vonnis RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Middelburg zaaknummer / rolnummer: C/02/348627 / HA ZA 18-564 Vonnis van 29 juli 2020 in de zaak van [eiser] , wonende te Kruiningen, eiser, advocaat mr. R.A.A. Maat te Goes, tegen de coöperatie DE COÖPERATIEVE RABOBANK U.A., gevestigd te Utrecht, gedaagde, advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam. Partijen zullen hierna [eiser] en Rabobank worden genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: het tussenvonnis van 3 april 2019 met de daarin genoemde stukken; de correspondentie waaruit blijkt dat de in dat vonnis gelaste comparitie geen doorgang heeft gevonden; de conclusie van repliek houdende wijziging en vermeerdering van eis met producties; de conclusie van dupliek met producties; de akte uitlating producties van [eiser]; het proces-verbaal van de op 7 januari 2020 gehouden comparitie, de daarin genoemde stukken die tijdens de zitting in het geding zijn gebracht en de brief van 23 januari 2020 van mr. Maat aan de rechtbank waarin een reactie op de inhoud van het proces-verbaal is gegeven. In het proces-verbaal is bij vergissing de datum 7 januari 2019 als datum van de comparitie vermeld. 1.2. Ter zitting is vonnis bepaald. 2De feiten 2.1. [eiser] exploiteert een landbouwbedrijf dat zich sinds 2002 richt op het verbouwen van biologische producten. Daarnaast exploiteert hij een webwinkel waar biologische producten aan particulieren en grootkeukens worden verkocht. Begin 2007 had het bedrijf van [eiser] ongeveer 96 hectare grond in gebruik. 2.2. Op 21 juni 2007 hebben [eiser] en Rabobank een overeenkomst gesloten, waarbij Rabobank, naast twee kredieten in rekening-courant ten bedrage van € 150.000,00 en € 200.000,00, geldleningen aan [eiser] heeft verstrekt van € 810.000,00 en € 2.700.000,00 ten behoeve van de koop door [eiser] van een nabijgelegen landbouwbedrijf met een bedrijfswoning, schuren en ongeveer 61 hectare grond, en de overname door Rabobank van lopende leningen van [eiser] bij Triodos Bank. De geldleningen kenden een looptijd van respectievelijk circa 24 en 30 jaar en een variabele rente gebaseerd op het 3-maands Euribor tarief, vermeerderd met een opslag van 0,27%-punt. 2.3. Ten tijde van het sluiten van de geldleningsovereenkomst was de Regeling Groenprojecten 2005 van kracht. Op grond van die Regeling kon een financiële instelling – kort gezegd en voor zover hier relevant – een maximaal tien jaar geldende verklaring (‘groenverklaring’) aanvragen bij de overheid in het geval van – kort gezegd – financiering van vaste activa (‘projectvermogen’) nodig voor de totstandbrenging van projecten die gericht waren op het produceren of verwerken van plantaardige landbouwproducten overeenkomstig het Landbouwkwaliteitsbesluit biologische productiemethode. In de geldleningsovereenkomst is voor de twee geldleningen vermeld dat deze door de ‘groenbank’ (Rabo Groen Bank B.V., hierna: de groenbank) zullen worden overgenomen zodra de groenverklaring aanwezig is en dat de groenbank een korting zou rekenen van 1,1%-punt. 2.4. Ter afdekking van het renterisico op de twee hiervoor genoemde geldleningen hebben [eiser] en Rabobank een renteswap gesloten. In verband hiermee heeft [eiser] op 12 juni 2007 een op 2 mei 2007 gedateerd ‘Treasury Inventarisatie Formulier (Analyse klant)’ (hierna: TIF) ondertekend. Het TIF vermeldt dat de ‘treasurybehoefte’ een ‘Interest Rate Swap’ betreft met als doel het zo veel mogelijk afdekken van rente- en valutarisico’s en dat [eiser] “geen/weinig” gebruik maakt van en ervaring heeft met het van toepassing zijnde treasuryproduct. Het TIF vermeldt voorts:“IV Bepalingen U bent erop gewezen dat het aangaan van transacties, afhankelijk van het type transactie, aanzienlijke financiële risico’s voor u met zich mee kan brengen, met name als transacties niet dienen ter afdekking van risico’s voortvloeiende uit bedrijfsvoering. U bent erop gewezen dat alvorens u de documentatie ondertekent en/of transacties sluit, u de documentatie respectievelijk de transacties volledig dient te begrijpen. U bent erop gewezen dat informatie over treasury producten en de risico’s en mogelijkheden van deze producten uitgebreid beschreven staan op www.rabotreasuryweb.nl en dat u door het aanvragen van een user-id en password daar toegang toe kan krijgen. U bent erop gewezen dat u bij het afsluiten van een treasury product (welk valt onder de Overeenkomst Financiële Derivaten) dagelijks de marktwaarde van deze transactie kunt raadplegen op uw portefeuille overzicht via www.rabotreasuryweb.nl . U bent erop gewezen dat de bank altijd wederpartij is met een eigen