RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/800104-17 vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 februari 2018 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1968 te [geboorteplaats] wonende te [adres] raadsvrouw mr. S.M.E. van Fraaijenhove, advocaat te Breda. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 februari 2018, waarbij de officier van justitie, mr. Van Aalst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging Verdachte staat terecht, ter zake dat: hij op of omstreeks 14 februari 2017 te Breda een of meer wapens van categorie II, te weten: - een handgranaat (type M-75) en/of - negen, althans een of meer brandbom(men)(flessen met brandbare vloeistoffen, voorzien van zwaar vuurwerk (Cobra 6)) en/of een of meer wapens van de categorie III, te weten: - een revolver (merk Zastava, model M83-92, van het kaliber .357 Magnum) en/of munitie van categorie III, te weten: - 44, althans een of meer (kogel)patronen (kaliber .38 Special, merk Sellier & Bellot), voorhanden heeft gehad art 26 lid 1 Wet wapens en munitie. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hetgeen hem is tenlastegelegd heeft begaan en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte en op bevindingen naar aanleiding van onderzoek aan de aangetroffen wapens en munitie. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd. Aangegeven is dat verdachte aangemerkt kan worden als een volledig bekennende verdachte. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Aangezien verdachte een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op: - de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 6 februari 2018; - het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam 1]; - het proces-verbaal van bevindingen van het Regionaal Bureau wapens en munitie. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte hij op of omstreeks 14 februari 2017 te Breda een of meer wapens van categorie II, te weten: - een handgranaat (type M-75) en/of - negen althans een of meer brandbom(men)(flessen met brandbare vloeistoffen, voorzien van zwaar vuurwerk (Cobra 6)) en/of een of meer wapens van de categorie III, te weten: - een revolver (merk Zastava, model M83-92, van het kaliber .357 Magnum) en/of munitie van categorie III, te weten: - 44 althans een of meer (kogel)patronen (kaliber .38 Special, merk Sellier & Bellot), voorhanden heeft gehad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. Verdachte is onderzocht door een psycholoog. In het rapport van dit onderzoek wordt geadviseerd verdachte het ten laste gelegde in verminderde mate toe te rekenen. De rechtbank betrekt dit advies bij de overweging over de strafoplegging. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 16 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaar. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht om verdachte een taakstraf op te leggen met daarnaast eventueel nog een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf, zonder bijzondere voorwaarden. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van wapens en munitie. Met een gehuurde bestelbus is verdachte op 14 februari 2017 naar de Esserstraat in Breda gereden. Deze straat is midden in een woonwijk gelegen. In de bestelbus had verdachte een vuurwapen, brandbommen, een handgranaat en munitie liggen. Een dag ervoor was verdachte nog van plan om een pand in de straat “op te blazen”. Verdachte zegt dat hij dat plan op 14 februari 2017 echter niet meer had maar dat hij de wapens en de munitie bij de politie in wilde gaan leveren. Wat de gedachten van verdachte op die 14e februari 2017 nu precies zijn geweest, kan de rechtbank niet vaststellen. Wel staat vast dat verdachte depressief was en hevig geëmotioneerd, mede door wat een ander hem had aangedaan. Hij heeft eerst geprobeerd contact te leggen met de wijkagent. Toen dat niet lukte is het verdachte zelf geweest die heeft ingezien dat hij volstrekt verkeerd bezig was. Voor hem was dat reden om 112 te bellen en zichzelf aan te geven en hulp te vragen. Direct na de komst van de politie heeft verdachte zich overgegeven en gezegd dat hij aangehouden wilde worden. Verdachte heeft daarbij ook meteen aangegeven dat er wapens en explosieven in de bus lagen. Na de melding van verdachte en de komst van de politie is de omgeving direct ontruimd en werd de Explosieven Opruimingsdienst ingeschakeld. Door zijn handelen heeft verdachte een gevaarlijke en ook (levens)bedreigende situatie gecreëerd. Het handelen van verdachte moet ook veel onrust veroorzaakt hebben in de directe omgeving. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een ernstig feit, welk feit in beginsel, conform de landelijke oriëntatiepunten, een forse onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Bij de bepaling van de soort en de hoogte van de op te leggen straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheden waaronder hij het feit heeft gepleegd. Door klinisch psycholoog drs. Legra is gerapporteerd dat bij verdachte sprake is van een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, bestaande uit een depressief stemmingsbeeld. Deze problematiek was ook aanwezig ten tijde van het voorhanden hebben van de wapens en munitie op 14 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.