RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02/041391-18 vonnis van de meervoudige kamer van 25 april 2019 in de strafzaak tegen [verdachte] , geboren op [geboortedag] 1981 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , raadsman mr. R.W. van Voorst Vader, advocaat te Hulst. 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 11 april 2019, waarbij de officier van justitie, mr. Van den Oever, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging Verdachte staat terecht, ter zake dat: hij op of omstreeks 3 september 2017 te Nieuwdorp, gemeente Borsele, in elk geval in Nederland, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig, daarmede rijdende over de weg, (de Europaweg-oost, ter hoogte van de kruising met de Luxemburgweg), zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onnadenkend en/of onoplettend, met dat motorrijtuig rijdend, na het gebruik van alcoholhoudende drank en/of naderend voornoemde kruising/splitsing van wegen, kennelijk rechtsaf wilde afslaan en/of het met het door hem bestuurde motorrijtuig op de rijstrook, bestemd voor rechtsafslaand verkeer, is gaan rijden en/of rijdende op de rijstrook bestemd voor het rechtsafslaand verkeer, (plotseling) het door hem bestuurde motorrijtuig naar links heeft gestuurd en/of (gedeeltelijk) heeft gekeerd in de richting waar hij vandaar kwam, (zulks) terwijl op dat moment op de rijbaan - bestemd voor het rechtdoorgaand verkeer - een bestuurder van een motorfiets, genaamd [slachtoffer] , reed en/of genoemde kruising/splitsing van wegen naderde, tengevolge waarvan de bestuurder van die motorfiets (Merk Suzuki) in botsing/aanrijding is gekomen met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (Merk BMW), waardoor een ander/die bestuurder van genoemde motorfiets (genaamd [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel, te weten een botbreuk ter hoogte van de linker pols en/of een botbreuk aan het bekken, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan, terwijl hij, verdachte, toen aldaar dat motorijtuig (personenauto, BMW) heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn, verdachte's adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 445 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn, De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden: 1) hij op of omstreeks 3 september 2017 te Nieuwdorp, gemeente Borsele als bestuurder van een voertuig, (personenauto, merk BMW), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte in zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 445 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn; en/of 2) hij op of omstreeks 3 september 2017 te Nieuwdorp, gemeente Borsele, als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk BMW), daarmee rijdende ter hoogte van de kruising/splitsing van de Europaweg-Oost met de Luxemburgweg, een bijzondere manoeuvre heeft uitgevoerd, te weten van de doorgaande rijbaan de uitrijstrook oprijden (bestemd voor rechtsafslaand verkeer) en van rijstrook heeft gewisseld en/of bij het uitvoeren van die bijzondere manoeuvre niet het overige verkeer voor heeft laten gaan, (mede) waardoor het door hem, verdachte bestuurde voertuig in aanrijding/botsing is gekomen met een motorrijder die zich op de rijbaan - bestemd voor het rechtdoorgaand verkeer – bevond. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit, in die zin dat verdachte schuld heeft aan het veroorzaken van een verkeersongeval waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht, waarbij de mate van schuld bestaat uit zeer onoplettend, onachtzaam en onvoorzichtig rijgedrag. Zij baseert zich daarbij op de resultaten van het Forensisch Onderzoek Verkeersdelict, zoals vastgelegd in het proces-verbaal van de Verkeersongevallenanalyse, en de getuigenverklaringen van [getuige] , [getuige] , [getuige] en aangever omtrent het rijgedrag van verdachte. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat bewezen kan worden dat verdachte vanaf de rechter voorsorteerstrook naar het wegvak voor rechtdoor gaand verkeer heeft gestuurd in de veronderstelling dat daar niemand reed. Een volgens de verdediging aanmerkelijk onvoorzichtige en onnadenkende manoeuvre waardoor het slachtoffer, de heer [slachtoffer] , die op de motorfiets rechtdoor reed in het naastgelegen wegvak, met de auto van verdachte in botsing kwam en als gevolg van deze botsing zwaar lichamelijk letsel opliep. Gelet hierop is de verdediging van mening dat ten aanzien van het rijgedrag van verdachte het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het gebruik van alcoholhoudende drank, als onderdeel van de schuld, kan echter niet bewezen worden verklaard volgens de verdediging. Het gebruik van alcohol in combinatie met verkeersdeelname is op zichzelf niet verboden en ook is niet gebleken dat er sprake is van causaal verband tussen het alcoholgebruik en de toedracht van het ongeval. Bepalend daarbij is of het alcoholgehalte uitging boven de toegestane hoeveelheid. Nu de politie voor het uitvoeren van de ademanalyse gebruik heeft gemaakt van het apparaat Honac – zijnde een apparaat dat per 1 juli 2017 niet langer behoorde tot de bij ministeriële regeling aangewezen apparatuur voor het uitvoeren van een geldige ademanalyse – heeft er geen gewaarborgde procedure plaatsgevonden en kan de uitslag van de uitgevoerde ademanalyse niet voor het bewijs worden gebruikt. 4.3 Het oordeel van de rechtbank Op zondag 3 september 2017, omstreeks 15:35 uur, vond op de Europaweg-Oost in de gemeente Borsele, ter hoogte van de kruising met de Luxemburgweg, een verkeersongeval plaats. Een motorfiets, bestuurd door de heer [slachtoffer] (hierna te noemen: [slachtoffer] ), kwam in botsing met een BMW-personenauto, bestuurd door verdachte. [slachtoffer] liep hierbij lichamelijk letsel op, waarvoor hij is vervoerd naar het Admiraal de Ruyter Ziekenhuis te Goes. Uit de zich in het procesdossier bevindende letselbeschrijving van de Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Zeeland blijkt dat [slachtoffer] als gevolg van het ongeval een botbreuk heeft opgelopen aan zijn bekken (links) en een ernstige botbreuk ter hoogte van zijn linkerpols met letsel aan de zenuwbanen, waarvoor hij moest worden geopereerd met een zogenoemde externe fixateur. Daarnaast had hij een diepe huidwond over zijn linker scheenbeen, welke moest worden gehecht. De huisarts heeft aangegeven dat er gelet op de ernst van het opgelopen letsel, met name dat aan de pols, nog een lang revalidatietraject te gaan is. Ten tijde van het opmaken van de letselbeschrijving was nog niet te zeggen of de genezing compleet zou zijn. In november 2017 werd ingeschat dat sprake zou zijn van een langdurig arbeidsverzuim van minimaal enkele maanden. Verdachte wordt er primair van beschuldigd dat dit ongeval aan zijn schuld te wijten is in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). Om te kunnen spreken van ‘schuld’ moet verdachte in een hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig, onachtzaam, onnadenkend en/of ondeskundig rijgedrag hebben vertoond. Hiervoor moet worden gekeken naar de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder deze is begaan. Met betrekking tot het ongeval heeft [slachtoffer] bij de politie verklaard dat hij op zijn motorfiets achter drie auto’s, waaronder een BMW, reed. De auto’s gingen het voorsorteervak voor rechtsaf op. De zwarte BMW reed voorop. Toen [slachtoffer] ter hoogte van de andere twee auto’s reed, kwam de BMW die voorop reed plotseling naar links. De BMW kwam hierdoor dwars op zijn rijrichting. [slachtoffer] heeft toen geremd om een aanrijding te voorkomen. Dit is niet gelukt. Hij botste tegen de linker zijkant van de BMW en vloog de lucht in, waarna hij landde in de berm. Getuige [getuige] heeft verklaard op zondag 3 september 2017 omstreeks 15:30 uur op de Europaweg-Oost te hebben gereden. Toen hij de kruising met de Luxemburgweg naderde zag hij dat een zwarte BMW personenauto die voor hem reed op de rechtsgelegen uitvoegstrook plotseling linksom keerde. Zijn snelheid was toen ongeveer stapvoets. Hij zag dat een