belang dat tegengesteld kan zijn aan het belang van u en dat u zo nodig informatie bij onafhankelijke derden dient in te winnen. Het tussen u en de Bank Afgesproken Bedrag, zoals bedoeld in de Bijlage Verschaffing van Dekking, bedraagt EUR 770.000 (…)” 2.5. [eiser] heeft op 12 juni 2007 daarnaast een door Rabobank op 2 mei 2007 getekende ‘Overeenkomst Financiële Derivaten’ (hierna: OFD) ondertekend. In artikel 4 van de door [eiser] overgelegde versie van de OFD (de door Rabobank overgelegde versie kent een afwijkende maar soortgelijke tekst) is het volgende bepaald: “ Risico’s Artikel 4 4.1 De Klant bevestigt dat: I) hij door de Bank uitdrukkelijk is gewezen op, en zich bewust is van, de risico’s en de gevolgen van het aangaan van Transacties; II) hij kennis heeft genomen van de informatie die de Bank krachtens wettelijke verplichting aan de Klant heeft verstrekt; III) hij zich terdege bewust is van, en voldoende inzicht heeft in, de risico’s en gevolgen waaronder, doch daartoe niet beperkt, fiscale, administratieve, juridische en financiële, die verbonden zijn aan het aangaan van Transacties en dat hij die risico’s en gevolgen aanvaardt; IV) hij zelfstandig iedere Transactie op de gevolgen en risico’s daarvan voor hem zal analyseren en voortdurend in staat is eventuele daaruit voortvloeiende verliezen te dragen; (…) VI) voor zover hij bij het aangaan van Transacties gebruik maakt van krediet dan wel anderszins van geleend geld, hij zich er van bewust is het risico te lopen dat de waarde van de Transacties zich op een voor hem negatieve wijze kunnen ontwikkelen en hij per saldo een schuld kan overhouden; VII) hij er zich van bewust is dat de waarde van Transacties kan fluctueren en dat in het verleden behaalde opbrengsten, resultaten of rendementen geen garantie bieden voor de toekomst; (…) 4.2 Indien de Klant, voorafgaand aan het verrichten van een Transactie, twijfelt omtrent de juistheid van het gestelde in het vorige artikellid, dient de Klant af te zien van het aangaan van een Transactie. De Klant zal, indien nodig, advies van anderen dan de Bank inwinnen teneinde de juistheid van het in het vorige artikellid gestelde te garanderen.” 2.6. In de OFD worden de ‘Algemene Voorwaarden’ en de ‘Algemene Bankvoorwaarden’ van toepassing verklaard. Tevens is vermeld dat de ‘Bijlage Informatie Financiële Derivaten’ en ‘Bijlage Verschaffing van Dekking’ tot de OFD behoren. In de Bijlage Financiële Derivaten is onder meer het volgende vermeld:“(…) Inleiding (…) Bij deze verstrekken wij enige relevante informatie die van belang is bij de beoordeling van de door de Bank aangeboden diensten en transacties in financiële derivaten, de kenmerken daarvan en de daaraan verbonden risico’s. U wordt dringend geadviseerd deze informatie door te nemen alvorens Transacties in financiële derivaten aan te gaan. Risico’s Het aangaan van posities in financiële derivaten kan verschillende gevolgen hebben. Terwijl het voor de een risico’s beperkt, creëert het juist risico’s voor de ander. De hierin opgenomen informatie is dan ook bedoeld om u in algemene zin attent te maken op de mogelijke financiële gevolgen die aan Transacties in financiële derivaten zijn verbonden. Bovendien is van een aantal financiële derivaten een nadere beschrijving opgenomen. Wij adviseren u alleen een transactie in financiële derivaten aan te gaan indien u de aard van de Transactie volledig begrijpt en de reikwijdte van de aan de Transactie verbonden risico’s kunt overzien. Als u hiervan niet zeker bent, laat u zich dan nader informeren over de betreffende risico’s door een onafhankelijke deskundige. Wij zullen u bij het aangaan van Transacties vragen te bevestigen dat u zich bewust bent van de risico’s en de gevolgen, waaronder, doch daartoe niet beperkt, fiscale, administratieve, juridische en financiële risico’s en de gevolgen die verbonden zijn aan een Transactie. Met Transacties kunnen financiële risico’s, die u uit andere hoofde (uw bedrijfsvoering) heeft geneutraliseerd worden. Transacties die niet (meer) dienen ter neutralisering van financiële risico’s uit hoofde van uw bedrijfsvoering kunnen grote financiële risico’s met zich meebrengen, zoals hierna nog aan de orde zal komen. U dient steeds zelfstandig vast te stellen in hoeverre een door u voorgenomen Transactie past binnen uw bedrijfsvoering, doelstellingen en uw financiële positie. Otc-transacties (…) Bij otc-transacties kan het onder bepaalde (markt)omstandigheden moeilijk zijn een open positie te sluiten, een bestaande positie te liquideren, de waarde van een positie te bepalen of een risicowaardering te maken. De Bank treedt bij de