← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2019:5619

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda Zaaknummer: C/02/364351 / FA RK 19/5323 Schriftelijke uitwerking van de mondelinge beslissing van 22 oktober 2019 betreffende machtiging tot voortzetting inbewaringstelling in een psychiatrisch ziekenhuis.

  1. De procedure Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken: - het op 21 oktober 2019 ontvangen verzoek van de officier van justitie (met het nummer OMZ395822), met bijlagen; - de op 22 oktober 2019 gegeven last tot toevoeging; - het proces-verbaal van het op 22 oktober 2019 gehouden verhoor. 2Het verzoek Het verzoek strekt tot het verlenen van een machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 27 van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (hierna: Wet Bopz) van [voornamen] [achternaam] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , wonende [adres] , thans verblijvende in het psychiatrisch ziekenhuis te Tilburg, ETZ, St. Elisabeth, Hilvarenbeekseweg 60, Mpu, hierna te noemen betrokkene,advocaat mr. A.Ch. Osté te Dongen. 3De beoordeling Betrokkene is op 18 oktober 2019 krachtens de beschikking tot inbewaringstelling van de burgemeester van de gemeente Dongen opgenomen in voormeld psychiatrisch ziekenhuis. Bij gelegenheid van de behandeling van het verzoek merkt betrokkene op dat hij in het psychiatrisch ziekenhuis de hele dag op bed ligt. Hij geeft aan dat zijn problemen zijn opgelost, nu de stemmen in zijn hoofd weg zijn. De stemmen in zijn hoofd lieten hem allerlei dingen doen. Zo kan betrokkene zich niet meer herinneren dat hij door een ruit is gevallen, maar weet hij nog wel dat hij van de stemmen in zijn hoofd de baby van de buren moest gaan redden. Thuis gebruikt hij amfetamine om de dag door te komen. Betrokkene is niet bereid om te stoppen met drugs. Hij gebruikt al 20 jaar lang en heeft meerdere malen (zonder succes) geprobeerd om af te kicken. Novadic Kentron heeft volgens betrokkene aangegeven niet meer de verantwoordelijkheid voor hem te willen dragen. Betrokkene wil geen hulp en geeft aan hierna meteen met alle hulpverleningsinstanties te stoppen. De behandelaren verklaren dat het toestandsbeeld van betrokkene sinds de opname snel is verbleekt. Hij is rustig op de afdeling en zegt zelf nergens last van te hebben. De vorige inbewaringstelling is om die reden dan ook afgewezen. De snelheid van de terugval baart echter veel zorgen. Er is sprake van een drugsverslaving in combinatie met zwakbegaafdheid. Onder invloed van de drugs gaat betrokkene stemmen horen en vervolgens rare dingen doen. Betrokkene zorgt voor overlast in de buurt, is van een balustrade een verdieping naar beneden gevallen en is met een schroevendraaier het huis van de buren binnengedrongen. Zijn zwakbegaafdheid in combinatie met het drugsgebruik zorgt ervoor dat hij dingen niet kan overzien. Betrokkene staat onvoldoende sterk in zijn schoenen om het drugsgebruik te staken en kan niet begrijpen dat hij beter geen drugs kan gebruiken omdat die de stemmen in zijn hoofd veroorzaken. De motivatie verdwijnt daardoor ook snel. De situatie is op deze manier uitzichtloos. Prisma is momenteel bezig met het aanvragen van een voorlopige machtiging. Betrokkene kan in het psychiatrisch ziekenhuis nog 10 dagen een detoxbehandeling ondergaan. Vervolgens zal er een andere passende plek voor hem moeten worden gevonden. De advocaat van betrokkene onderschrijft de zorgen rondom betrokkene. De gevolgen van zijn verslaving zijn steeds rigoureuzer en zijn familie is ook ten einde raad. Desondanks verzoekt de advocaat van betrokkene toch om afwijzing van het verzoek, aangezien zijn cliënt niet in het psychiatrisch ziekenhuis wil verblijven. Strikt genomen is er in juridische zin ook geen sprake van een geestelijke stoornis, wat het een lastige zaak maakt. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting is het volgende voldoende vast komen te staan. Er bestaat het ernstige vermoeden dat betrokkene lijdt aan een stoornis van de geestvermogens in de vorm van stoornissen door gebruik van middelen en een verstandelijke handicap. Vanuit het samenstel van verscheidene stoornissen, zoals in dit geval een verstandelijke handicap en verslaving, die ieder op zichzelf ontoereikend gewicht hebben om te kwalificeren als stoornis in de zin van de Wet Bopz, kan volgens de Hoge Raad toch worden gekomen tot de conclusie dat er sprake is van een zodanige geestesstoornis dat daardoor het gevaarzettende handelen in overwegende mate beheerst wordt en het gevaar betrokkene niet kan worden toegerekend. In het geval van betrokkene is daarvan sprake. Door zijn zwakbegaafdheid ontbreekt het besef dat de stemmen in zijn hoofd worden veroorzaakt door de verslavende middelen en kan hij geen weerstand bieden aan de zucht naar drugs, waardoor hij in deze uitzichtloze situatie blijft. De drugs beheersen zijn leven volledig. Betrokkene heeft geen dagbesteding, maar gebruikt de hele dag alleen maar drugs om de leegheid in zijn bestaan te vullen. Er bestaat het ernstige vermoeden dat die stoornis betrokkene gevaar doet veroorzaken en dat dit gevaar zo onmiddellijk dreigend is dat de procedure ter verkrijging van een voorlopige machtiging niet kan worden afgewacht. Het gevaar bestaat er vooral in dat betrokkene zich van het leven zal beroven of zichzelf ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen, maatschappelijk te gronde gaat, met hinderlijk gedrag agressie van anderen zal oproepen, een ander van het leven zal beroven of hem ernstig lichamelijk letsel zal toebrengen, een gevaar vormt voor de psychische gezondheid van een ander en voor de algemene veiligheid van personen of goederen. Het gevaar kan niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten een psychiatrisch ziekenhuis worden afgewend. Betrokkene geeft geen blijk van de nodige bereidheid zijn verblijf in voormeld ziekenhuis te doen voortduren. De verzochte machtiging zal dan ook worden verleend voor de na te melden duur. Indien de officier van justitie vóór het einde van na te noemen termijn een verzoek bij de rechtbank indient tot het verlenen van een aansluitende voorlopige machtiging wordt de termijn verlengd met in beginsel maximaal drie weken, te rekenen vanaf de datum waarop de officier het verzoek heeft ingediend. 4De beslissing De rechtbank verleent machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van betrokkene in een psychiatrisch ziekenhuis tot en met 12 november
  2. Deze uitspraak is mondeling gedaan door mr. Meyboom in tegenwoordigheid van de griffier mr. Janssen op 22 oktober 2019 en op schrift gesteld op 22 oktober
  3. Mededeling van de griffier: Ingevolge het bepaalde in artikel 29, vijfde lid, Wet BOPZ, staat tegen deze beschikking geen gewoon rechtsmiddel open. 1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvorming worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht. 1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvorming worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.