← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2020:3524

beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Zittingsplaats: Middelburg zaakgegevens : C/02/373749 / JE RK 20-1226 datum uitspraak: 14 juli 2020 beschikking machtiging uithuisplaatsing in de zaak van STICHTING INTERVENCE, hierna te noemen de gecertificeerde instelling (de GI), gevestigd te Middelburg. betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedag] 2003 te Terneuzen, hierna te noemen [minderjarige] , Advocaat: mr. J. Schuttkowski, te Middelburg De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [minderjarige] , voornoemd, [belanghebbende] , hierna te noemen de moeder, wonende te Hulst. Het procesverloop Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken: - het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 23 juni 2020, ingekomen bij de griffie op 24 juni 2020; - de brief van de GI van 9 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 10 juli 2020; - de brief van mr. Schuttkowski van 13 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 13 juli 2020; - de brief van mr. Schuttkowski van 14 juli 2020, ingekomen bij de griffie op 14 juli

  1. De kinderrechter heeft de zaak op 14 juli 2020 met gesloten deuren mondeling behandeld. Gehoord zijn: - de minderjarige [minderjarige] , die apart is gehoord, - de moeder, - een vertegenwoordiger van de GI. De feiten Het ouderlijk gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. Bij beschikking van 19 februari 2020 is [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI met ingang van 19 februari 2020 en tot 19 februari
  2. Tevens is door de kinderrechter een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder, met ingang van 19 februari 2020 tot 19 augustus
  3. Op grond van voornoemde beschikking verblijft [minderjarige] bij [locatie] Juvent, te Terneuzen. Het verzoek De GI heeft verzocht een machtiging te verlenen om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een voorziening voor pleegzorg te weten bij het netwerkpleeggezin van de grootmoeder [naam] , met ingang van 19 augustus 2020 en tot 19 februari
  4. De standpunten De GI heeft het verzoek gehandhaafd en tijdens de mondelinge behandeling verder toegelicht. Gebleken is dat [minderjarige] niet op zijn plek zit binnen de behandelsetting van [locatie] . Juvent is niet in staat gebleken om structuur te bieden aan [minderjarige] en dagbesteding te organiseren. De hulp die [minderjarige] verder nodig heeft kan prima ambulant geregeld worden. [minderjarige] heeft zelf ook de wens bij zijn oma te wonen nu hij duidelijk aangeeft dat de stap naar het wonen bij de moeder en zijn stiefvader te groot is. Er vindt nog een netwerkscreening plaats maar de GI heeft een huisbezoek bij de oma gedaan en haar bereidheid getoetst. De oma is zelf ook van mening dat [minderjarige] bij haar het meest toekomstperspectief heeft en is bereid om hulpverlening te accepteren. Om ervoor te zorgen dat de oma, bij plaatsing, ondersteund wordt bij het bieden van grenzen en structuur aan [minderjarige] , wordt er direct ingezet op extra hulp wanneer [minderjarige] geplaatst zal worden. Uiteindelijk is de keus gemaakt om Intensieve Pedagogische Thuishulp [IPT) voor oma en [minderjarige] in te schakelen op het moment dat [minderjarige] geplaatst wordt. Oma en [minderjarige] zullen vier uur per week ondersteund worden door een IPT-er, naast de pleegzorgbegeleider die ook betrokken zal zijn. [minderjarige] zelf is inmiddels aangemeld bij Mentaal Beter voor een persoonlijkheidsonderzoek. Met de oma, de moeder en [minderjarige] wordt gewerkt aan een veiligheidsplan en een bezoekregeling met de moeder. De moeder staat achter de netwerkplaatsing bij de oma nu hij hier structuur en regels krijgt waar hij zich aan moet gaan houden. De moeder zal dit respecteren en het gezag en de structuur van de oma niet ondermijnen. [minderjarige] is het eens met het verzoek. Hij vindt het maar niks bij [locatie] . Inmiddels heeft hij zich ingeschreven bij het Scalda en heeft hij daar een intakegesprek gehad. Hij wil graag bij zijn oma gaan wonen. Ook is hij bereid mee te werken aan de hulpverlening wanneer dat nodig wordt geacht. De advocaat van [minderjarige] heeft bij brief van 14 juli 2020 verder aangevoerd dat [minderjarige] er wel bezwaar tegen heeft dat de plaatsing bij de oma pas vanaf 19 augustus 2020 wordt uitgevoerd. Er heeft al een onderzoek naar de oma plaatsgevonden en de netwerkplek bij de oma wordt als vertrouwd aangemerkt door de GI. De pleegzorgscreening zal nog de nodige tijd in beslag gaan nemen wat al veel eerder had kunnen plaatsvinden, net als het persoonlijkheidsonderzoek waar [minderjarige] pas recentelijk voor is aangemeld. Het verzoek van [minderjarige] is om hem eerder bij de oma te plaatsen omdat hij al dagbesteding in de vorm van een vakantiebaan in [plaats] gevonden heeft en zodat hij een paar avonden in de week kan gaan fitnessen met zijn broer. De beoordeling Ingevolge artikel 1:265b lid 1 BW kan de kinderrechter de GI, die belast is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling, op haar verzoek machtigen de minderjarige gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen indien dit noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige of tot onderzoek van diens geestelijke of lichamelijke gesteldheid. Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling blijkt dat het goed gaat met [minderjarige] en dat alle belanghebbenden achter een plaatsing van [minderjarige] bij de oma staan. [minderjarige] werd op 20 april 2020 geplaatst bij [locatie] van Juvent, maar gebleken is dat hij niet op zijn plek zit binnen deze behandelsetting, zijn problematiek kan binnen het ambulante traject worden aangepakt. De thuissituatie bij de moeder en de stiefvader is echter nog steeds onveilig door hun alcoholgebruik. De moeder heeft verklaard dat het nog niet gelukt is te stoppen met drinken en de moeder en de stiefvader lijken ambivalent in hun houding ten aanzien van het stoppen. Het lukt de moeder in deze situatie nog niet [minderjarige] voldoende structuur te bieden, hem te begrenzen of om een goed voorbeeld voor hem te zijn. Het is in het belang van [minderjarige] dat hij gelet op de situatie zoals deze nu is bij de oma kan gaan wonen. Oma heeft een goede verstandhouding met de moeder van [minderjarige] en is bereid om als netwerkpleeggezin te fungeren en de benodigde hulpverlening te accepteren. De kinderrechter zal gelet op het voorgaande het verzoek dat nu voorligt toewijzen, te weten de machtiging tot uithuisplaatsing in een voorziening voor pleegzorg te weten bij het netwerkpleeggezin van de grootmoeder voor de – onweersproken – duur van de ondertoezichtstelling, van 19 augustus 2020 en tot 19 februari
  5. De beslissing De kinderrechter: verleent de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg , voor de duur van de ondertoezichtstelling, van 19 augustus 2020 en tot 19 februari
  6. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 juli 2020 door mr. B.J. Duinhof, kinderrechter, in tegenwoordigheid van S.A.K. Kurvink, als griffier. (sk) De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 28 juli
  7. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.