RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/821444-14 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 22 november 2016 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] (Turkije) wonende te [adres 1] [woonplaats] raadsman mr. R. van ’t Land, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zittingen van 4, 10, 12 en 13 oktober 2016, waarbij de officieren van justitie, mr. Smale en mr. Emmen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Het onderzoek ter terechtzitting is op 8 november 2016 gesloten. 2De tenlastelegging Verdachte staat terecht, terzake dat: feit 1: hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 mei 2014 tot en met 26 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of Vlissingen en/of Amsterdam, (althans) (op meerdere plekken) in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit (onder meer) hem zelf, verdachte, en/of - [medeverdachte 1] en/of - [medeverdachte 2] en/of - N. [medeverdachte 3] en/of - [medeverdachte 4] en/of - [medeverdachte 5] en/of - [medeverdachte 6] en/of - [medeverdachte 7] en/of - [medeverdachte 8] en/of - [medeverdachte 9] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)ven, als bedoeld in artikel 11, derde, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten het meermalen in de uitoefening van een beroep of bedrijf grote hoeveelheden telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een middel als genoemd op lijst II (hennep), zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was; feit 2: hij op 23 september 2014 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid (ongeveer 24 kilo) hennep, in elk geval van een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, althans van een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, zijnde hennep en/of (een) ander(
(231)hennepplanten in de schuur/garage is aangetroffen. ( [medeverdachte 1] ) [medeverdachte 1] wordt in een tapgesprek genoemd als huurder. * Tapgesprekken 10 september 2014 Om 11.30 uur komt op de telefoon van [medeverdachte 1] een sms-bericht binnen vanaf het Belgische telefoonnummer [telefoonnummer 18] met als inhoud:"?" Dit bericht wordt door [medeverdachte 1] beantwoord met: "17 u als het goed is broeder". Om 13.18 uur wordt er vanaf het hetzelfde telefoonnummer gebeld naar [medeverdachte 1] . NN-man zegt dat "roro" bij hem is en dat hij dringend vraagt. [medeverdachte 1] zegt “ik bel je op als er is”. Om 16.13 uur belt [medeverdachte 1] naar genoemd telefoonnummer en zegt [medeverdachte 1] dat hij (een derde persoon) over een half uur gaat starten en dat er vier is. NN-man zegt dat het goed is, geen probleem. NN-man zegt dat dit voor "roro" is bedoeld en het moet goed zijn. [medeverdachte 1] zegt dat NN-man zich daarover zorgen hoeft te maken, het is nummer één. NN-man zegt “dan hoef ik niet te stressen” en zegt vervolgens dat hij (zelf) het geld morgen brengt. NN-man wil ook iets voor hemzelf en wil ook nummer één en geen half-half. “Goed goed” zegt [medeverdachte 1] . Om 16.42 uur belt [medeverdachte 7] naar [verdachte] . [verdachte] zegt "ik zie jou zo" en [medeverdachte 7] zegt “Oké”. Om 16.44 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 7] en vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 7] waar hij is. [medeverdachte 7] zegt “hierzo” waarop [verdachte] zegt “rij maar even door kom maar hier”. Om 16.45 uur wordt wederom vanaf het Belgische telefoonnummer een sms-bericht verzonden naar [medeverdachte 1] met de inhoud “6 posible”. [medeverdachte 1] antwoordt hierop "is er 4 broeder". Om 16.53 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar het Belgische telefoonnummer met als inhoud "hij is onderweg broeder". Om 17.54 uur komt vanaf het Belgische telefoonnummer een sms-bericht bij [medeverdachte 1] binnen met als inhoud "!", waarop [medeverdachte 1] antwoordt "Wachten broer". Om 17.59 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 7] . Het telefoonnummer van [medeverdachte 7] is echter niet te bereiken. Om 18.21 uur belt [verdachte] wederom naar [medeverdachte 7] . [verdachte] vraagt aan [medeverdachte 7] waarom hij niet opneemt. [medeverdachte 7] zegt dat hij in een file stond. [verdachte] vraagt “hoe lang nog”, waarop [medeverdachte 7] zegt “nog een kwartier, twintig minuten”. Om 18.21 uur belt [medeverdachte 1] naar het Belgische telefoonnummer. [medeverdachte 1] vraagt aan NN-man of "hij" al aangekomen is. NN-man zegt dat hij hem nog niet gezien heeft. [medeverdachte 1] vraagt aan NN-man om nog even te wachten want "hij" is niet te bereiken. Om 18.23 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar het Belgische nummer met als inhoud “15 min broeder”. Om 18.45 uur belt [medeverdachte 7] naar [verdachte] en zegt [medeverdachte 7] dat hij er is. Om 18:46 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar het Belgische telefoonnummer met de tekst "hij op de plek". Om 18.48 uur belt [medeverdachte 7] naar [verdachte] en zegt [medeverdachte 7] dat hij onderweg is. Uit de hierboven weergegeven tapgesprekken en sms-berichten leidt de rechtbank af dat er op 10 september 2014 hennep is geleverd aan een Belgische afnemer, waarbij [medeverdachte 1] de contacten met de afnemer voor zijn rekening nam, [verdachte] [medeverdachte 7] inschakelde en aanstuurde en [medeverdachte 7] de hennep heeft vervoerd. * Tapgesprekken 20 september 2014 Om 11.23 uur wordt weer vanaf hetzelfde Belgische telefoonnummer [telefoonnummer 18] gebeld naar [medeverdachte 1] . NN-man vraagt of [medeverdachte 1] heeft gekeken. [medeverdachte 1] zegt dat er nog drie zijn. NN-man vraagt naar de kwaliteit en zegt dat het echt goed moet zijn. [medeverdachte 1] zegt “Ja zeker” en zegt dat de Nederlander tussen vijf en zes uur zal