RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Breda zaak/rolnr.: 6474965 VV EXPL 17-91 vonnis in kort geding d.d. 11 december 2017 inzake [eiser] , wonende te [woonplaats 1] , eiser, gemachtigde: mr. J.S. Pols te Vogelenzang, tegen [gedaagde] , gevestigd en woonplaats hebbende te [woonplaats 2] , gedaagde, gemachtigden: mr. B.J.P.G. Roozendaal en mr. T.N. Sanders, beiden advocaat te Breda. Partijen worden hierna aangeduid als [eiser] en de [gedaagde] . 1Het verloop van het geding 1.1 De procesgang blijkt uit de volgende stukken: de dagvaarding van 22 november 2017 met producties; de conclusie van antwoord zijdens de [gedaagde] met producties. 1.2 De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 30 november 2017. Ter zitting waren aanwezig [eiser] in persoon, bijgestaan door mr. Pols voornoemd, alsmede Mr. Roozendaal en mr. Sanders namens de [gedaagde] . Mr. Pols heeft ter gelegenheid van de zitting zijn pleitaantekeningen overgelegd. Partijen hebben voorts over en weer op elkaars betoog gereageerd en vragen van de kantonrechter beantwoord. Van het verhandelde ter zitting zijn aantekeningen gemaakt. 2Het geschil 2.1 [eiser] vordert bij wege van voorlopige voorziening, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: a. de [gedaagde] te veroordelen tot het bewerkstelligen dat het aan [eiser] opgelegde gebiedsverbod ingetrokken wordt, althans te bepalen dat [eiser] ondanks het opgelegde verbod onbeperkt toegang heeft tot Camping [naam] en zijn woning; b. de [gedaagde] te veroordelen om [eiser] met al het zijne toegang te verlenen tot zijn woning en hem het volle huurgenot te verschaffen en te blijven verschaffen totdat de huurovereenkomst op rechtmatige wijze is geëindigd, op straffe van een dwangsom van € 1.000,00 per dag; c. de [gedaagde] te verbieden om de woning van [eiser] , zijnde de stacaravan op standplaats A30-31 te verplaatsen, dan wel indien deze inmiddels verwijderd is, op kosten van de [gedaagde] terug te plaatsen in de toestand zoals deze zich op maandag 13 november 2017 bevond; d. met veroordeling van de [gedaagde] in de kosten van de procedure. 2.2 De [gedaagde] concludeert primair tot onbevoegdheid van de kantonrechter en subsidiair tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van [eiser] in de proceskosten. 2.3 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 3De beoordeling 3.1 Tussen partijen staan als niet, althans onvoldoende gemotiveerd, weersproken de volgende feiten vast: - [naam] (hierna: [naam] ) is eigenaar van een camping/recreatiepark aan de [adres] (hierna: Camping [naam] ). Het bewonersaantal op de camping fluctueert gedurende het jaar. Afhankelijk van het jaargetijde wonen of verblijven op de camping tussen de 400 en 1.000 mensen. Op de camping bevonden zich ruim 700 stacaravans. - Op 9 juni 2017 heeft de [gedaagde] aan [naam] en de bewoners een concept sluitingsbesluit bekend gemaakt waarbij de camping op 4 augustus 2017 gesloten zou worden. - Bij brief van 22 juni 2017 heeft de exploitant van [naam] aan de [gedaagde] kenbaar gemaakt de exploitatie van de camping te staken per 3 juli 2107. - De [gedaagde] heeft daarop op 23 juni 2017 aan [naam] het besluit kenbaar gemaakt (onder meer) het terrein Camping [naam] en de daarop gelegen woningen op grond van artikel 17 lid 1 Woningwet voor de duur van één jaar te sluiten en het beheer van het terrein van de camping en de daarop gelegen woningen per 23 juni 2017 om 15.00 uur op grond van artikel 13b van de Woningwet gedurende een jaar over te nemen. - [naam] heeft tegen het besluit van 23 juni 2017 bezwaar gemaakt. - De [gedaagde] heeft de bewoners en recreanten van Camping [naam] bij brief van 18 juli 2017 medegedeeld dat de recreanten voor 1 augustus 2017 moesten aantonen dat hun stacaravan hun eigendom is en dat zij, indien dat het geval is, de stacaravan voor 15 september 2017 moesten weghalen. Tevens is medegedeeld dat voor permanente bewoners geldt dat indien aangetoond wordt dat men perceeleigenaar is, men dit jaar op de camping mag blijven. - Begin augustus 2017 heeft de [gedaagde] een aanvang genomen met de verwijdering van stacaravans van het terrein van Camping [naam] . - Bij brief van 15 augustus 2017 heeft de [gedaagde] aan de bewoners van Camping [naam] medegedeeld dat perceeleigenaren de camping niet direct hoeven te verlaten en dat bewoners met een zorgindicatie worden geholpen bij herhuisvesting. Verder is medegedeeld dat indien een bewoner voor 23 juni 2017 is ingeschreven bij de [gedaagde] Zundert op het adres van de camping gedaagde meedenkt bij vragen hoe vervangende woonruimte gevonden kan worden en zijn door weergave van een overzicht van de verschillende velden uiterste data van ontruiming aangegeven. - Bij brief van 31 augustus 2017 is [eiser] geïnformeerd door de [gedaagde] dat hij als recreant op 15 september 2017 moet vertrekken van Camping [naam] . - [eiser] en 47 andere belanghebbenden hebben op 28 september 2017 de Raad van State verzocht het besluit van 23 juni 2017 bij voorlopige voorziening te schorsen. De Raad van State heeft het verzoek op 20 oktober 2017 afgewezen. - De [gedaagde] heeft [eiser] daarop op 6 november 2017 bericht dat hij Camping [naam] uiterlijk op 12 november 2017 voor 22.00 uur dient te verlaten. [eiser] heeft geen gevolg gegeven aan het verzoek van de [gedaagde] , waarop [eiser] op 13 november 2017 door de politie in zijn woning is aangehouden en gedwongen is verwijderd. - Op 14 november 2017 heeft de [gedaagde] [eiser] een civielrechtelijk gebiedsverbod aangezegd op basis waarvan [eiser] de toegang wordt ontzegd tot de percelen waarop Camping [naam] is gevestigd. 3.2 [eiser] voert aan dat de wijze waarop hij in opdracht van de [gedaagde] uit zijn woning is verwijderd, op meerdere gronden onrechtmatig is. Ten eerste is hij ten onrechte aangemerkt als recreant terwijl hij een permanente bewoner is. Voorts is de huisuitzetting van [eiser] onredelijk en disproportioneel en daarmee een schending van artikel 8 EVRM. Tot slot biedt het besluit van 23 juni 2017 volgens [eiser] geen titel voor het zonder gerechtelijke tussenkomst ontruimen van de op Camping [naam] verblijvende huurders. Indien de [gedaagde] huurders wil ontruimen zal zij zich op basis van de huurwetgeving tot de voorzieningenrechter moeten wenden teneinde de ontruiming van woningen te bewerkstelligen, aldus [eiser] . Ten aanzien van de stacaravan voert [eiser] aan dat deze een waarde van € 41.000,00 vertegenwoordigt zodat van verwijdering geen sprake kan zijn. 3.3 De [gedaagde] voert allereerst aan dat de kantonrechter niet bevoegd is om van de vorderingen van [eiser] kennis te nemen. Voorts voert de [gedaagde] aan dat het besluit tot sluiting van Camping [naam] formele rechtskracht heeft zodat de vorderingen van [eiser] onder
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.