handel in financiële derivaten (otc transacties) altijd op als uw wederpartij, met een zelfstandig belang dat tegengesteld kan zijn aan uw belang. De Bank heeft, buiten hetgeen uitdrukkelijk met u overeengekomen wordt, geen verplichting tot het geven van informatie, begeleiding of adviezen. U dient te allen tijde zelfstandig de verschafte informatie te verifiëren te evalueren en te interpreteren en zo nodig een beroep te doen op onafhankelijke deskundigen. Dit geldt voor de beoordeling van de wenselijkheid van het aangaan van transacties maar ook voor de beoordeling van de marktsituatie en marktontwikkelingen, en van uw juridische, fiscale, accounting- en kredietpositie. (…) Termijncontracten (…) Rente swap Door middel van een rente swap neemt u een renteprofiel met betrekking tot het zogenaamde nominaal bedrag op u. Indien u de betaler van de vaste rente bent loopt u het risico dat de door de Bank verschuldigde variabele rente lager is dan de vaste rente die u moet betalen. Indien u de betaler van de variabele rente bent loopt u het risico dat het omgekeerde geval zich voordoet. Indien dit risico zich manifesteert ontvangt u minder uit de rente swap dan u moet betalen. Dit risico loopt u op ieder van de dagen waarop onder de rente swap de variabele rente opnieuw wordt vastgesteld. De periode waarover u dit risico loopt is gelegen tussen de ingangsdatum en de einddatum van de rente swap. De hoogte van het nominaal bedrag waarop de rente swap betrekking heeft is eveneens van belang voor uw risico; hoe hoger het nominaal bedrag des te groter de omvang van uw mogelijke verlies. Het nominaal bedrag wordt niet uitgewisseld tussen u en de Bank, maar wordt alleen gebruikt voor de berekening van het bedrag aan vaste rente en het bedrag aan variabele rente. (…) Optiecontracten (…) Cap Door middel van een cap wordt het risico uitgewisseld dat de variabele rente op een aangegeven moment in de toekomst hoger is dan het vooraf afgesproken cap niveau. (…) Indien op een van de dagen waarop de variabele rente wordt vastgesteld, de vastgestelde rente hoger is dan het cap niveau, is door de partij die de cap heeft verkocht (en de premie heeft ontvangen) een bedrag verschuldigd aan de andere partij. (…) Indien u niet de betaler van het cap bedrag bent is het maximale verlies dat u uit hoofde van een cap kunt leiden gelijk aan de door u betaalde premie. Als u de betaler van het cap bedrag bent is het door u te betalen bedrag theoretisch onbeperkt. (…) Dekking Bij optie- en termijncontracten heeft de Bank het recht om van u verschaffing van Dekking te verlangen in verband met de financiële risico’s die voortvloeien uit dergelijke Transacties, op basis van een door de Bank te specificeren percentage en berekeningsgrondslag. De Bank kan van tijd tot tijd deze percentages en grondslagen aanpassen voor nieuwe en bestaande Transacties. Deze Dekkingseis dient om de risico’s die voor u voortvloeien uit het sluiten van Transacties zoveel mogelijk te beheersen. Niet alle risico’s die verbonden zijn aan Transacties kunnen door middel van deze Dekkingseis worden opgevangen. Door marktbewegingen kan de waarde van de verschafte Dekking onvoldoende blijken te zijn. De Bank kan u dan verzoeken om onmiddellijk het niveau van de Dekking weer op peil te brengen. (…) Bevestiging De Bank zal u zo spoedig mogelijk na het aangaan van een Transactie een Bevestiging toesturen. U dient deze onverwijld te controleren op foutieve gegevens en de Bank hiervan onmiddellijk van op de hoogte te stellen (…) Waarom Dekking? De gedachte achter de verschaffing van Dekking is dat de financiële risico’s die voor u voortvloeien uit het verrichten van Transacties (…) zoveel mogelijk beheerst worden. Dit gebeurt door de verplichtingen die voor u voortkomen uit de Transacties te volgen, zodat zo goed mogelijk kan worden gevolgd in hoeverre u in staat bent om aan die verplichtingen te voldoen. Dit is in uw belang maar ook in het belang van de Bank, die immers als wederpartij een vordering uit hoofde van de Transacties op u kan verkrijgen. Inherent aan de aard van de Transacties is echter dat vooraf niet te voorspellen valt hoe de markt (en dus hoe de financiële verplichtingen die voor u uit Transacties kunnen voortvloeien) zich zullen ontwikkelen. Het is daarom van groot belang om te beseffen dat met verschaffing van Dekking niet voorkomen kan worden dat de financiële verplichtingen uit hoofde van de afgesloten Transacties zich zodanig zullen ontwikkelen dat de Bank een steeds grotere vordering op u verkrijgt. (…)” 2.7. Op 12 juli 2007 heeft Rabobank [eiser] ter ondertekening een bevestiging van de renteswap