vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rolnummer: C/02/341919 / HA ZA 18-135 Vonnis van 6 februari 2019 in de zaak van [naam eiseres] H.O.D.N. [bedrijfsnaam], wonende te [plaatsnaam] , eiseres, advocaat: mr. I. Brouwer te Bussum, tegen de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid KWANTUM NEDERLAND BV, gevestigd te Tilburg, gedaagde, advocaat: mr. M.M.M. van Gerwen en mr. M.R. Rijks te Eindhoven. Partijen zullen hierna [eiseres] en Kwantum worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 15 augustus 2018, met de daarin genoemde processtukken; de door [eiseres] nagezonden producties 22 en 23; de door Kwantum nagezonden productie 7; het proces-verbaal van comparitie van 23 november 2018; de brief van [eiseres] van 20 december 2018; de brief van Kwantum van 20 december 2018; de brief van Kwantum van 31 december 2018; de brief van [eiseres] van 2 januari 2019. Ten aanzien van de brieven van partijen na de zitting geldt dat de inhoud daarvan uitsluitend in de beoordeling wordt betrokken voor zover die betreft het standpunt dat het proces-verbaal gelet op het besprokene ter zitting onjuist of onvolledig is. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiseres] is sinds 2011 eigenaar van de eenmanszaak ‘ [bedrijfsnaam] ’. Zij ontwerpt (onder andere) kaarten en posters en biedt deze ter verkoop aan. 2.2. In oktober 2016 heeft [eiseres] een kerstkaart ontworpen in het kader van kerst 2016 (verder te noemen: ‘het ontwerp’). [bedrijfsnaam] heeft deze kerstkaart in oktober 2016 aangeboden aan een vaste kring van afnemers. Deze afnemers hebben de kerstkaart, geleverd op A4-formaat karton in folie, in 2016 en 2017 van [bedrijfsnaam] ingekocht en aan hun klanten verkocht. 2.3. In december 2016 is de kerstkaart gepubliceerd op de Facebookpagina van [bedrijfsnaam] en op Pinterest, onder de vermelding [website] . 2.4. Op 27 november 2017 heeft [eiseres] van een van haar afnemers vernomen dat Kwantum dezelfde kerstkaart in de vorm van een A4-formaat tekstbord te koop aanbiedt in haar winkels, fysieke folders en online via haar website. [eiseres] heeft diezelfde dag telefonisch contact gezocht met Kwantum. 2.5. Bij brief van 1 december 2017 heeft (de gemachtigde van) [eiseres] Kwantum gesommeerd de verkoop van de tekstborden te staken, een opgave te verstrekken van het aantal verkochte tekstborden, een schadevergoeding te betalen wegens schending van het auteursrecht van [eiseres] en de advocaatkosten te vergoeden. 2.6. Op 6 december 2017 heeft Kwantum telefonisch op de sommatie van [eiseres] gereageerd. In het telefoongesprek heeft Kwantum de inbreuk op het auteursrecht erkend. Tussen 6 en 12 december 2017 hebben partijen gesproken over de voorwaarden van een eventuele schikking, maar zijn uiteindelijk niet op elkaars voorstellen ingegaan. 2.7. Op 12 december 2017 heeft Kwantum aan [eiseres] een ‘onthoudingsverklaring’ afgegeven, waarin staat dat de verkoop van het tekstbord vanaf 6 december 2017 niet meer plaatsvindt, op straffe van een boete van € 50,00 per overtreding. 2.8. Op 14 en 22 december 2017 heeft [eiseres] Kwantum laten weten dat de verkoop van de tekstborden niet is gestaakt. Partijen hebben op 22 december 2017 en 3 en 4 januari 2018 opnieuw schikkingsvoorstellen gedaan, maar zijn wederom niet op elkaars voorstellen ingegaan. 