RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/5805 WABO VV uitspraak van 23 december 2019 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekers], te [vestigingsplaats verzoekers], verzoekster en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeek, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 16 oktober 2019 (bestreden besluit) inzake de aan gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende omgevingsvergunning voor het rooien van 76 bomen [locatie bomen]. Zij heeft tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen
- Op 20 december 2017 is door de provincie Noord-Brabant verzocht om verlening van een omgevingsvergunning voor het rooien van 76 bomen [locatie bomen]. Bij het primaire besluit van 29 mei 2018 heeft verweerder de gevraagde vergunning geweigerd onder verwijzing naar de weigeringsgronden in de gemeentelijke Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Tegen dit besluit hebben gedeputeerde staten een bezwaarschrift ingediend. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaarschrift gegrond verklaard en de gevraagde vergunning alsnog verleend. Tegen dit besluit is door drie partijen beroep ingesteld, waaronder verzoekster. Alleen verzoekster heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
- Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
- De voorzieningenrechter betwijfelt of verweerder zich terecht bevoegd heeft geacht om te beslissen op de aanvraag. Ingevolge artikel 4.1, aanhef en onder a, van de Wet natuurbescherming (Wnb) heeft het bepaalde bij en krachtens paragraaf 4.1 geen betrekking op houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. De omgevingsvergunning is gevraagd en verleend voor 76 bomen langs een provinciale weg, buiten de bebouwde kom. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter geldt daarom onverkort het bepaalde in artikel 4.2 van de Wnb dat het verboden is een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten.
- Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat gedeputeerde staten het bevoegde bestuursorgaan zijn om te beslissen op de aanvraag. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding om het bestreden besluit te schorsen. Omdat het verzoek wordt toegewezen, dient verweerder aan verzoekster het door haar betaalde griffierecht te vergoeden. Er zijn geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten. Beslissing De voorzieningenrechter: schorst het bestreden besluit tot zes weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak; draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 345,-- aan verzoekster te vergoeden; Deze uitspraak is gedaan door mr. R.P. Broeders, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 december
- De griffier is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen. R.P. Broeders, voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.