toegezonden, waarbij de door [eiser] op grond van de swap te betalen vaste rente is vastgesteld op 4,90%, de door de Bank te betalen variabele rente op ‘EUR-EURIBOR-TELERATE’ en het nominaal bedrag van de swap op € 3.510.000,00. De ingangsdatum van de renteswap is 1 juli 2007 en de einddatum 1 juli 2022. [eiser] heeft de bevestiging op 1 augustus 2007 ondertekend. In deze bevestiging is onder meer het volgende vermeld:“Risico’s De Klant bevestigt dat: 1. hij door de Bank uitdrukkelijk is gewezen op de risico’s en gevolgen van het aangaan van (transacties soortgelijk aan) deze Transactie; 2. hij zich derhalve bewust is van de risico’s en de gevolgen waaronder, doch daartoe niet beperkt, fiscale, administratieve, juridische en financiële risico’s en gevolgen die verbonden zijn aan deze Transactie; 3. hij zelfstandig deze Transactie en de gevolgen en risico’s daarvan voor hem heeft geanalyseerd en in staat is eventuele daaruit voortvloeiende verliezen te dragen; 4. de Bank bij het aangaan van deze Transactie handelt als wederpartij en niet als agent of (financieel) adviseur van de Klant; (…) Indien de gegevens, zoals opgenomen in deze Bevestiging niet correct zijn, dient de Klant binnen 24 uur na ontvangst, doch in ieder geval zo spoedig mogelijk, de Bank hiervan schriftelijk of elektronisch in kennis te stellen. Indien de Klant niet binnen de hierboven gestelde termijn heeft gereclameerd, wordt de Bevestiging geacht een juiste weergave van de Transactie te zijn, behoudens door de Klant te leveren tegenbewijs. (…)” 2.8. In de periode hierna heeft de groenbank verschillende keren groenverklaringen bij de overheid aangevraagd voor delen van de hiervoor genoemde geldleningen en voor nieuwe geldleningen van [eiser]. De groenbank heeft deze bedragen aan [eiser] ter leen verstrekt en [eiser] heeft met die geldleningen bestaande leningen (deels) afgelost. Ook in de jaren na 2007 heeft Rabobank verschillende (groen)leningen en kredieten aan [eiser] verstrekt en hebben verschillende omzettingen van leningen plaatsgehad, waarvan een deel onder de werking van de renteswap viel. 2.9. Eind 2008 heeft [eiser] zijn bedrijf verkocht aan de Dienst Landelijk Gebied (hierna: DLG) voor een bedrag van € 10.500.000,00. De levering zou plaatsvinden op 15 maart 2009. 2.10. In een door Rabobank als productie 25 overgelegd verslag van 13 november 2008 van de heer [X] (hierna: [X]) en de heer [Y], respectievelijk accountmanager en treasury specialist bij Rabobank, met [eiser], welk verslag is gericht aan [Z] (hierna: [Z]), intern accountmanager Food & Agri bij Rabobank, is het volgende vermeld: “Ivm het voornemen om het bedrijf te verkopen is een afspraak gemaakt om de mogelijkheden van het treasurycontract te bezien. [eiser] [[eiser], toevoeging rechtbank] heeft de volgende uitgangspunten: Hij heeft een treasurycontract van € 3.510.000,= tot 1/7/2022 rente 4,9% Opbrengst verkoop is 10,5 mln, dit moet nog door de provincie getekend worden. Hij wil de opbrengst gebruiken om te herinvesteren, hij wil groeien naar een bedrijf van 250 ha. Afkopen van het contract betekent nu afrekenen (marktwaarde per 13 november is -/- € 175.000,=). Bij herinvestering loopt hij opnieuw rente risico [eiser] geeft aan het contract om deze reden in stand te willen houden Hij loopt daarmee risico dat de rente verder daalt, en dat de marktwaarde verder negatief wordt. En dat hij hier over af moet rekenen als hij niet herinvesteert. Hij verwacht voor levering dat de zaken wel verder uitkristalliseren Hij wil het rente risico (bij herinvestering) uitsluiten. Hij kan de risico’s dragen als de rente verder daalt, Zijn visie is dat de rente markt heel turbulent is, hij wil de gevolgen voor zijn bedrijfsvoering zoveel mogelijk uitsluiten. Als hij herinvesteert is een rente stijging een risico voor de continuïteit. Als hij niet herinvesteert en de rente daalt is dit een grote kostenpost, maar geen risico voor zijn bedrijfsvoering. Wij hebben hem gewezen op de mogelijke gevolgen van een verdere rente daling en als hij niet herinvesteert. Omdat herinvesteren in grond niet op korte termijn te realiseren is, stel ik voor een periode van 2 jaar hem de gelegenheid te geven om te herinvesteren, als hij geen herinvesteringsverplichting is aangegaan zal het contract alsnog beëindigd moeten worden.” 