motorrijder met ongeveer 80 km/u op de doorgaande rijbaan in de richting van die kerende zwarte BMW reed. Hij schat dat die motorfiets ongeveer 20-30 meter van die zwarte BMW verwijderd was op het moment dat die zwarte BMW ging keren. De motorrijder remde nog, zijn wielen blokkeerden en er kwam rook van zijn banden. Hij zag dat die motorfiets de zwarte BMW achter het linkerportier aanreed. De motorrijder vloog met zijn benen omhoog en kwam iets van 10-15 meter verderop op de weg terecht. Op het moment van de aanrijding draaide de zwarte BMW 180 graden. De politie heeft een forensisch onderzoek naar het ongeval ingesteld. Er was een remspoor op de rijstrook voor rechtdoor gaand verkeer, welk spoor veroorzaakt was door de achterband van de Suzuki. Tevens was een bandenspoor zichtbaar op het wegdek welke in een boogvorm liep. Dit bandenspoor was afkomstig van de linker achterband van de BMW en is ontstaan doordat de BMW op de rijstrook voor recht doorgaand verkeer ter hoogte van het linker achterwiel geraakt werd door de Suzuki, waardoor de achterzijde van de BMW, tegen de wijzers van de klok in, werd omgezet. De aangetroffen sporen en de schades zijn volgens de politie passend bij het scenario dat de verdachte met zijn personenauto reed over de rijstrook voor rechts afslaand verkeer en vervolgens zijn voertuig heeft gekeerd om in tegengestelde richting zijn weg te vervolgen. Bij deze manoeuvre liet hij geen vrije doorgang aan de bestuurder van de Suzuki welke op de rijstrook voor recht doorgaand verkeer reed. De rechtbank concludeert op basis van deze getuigenverklaringen en het forensische onderzoek naar het verkeersdelict dat verdachte zich had opgesteld op de rijstrook bestemd voor rechts afslaand verkeer, waarna hij zijn auto plotseling naar links heeft gestuurd en dwars op de rijstrook voor rechtdoor gaand verkeer terecht is gekomen waar [slachtoffer] op dat moment reed. Verdachte heeft [slachtoffer] niet voor laten gaan, waardoor het ongeluk heeft plaatsgevonden. Hij heeft dan ook een verkeersovertreding begaan, met grote gevolgen. Dat verdachte, zoals hij ter zitting heeft verklaard, ten tijde van de aanrijding bezig was de bocht naar rechts te maken – die hij mogelijk te ruim zou hebben genomen – vindt geen steun in het dossier. Bij verdachte is na het ongeval om 15:46 uur een voorlopig ademonderzoek afgenomen, waaruit de code A (Alert) kwam. Dit leidde tot de verdenking dat verdachte onder invloed van alcohol had gereden. Hij is vervolgens naar het politiebureau vervoerd voor verder onderzoek in de vorm van een ademanalyse. Hieruit volgt dat sprake was van 445 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht (ug/l), terwijl dit maximaal 220 ug/l mocht zijn. De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat het apparaat waarmee de ademanalyse is afgenomen, geen daartoe bij ministeriële regeling aangewezen apparaat betreft. Dit betekent dat de uitslag van het ademonderzoek niet aan het bewijs kan bijdragen. De aanwijzing van goedgekeurde apparaten maakt immers deel uit van de strikte waarborgen waarmee de wetgever het alcoholonderzoek heeft omringd. De rechtbank verwerpt dit verweer. Verbalisant [naam verbalisant] heeft in het proces-verbaal rijden onder invloed opgeschreven dat gebruik is gemaakt van een ademanalyseapparaat dat is aangewezen door de Minister van Veiligheid en Justitie. De rechtbank heeft geen aanleiding te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring. Het enkele feit dat op de bijgevoegde afdruk met daarop het resultaat van het ademanalyseonderzoek bovenaan “Honac Nederland B.V.” staat afgedrukt, terwijl de door de minister aangewezen apparaten niet het woord Honac in hun naam hebben, betekent immers nog niet dat dan ook gebruik zou zijn gemaakt van een niet aangewezen apparaat. Daarbij komt dat uit de bijgevoegde afdruk met daarop het resultaat van het ademanalyseonderzoek blijkt dat de verklaring van goedkeuring behorende bij het gebruikte apparaat geldig is tot 8 februari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.