← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2020:2343

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/6375 PW VV uitspraak van 29 mei 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoekster] , te [woonplaats verzoekster] , verzoekster, gemachtigde: mr. J.E. de Glopper, en het Dagelijks Bestuur van Orionis Walcheren, verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 9 april 2020 van Orionis (bestreden besluit) over de blokkering van haar uitkering op grond van de Participatiewet vanaf 1 januari

  1. Zij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen
  2. Op grond van de stukken gaat de voorzieningenrechter uit van de volgende feiten en omstandigheden. Verzoekster ontving van Orionis een uitkering op grond van de Participatiewet. Er is een onderzoek ingesteld naar het recht op bijstand. In een besluit van 22 januari 2020 (primair besluit) is de uitkering geblokkeerd. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dat besluit, en in het kader van dat bezwaar heeft zij een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. Dat verzoek is in een uitspraak van de voorzieningenrechter van 25 februari 2020, met zaaknummer BRE 20/930 PW, afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft Orionis het bezwaar ongegrond verklaard.
  3. Verzoekster heeft, samengevat, aangevoerd dat zij niet kan rondkomen en dat zij belang heeft bij een voorlopige voorziening. Zij betwist de juistheid van het rapport van de sociale recherche van 16 januari
  4. Dat bevat volgens haar onwaarheden en conclusies die te kort door de bocht zijn. Verzoekster trekt de objectiviteit van het rapport en van de rapporteur in twijfel Er is geen sprake van een gezamenlijke huishouding of van hoofdverblijf op een ander dan verzoeksters eigen adres. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat aan haar een volledige uitkering dient te worden verleend.
  5. De voorzieningenrechter stelt vast dat sprake is van een herhaald verzoek om voorlopige voorziening. Hij heeft immers in een uitspraak van 25 februari 2020 al een voorlopig oordeel gegeven over de nu in geding zijnde blokkering. Volgens artikel 8:85 van de Awb is de beslissing op een verzoek om een voorlopige voorziening in beginsel bedoeld om te gelden tot de uitspraak in de bodemprocedure. Een herhaald verzoek om een voorlopige voorziening kan daarom slechts voor toewijzing in aanmerking komen, indien de verzoeker een beroep doet op nieuwe feiten of omstandigheden, die toewijzing van een dergelijk verzoek kunnen rechtvaardigen. Dit is het geval indien sprake is van ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter of van een belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden. Dit blijkt uit vaste rechtspraak, zoals de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 5 december 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BY5481).
  6. Verzoekster heeft geen nieuwe feiten of omstandigheden aangevoerd. Zij heeft de onderzoeksbevindingen, en de daaraan verbonden conclusies, aangevochten, maar de rapportage van 16 januari 2020 was al bekend toen in het kader van de bezwaarprocedure om een voorlopige voorziening werd verzocht. Wat verzoekster aanvoert, duidt niet op ernstige onvolkomenheden in de eerdere uitspraak van de voorzieningenrechter of op een belangrijke wijziging van de relevante feiten en omstandigheden.
  7. Het verzoek om voorlopige voorziening zal dan ook worden afgewezen.
  8. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. E.J. Govaers, rechter, in aanwezigheid van mr. P. Oudkerk , griffier, op 29 mei 2020 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Als u het niet eens bent met deze uitspraak Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.