3Het geschil 3.1. [eiseres] vordert bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. een verklaring voor recht dat Kwantum: a. inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en de persoonlijkheidsrechten van [eiseres] ; b. door op die manier te handelen onrechtmatig heeft gehandeld en schade aan [eiseres] heeft veroorzaakt; c. gehouden is tot betaling van een schadevergoeding; II. Kwantum te veroordelen zich met onmiddellijke ingang na dagtekening van het vonnis te onthouden van iedere inbreuk op de auteursrechten en persoonlijkheidsrechten van [eiseres] en deze inbreuk nu en in de toekomst gestaakt te houden; III. Kwantum te veroordelen een officiële en door een accountant gewaarmerkte opgave van het aantal door Kwantum verkochte tekstborden te verstrekken over het jaar 2017, dan wel over de periode waarin Kwantum de tekstborden heeft verkocht; IV. Kwantum te veroordelen aan [eiseres] te betalen een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van € 41.925,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 december 2017, althans vanaf 14 dagen na de dag der dagvaarding; V. Kwantum te veroordelen tot betaling van de proceskosten, tot de dag der dagvaarding begroot op € 8.988,55 exclusief btw en exclusief kantoorkosten, te vermeerderen met de kosten vanaf de dag der dagvaarding tot aan de datum van het vonnis, alsmede het griffierecht, de kosten van de dagvaarding en de nakosten. 3.2. [eiseres] legt – samengevat – aan haar vorderingen ten grondslag dat Kwantum inbreuk heeft gemaakt op het op het ontwerp rustende auteursrecht en persoonlijkheidsrecht van [eiseres] . [eiseres] heeft geconstateerd dat Kwantum zonder haar toestemming en naamsvermelding haar ontwerp openbaar heeft gemaakt en verveelvoudigd, waarbij Kwantum bovendien het ontwerp heeft veranderd door het aan te bieden als een A4-formaat tekstbord met gewijzigde kleuren. Hierdoor is de oorspronkelijke bedoeling en de exclusiviteit van het werk verloren gegaan. [eiseres] heeft daardoor schade geleden. 3.3. Kwantum voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiseres] in haar vorderingen, dan wel tot afwijzing van de vorderingen, primair met veroordeling van [eiseres] in de volledige proceskosten conform het liquidatietarief en subsidiair, voor zover de rechtbank van oordeel is dat, zo begrijpt de rechtbank, enige vordering van [eiseres] toewijsbaar is en dat artikel 1019h Rv van toepassing is, de proceskosten te compenseren, althans te matigen tot € 8.000,00 conform de Indicatietarieven. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling Vordering I (inbreuk auteursrecht en persoonlijkheidsrecht) 4.1. [eiseres] vordert allereerst een verklaring voor recht dat Kwantum inbreuk heeft gemaakt op het auteursrecht en de persoonlijkheidsrechten van [eiseres] , dat Kwantum daardoor onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld en schade aan [eiseres] heeft veroorzaakt, en dat Kwantum gehouden is tot betaling van een schadevergoeding aan [eiseres] . 4.2. Kwantum voert aan dat [eiseres] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vordering sub I wegens een gebrek aan belang bij die vordering. Kwantum heeft reeds erkend een inbreuk te hebben gemaakt op de auteursrechten van [eiseres] en zij heeft toegezegd enig bedrag aan schade te zullen vergoeden. Kwantum betwist daarentegen een persoonlijkheidsrecht van [eiseres] te hebben geschonden. Volgens Kwantum is het niet gebruikelijk de naam van een ontwerper te vermelden als het gaat om industriële vormgeving. 4.3. Ingevolge artikel 3:303 BW komt [eiseres] geen rechtsvordering toe zonder voldoende belang. Anders dan Kwantum betoogt, is de rechtbank van oordeel dat [eiseres] voldoende belang heeft bij haar gevorderde verklaring voor recht. Deze verklaring voor recht dient immers tot het op bindende wijze vaststellen van de rechtsverhouding tussen partijen en vormt eveneens de grondslag voor de door [eiseres] ingestelde vordering tot schadevergoeding. 