RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Kanton Tilburg zaak/rolnr.: 5468364 OV VERZ 16-9433 beschikking d.d. 7 december 2016 1Het verzoek en de beoordeling 1.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van het op 25 oktober 2016 schriftelijk ingediende verzoek (met bijlagen) van Jop Waarts, strekkende tot het verkrijgen van handlichting. De kantonrechter overweegt als volgt. 1.2 Ter zitting van 5 december 2016 zijn voor de kantonrechter verschenen en door de kantonrechter gehoord:
- Jop Waarts voornoemd, wonende te [woonadres], verzoeker, die verklaarde te persisteren bij het door hem ingediende verzoekschrift van 25 oktober 2016,
- Petrus Marinus Wilhelmus Waarts, en
- Sabrina Ethel Grace Waarts-van der Linden, ouders van verzoeker - uitoefenende de ouderlijke macht - beiden wonende te [woonadres], welke laatsten - ieder voor zich - verklaarden, dat het verzoek met hun medeweten is ingediend en door hen wordt ondersteund. 1.3 De kantonrechter stelt vast dat verzoeker ten tijde van indiening van het verzoek de leeftijd van zestien jaren heeft bereikt en dat de ouders met het verzoek instemmen. 1.4 Bij beschikking van de kantonrechter te Tilburg van 2 juni 2016 (met zaaknummer 4960193 OV VERZ 16-2833) heeft verzoeker reeds toestemming gekregen om Magic World B.V. op te richten, ten behoeve van de overname van een lopende pannenkoekenwinkel in de Markthal in Rotterdam. Uit onderhavig verzoekschrift en de toelichting ter zitting is gebleken dat verzoeker naast Magic World B.V. ook J.W. Holding B.V. wil oprichten. Ter zitting heeft verzoeker zijn verzoek nader toegelicht en aangegeven dat de oprichting van de J.W. Holding B.V. dient voor activiteiten die niet onder Magic World B.V. (kunnen) plaatsvinden. De ouders van verzoeker hebben naar voren gebracht dat zij verzoeker zullen bijstaan en ondersteunen waar dat nodig is. 1.5 Nu de kantonrechter reeds toestemming heeft gegeven voor de oprichting van Magic World B.V. en de kantonrechter ter zitting niet is gebleken van bezwaren met betrekking tot de oprichting van J.W. Holding B.V., zal het verzoek worden toegewezen. Daarbij zullen de bevoegdheden worden toegekend zoals deze zijn verzocht, met inachtneming van hetgeen is bepaald in artikel 1:235 lid 3 Burgerlijk Wetboek (BW). In dit artikel is bepaald dat de bevoegdheden zich niet verder mogen uitstrekken dan tot de gedeeltelijke of de gehele ontvangst van de inkomsten van verzoeker en de beschikking daarover, het sluiten van verhuringen en verpachtingen, het in een vennootschap deelnemen en het uitoefenen van een beroep of bedrijf. De minderjarige wordt niet bekwaam tot het beschikken over registergoederen, effecten of door hypotheek gedekte vorderingen. 1.6 Met betrekking tot de publicatieplicht van de te verlenen handlichting oordeelt de kantonrechter als volgt. Artikel 1:237 BW bepaalt dat de beschikking waarin de handlichting is verleend, bekend moet worden gemaakt in de Staatscourant en in twee in de beschikking aan te wijzen dagbladen. De bedoeling van de wetgever is daarbij geweest dat op die manier zo veel mogelijk personen kennis kunnen nemen van de handlichting. Tegenwoordig is echter toegang tot internet voor iedereen beschikbaar en publicatie van de handlichting op internet heeft naar het oordeel van de kantonrechter eenzelfde, zo niet een ruimer bereik dan de nog bij wet voorgeschreven publicatie in de Staatscourant, die bovendien ook nog eens kostbaar is. De kantonrechter zal dan ook bepalen dat publicatie in de Staatscourant achterwege kan blijven en bepalen dat de (door de griffier te initiëren) publicatie van deze beschikking op www.rechtspraak.nl daarvoor in de plaats komt. Mede gelet op het vorenstaande zal één dagblad worden aangewezen waarin verzoeker de hem verleende handlichting dient te laten bekendmaken. Er is door de kantonrechter gekozen voor publicatie in het "Brabants Dagblad". 2De beslissing De kantonrechter: kent Jop Waarts de bevoegdheid toe van een meerderjarige, voor zover het betreft het overnemen van de pannenkoekenwinkel in de Markthal te Rotterdam en het daartoe opstarten van J.W. Holding B.V., en de voorkomende handelingen die uitgevoerd moeten worden aangaande het in voornoemde holding deelnemen, waaronder begrepen het mede bepalen van het ondernemersbeleid, het aangaan van rechtshandelingen en het nemen van ondernemersbeslissingen, een en ander in de ruimste zin, echter met inachtneming van het bepaalde in artikel 1:235 BW; bepaalt dat onderhavige beschikking (door tussenkomst van de griffier) zal worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl; bepaalt dat deze handlichting voor rekening van Jop Waarts binnen 30 dagen na dagtekening van deze beschikking bekend dient te worden gemaakt in het dagblad “Brabants Dagblad”. Deze beslissing is gegeven door mr. M.L. Braaksma, kantonrechter te Tilburg, en in het openbaar uitgesproken op 7 december
- Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld: door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden: binnen drie maanden te rekenen van de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden. Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's‑Hertogenbosch.