komen. Er is drie of vier. NN-man zegt dat vier goed is. [medeverdachte 1] zegt dat hij later belt. Om 14.44 uur wordt er vanaf het Belgische telefoonnummer een sms-bericht naar [medeverdachte 1] gestuurd waarin onder meer staat “5h30 ok”. [medeverdachte 1] antwoordt daarop dat hij een sms stuurt. Om 14.49 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 7] en zegt hij tegen [medeverdachte 7] “vijf uur achter”. [medeverdachte 7] vraagt dan “vijf uur?”, waarop [verdachte] “ja” zegt. Om 16.18 uur wordt vanaf het Belgische telefoonnummer gebeld naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] zegt dat hij bij hem (derde persoon) is, het in de tas gaat doen en daarna de Nederlander gaat bellen. [medeverdachte 1] zegt dat hij NN-man belt als hij (derde persoon) in de stad is. [medeverdachte 1] zegt dat NN-man niet hoeft te stressen. Om 16.42 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 7] . [verdachte] zegt dat het een beetje uitloopt. [medeverdachte 7] vraagt “hoe lang”, waarop [verdachte] antwoordt “een uur”. [verdachte] zegt tegen [medeverdachte 7] dat hij maar moet kijken wat hij kan doen. Om 17.49 uur stuurt [medeverdachte 1] een sms-bericht naar het Belgische telefoonnummer met de inhoud: Hij gaat over 5 min vertrekken broeder. Om 18.04 uur belt [medeverdachte 7] naar [verdachte] . [medeverdachte 7] zegt dat hij er is. [verdachte] zegt dat hij onderweg is Tussen 19.00 uur en 19.03 uur worden over en weer sms-berichten verzonden tussen [medeverdachte 1] en de gebruiker van het Belgische telefoonnummer. Deze sms-berichten gaan erover hoe lang het nog duurt. Om 19.46 uur belt [medeverdachte 7] naar [verdachte] . [medeverdachte 7] zegt “terugweg”. [verdachte] zegt “ja oké”. Uit de hierboven weergegeven tapgesprekken en sms-berichten leidt de rechtbank af dat er ook op 20 september 2014 hennep is geleverd aan een Belgische afnemer, waarbij [medeverdachte 1] wederom als contactpersoon optrad, [verdachte] [medeverdachte 7] inschakelde en aanstuurde en [medeverdachte 7] de hennep vervoerde. * De encrypted BlackBerry telefoons [medeverdachte 1] en [verdachte] waren bij hun aanhouding in het bezit van een BlackBerry. Deze werden in beslag genomen. De BlackBerry ‘s bleken zogenaamde Cryptophones te zijn. Dit zijn speciaal geprepareerde telefoons die versleutelde berichten versturen waardoor ze niet af te luisteren zijn. Door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) werden de bestanden van deze telefoons inzichtelijk gemaakt. [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij ook een dergelijke BlackBerry in zijn bezit had, maar dat hij deze nooit heeft gebruikt. Hij wilde niet verklaren van wie hij de BlackBerry heeft ontvangen. In de telefoon van [medeverdachte 1] werden berichten aangetroffen uit de periode 16 februari 2015 tot en met 26 februari 2015. In de telefoon van [verdachte] betrof het berichten uit de periode 26 en 27 februari 2015 en werd ook een aantal oudere berichten tussen hem en [medeverdachte 1] aangetroffen. Met de BlackBerry telefoons zijn onder meer de volgende berichten verstuurd. Op 16 februari 2015 vraagt [verdachte] aan [medeverdachte 1] hoeveel hij ‘hoofdpijn’ moet geven en [medeverdachte 1] antwoordt dat hij zes kilo moet geven. Op 17 februari 2015 worden er meerdere berichten over en weer gestuurd tussen [verdachte] en [medeverdachte 1] over de zes kilo die naar ‘hoofdpijn’ moet. Op enig moment stuurt [verdachte] een bericht naar [medeverdachte 1] met de tekst: ‘Kan je niet ff komen als je in de buurt ben. Met zulke partij moet je er bij zijn bro. Ik vind hem beetje spons maar hij zeg zit al van zaterdag im zakken’. [medeverdachte 1] antwoordt daarop: ‘Bro wat is er aan de hand is die niet goed? En je weet dat ik niet kan komen bro...’ [medeverdachte 1] zegt nog dat hoofpijn niet mag gaan zeiken en dat [verdachte] goed met zijn handen onderin de zakken moet voelen als [alias] komt. Even later vraagt [medeverdachte 1] hoeveel hij bij heeft. [verdachte] zegt 49350. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] het moet stachen bij [medeverdachte 10] en niet bij NL en dat [verdachte] met NL voor [naam 1] moet klaar maken en dat [naam 2] kan bewaken. Op 18 februari 2015 worden er over en weer berichten verstuurd tussen [medeverdachte 1] en ‘S A’ en tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] . [medeverdachte 1] vraagt ‘S A’ (door [medeverdachte 1] genoemd) of hij [alias] nodig heeft en ‘S A’ zegt graag en zegt dat hij ‘cach’ heeft voor 20. [medeverdachte 1] zegt dat hij 1 kilo kan laten zien en dat ‘S A’ daarvoor straks naar hem toe kan komen. [medeverdachte 1] stuurt naar ‘S A’ dat hij de kilo heeft liggen en dat ‘S A’ kan komen kijken en naar [adres 1] moet komen. ‘S A’ zegt ok en [medeverdachte 1] antwoordt dat hij op hem aan het wachten is. [verdachte] en [medeverdachte 1] hebben tussen voornoemde berichten door contact over het inpakken van een kilo, over het feit dat [alias] 20 wil hebben en [naam gebruiker] een kilo naar [naam 3] moet brengen. Vervolgens heeft [medeverdachte 1] weer contact met ‘S A’ over het adres waar [medeverdachte 1] naartoe moet komen. Dit adres stuurt [medeverdachte 1] door naar [verdachte] die even later antwoordt dat hij de zakken op gaat halen en er over 30 minuten is. Vervolgens stuurt [medeverdachte 1] naar ‘S A’ dat hij er is en stuurt [verdachte] naar [medeverdachte 1] dat hij er is, maar dat de chauffeur nog onderweg is. Op 17 februari 2015 stuurt [medeverdachte 1] een bericht naar AMG. [medeverdachte 1] heeft 50 kilo amnesia gekocht en vraagt aan AMG of hij 20 kilo wil hebben. AMG zegt dat het kan, dat [medeverdachte 1] er eentje moet sturen en dat AMG denkt dat die gast er 30 nodig heeft. [medeverdachte 