Naast hem op de bijrijdersstoel zat zijn echtgenote mevrouw [slachtoffer 2] . De vrachtwagencombinatie, trekker met oplegger, van het merk MAN, met het Poolse kenteken [kenteken 2] werd bestuurd door verdachte. De heer [slachtoffer] en mevrouw [slachtoffer 2] zijn ten gevolge van dit ongeval overleden. Verdachte heeft verklaard dat hij vlak voor het ontstaan van het ongeval op de rechterrijstrook van de N62 richting Vlissingen reed. Voordat hij onder het viaduct door reed, keek hij zo’n twee seconden in zijn zijspiegels ter controle of de zeilen van zijn oplegger nog goed vast zaten. Toen hij zijn ogen weer op de weg richtte, zag hij ineens dat vanuit het niets een auto voor hem op de weg stil stond. Hij heeft uit een reflex gehandeld en op zijn rem getrapt, maar hij kon niet meer voorkomen dat hij tegen de auto aanreed. Er is een tweetal personen getuige geweest van het ongeval. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij de vrachtauto van verdachte wilde inhalen. Toen hij nog niet naast verdachte reed, zag hij ineens dat er een auto stil stond dan wel langzaam reed op de rechterrijstrook voor de vrachtauto. Hij schrok hiervan, omdat de vrachtauto heel snel dichter bij de auto kwam die voor hem stond of reed. Vervolgens zag hij dat de vrachtauto achterop de auto reed en deze meters mee sleurde naar voren. Hij heeft de vrachtauto geen uitwijkbewegingen zien maken. Getuige [getuige 2] reed achter de vrachtauto van verdachte. In een flits zag hij dat er voor de trekker/oplegger een kleine personenauto op de weg stil stond. De trekker/oplegger was op dat moment op een afstand van zo’n 100 meter van de personenauto. De trekker/ oplegger verminderde geen vaart. Vervolgens botste de trekker/oplegger op de personenauto. Getuige [getuige] kan zich niet herinneren dat hij de trekker/oplegger heeft zien remmen. Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt dat het weer ten tijde van het ongeval helder, droog en zonnig was. Er is een onderzoek ingesteld naar het uitzicht voor verdachte vanuit de vrachtwagen. Hieruit bleek dat de personenauto met daarin de slachtoffers door de wegsituatie en de aanwezigheid van het viaduct, gezien met het blote oog vanaf een afstand van circa 350 meter en minder zichtbaar moet/kan zijn geweest. Uit het onderzoek is voorts gebleken dat er een groot snelheidsverschil tussen beide voertuigen moet zijn geweest. Niet kon worden vastgesteld of de bestuurder van de personenauto ter plaatse heeft stilgestaan of langzaam heeft gereden. Gezien de vastgestelde indeukschade, mogelijk ca. 78 km/u, zou dit wel een scenario kunnen zijn. Uit het onderzoek is verder gebleken dat het circa 40 meter heeft geduurd voordat de trekker met oplegger remsporen heeft afgetekend. Hieruit wordt afgeleid dat de trekker met oplegger vermoedelijk pas is gaan reageren vanaf het moment dat de aanrijding tegen de personenauto heeft plaatsgevonden. Gezien de brandschade aan beide voertuigen was het niet meer mogelijk eventuele gebreken vast te stellen die het ongeval veroorzaakt of mede veroorzaakt kunnen hebben. bewijsoverwegingen In het algemeen geldt dat voor een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand, in dit geval twee personen, zijn overleden. Het juridische begrip schuld in het kader van dit artikel houdt in dat voor strafbaarheid tenminste sprake moet zijn van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Het komt hierbij aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts is hierbij van belang dat de schuld van verdachte niet reeds mag worden afgeleid uit de ernst van de gevolgen van de verkeersovertreding. De rechtbank stelt in dat kader vast dat verdachte op 30 september 2015 op de N62 ter hoogte van Hoek, gemeente Terneuzen, als bestuurder van een trekker met oplegger, merk Man, een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor twee personen zijn overleden. Op het moment dat verdachte op de N62 reed was het zicht goed en het voertuig van de slachtoffers was volgens de verkeersongevallenanalyse te zien op een afstand van 350 meter. Dat het voertuig inderdaad op een redelijke afstand reeds te zien was, wordt bevestigd door de getuigen. Daarnaast blijkt uit de verkeersongevallenanalyse dat verdachte vermoedelijk pas is gaan reageren nadat hij de personenauto heeft geraakt. Verdachte heeft kennelijk zijn aandacht onvoldoende op de weg gericht waardoor hij niet heeft gezien dat er voor hem een personenauto langzaam reed dan wel stil stond op de weg. Hierdoor heeft hij niet op tijd geremd dan wel een uitwijkmanoeuvre gemaakt. Deze aspecten maken dat verdachte in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam aan het verkeer heeft deelgenomen, waardoor hij een ongeval heeft veroorzaakt waarbij een personenauto is geraakt en ten gevolge waarvan twee personen zijn overleden. Van een beroepschauffeur als verdachte mag, rijdend in een zwaar en groot voertuig, extra voorzichtigheid en alertheid in het verkeer worden verwacht. Verdachte heeft echter niet met die vereiste voorzichtigheid en alertheid aan het verkeer deelgenomen. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte “aanmerkelijke schuld” heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.