4.4. Tussen partijen is niet in geschil dat [eiseres] – krachtens artikel 1 Auteurswet (Aw) – het auteursrecht op het ontwerp van de kerstkaart heeft omdat het ontwerp aan de “werktoets” van artikel 10 Aw voldoet. Nu Kwantum heeft erkend dat zij het ontwerp van [eiseres] zonder haar toestemming heeft overgenomen, openbaar heeft gemaakt en heeft verveelvoudigd, zonder dat sprake is van een nieuw werk als bedoeld in artikel 10 Aw, staat vast dat Kwantum dit auteursrecht van [eiseres] heeft geschonden (ex artikelen 12 en 13 Aw). 4.5. Door de naam van [eiseres] niet bij het ontwerp te vermelden, heeft Kwantum het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] geschonden in de zin van artikel 25 lid 1 sub a Aw. Door het formaat van de kerstkaart te wijzigen in een A4-formaat tekstbord en door de kleurstelling te wijzigen, heeft Kwantum tevens het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] geschonden in de zin van artikel 25 lid 1 sub c Aw. Op grond van deze bepalingen heeft [eiseres] het recht zich te verzetten tegen respectievelijk de openbaarmaking van haar ontwerp zonder naamsvermelding en de wijziging van haar ontwerp, tenzij dat verzet in strijd zou zijn met de redelijkheid. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzet van [eiseres] niet in strijd met de redelijkheid. Dat het volgens Kwantum niet gebruikelijk is de naam van een ontwerper te vermelden als het gaat om industriële vormgeving doet niets aan de redelijkheid van dit verzet af. Een dergelijke uitzondering kent artikel 25 Aw immers niet. Daarnaast kan [eiseres] zich redelijkerwijs verzetten nu, door het gewijzigde ontwerp, afbreuk wordt gedaan aan de exclusiviteitswaarde van haar kerstkaart. 4.6. Gelet op bovenstaande heeft Kwantum het auteursrecht en het persoonlijkheids-recht van [eiseres] geschonden. De inbreuken van Kwantum zijn te duiden als een handelen in strijd met een wettelijke plicht, hetgeen een onrechtmatige daad oplevert jegens [eiseres] . Nu de mogelijkheid van schade aannemelijk is – hetgeen ook volgt uit de brief van Kwantum van 4 januari 2018 waarin ze meldt enig bedrag aan schade te zullen vergoeden als gevolg van de gemaakte auteursrechtinbreuk – ligt de onder sub I gevorderde verklaring voor recht integraal voor toewijzing gereed. Vordering II (stakingsvordering) 4.7. [eiseres] vordert Kwantum te veroordelen zich met onmiddellijke ingang te onthouden van iedere inbreuk op het auteursrecht en het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] en deze inbreuk in de toekomst gestaakt te houden. 4.8. Kwantum voert aan dat [eiseres] geen belang heeft bij haar vordering sub II. Kwantum voert daartoe aan dat zij sinds 6 december 2017 de verkoop van de tekstborden daadwerkelijk heeft gestaakt. Met de afgifte van de onthoudingsverklaring heeft Kwantum zich bovendien verbonden zich in de toekomst te zullen onthouden van enige inbreuk op de auteurs- en persoonlijkheidsrechten van [eiseres] , aldus Kwantum. 4.9. De rechtbank overweegt als volgt. In de onthoudingsverklaring die Kwantum heeft opgesteld heeft zij, zonder daarbij enig voorbehoud te maken, verklaard ieder inbreukmakend gebruik te staken en gestaakt te houden, onder verbeurte van een dwangsom bij iedere overtreding daarvan. Gelet op de aard, tekst en strekking van deze verklaring valt niet in te zien welk belang [eiseres] nog heeft bij handhaving van haar vordering. [eiseres] heeft nog naar voren gebracht dat de verkoop van de tekstborden na afgifte van de onthoudingsverklaring niet is gestaakt, maar die stelling heeft [eiseres] – tegen het verweer van Kwantum – met onvoldoende feiten onderbouwd. Zo blijkt uit het verweer van Kwantum dat de tekstborden weliswaar niet direct uit de (meer dan 100) winkels zijn gehaald, maar dat wel direct de prijs van de tekstborden in de winkels en online via de website van Kwantum is aangepast naar € 999,99. Dat het tekstbord in de fysieke folder van 9 december 2017 