1] zegt dat hij iemand zal sturen voor die kilo. Hierop stuurt [medeverdachte 1] een berichtje naar [verdachte] dat [verdachte] een kilo naar broers moet brengen om te laten zien. [medeverdachte 1] zegt dat hij 20 kilo weg wil doen omdat hij niet met zo veel am liggen, dat is allemaal risico. [verdachte] zegt dat hij niet weet hoe hij het moet brengen want hij moet 20 klaar maken. [medeverdachte 1] vraagt waarom [verdachte] dan [naam gebruiker] heeft aangenomen. [medeverdachte 1] vraagt; 'Hoeveel is er nog buiten laat en [naam 1] ' en [verdachte] antwoordt: '30 kilo'. [medeverdachte 1] zegt dat [verdachte] het niet te lang in de zakken moet laten zitten, want dan wordt het bruin. [medeverdachte 1] zegt dat die zakken niet te lang bij [naam 2] moeten blijven, want dan wordt het bruin. [voornaam] zegt dat hij het weekend niet wil werken, hij heeft ook nog kinderen. [medeverdachte 1] zegt dat [naam 2] het dan met NL kan klaar maken. Op 18 feb 2015 stuurt [medeverdachte 1] een bericht naar [naam 4] waarin hij hem vraagt om naar [naam 5] in Steenbergen te gaan en een ‘bb’ te geven en hem meteen uit te leggen hoe het werkt. [naam 4] kan dan later bij [verdachte] geld ophalen. [naam 4] zegt ok en vraagt om het adres waarna [medeverdachte 1] ‘ [adres 1] 7’ stuurt en zegt dat [naam 4] naar [adres 1] moet gaan. Uit de hierboven weergegeven berichten blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [medeverdachte 1] en [verdachte] in een periode van slechts drie dagen meerdere leveringen van hennep hebben voorbereid en hiertoe intensief samenwerkten. De rechtbank overweegt dat naar haar oordeel met de in de berichten genoemde ‘ [naam 2] ’ [medeverdachte 5] bedoeld wordt. [medeverdachte 5] wordt gezien voornoemde berichten kennelijk ingeschakeld voor het bewaken, inpakken en klaarmaken van hennep. * De verklaring van [medeverdachte 7] heeft verklaard dat hij [medeverdachte 1] heeft leren kennen via [naam 6] die een growshop had waar [medeverdachte 7] hem wel eens bij hielp. Hij hoorde van jongens die in de growshop kwamen dat [medeverdachte 1] [verdachte] in dienst had genomen en dat zij in het begin altijd samen waren. [verdachte] trad in het begin zelf op als chauffeur en toen [medeverdachte 1] op een gegeven moment naar Amsterdam is gegaan, heeft [verdachte] een Indo in dienst genomen. Het is een of twee keer voorgekomen dat [verdachte] belde en vroeg of [medeverdachte 7] ‘achter’ kon komen, hiermee werd bedoeld achter het station in Bergen op Zoom. Er werden dan drugs in zijn auto gezet en [medeverdachte 7] bracht het weg. Het is ook wel eens voorgekomen dat hij met [verdachte] meereed om geld op te halen. [medeverdachte 7] kreeg telkens 100 euro betaald. Hij is ook wel eens in Nijmegen ‘boodschappen gaan doen’. Hij kreeg dan altijd 50 euro benzinegeld en 10 euro om iets te eten of te drinken. Hij bracht niet enkel weed weg, maar ook wel eens kweekspullen, zoals ventilators. [medeverdachte 7] heeft voorts verklaard dat hij wel eens bij de ouders van [verdachte] thuis is geweest. Hij moest daar zijn auto neerzetten en met de auto van [verdachte] ergens naartoe rijden. Op 30 december 2014 heeft hij zakken waarin ze weed verpakken naar Gent, België, gebracht. [medeverdachte 7] heeft ook driemaal in de Audi met kenteken [kenteken 3] gereden. Hem werd toen gevraagd de auto mee te nemen en op een andere plaats neer te zetten. [verdachte] reed ook wel eens in de Audi en [medeverdachte 9] ook. [medeverdachte 7] heeft ook een paar keer in de Volkswagen Golf van [verdachte] gereden. Op 22 november 2014 had [verdachte] aan [medeverdachte 7] gevraagd of hij achter [medeverdachte 1] aan wilde rijden. Ze zijn naar een kamp bij Eindhoven gereden. [medeverdachte 7] heeft daar staan wachten tot [medeverdachte 1] naar hem toekwam en zei dat hij weer kon gaan, omdat het niet doorging. [medeverdachte 7] ontving wel 150 euro. * De verklaring van [medeverdachte 9] heeft verklaard dat hij in november 2014 is benaderd door een Turkse jongen, [verdachte] , om postpakketjes te leveren. Hij kreeg een week daarna een sms' je van die Turkse jongen dat hij naar Rotterdam moest. Hij wist op een gegeven moment dat het weed was in plastic zakken. Hij zou per maand 750 tot 1000 euro verdienen als hij hooguit twee keer per week zou rijden. [medeverdachte 9] heeft voorts verklaard dat hij de Audi met kenteken [kenteken 3] voor 1250 euro van Nicky [medeverdachte 3] heeft gekocht. 15 januari 2015 is hij aangehouden in Delft en een week later heeft hij de Audi verkocht aan [verdachte] en een Hollandse jongen. Hij heeft verklaard dat hij drie keer naar Rotterdam moest rijden. Hij kreeg dan een sms'je van [verdachte] en daarin stond een adres waarvan hij wist waar hij naartoe moest rijden. Hij moest soms spullen halen en brengen en ging dan naar een parking waar hij de sleutel moest afgeven aan jongeren die daar stonden te wachten of die later aan kwamen. Hij heeft twee keer iets in Amsterdam en drie keer iets in Rotterdam opgehaald en dat bracht hij dan naar de A17 naar verschillende parkeerplaatsen. [verdachte] legde uit wat [medeverdachte 9] moest doen. [verdachte] betaalde altijd de benzine voor de transporten. [medeverdachte 9] tankte en [verdachte] ging de tankshop binnen om te betalen. [medeverdachte 9] heeft voorts verklaar dat hij voor 1000 euro in de maand ongeveer drie keer in de week tassen kon vervoeren. De ene keer was het meer dan de andere keer. Hij werd gebeld en moest dan gaan rijden. De locaties waar hij de spullen haalde of bracht waren vaak anders. Wel waren het altijd parkeerplaatsen of garages. Conclusie ten aanzien van het bestaan van een criminele organisatie De rechtbank overweegt dat uit alle bewezen verklaarde feiten en de voornoemde