RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Locatie Breda Zaaknummer: C/02/368892 / FA RK 20/750 Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel Beschikking van 17 februari 2020 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, locatie Breda naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot verlenging van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van: [betrokkene] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres] , verblijvende in GGZ Breburg aan de [verblijfplaats] , hierna te noemen: betrokkene, advocaat: mr. B.G.M. Frencken te 's-Hertogenbosch. 1Het procesverloop 1.1 Bij verzoekschrift, ingekomen ter griffie op 14 februari 2020, heeft de officier van justitie verzocht om verlenging van de op 13 februari 2020 opgelegde crisismaatregel. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd: - een afschrift van de beslissing tot het nemen van de crisismaatregel van 13 februari 2020; - de medische verklaring van 13 februari 2020; - de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet BOPZ en de Wvggz; - De relevante politiegegevens en justitiële gegevens. 1.2 De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 17 februari 2020, in voormeld psychiatrisch ziekenhuis. 1.3 Ter zitting waren aanwezig en heeft de rechtbank de volgende personen gehoord: - de officier van justitie, T. Gudde, - de betrokkene en haar advocaat, - de behandelaar, [naam behandelaar] , - de co-assistent, [naaam co-assistent] , - de verpleegkundige, [naam verpleegkundige] . 2Het verzoek 2.1 De officier van justitie heeft verzocht om ter afwending van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel te verlenen voor betrokkene voor de duur van drie weken en voor de navolgende vormen van verplichte zorg: - toedienen van vocht, voeding en medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening; - beperken van de bewegingsvrijheid; - insluiten; - uitoefenen van toezicht op betrokkene; - onderzoek aan kleding of lichaam; - controleren van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen; - opnemen in een accommodatie. 3De standpunten 3.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie vraagt ter zitting het verzoek aan te houden voor de duur van één week. Op dit moment gaat het nog steeds niet goed met betrokkene. Gelet op de zorgen is een perspectiefbiedende plek op grond van de Wet Zorg en Dwang (hierna: WZD) aangewezen voor betrokkene. Echter, op dit moment is er nog geen passende plek beschikbaar voor betrokkene, maar een terugkeer naar huis is thans ook niet aan de orde. Gelet op het voorgaande wordt verzocht om het voorliggend verzoek aan te houden voor de duur van één week, in afwachting van een passende plek op grond van de WZD. 3.2 Het standpunt van de betrokkene De betrokkene stelt dat het op dit moment prima met haar gaat. 3.3 Het standpunt van de behandelaar De behandelaar stelt zich ter zitting op het standpunt dat een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel noodzakelijk is. Er is thans nog steeds sprake van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel bij betrokkene. In het afgelopen weekend heeft zich tweemaal een noodsituatie voorgedaan waarbij zij ernstig met haar hoofd tegen de deur heeft gebonkt. Er is toen met nood medicatie toegediend aan betrokkene. 3.4 Het standpunt van de advocaat De advocaat deelt het standpunt van de officier van justitie en hij onderschrijft dat het van groot belang is dat er een duurzame oplossing moet worden gekozen voor betrokkene. 4De beoordeling De rechtbank overweegt als volgt. 4.1 De rechtbank heeft geconstateerd dat er thans nog steeds geen perspectiefbiedende plek is gevonden voor betrokkene. In afwachting daarvan wordt de behandeling van de zaak aangehouden tot na te melden zittingsdatum. Dit betekent dat als volgt wordt beslist. 5De beslissing De rechtbank: houdt de behandeling van de zaak aan tot de zitting van maandag 24 februari 2020 te 10:45 uur, teneinde het verzoek met de betrokkene en haar advocaat, de officier van justitie en de behandelaar (verder) te kunnen bespreken. Zij worden dan ook allen opgeroepen om alsdan te verschijnen, zulks met inachtneming van hetgeen in de beoordeling is overwogen; houdt iedere verdere beslissing aan. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2020 door mr. Willemsen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. Visvalingam, als griffier. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 17 februari 2020. Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.