nog voor een bedrag van € 3,50 werd aangeboden, doet ook geen belang ontstaan. Kwantum heeft immers aangevoerd dat de fysieke folders van 9 december 2017 reeds gedrukt waren en dat verspreiding daarvan niet meer kon worden tegengehouden, en dat zij dit ook direct aan [eiseres] heeft gecommuniceerd. De omstandigheid dat de tekstborden tot op de dag van vandaag online via Google(cache-resultaten) zichtbaar zouden zijn (hetgeen de rechtbank overigens niet heeft kunnen vaststellen), impliceert ook niet dat Kwantum de tekstborden thans nog online aanbiedt. Leidend daarvoor is immers de website van Kwantum als aanbieder van deze tekstborden en niet het cache-‘geheugen’ van Google. Van nog openbaar maken is hiermee evenmin sprake. Met een gebruikelijke zoekopdracht is het ontwerp van [eiseres] niet op internet vindbaar. 4.10. Gesteld noch gebleken is van enige aanwijzing van welke aard dan ook dat Kwantum in de toekomst opnieuw inbreuk zal gaan maken op het auteursrecht en/of het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] . [eiseres] wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in dit onderdeel van haar vordering. Vordering III (opgave gegevens accountant) 4.11. [eiseres] vordert voorts Kwantum te veroordelen een officiële en door een accountant gewaarmerkte opgave van het aantal door Kwantum verkochte tekstborden te verstrekken. 4.12. Kwantum voert aan dat [eiseres] evenmin belang heeft bij haar vordering sub III. Kwantum heeft reeds openheid van zaken gegeven over het aantal verkochte tekstborden, namelijk dat zij het tekstbord vanaf 1 november 2017 heeft verhandeld en dat er 2.975 stuks zijn verkocht tegen een bruto verkoopprijs van € 2,89 excl. btw. Bij een verklaring gewaarmerkt door een accountant heeft [eiseres] geen aanvullend belang, temeer niet omdat [eiseres] niet heeft gesteld dat de verklaring van Kwantum onjuist zou zijn, aldus Kwantum. 4.13. Naar het oordeel van de rechtbank valt niet in te zien welk belang [eiseres] heeft bij een door de accountant gewaarmerkte opgave van het aantal door Kwantum verkochte tekstborden. [eiseres] heeft namelijk een concreet bedrag aan schadevergoeding gevorderd, waarvoor artikel 27 Aw de grondslag biedt, en geen afdracht van als gevolg van de inbreuk behaalde winst, welke nog door een accountant zou moeten worden vastgesteld, waarvoor artikel 27a Aw de grondslag biedt – veelal gekozen als alternatief bij gebreke van aanknopingspunten om bij een schadevordering een bedrag te kunnen noemen. Ook in deze vordering zal [eiseres] derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard. Vordering IV (schadevergoeding) 4.14. [eiseres] vordert van Kwantum op grond van artikel 27 Aw een bedrag aan schadevergoeding ter hoogte van € 41.925,00. [eiseres] hanteert voor haar schadeberekening haar gebruikelijke verkooptarief van € 3,00 per kerstkaart op A4-formaat. Omdat Kwantum stelt dat zij 2.795 tekstborden heeft verkocht, is de schade in totaal € 3,00 x 2.795 = € 8.385,00. Naast de inbreuk op het auteursrecht is sprake van meerdere inbreuken op het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] , namelijk 1. het ontbreken van een naamsvermelding, 2. wijziging van het ontwerp en 3. verlies van de oorspronkelijke bedoeling van het werk en van exclusiviteit. Kwantum heeft deze inbreuken bovendien bewust gepleegd in de wetenschap dat achteraf alsnog toestemming gekocht zou kunnen worden door betaling van een licentievergoeding, hetgeen volstrekt in strijd is met de letter en de geest van de Auteurswet. Door deze vijfvoudige inbreuk op het auteursrecht en het persoonlijkheidsrecht van [eiseres] is Kwantum – naar analogie van de standaardvoorwaarden van de Nederlandse Vereniging van Journalisten en de Fotografenfederatie, en conform vaste rechtspraak – vijf keer schadevergoeding verschuldigd. De totale schade komt daarmee uit op een bedrag van 5 x € 8.385,00 = € 41.925,00, aldus [eiseres] . 