bewijsmiddelen tezamen volgt dat er op grote schaal is gehandeld in hennep door [medeverdachte 1] en [verdachte] , waarbij de andere verdachten uitvoerende taken op zich namen. Er was sprake van een duidelijke rolverdeling. [medeverdachte 1] maakte doorgaans de afspraken met de afnemers en onderhield het contact met hen, [verdachte] coördineerde de levering van de hennep en schakelde een chauffeur in en de overige verdachten verpakten de hennep en vervoerden en laadden de hennep. Het samenwerkingsverband tussen [medeverdachte 1] , [verdachte] en de andere verdachten had naar het oordeel van de rechtbank een duurzaam karakter, gelet op de periode waarin is samengewerkt bij de handel in hennep en het grote aantal transacties dat heeft plaatsgevonden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het samenwerkingsverband als een organisatie kan worden aangemerkt. Deze organisatie had als oogmerk het verkopen, afleveren, vervoeren en buiten het grondgebied van Nederland brengen van grote hoeveelheden hennep, hetgeen blijkt uit de door de rechtbank bewezenverklaarde leveringen van hennep zoals hierboven besproken, de betrokkenheid van [medeverdachte 1] en [verdachte] bij de hennepkwekerij in Steenbergen, de tapgesprekken op 10 en 20 september 2014 en de gesprekken gevoerd met de encrypted BlackBerry telefoons. Gelet op het professionele karakter van de organisatie en de schaal waarop in hennep werd gehandeld, werden de feiten naar het oordeel van de rechtbank in de uitoefening van een beroep of bedrijf gepleegd. De rollen van de betrokken personen in de organisatie Zoals in het voorgaande reeds overwogen, was er naar het oordeel van de rechtbank sprake van een duidelijke rolverdeling binnen de organisatie. De rol van [medeverdachte 1] Uit de hierboven beschreven leveringen, tapgesprekken en gegevens uit de encrypted BlackBerry’s komt naar voren dat [medeverdachte 1] degene was die (financiële) afspraken maakte en contact onderhield met de afnemers. Voorts blijkt hieruit dat hij [verdachte] instructies gaf over het afleveren van de hennep, het opslaan van de hennep en de personen die hierbij moesten worden ingeschakeld. [medeverdachte 1] kan daarom als leider van de criminele organisatie worden beschouwd. De rechtbank neemt gelet op de hierboven weergegeven bewijsmiddelen aan dat de criminele organisatie waaraan [medeverdachte 1] leiding gaf, in de periode van 1 september 2014 tot en met 26 februari 2015 actief is geweest. Ten aanzien van de hieraan voorafgaande periode blijkt weliswaar dat sprake is geweest van hennepleveringen, maar niet dat deze leveringen plaatsvonden in een georganiseerd verband. De rol van [verdachte] Uit de hierboven beschreven leveringen, tapgesprekken, verklaringen van medeverdachten en gegevens uit de encrypted BlackBerry’s komt naar voren dat [verdachte] degene was die de leveringen van de hennep coördineerde en daarvoor chauffeurs inschakelde. Veelal was hij ook zelf actief betrokken bij het afleveren van de hennep. Voorts nam hij mensen aan en trad hij op als de verbindende schakel tussen [medeverdachte 1] en de overige leden van de criminele organisatie. Zijn rol was die van rechterhand van [medeverdachte 1] , de leider van de organisatie. Gelet op de coördinerende en sturende rol die [verdachte] vervulde, kan hij naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als bestuurder van de organisatie. Ook ten aanzien van [verdachte] neemt de rechtbank aan dat de organisatie waarvan hij bestuurder was, in de periode van 1 september 2014 tot en met 26 februari 2015 actief is geweest. De rol van [medeverdachte 7] Uit de hierboven beschreven leveringen, tapgesprekken en de verklaring van [medeverdachte 7] zelf komt naar voren dat [medeverdachte 7] door [verdachte] is ingehuurd als chauffeur en dat [medeverdachte 7] in die hoedanigheid ten behoeve van de organisatie verschillende hennepleveringen heeft verricht gedurende een periode van vier maanden. Hij verrichtte deze werkzaamheden primair vanuit een zekere duurzame onderlinge samenwerking met – (een van) de leden van – de criminele organisatie. De bijdrage die hij daarmee leverde was van voldoende intensiteit en duur, gelet op het aantal leveringen waarbij hij betrokken is geweest en de periode waarin deze leveringen hebben plaatsgevonden. Verder is de rol van vervoerder van de drugs in een organisatie als deze onmisbaar en van groot belang. De rol van [medeverdachte 9] Uit de hierboven beschreven leveringen, tapgesprekken en de verklaringen van [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] volgt dat [medeverdachte 9] door [verdachte] is ingehuurd als chauffeur en dat [medeverdachte 9] in die hoedanigheid ten behoeve van de organisatie verschillende hennepleveringen heeft verricht gedurende een periode van tweeënhalve maand. Hij verrichtte deze werkzaamheden primair vanuit een zekere duurzame onderlinge samenwerking met – (een van) de leden van – de criminele organisatie. De bijdrage die hij daarmee leverde was van voldoende intensiteit en duur gelet op het aantal leveringen waarbij hij betrokken is geweest en de periode waarin deze leveringen hebben plaatsgevonden. Verder is de rol van vervoerder van de drugs in een organisatie als deze onmisbaar en van groot belang. De rol van [medeverdachte 5] Op grond van hetgeen bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank vast komen te staan dat [medeverdachte 5] zich samen met [verdachte] en [bestuurder 2] op 13 februari 2015 schuldig heeft gemaakt aan een transport van 13 kilogram hennep waarbij [medeverdachte 1] ook betrokken was. Voorts is vast komen te staan dat [medeverdachte 5] in de woning aan de Zeelandweg Oost te Steenbergen woonde, waarin een hennepkwekerij gevestigd