2.11. Bij brief van 11 maart 2009 heeft [Z] op basis van wat [eiser] met [X] heeft besproken een voorstel aan [eiser] gezonden voor de aflossing van leningen en herfinanciering in verband met de verkoop van zijn bedrijf. Volgens het voorstel zou een groot aantal leningen en kredieten die onder de renteswap vielen ten bedrage van € 3.566.304,00 met de verkoopopbrengst worden afgelost en beëindigd, terwijl een aantal andere leningen ten bedrage van in totaal € 1.394.567,00 en de renteswap zouden worden gehandhaafd. Omtrent de renteswap en voorwaarden vermeldt de brief:“Het treasury contract bedraagt volgens bevestiging rente swap tot 03-01-2011 EUR 3.510.000 met een rente van 4,9%. Na die datum wordt het contract met EUR 10.000 per kwartaal kleiner. Rente SWAP heeft een looptijd tot 01-07-2022. De door ons berekende negatieve waarde van het treasury contract bedraagt EUR 770.000 (met u afgesproken) dit vermeerderd met een marge van 42%, betekent totaal EUR 1.100.000 aan treasury obligo. Totaal rente op de SWAP EUR 171.990,00 op jaarbasis Totaal rente te ontvangen ivm renteruil EUR 58.371,30 op jaarbasis (3 mnds euribor 1,663% 3.510.000,00) Totaal rentelast: EUR 137.963,01 op jaarbasis Op dit moment is de negatieve waarde in het contract EUR 562.116,00” (…) Voorwaarden hiervoor als volgt: - 110% van het totaal aan (gehandhaafde) leningen en treasury wordt afgedekt door middel van een aan de bank verpande spaarrekening. Dat wil zeggen een minimale waarde van EUR 2.744.024 o.b.v. bovenstaande gegevens op een verpande spaarrekening. Daarnaast wenst de bank het hierboven genoemde bedrag ad EUR 2.744.024 te verhogen tot minimaal EUR 4.000.000 aan creditgelden bij of via onze bank conform te maken afspraken. Bij financiering voor herinvestering gelden de liquiditeitsopslagen van dat moment. Ter info, bij financiering 3 mnds euribor op dit moment geldt een opslag van 210 basispunten. Voor vragen over bovenstaande uitgangspunten verzoek ik u contact op te nemen met Peter Pals. (…)” 2.12. Op 25 maart 2009 heeft [eiser] Rabobank meegedeeld dat hij niet akkoord is met het voorstel. Op 20 mei 2009 heeft [eiser] Rabobank meegedeeld dat DLG de koopovereenkomst had ontbonden in verband met bodemverontreiniging van drie van de te verkopen percelen. 2.13. In 2011 heeft Rabobank aan een aanvullende financiering de voorwaarde verbonden dat [eiser] 22 hectare van zijn landbouwgrond dient te verkopen en met de opbrengst leningen bij de bank aflost. [eiser] is akkoord gegaan met die financiering en heeft de grond verkocht. 2.14. Op 27 maart 2013 zijn Rabobank en [eiser] een ander aflossingsbedrag voor de lening van € 810.000,00 overeengekomen om te voorkomen dat in de toekomst een ‘overhedge’ zou ontstaan onder de renteswap. 2.15. Nadat [eiser] hierover verschillende keren had geklaagd, heeft Rabobank bij brief van 29 december 2014 bericht dat zij hem aan het einde van ieder jaar zal compenseren voor door hem te veel betaalde rente in verband met een negatieve rente op een aantal geldleningen waarvan het rentepercentage was gebaseerd op een 3-maands Euribor tarief met een afslag van 0,83% (1,10% groenkorting minus 0,27% opslag). 2.16. Naar aanleiding van klachten van [eiser] over de renteswap, heeft Rabobank het dossier van [eiser] voorgelegd aan het centrale Expertiseteam Derivaten van Rabobank Nederland. Bij brief van 25 november 2015 heeft Rabobank hierover het volgende aan [eiser] geschreven:“Advisering Het Expertiseteam heeft vastgesteld dat de renteswap aansluit bij uw doelstelling en kennisniveau. Ten tijde van het afsluiten van de renteswap was het immers uw intentie uw renterisico zo volledig mogelijk af te dekken. Gelet op uw opleiding en werkervaring, is het Expertiseteam daarnaast van oordeel dat de renteswap ook passend is bij uw kennisniveau. Het Expertiseteam heeft evenwel niet kunnen vaststellen of voorafgaand aan de renteswap met u is gesproken over alle kenmerken en risico’s van de renteswap. Derhalve zijn voor u mogelijk de werking van de renteswap, alsmede de risico’s onvoldoende duidelijk geweest. Het Expertiseteam heeft evenwel geconcludeerd dat u hierdoor geen nadeel heeft geleden. Overhedge Het Expertiseteam heeft geconstateerd dat sinds 31 december 2007 sprake is van een overdekking (overhedge). Dat wil zeggen dat vanaf 31 december 2007 de hoofdsom van de gedekte leningen lager is dan de hoofdsom van de renteswap. Deze overhedge is ontstaan doordat de aflossingen op de gedekte leningen hoger zijn dan de terugloop van de hoofdsom van de renteswap. U heeft hierdoor een bedrag van € 11.235,80 teveel aan rente betaald (berekend tot januari 2016). Een specificatie van dit bedrag treft u aan in de bijlage. Het Expertiseteam heeft besloten dat dit bedrag aan u moet worden terugbetaald. Daarnaast heeft het Expertiseteam besloten dat, indien en voor zover dit nog niet is gebeurd, de renteswap en de financiering op elkaar afgestemd moeten worden. De kosten van deze aanpassingen