RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie Breda zaaknummer C/02/360567 HA RK 19-159 beslissing van 16 juli 2019 inzake het wrakingsverzoek ex artikel 36 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering van: [Verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verder ook te noemen verzoeker. 1De procedure Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: de processtukken zoals opgenomen in het procesdossier van de hierna te noemen zaak; de zitting in deze zaak gehouden op 2 juli 2019; het wrakingsverzoek van verzoeker van 7 juli 2019, ontvangen op 8 juli
- 2Het verzoek Het verzoek strekt tot wraking van mr. [voorletter] Hindriks als behandelend kantonrechter in de zaak met nummer 7771199 MB VERZ 19-129 [Verzoeker] tegen CVOM). 3De ontvankelijkheid van het verzoek Op 2 juli 2019 heeft een zogeheten mulderzitting plaatsgevonden waar de zaak van verzoeker gepland stond om 15.15 uur. Tijdens deze mulderzitting zijn gedurende de hele middag meerdere mensen opgeroepen. Het is een openbare zitting. De kantonrechter heeft de zaak van verzoeker behandeld en direct op de zitting een mondelinge uitspraak gedaan. Vast staat dat verzoeker nadat de mondelinge uitspraak door de rechter is gedaan, een wrakingsverzoek heeft ingediend, dat op 8 juli 2019 is ontvangen. Deze omstandigheid moet ertoe leiden dat verzoeker daarin niet kan worden ontvangen. Wraking van een rechter is op grond van de wet immers alleen mogelijk zolang een zaak wordt behandeld door die rechter. De wetgever heeft niet voorzien in de mogelijkheid een rechter te wraken, wanneer deze de behandeling van de zaak heeft beëindigd door het geven van een eindbeslissing. Met die beslissing heeft immers iedere verdere bemoeienis van die rechter met de zaak opgehouden. Omdat sprake is van kennelijke niet-ontvankelijkheid laat de wrakingskamer een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege, overeenkomstig het bepaalde in paragraaf 9,1, gelezen in samenhang met paragraaf 4.3 en 4.4 van het wrakings- en verschoningsprotocol van deze rechtbank (gepubliceerd op www.rechtspraak.nl, ga naar: rechtbank Zeeland-West-Brabant, regels en procedures, wrakings- en verschoningsprotocol). Ten overvloede merkt de wrakingskamer nog op dat als een rechter eenmaal vonnis heeft gewezen, de enige mogelijkheid die nog open staat om de zaak opnieuw aan een rechter voor te leggen hoger beroep is. In dit geval is hoger beroep echter niet mogelijk omdat daarvoor een ondergrens geldt van € 70,
- 4Beslissing De rechtbank: verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking. Deze beslissing is gegeven op 16 juli 2019 door mrs. Van Kralingen, Breeman en Eijssen-Vruwink, in tegenwoordigheid van mr. Rockx, griffier, en in het openbaar uitgesproken.