← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2017:2933

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Belastingrecht, meervoudige kamer Locatie: Breda Zaaknummers BRE 15/6994 t/m 15/6996 uitspraak van 12 mei 2017 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [belanghebbende] , gevestigd te [vestigingsplaats] , belanghebbende, en de inspecteur van de Belastingdienst, de inspecteur. 1Ontstaan en loop van het geding 1.

  1. De inspecteur heeft aan belanghebbende over de tijdvakken 2007 tot en met 2009 naheffingsaanslagen loonheffingen, met [aanslagnummer] .A.01.7500, -8500, -9500, opgelegd, alsmede bij beschikkingen vergrijpboeten opgelegd en heffingsrente in rekening gebracht. 1.
  2. De inspecteur heeft bij uitspraken op bezwaar van 1 april 2015 de naheffingsaanslagen en de vergrijpboeten gehandhaafd. 1.
  3. Belanghebbende heeft daartegen bij fax van 28 oktober 2015, ontvangen bij de rechtbank op 28 oktober 2015, beroep ingesteld. Ter zake van dit beroep heeft de griffier van belanghebbende een griffierecht geheven van €
  4. De inspecteur heeft een verweerschrift ingediend. 1.
  5. Partijen hebben vóór de zitting nadere stukken ingediend. Deze stukken zijn in afschrift aan de wederpartij verstrekt. 1.
  6. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 september 2016 te Breda. Aldaar zijn verschenen en gehoord, de gemachtigde van belanghebbende [gemachtigde 1] , verbonden aan [kantoor gemachtigde] te Maastricht, bijgestaan door [gemachtigde 2] en [gemachtigde 3] en namens de inspecteur, [inspecteur 1] , [inspecteur 2] , [inspecteur 3] , [inspecteur 4] , [inspecteur 5] en [inspecteur 6] . De zaken met de nummers 15/6919, 15/2391 t/m 15/2397, 15/7694, 15/7695, 15/4730 t/m 15/4733, 15/6994 t/m 15/6996, 15/2410 t/m 15/2412 zijn gelijktijdig behandeld. Van het verhandelde ter zitting is een proces-verbaal opgesteld waarvan een afschrift gelijktijdig met het afschrift van deze uitspraak aan partijen wordt verzonden. 2Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.
  7. Aan belanghebbende zijn met dagtekening 29 oktober 2012 over de jaren 2007 tot en met 2009 naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd en de beschikkingen vergrijpboete en heffingsrente gegeven. 2.
  8. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij uitspraken op bezwaar van 1 april 2015 heeft de inspecteur de bezwaren van belanghebbende afgewezen. 2.
  9. Voormelde uitspraken op bezwaar zijn verstuurd naar het op de bezwaarschriften vermelde postbusnummer van [gemachtigde] die de bezwaarschriften namens belanghebbende heeft ingediend en in de bezwaarfase zijn gemachtigde was. [gemachtigde] schrijft in zijn mail van 6 november 2015 aan [gemachtigde 1] voor zover hier van belang: "De reden dat de uitspraken inzake de loonheffing niet tijdig bij [mij] zijn terechtgekomen is dat wij zijn verhuisd met het kantoor en vanaf 1 april opereerde vanaf de [adres] in [plaats] . Het betreffende poststuk zou op of na 1 april ontvangen zijn op [oud adres] en door de perikelen rondom de verhuizing niet tijdig op mijn buro terechtgekomen is [door de rechtbank gelezen als ‘zijn’].” 3Geschil 3.
  10. In geschil is of de beroepen ontvankelijk zijn in verband met termijnoverschrijding. 3.
  11. Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden die daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken en het verhandelde ter zitting. 3.
  12. Belanghebbende concludeert tot gegrondverklaring van de beroepen, vernietiging van de uitspraken op bezwaar alsmede de naheffingsaanslagen. De inspecteur concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van de beroepen. 4Beoordeling van het geschil 4.
  13. De uitspraken op bezwaar zijn gericht aan een op de bezwaarschriften vermeld adres van de toenmalige gemachtigde van belanghebbende. De rechtbank acht belanghebbende niet erin geslaagd aannemelijk te maken dat de belastingdienst over de adreswijziging van die gemachtigde is geïnformeerd voordat de uitspraken op bezwaar door toezending zijn bekend gemaakt. Niet geoordeeld kan daarom worden dat de zending de belastingplichtige niet heeft bereikt als gevolg van een fout van de belastingdienst. De uitspraken op bezwaar zijn dan ook op 1 april 2015 op de voorgeschreven wijze bekend gemaakt. Nu niet binnen 6 weken na 1 april 2015 beroep is ingesteld, is de termijn voor het indienen van het beroepschrift overschreden. 4.
  14. Bij een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift blijft een niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest (artikel 6:11 van de Awb). Belanghebbende beroept zich op de verschoonbaarheid van de termijnoverschrijding en voert daartoe aan dat het erg verwarrend is geweest dat de belastingdienst verschillende adressen door elkaar heeft gebruikt. Hetgeen belanghebbende heeft aangevoerd is geen reden om de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De rechtbank wijst er nog op dat op het briefpapier van de indiener van de bezwaarschriften meerdere contactmogelijkheden zijn voorgedrukt, waaronder een adres en een postbusnummer. Indien zoals hier geen sprake is van een (één) opgegeven correspondentieadres is de belastingdienst niet gehouden een consistente adresseringskeuze te maken voor de toezending van de uitspraken op bezwaar. 4.
  15. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen moeten de beroepen niet-ontvankelijk worden verklaard. 5Proceskosten De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. 6Beslissing De rechtbank verklaart de beroepen niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan op 12 mei 2017 door mr. C.A.F.M. Stassen, voorzitter, mr. W.A.P. van Roij en mr.drs. M.H. van Schaik, rechters, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. M.C.W. Hermus, griffier. De griffier is verhinderd deze uitspraak mede te ondertekenen. De griffier, De voorzitter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583, 5201 CZ ’s-Hertogenbosch. Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
  16. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden: a. de naam en het adres van de indiener; b. een dagtekening; c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld; d. de gronden van het hoger beroep. Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.