komen voor onze rekening. Opslag Een deel van de financiering, te weten een bedrag van € 3.032.000,= is verstrekt door Rabo Groen Bank (de “Groenfinanciering”). Met betrekking tot de Groenfinanciering geldt een rentekorting van 1,10%. Nu bij het afsluiten van de leningen een opslag is overeengekomen van 0,27%, geldt aldus voor de Groenfinanciering dat op het 3-maands Euribortarief per saldo een percentage van 0,83 (…) in mindering moet worden gebracht. Gedurende de looptijd van uw renteswap is het 3-maands Euribortarief enige tijd lager geweest dan 0,83%. Aldus is met betrekking tot de Groenfinanciering enige tijd sprake geweest van een negatieve rente. Deze negatieve rente leidt tot een betalingsverplichting van de bank aan u. Het Expertiseteam heeft vastgesteld dat wij de negatieve rente met betrekking tot de periode van november 2008 tot december 2009 reeds aan u hebben betaald. Het Expertiseteam is van oordeel dat wij ter zake op de juiste wijze heeft gehandeld. Het Expertiseteam heeft daarnaast besloten dat de bank moet nagaan of gedurende de looptijd van de financiering op andere momenten ook sprake is geweest van een negatieve rente. Indien daarvan sprake blijkt te zijn, dienen wij ook deze negatieve rente aan u te vergoeden. (…)” 2.17. Rabobank heeft het in de brief genoemde bedrag van € 11.235,80 aan [eiser] betaald. 2.18. In verband met een wijziging van de Regeling groenkorting op grond waarvan in de toekomst enkel nog groenverklaringen zouden kunnen worden verkregen voor nieuwe investeringen, heeft de groenbank op 1 december 2015 een nieuwe groenverklaring bij de overheid verzocht. Bij besluit van 26 januari 2016 is een nieuwe groenverklaring ten behoeve van [eiser] afgegeven, gebaseerd op een projectvermogen van € 7.420.689,00. 2.19. Bij brief van 19 juli 2016 heeft Rabobank [eiser] meegedeeld dat begin juli in opdracht van Minister Dijsselbloem een Uniform Herstelkader Rentederivaten MKB van de Derivatencommissie (hierna: het UHK) is gepresenteerd aan de hand waarvan de renteswap van [eiser] opnieuw zou worden beoordeeld. 2.20. Bij brief van 10 november 2016 heeft [eiser] Rabobank bij monde van zijn advocaat aansprakelijk gesteld voor het schenden van haar zorgplicht en het geven van onjuiste, niet passende adviezen tot het aangaan van de renteswap. In de brief is de verjaring van de vordering tot schadevergoeding in verband met de renteswap en de onjuiste advisering in het kader van de renteswap gestuit. 2.21. Bij brief van 5 april 2017 heeft Rabobank [eiser] een voorstel gedaan tot herfinanciering van de bestaande geldleningen die met de renteswap waren gedekt in verband met de expiratie van die geldleningen per 31 december 2017. In het voorstel is de eerder overeengekomen opslag van 0,27% verhoogd tot 2%. [eiser] heeft dit voorstel niet geaccepteerd, waarna Rabobank het opslagpercentage van 0,27% vooralsnog heeft gehandhaafd. 2.22. Bij brief van 20 oktober 2017 heeft Rabobank [eiser] voorgesteld een bedrag van € 88.764,20 aan hem te betalen als voorschot op een eventuele compensatie naar aanleiding van een herbeoordeling van de renteswap op basis van het UHK, mits een definitief voorstel op grond van het UHK in de toekomst door [eiser] zou worden aanvaard. Voornoemd bedrag betrof de ‘coulancevergoeding’, verminderd met het bedrag dat Rabobank in verband met de overhedge aan [eiser] had betaald. Indien het definitieve voorstel niet zou worden aanvaard, zou Rabobank voornoemd bedrag terugvorderen. Rabobank heeft het bedrag in maart 2018 aan [eiser] betaald. 2.23. Op 22 december 2017 zijn Rabobank en [eiser] overeengekomen om de groenleningen met vijf jaar te verlengen tot en met 30 juni 2022, gelijk aan de vervaldatum van de renteswap. 2.24. Op 31 juli 2018 heeft Rabobank een bedrag van € 17.000,00 aan [eiser] betaald als aanvullend voorschot op de maximale coulancecompensatie onder het UHK. 2.25. Bij brief van 12 februari 2019 (na dagvaarding) heeft Rabobank [eiser] bericht dat zij een bedrag van € 42.147,74 aan [eiser] zal overmaken ter compensatie van de niet betaalde negatieve rente op groenleningen. Op dezelfde datum heeft Rabobank dit bedrag aan [eiser] betaald. 2.26. Bij brief van 10 mei 2019 heeft Rabobank [eiser] op basis van het UHK aangeboden € 105.654,27 te betalen. Volgens de brief betreft dit een compensatie tot en met 30 december 2016, waarbij de betalingen van € 11.237,80 en € 96.773,38 al in mindering zijn gebracht. De brief vermeldt voorts dat indien [eiser] het aanbod accepteert hij een afsluitende brief met een eindbedrag zal ontvangen, welk eindbedrag bestaat uit de compensatie tot en met 30 december 2017 met rente, een eventuele vergoeding voor gemaakte kosten en een eventuele compensatie voor de periode na 30 december 2017. Verder is in de brief vermeld dat indien na beoordeling van een onafhankelijke beoordelaar blijkt dat de compensatie hoger had moeten zijn, dit hogere bedrag zal worden uitgekeerd. 