RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/6096 GEMWT uitspraak van 19 maart 2020 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen 1 [naam eiser1] , 2 [naam eiser2] , 3 [naam eiser3] en [naam eiser4] , 4 [naam eiser5] en [naam eiser6], 5 [naam eiser7 ] , mede handelende onder de naam [naam eiser7 ] , 6 [naam eiser8] , 7 [naam eiser9] , 8 [naam eiser10] , Allen te [plaatsnaam] , 9 [naam eiser11] , 10 [naam eiser12] , 11 [naam eiser13] , 12 [nam eiser15] , Allen te [vestigingsplaats2] , en 13 [naam eiser16] , gevestigd te [vestigingsplaats3] , kantoorhoudende te [plaatsnaam2] . Samen te noemen verzoekers gemachtigde: mr. M.P. Wolf, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Halderberge, verweerder. Procesverloop Verzoekers hebben op 26 november 2019, ontvangen bij de rechtbank per fax op diezelfde dag, (wederom) beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een primair besluit door het college om handhavend op te treden tegen de opslag van bouwmaterialen en een deels zonder (rechts)grond (gebleken) aangelegde ontsluitingsweg ter hoogte van de beoogde ontsluiting van [naam kavel] (kavel [nummer kavel] ) richting [naam locatie] . Bij besluit van 22 januari 2020 heeft het college het verzoek om handhaving afgewezen. Vervolgens heeft de gemachtigde van verzoekers het beroep ingetrokken, met het verzoek het college te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.