RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team strafrecht, locatie Middelburg BEVEL TOT GEVANGENHOUDING EN DE NADERE VORDERING EX ARTIKEL 67B VAN HET WETBOEK VAN STRAFVORDERING Beschikking op de vordering van de Officier van Justitie in dit arrondissement van 23 augustus 2018 strekkende tot het bevelen van de gevangenhouding van: parketnummer 02/700162-18 naam : [verdachte] voornamen: [verdachte] geboren : [geboortedag] 1997 te [geboorteplaats] wonende : [woonplaats] adres : [adres] thans verblijvende: PI Middelburg- locatie Torentijd te Middelburg; 1.De overwegingen. Tegen verdachte is op 20 augustus 2018 een bevel tot bewaring verleend. De rechtbank heeft op de vordering tot gevangenhouding de officier van justitie en de verdachte gehoord. De rechtbank is na onderzoek gebleken dat hetgeen in het bevel tot bewaring is overwogen omtrent de verdenking, bezwaren en gronden die tot dat bevel hebben geleid, ook thans nog geldt, hetzelfde geldt voor hetgeen zoals vermeld in de nadere vordering ex artikel 67b van het Wetboek van Strafvordering. Bij de beoordeling van de beslissing ter zake de voorlopige hechtenis geldt als uitgangspunt het in artikel 5 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens vastgelegde recht op vrijheid en veiligheid. Op basis van de zich in het dossier van verdachte bevindende stukken en de behandeling ter zitting is de rechtbank van oordeel dat er ernstige bezwaren bestaan tegen verdachte ten aanzien van de/ het in de vordering omschreven feit/feiten en dat er sprake is van het bestaan van grond / gronden, zoals vermeld op het aan deze beslissing gehechte stuk, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd. De ernstige bezwaren voor feit 1 vinden grondslag in de aangifte, de letselverklaring en de verklaringen van verdachte dat hij tegen aangever geweld heeft gebruikt. Het door verdachte geschetste alternatieve scenario, inhoudende dat aangever in de woning een pistool trok en dit op verdachte richtte, wordt door de rechtbank op basis van de voorliggende stukken vooralsnog niet als geloofwaardig beoordeeld. Dit komt doordat verdachte in eerste instantie niet over een pistool heeft gesproken en verklaard (zie de eerste verklaring van verdachte en het proces-verbaal van bevindingen van 13 augustus 2018 (pagina 152)) en ditzelfde geldt voor de in de woning aanwezige [naam 1] en [naam 2] . Ook zij verklaren in eerste instantie niet over een pistool. Als het is gegaan zoals verdachte stelt dan had voor de hand gelegen dat direct bij binnenkomst van de politie in de woning melding zou zijn gemaakt van het gebruik van een pistool door aangever en dan had eveneens verwacht mogen worden dat het pistool direct aan de politie zou zijn overhandigd. In plaats van dit laatste is het pistool op verzoek van verdachte door [naam 1] in een schuurtje weggelegd. De ernstige bezwaren voor de feiten 2, 3 en 4 volgen uit het dossier. De grond voor herhaling is gelegen in het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij bij vonnis van 22 maart 2018 is veroordeeld voor medeplichtigheid aan een geweldsfeit, bij vonnis van 27 juni 2018 is veroordeeld voor overtreding van de Opiumwet en aan hem op 4 mei 2017 een strafbeschikking is opgelegd ter zake overtreding van de Wet wapens en munitie. Daarbij komt dat verdachte ter zitting heeft verklaard dat hij de ------------------------------------------------------------------------------- afgelopen periode in softdrugs heeft gehandeld. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit een vorm van criminaliteit is waarin financiële belangen van betekenis zijn en geweld niet zelden wordt geschuwd. Dit draagt ook bij aan het bestaan van de herhalingsgrond. Gelet op de aard en ernst van de verdenking van de feiten 1 tot en met 4 weegt het persoonlijk belang van verdachte bij schorsing van de voorlopige hechtenis minder zwaar dat het strafvorderlijk belang dat de voorlopige hechtenis voortduurt. 2. De beslissing. De rechtbank beveelt de gevangenhouding van de verdachte voor een termijn van 90 ( negentig) dagen ingaande op het ogenblik van de tenuitvoerlegging; bepaalt dat de voorlopige hechtenis zal worden ondergaan in een huis van bewaring. Wijst af het schorsingsverzoek. Deze beschikking is gegeven op 28 augustus 2018 door mr. G.H. Nomes , voorzitter, mr. E.J. Zuijdweg ,rechter, mr. M.L. Weerkamp ,rechter, in tegenwoordigheid van I.A. Walhout , griffier.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.