2.27. Bij brief van 16 juli 2019 heeft Rabobank [eiser] meegedeeld dat het aanbod vervalt indien hij daarmee niet binnen vier weken akkoord gaat. 2.28. Tijdens de zitting kon Rabobank nog geen mededelingen doen over de uitkomst van de beoordeling door de onafhankelijke beoordelaar. 3Het geschil 3.1. [eiser] vordert na wijziging van zijn eis en toelichting ter zitting – samengevat – voor recht te verklaren dat Rabobank bij het aangaan van de renteswap is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen door haar zorgplicht te schenden. Daarnaast vordert [eiser] primair de renteswap te vernietigen en Rabobank te veroordelen tot betaling van € 1.501.862,00 wegens op grond van de renteswap betaalde rente, vermeerderd met wettelijke rente en voorts vermeerderd met de rente die [eiser] op grond van de renteswap na 10 december 2018 nog zal betalen, op te maken bij staat. Verder vordert hij primair Rabobank te veroordelen tot betaling van € 1.240.118,00 wegens schade als gevolg van de gedwongen verkoop van de grond en vergoeding van nader bij staat te berekenen schade als gevolg van de te weinig genoten groenkorting en schade als gevolg van de vertraging in de betaling van de compensatie voor de negatieve rente na 1 januari 2019, vermeerderd met rente. Subsidiair, voor het geval het beroep op dwaling faalt, vordert [eiser] ontbinding van de renteswap en veroordeling van Rabobank tot betaling van de als gevolg van de tekortkoming van Rabobank geleden schade ten bedrage van € 2.086.799,00, dan wel € 1.981.584,00, vermeerderd met rente. Meer subsidiair vordert [eiser] Rabobank, op straffe van een dwangsom van € 250.000,--, te veroordelen tot technisch herstel van de renteswap als bedoeld in het UHK en veroordeling van Rabobank tot betaling van € 105.654,27, vermeerderd met rente. Tot slot vordert [eiser] Rabobank te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke kosten en proceskosten. 3.2. [eiser] legt aan zijn vordering tot vernietiging van de renteswap ten grondslag dat de renteswap op 2 mei 2007 mondeling is aangegaan en dat deze tot stand is gekomen onder invloed van dwaling. Aan zijn vorderingen tot ontbinding en schadevergoeding legt hij ten grondslag dat Rabobank is tekortgeschoten in haar zorgplicht bij het aangaan van de renteswap en, naar de rechtbank begrijpt voor zover dit de schade in verband met de groenkortingen betreft, dat Rabobank is tekortgeschoten doordat zij deze niet tijdig en niet voor het bedrag dat daarvoor in aanmerking kwam heeft aangevraagd. De meer subsidiaire vordering is gebaseerd op het UHK, waaraan Rabobank zich volgens [eiser] heeft gecommitteerd. 3.3. Rabobank bestrijdt onder meer dat de renteswap op 2 mei 2007 is aangegaan, dat zij tekortgeschoten is, dat [eiser] als gevolg van een schending van de zorgplicht schade heeft geleden en dat [eiser] zich met succes op dwaling kan beroepen. Zij voert onder andere aan dat [eiser] niet tijdig heeft geklaagd en stelt dat zijn vorderingen (gedeeltelijk) zijn verjaard. Verder beroept zij zich op eigen schuld. 3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan. 4De beoordeling dwaling 4.1. [eiser] stelt dat de renteswap tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten. Hij stelt allereerst dat de renteswap op 2 mei 2007 mondeling is gesloten op advies van [X] en dat de verkeerde voorstelling van zaken te wijten is aan mededelingen van [X]. Volgens [eiser] heeft [X] hem in het voorjaar van 2007 meegedeeld dat de vaste rente bij tien- en vijftienjarige leningen respectievelijk 4,0% en 4,1% zou zijn, op basis waarvan hij een vergelijking heeft gemaakt met leningen bij andere banken en had besloten een tienjarige lening bij Rabobank aan te gaan. Op 2 mei 2007 heeft [X] volgens [eiser] meegedeeld dat een zodanige lening niet meer mogelijk was zonder daarnaast een renteswap af te sluiten, maar dat het effect van een renteswap hetzelfde zou zijn als wanneer hij een tienjarige rentevastlening zou aangaan. [X] heeft hem verder meegedeeld dat hij voor nog nader te offreren langlopende leningen ter hoogte van € 3.510.000,00 een totale rente zou moeten betalen van 4,90%, te vermeerderen met een opslag van 0,27% en te verminderen met een rentekorting van 1,10%, derhalve per saldo 4,07%, en dat een renteswap in feite nog een flexibeler product is dan een langlopende lening