RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Breda zaak/rolnr.: 7339382 CV EXPL 18-5251 vonnis d.d. 16 januari 2019 inzake de besloten vennootschap [eiseres], gevestigd te [woonplaats] , eiseres, gemachtigde: mr. D.B. Dubach, advocaat te ‘s-Hertogenbosch, tegen de besloten vennootschap [gedaagde], gevestigd en kantoorhoudende te [adres] , gedaagde, niet verschenen. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de dagvaarding van 6 november 2018 met producties. 2Het geschil en de beoordeling 2.1 Eiseres heeft op de bij dagvaarding omschreven gronden, welke hier als herhaald en ingelast gelden, gevorderd gedaagde te veroordelen tot betaling van het bedrag of de bedragen als nader in de dagvaarding omschreven, met veroordeling van gedaagde in de proceskosten. 2.2 Gedaagde is, hoewel behoorlijk gedagvaard, niet ter zitting verschenen en heeft ook niet tijdig een schriftelijk antwoord ingediend of om uitstel verzocht, zodat tegen deze verstek is verleend. 2.3 Nu de vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, zal deze worden toegewezen, behoudens het volgende. 2.4 Artikel 6:119a BW is niet van toepassing op een vordering tot betaling van een bedrag bij wijze van schadeloosstelling, zodat de gevorderde handelsrente over de verschenen rente niet toewijsbaar is. Voorts zal de wettelijke handelsrente over de gevorderde hoofdsom als hierna bepaald worden toegewezen. 2.5 Eiseres vordert gedaagde te veroordelen tot betaling van de beslagkosten. Deze vordering zal als onvoldoende onderbouwd worden afgewezen, nu eiseres noch heeft gesteld dat beslag heeft plaatsgevonden, noch beslagstukken in het geding heeft gebracht. 2.6 Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten, met dien verstande dat de gevorderde rente over de proceskosten zal worden toegewezen indien en voor zover gedaagde de proceskosten niet binnen veertien dagen na de betekening van het vonnis zal hebben voldaan. Daarbij overweegt de kantonrechter dat gedaagde, indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de proceskostenveroordeling in dit vonnis te voldoen, waarbij een termijn van veertien dagen als een redelijke termijn voor nakoming wordt gezien. 2.7 De gevorderde nakosten zullen voorwaardelijk worden toegewezen, voor zover nakosten gemaakt zullen worden en gedaagde niet vrijwillig binnen veertien dagen na aanschrijving van eiseres aan de veroordeling in het vonnis heeft voldaan. De nakosten zullen worden begroot conform landelijk beleid tot een half salarispunt (met een maximum van € 100,00), zijnde een bedrag van € 100,00. De wettelijke rente over het bedrag van € 100,00 zal vanaf de vijftiende dag na aanschrijving door eiseres worden toegewezen. 3De beslissing De kantonrechter: veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 5.291,56, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over de in voornoemd bedrag verdisconteerde factuurbedragen vanaf de respectievelijke vervaldata van de facturen tot aan de dag der algehele voldoening; veroordeelt gedaagde om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eiseres te betalen een bedrag van € 1.603,73 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 dagen na dagtekening van dit vonnis; veroordeelt gedaagde in de kosten van dit geding, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 861,44, daarin begrepen een bedrag van € 300,00 als salaris voor de gemachtigde van eiseres, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na betekening van dit vonnis in geval van niet-betaling binnen 14 dagen; veroordeelt gedaagde, onder de voorwaarde dat deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving door eiseres volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 100,00 aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving; verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. L.A.J. Nuijten en in het openbaar uitgesproken op 16 januari 2019.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.