4.15. Kwantum voert primair het verweer dat zij [eiseres] reeds een redelijke licentievergoeding heeft aangeboden ter hoogte van 3% van de bruto verkoopprijs van Kwantum. Om die reden heeft [eiseres] geen enkel belang meer bij haar vordering sub IV en dient zij niet-ontvankelijk te worden verklaard in die vordering. Subsidiair voert Kwantum aan dat uitsluitend de door [eiseres] gederfde nettowinst als schadevergoeding voor toewijzing in aanmerking kan komen. Een bedrag aan netto winstderving heeft [eiseres] echter niet genoemd en niet onderbouwd. Voor zover toch van winstderving zou worden uitgegaan, dient die te worden gemaximeerd op € 0,90 per product en dus op € 2.515,50 in totaal. Uiterst subsidiair heeft te gelden dat als van € 3,00 per product wordt uitgegaan, maximaal een bedrag van € 8.385,00 voor vergoeding in aanmerking zou komen, omdat punitive damages (zoals het toepassen van een vermenigvuldigingsfactor) onder het Nederlandse recht niet mogelijk zijn. 4.16. De rechtbank komt een grote mate van vrijheid toe om de omvang van de toe te kennen schadevergoeding te begroten. Die rechterlijke vrijheid ziet niet alleen op de begroting van de hoogte van de schade, maar ook op de vraag of en hoe (langs welke meetlat) de schade zo nauwkeuring mogelijk kan worden begroot. Nu Kwantum ten onrechte het ontwerp van [eiseres] heeft verspreid en vermenigvuldigd, is de mogelijkheid aannemelijk dat [eiseres] als gevolg daarvan schade heeft geleden, hetgeen in beginsel een aanspraak op schadevergoeding geeft. Uitgangspunt bij de begroting is dat [eiseres] door het ontvangen van schadevergoeding zoveel mogelijk in de toestand dient te worden gebracht waarin zij zou hebben verkeerd zonder de schade toebrengende gebeurtenis (“herstel in de oude toestand”). Een concrete begroting van de schade, waarbij rekening wordt gehouden met alle relevante omstandigheden van het geval, is daarvoor het meest geëigend. Wanneer dit echter niet mogelijk is kan (deels) voor een abstracte wijze van begroting worden gekozen. Wanneer de mogelijkheid van schade aannemelijk is, maar (bij gebreke van de benodigde gegevens) noch een concrete, noch een abstracte schadebegroting mogelijk is, volgt uit het arrest van de Hoge Raad van 7 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1435) dat de rechter de omvang van de schade, al dan niet na nadere instructie, op de voet van artikel 6:97 BW moet schatten, dan wel partijen naar de schadestaatprocedure moet verwijzen, ook zonder dat dit uitdrukkelijk is gevorderd. 4.17. De rechtbank is in onderhavige zaak verplicht te onderzoeken of daadwerkelijk schade is geleden en zo ja, de schade op een van de bovenstaande wijzen te begroten, tenzij zij dat op dit moment geheel onmogelijk acht. Dat laatste is niet het geval zodat verwijzing van deze zaak naar de schadestaatprocedure niet aan de orde is. 4.18. De rechtbank acht in dit geval onvoldoende aanknopingspunten aanwezig voor een concrete schadebegroting. Of, en zo ja in welke mate, [eiseres] minder kaarten heeft verkocht als gevolg van de inbreuk door Kwantum is niet vast te stellen. [eiseres] heeft namelijk ter zitting verklaard dat het haar eigen keuze is geweest om de verkoop van de betreffende kaarten te staken, omdat ze van mening was dat ze niet langer exclusiviteit genoot. [eiseres] heeft bovendien geen duidelijk antwoord gegeven op de vraag hoeveel kaarten ze verkocht zou hebben als ze de kaarten niet uit de handel zou hebben gehaald. [eiseres] heeft ter zitting gesteld dat ze honderd(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.