was die daar door leden van de criminele organisatie was opgezet en waar blijkens de gesprekken uit de encrypted BlackBerry hennep werd opgeslagen en dat zijn naam voorkomt in de contactenlijst van de encrypted BlackBerry van [medeverdachte 1] en [verdachte]. Voorts werd in een gesprek tussen moeder [medeverdachte 5] en [medeverdachte 12] gesproken over het feit dat [medeverdachte 5] zou gaan werken, dat hij nog niet bij [medeverdachte 1] begonnen is, maar 1 februari begint en dat [medeverdachte 12] blij is dat hij werkt en dat ‘hij’ een auto voor hem gaat kopen. Voorts wordt zijn naam genoemd in gesprekken en berichten tussen [medeverdachte 1] en [verdachte] als degene die hennep kan verpakken en bewaken en die hennep aan het drogen is. Uit het voorgaande kan worden afgeleid dat [medeverdachte 5] werkzaam was voor de criminele organisatie waaraan [medeverdachte 1] leiding gaf. [medeverdachte 5] verrichtte deze werkzaamheden primair vanuit een zekere duurzame onderlinge samenwerking met – de leden van – de criminele organisatie. De bijdrage die hij daarmee leverde was van voldoende intensiteit en duur. De rol van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat ook [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] hebben deelgenomen aan de criminele organisatie. Voor deze medeverdachten geldt dat er onvoldoende bewijs is dat zij hebben bijgedragen aan het doel van de criminele organisatie ( [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 6] ), dan wel dat sprake is geweest van een bijdrage aan de criminele organisatie van een zekere duur en intensiteit ( [medeverdachte 4] en [medeverdachte 8] ). Van dit onderdeel zal verdachte dan ook worden vrijgesproken. Conclusie Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat er in de periode van 1 september 2014 tot en met 26 februari 2015 sprake was van een criminele organisatie die bestond uit [medeverdachte 1] en [verdachte] , dat [medeverdachte 1] de oprichter en leider van die organisatie was en dat [verdachte] bestuurder daarvan was. Op grond van bovenstaande bewijsmiddelen stelt de rechtbank tevens vast dat [medeverdachte 7] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 5] (gedurende een deel van die periode) deelnemer van die organisatie waren. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1: hij op een of meer tijdstippen in de periode van 1 september mei 2014 tot en met 26 februari 2015 te Bergen op Zoom en/of Vlissingen en/of Amsterdam, (althans) (op meerdere plekken) in Nederland en/of België, heeft deelgenomen aan een organisatie, bestaande uit (onder meer) hem zelf, verdachte, en/of - [medeverdachte 1] en/of - [medeverdachte 2] en/of - [medeverdachte 3] en/of - [medeverdachte 4] en/of - [medeverdachte 5] en/of - [medeverdachte 6] en/of - [medeverdachte 7] en/of - [medeverdachte 8] en/of - [medeverdachte 9] welke organisatie tot oogmerk had het plegen van één of meer misdrij(f)ven, als bedoeld in artikel 11, derde, vierde of vijfde lid, van de Opiumwet, te weten het meermalen in de uitoefening van een beroep of bedrijf grote hoeveelheden telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een middel als genoemd op lijst II (hennep), zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was; feit 2: hij op 23 september 2014 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid (ongeveer 2224 kilo) hennep, in elk geval van een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, althans van een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, zijnde hennep en/of (een) ander(
- e)middel(
- en)als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 3: hij op 21 november 2014 te Bergen op Zoom en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, en/of buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, een hoeveelheid (ongeveer 14,6 kilo) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, althans van een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, zijnde hennep en/of (een) ander(
- e)middel(
- en)als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 4: hij op 15 januari 2015 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (van ongeveer 6,5 kilo) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, althans van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; feit 5: hij op 13 februari 2015 te Vlissingen en/of te Bergen op Zoom, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad een hoeveelheid (van ongeveer 13 kilo) hennep, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, althans van een middel vermeld op lijst II van de Opiumwet, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van vier jaar, met aftrek van voorarrest. De officier van justitie heeft zich daarbij gebaseerd op de ernst van de feiten, de rol van verdachte in de organisatie en het strafblad van verdachte. 6.2 Het standpunt van de verdediging Ten aanzien van de op te leggen straf heeft de raadsman aangevoerd dat verdachte voor het gezin en de opvoeding van de vier kinderen zorgt. Er zijn problemen ontstaan doordat de vrouw van verdachte langere tijd geen inkomen had. De raadsman heeft daarnaast gewezen op de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, het strafblad van verdachte, de oriëntatiepunten voor straftoemeting en de straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Naar de mening van de verdediging doet de eis van de officier van justitie geen recht aan de zaak tegen verdachte en staat een dergelijke straf niet in verhouding tot straffen die volgens de oriëntatiepunten en doorgaans voor soortgelijke feiten worden opgelegd. De raadsman heeft dan ook verzocht om, in geval van een bewezenverklaring, een aanzienlijk lagere straf aan verdachte op te leggen. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan deelname aan een criminele organisatie. Deze organisatie was gericht op grootschalige, internationale handel in hennep. Gedurende een langere periode zijn grote hoeveelheden hennep vervoerd en verkocht in Nederland en uitgevoerd naar België en Frankrijk. De organisatie bestond uit een aantal personen die in wisselende samenstelling hebben geopereerd. Binnen deze organisatie had ieder van de verdachten zijn eigen essentiële rol. De organisatie bestond uit een aantal personen. Dit waren in ieder geval [medeverdachte 1] , [verdachte] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 9] en [medeverdachte 5] . Opvallend is te noemen dat bijna alle bij de organisatie betrokken personen, voordat zij een rol gingen spelen in de organisatie, afkomstig waren uit de kennissenkring van de leider van de organisatie, te weten [medeverdachte 1] . [medeverdachte 1] kende de deelnemers van vroeger, uit de buurt, via een van zijn vrienden of was voorafgaande aan en in de bewezen periode met hen bevriend. [medeverdachte 5] , eveneens een deelnemer aan de criminele organisatie, is zijn zwager. Verdachte was de tweede man van de organisatie. Hij is gedurende zes maanden onderdeel geweest van de criminele organisatie van [medeverdachte 1] . Aanvankelijk trad hij op als chauffeur van [medeverdachte 1] waarbij hij in opdracht van [medeverdachte 1] de verkochte hennep afleverde bij de afnemers. Later fungeerde hij als rechterhand van [medeverdachte 1] , coördineerde hij de aflevering van de verkochte hennep, maakte hij de bestellingen klaar en zorgde hij voor chauffeurs van de transporten. Ook onderhield hij (telefonisch of per sms) de contacten met de chauffeurs en andere deelnemers aan de organisatie. Uit het dossier komt naar voren dat hij gedurende een langere periode tijdens diens afwezigheid voor [medeverdachte 1] heeft waargenomen en toen ook de contacten met de afnemers heeft onderhouden. Verdachte had daarmee een sturende, leidende rol in de organisatie. Hij deed echter niets zonder overleg met medeverdachte [medeverdachte 1] en volgde zijn aanwijzingen getrouw op. Uit het dossier komt naar voren dat verdachte zich met niets anders bezig hield dan de handel en uitvoer van softdrugs. Sterker nog, op de dag dat zijn vierde kind werd geboren is verdachte, nadat hij de maxi cosy voor zijn kind in het ziekenhuis had afgeleverd, onmiddellijk daarna vertrokken om een drugsdeal af te handelen. Door deel te nemen aan een dergelijke organisatie hebben verdachte en zijn medeverdachten geen oog gehad voor de maatschappelijke problemen die de handel in softdrugs met zich meebrengt. De in hennep aanwezige stof THC is immers bij (langdurig) gebruik schadelijk voor de gezondheid. Door als organisatie bezig te zijn met het in de samenleving brengen van softdrugs wordt bijgedragen aan dit schadelijke gevolg. Het telen van en de handel in hennep zijn daarnaast direct en indirect oorzaak van vele vormen van overlast en criminaliteit. Deelnemers aan en zeker leidinggevenden van dit type criminele organisatie verkeren in een omgeving waarin veel geld omgaat en verdiend kan worden, en waar andere vormen van criminaliteit niet geschuwd worden. Dit geldt ook voor het gebruik van geweld. De liquidaties die de afgelopen jaren in Nederland hebben plaatsgevonden tegen de achtergrond van de grootschalige (soft)drugshandel en uitgebreid in het nieuws zijn geweest, zijn hiervan een schrijnend voorbeeld. Hoewel niet gebleken is dat deze criminele organisatie geweld heeft gebruikt, blijkt hieruit wel de noodzaak om dergelijke criminele organisaties te bestrijden. Criminele organisaties als deze hebben een ontwrichtend effect op de rechtsorde, door de interne normen en omgangsvormen die worden gehanteerd, en door de winsten die dergelijke organisaties maken en die op enig moment weer in de bovenwereld geïnvesteerd worden. Op deze wijze vindt vermenging van de (illegale) onderwereld met de (legale) bovenwereld plaats. Dit werkt ontwrichtend en ondermijnend voor de maatschappij. Weliswaar kent Nederland ten aanzien van softdrugs een gedoogbeleid, maar ook dit beleid kent zijn grenzen. Het gedogen is vooral gericht op het gebruik van hennep en hasj. Hoewel de rechtbank beseft dat er door het gedoogbeleid sprake is van een schemergebied, neemt dit niet weg dat het op grote schaal handelen in en uitvoeren van softdrugs zoals in deze zaak heeft plaatsgevonden, nadrukkelijk niet gedoogd wordt en strafbaar is. Verdachte was de rechterhand van [medeverdachte 1] en nam als zodanig een zeer belangrijke rol binnen de criminele organisatie in. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf op zijn plaats is. Hier komt bij dat verdachte twee keer eerder is veroordeeld voor overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Deze veroordelingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich bezig te houden met de grootschalige handel in hennep. Naar het oordeel van de rechtbank is gelet op het voorgaande een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie jaar, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, passend en geboden. De voorlopige hechtenis van verdachte is geschorst tot aan de dag van de uitspraak. Ter zitting is door de verdediging verzocht om de voorlopige hechtenis opnieuw te schorsen in afwachting van de behandeling van een eventueel hoger beroep. Gelet op de op te leggen gevangenisstraf en de duur daarvan wijst de rechtbank het verzoek af. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57, 140 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 3, 11, 11a (oud), 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 11, derde, vierde en vijfde lid, terwijl hij bestuurder van voormelde organisatie was; feit 2: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder A en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 3: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder A en onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 4: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; feit 5: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B, van de Opiumwet gegeven verbod; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 jaar; - bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf; - wijst af het verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis. Dit vonnis is gewezen door mr. Janssen, voorzitter, mr. De Weert en mr. Ebben, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Jansen- van Rooijen en mr. Van de Vrede, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 november 2016. Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld het eindproces-verbaal met onderzoeksnummer 20TGO14005 en dossiernummer 2014038067 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, team Grootschalige Opsporing, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 9574. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie, pagina 9555 en 9556 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie, pagina 9556 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 9558, 9559 en 9561 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie, pagina 9556 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie, pagina 9556 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7270 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7274 en 7275 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3609 van voornoemd eindproces-verbaal, en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 3756 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie [verdachte] , pagina 9516 tot en met 9518 en 9521 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 8] , pagina 4558 en 4559 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7617-7619 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 8] , pagina 4561 en 4564 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7647 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7648 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal observatie, pagina 7651 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen 12 februari 2015, pagina 7621 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 3776 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie [verdachte] , pagina 9519 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3609 van voornoemd eindproces-verbaal, en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 3756 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie [verdachte] , pagina 9519 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen identificatie [verdachte] , pagina 9520 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor verdachte [medeverdachte 8] , pagina 4558 en 4559 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4536 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 7528 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7518 en 7519 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7526 en 7527 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 4547 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 4546 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7492 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4536 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal identificatie gebruiker telefoonnummers [telefoonnummer 15] en [telefoonnummer 19] , pagina 4548 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7556 en 7557 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7575 en 7576 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal identificatie gebruiker telefoonnummer [telefoonnummer 16] , pagina 9549 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3869 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3869 en 3870 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3869 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3870 van voornoemd eindproces-verbaal. Het navolgend proces-verbaal 000563/2014-23-09-2014 van DAC-Wegpolitie Oost-VL-Patrouille en Toezicht 5636, los opgenomen in het dossier ter aanvulling op het eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3693 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3698 en 3699 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3713 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3714 en 3715 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3718 en 3719 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3727 en 3728 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3729 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3730 en 3731 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3733 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3734 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 3735 van voornoemd eindproces-verbaal; Het proces-verbaal van observatie, pagina 7266-7268 van voornoemd eindproces-verbaal; Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3610 van voornoemd eindproces-verbaal; Het tapgesprek, pagina 7451 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7452 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7479 tot en met 7481 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7454 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7454 en 7455 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7481 en 7482 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van vaststellingen en inlichtingen van de wegpolitie Antwerpen, pagina 7468 tot en met 7471. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3859 en 3860 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3609 van voornoemd eindproces-verbaal, en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 3756 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7494 en 7495 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7490 en 7491 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7495 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7491 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7495 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7492 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7492 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7492 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7492 en 7493 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7494 en 7495 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7518 en 7519 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7526 en 7527 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4547 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3609 van voornoemd eindproces-verbaal, en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 3756 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van observatie, pagina 7680 tot en met 7682 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7698 en 7699 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van aanhouding, pagina 7695 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8162 en 8163 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen d.d. 10 augustus 2015 met nummer 20150601.000857, los opgenomen in het dossier ter aanvulling op het eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry‘s, pagina 8184 en 8185 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8163 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry ‘s, pagina 8184 en 8185 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verdenking, pagina 3609 van voornoemd eindproces-verbaal, en het proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , pagina 3756 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor verdachte d.d. 9 april 2014, pagina 4561 en 4562 van voornoemd eind-proces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7617 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal Observatie, pagina7649 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7619 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal Observatie, pagina7649 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor [medeverdachte 8] , pagina 4563 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor [medeverdachte 8] , pagina 4563 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal Observatie, pagina 7650 en 7651 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal Observatie, pagina 7650 en 7651 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor [medeverdachte 8] , pagina 4563 en 4576 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7656 en 7657 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7663 en 7664 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal verhoor [medeverdachte 8] , pagina 4564 van voornoemd eindproces-verbaal. Het tapgesprek, pagina 7620 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal Observatie, pagina 7651 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7647 van voornoemd eindproces-verbaal. De tapgesprekken, pagina 7648 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal observatie, pagina 7651 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen 12 februari 2015, pagina 7621 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 3776 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen 20TGO14005-407644-120220151530 van politie eenheid oost-Nederland, los opgenomen in het dossier ter aanvulling op het eindproces-verbaal. Het proces-verbaal aantreffen hennepkwekerij, pagina 7315 tot en met 7317 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 11] , pagina 7347 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 10] , pagina 7344 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7270 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7274 en 7275 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7276 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7276 en 7277 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7279 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7279 en 7280 van voornoemd eindproces-verbaal. Het overzicht gesprekken, pagina 7280 en 7281 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen drugsleveringen 10 tot en met 23 september 2014, pagina 7249 tot en met 7451 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen drugsleveringen 10 tot en met 23 september 2014, pagina 7459 en 7460 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8162 en 8163 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3893 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8162 en 8163 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3856-3861 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 7] , pagina 3896, 3898. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4533 en 4544 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 7530 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4544 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 4549 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 9] , pagina 7531 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 7272 en 7273 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8167 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8165 van voornoemd eindproces-verbaal. Het proces-verbaal 11 A (oud) Opiumwet, pagina 6848 van voornoemd eindproces-verbaal; Het proces-verbaal van bevindingen encrypted BlackBerry’s, pagina 8173 en 8178 van voornoemd eindproces-verbaal.