met vaste rente omdat de overeenkomsten van geldlening met behoud van de swap gemakkelijk kunnen worden overgesloten bij een andere bank. Volgens [eiser] heeft [X] op 2 mei 2007 gebeld met Rabobank en is toen de rente voor de swap vastgelegd en is hij ervan uitgegaan dat toen de renteswap is gesloten. Daarnaast stelt [eiser] dat hij een verkeerde voorstelling van zaken heeft gekregen doordat Rabobank haar mededelingsplicht op de volgende punten heeft geschonden: Rabobank heeft hem er bij de totstandkoming van de renteswap niet op gewezen dat deze een aanzienlijke negatieve waarde kan ontwikkelen die bij tussentijdse beëindiging van de swap dient te worden afgerekend, welke waarde niet slechts afhankelijk was van het saldo van de swaprente en de groenkorting van 4,07%, zoals de boeterente bij de afkoop van een rentevastlening, maar van de steeds verder dalende variabele rente. [eiser] stelt dat Rabobank hem er evenmin op heeft gewezen welke negatieve waarde het derivaat reeds had bij het afsluiten van de renteswap. Evenmin heeft Rabobank hem meegedeeld dat als gevolg van die negatieve waarde en het daarmee gepaard gaande ‘treasury obligo’ het risicoprofiel van [eiser] bij de bank kon verslechteren, waardoor de bank behoefte zou hebben aan aanvullende zekerheden en geen nieuwe leningen of slechts nieuwe leningen tegen minder aantrekkelijke tarieven zou willen aangaan, waardoor [eiser] in zijn investeringsmogelijkheden en bedrijfsvoering zou worden beperkt. Rabobank heeft hem niet geïnformeerd over het risico van het ontstaan van een situatie waarin het bedrag van de aan hem door Rabobank verstrekte financiering lager zou zijn dan de nominale waarde onder de renteswap (‘overhedge’), waardoor de renteswap in zoverre het door [eiser] gewenste doel miste en hij slechts speculeerde op de stand van de variabele rente. Rabobank heeft hem er niet op gewezen dat de looptijd van de renteswap vijf jaar langer was dan de looptijd van de groenleningen, waardoor een ‘mismatch’ ontstond. Voortzetting van de tienjarige groenkortingen na die tien jaar kon niet worden gegarandeerd. Bovendien bestond daardoor het risico dat Rabobank de voorwaarden van de geldleningen na afloop van de duur van de financiering zou wijzigen. [eiser] stelt dat deze mismatch zich openbaarde toen Rabobank op 5 april 2017 een nieuw financieringsvoorstel heeft gedaan, waarbij de eerder overeengekomen opslag van 0,27% is gewijzigd in 2%. Rabobank heeft hem bij het aangaan van de renteswap geen informatie verstrekt over de mogelijkheid van het afsluiten van een zogenaamde ‘rentecap’, waarbij een stijging van de variabele rente boven een bepaald percentage tegen betaling van een premie is verzekerd. Met verwijzing naar een notitie van 17 januari 2019 van drs. P. van Gerwen, stelt hij dat een dergelijk product, naar Rabobank had behoren te weten, gelet op de beperktere financiële risico’s in vergelijking tot de risico’s van een renteswap, beter paste bij zijn behoefte om risico’s af te dekken zoals genoemd in het TIF-formulier. [eiser] stelt dat hij er op grond van de mededelingen van [X] en bij gebreke van de genoemde mededelingen ten onrechte van is uitgegaan dat de renteswap aansloot bij zijn kredietbehoefte en dat hij het risico van een rentestijging met de renteswap had uitgesloten zoals bij een rentevastlening het geval is. Volgens [eiser] wist of behoorde Rabobank te weten dat de renteswap geen passend product voor hem was omdat hij slechts het risico van een rentestijging wilde uitsluiten, geen verstand had van dergelijke financiële producten en niet wilde speculeren op de stand van de variabele rente. Volgens [eiser] was het voor Rabobank duidelijk dat hij flexibiliteit nodig had in zijn financieringen, juist vanwege het feit dat de biologische teelt veel risicovoller is dan reguliere agrarische activiteiten en dat hij regelmatig aanmerkelijke investeringen nodig had. In dit verband stelt hij dat hij voorafgaande aan het sluiten van de renteswap met [X] heeft besproken dat hij veel ideeën en plannen ontwikkelde en dat hij de wens had een financierende partij te hebben die hem in zijn plannen zou volgen en financieren. Indien [eiser] door Rabobank zou zijn gewezen op voornoemde kenmerken en risico’s van de renteswap dan zou hij de renteswap niet zijn aangegaan en zou hij voor een rentecap hebben gekozen, zo stelt [eiser]. 4.2. Een overeenkomst die tot stand is gekomen onder invloed van dwaling en bij een juiste voorstelling van zaken niet zou zijn gesloten, is op grond van artikel 6:228 lid 1 aanhef en onder a en b BW vernietigbaar
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.