RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Breda parketnummer: 02/037224-18 vonnis van de meervoudige kamer van 22 september 2020 in de strafzaak tegen [verdachte] geboren op [geboortedag] 1998 te [geboorteplaats] wonende te [adres] raadsvrouw mr. S.M.E. van Fraaijenhove van der Maas, advocaat te Breda 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 8 september 2020, waarbij de officier van justitie, mr. De Graaf, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte primair met haar auto door haar schuld een verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor haar bijrijder [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen subsidiair met de door haar bestuurde auto in aanrijding is gekomen met een ander voertuig, door welke gedraging zij gevaar en/of hinder op de weg heeft veroorzaakt meer subsidiair een verkeersovertreding ingevolge het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV) heeft begaan. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde feit begaan heeft en baseert zich daarbij op de verklaringen zoals deze bij de politie zijn afgelegd. Verdachte had kunnen remmen of het gas los kunnen laten in plaats van gas bijgeven. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW). De officier van justitie acht tevens bewezen dat [slachtoffer] ten gevolge van het ongeval ‘zwaar lichamelijk letsel’ werd toegebracht. Ter zitting heeft [slachtoffer] verklaard dat hij een gescheurde ruggenwervel en een gebroken ruggenwervel heeft opgelopen, waarvan hij nog steeds last heeft. 4.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair ten laste gelegde feit. Weliswaar heeft verdachte geen voorrang verleend, maar gezien de omstandigheden is deze tekortschieting niet voldoende voor het aannemen van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Verdachte had al in een vrij vroeg stadium haar richtingaanwijzer aangezet om aan te geven dat zij naar de linkerrijbaan wilde, terwijl de Audi die linksachter haar reed daar geen rekening mee hield en haar tot op het laatste moment belette om in te voegen. Mede door het rijgedrag van de bestuurder van de Audi is deze situatie ontstaan. Voorts is geen sprake van ‘zwaar lichamelijk letsel’, nu naast de geneeskundige verklaring in de dossierstukken geen nadere informatie over het herstel van [slachtoffer] beschikbaar is. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde feit refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Op 29 april 2017 vond op de Stappegoorweg te Tilburg een verkeersongeval plaats tussen twee personenauto’s, een Fiat 500 en een Audi. Ter plaatse bestaat de rijweg uit twee rijbanen. De linkerrijbaan gaat rechtdoor en de rechterrijbaan buigt af naar rechts, waardoor er één rijbaan overblijft. Aan het einde van de rechterrijbaan ligt een bushalte met verhoogd trottoir. Verdachte reed met haar Fiat 500 op de rechterrijbaan, maar wilde de linkerrijbaan op, waar de Audi reed. Verdachte is, toen zij aan het einde van de rechterrijbaan was, de linkerrijbaan op gereden, waarbij zij tijdens het invoegen in aanrijding is gekomen met de Audi. De Audi werd rechtsvoor geraakt door de linker achterkant van de Fiat.. Zij raakte daardoor in een slip, kwam tegen de stoeprand aan en werd met haar auto gelanceerd in een glazen bushokje. Ten gevolge van de aanrijding heeft haar toenmalige vriend [slachtoffer] , die bij haar in de auto zat, letsel opgelopen. Hij moest met de ambulance worden afgevoerd en na onderzoek bleek dat hij een gebroken ruggenwervel had opgelopen. De vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of het rijgedrag van verdachte zodanig is geweest dat er sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Of sprake is van een dergelijke schuld hangt volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad af van het geheel van gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarnaast geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. Met betrekking tot de toedracht van het ongeval acht de rechtbank het volgende van belang. Verdachte en [slachtoffer] hebben verklaard de Audi te hebben gezien. Verdachte reed op de rechterrijbaan met een snelheid van ongeveer 50 kilometer per uur en wilde naar links. Zij had haar knipperlicht aangezet, maar zij kon niet naar links, omdat schuin achter haar een Audi op de linkerrijbaan reed. Toen zij aan het eind van de rijbaan was die rechtsaf ging, heeft zij gas bijgegeven om voor de Audi naar de linkerrijbaan te gaan. Zij kon niet eerder naar de linkerrijbaan, omdat de Audi haar dit in haar beleving de hele tijd belette. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat de Audi voor verdachte reeds enige tijd voorafgaand aan de aanrijding zichtbaar is geweest. Verdachte had weliswaar via haar richtingaanwijzer aangegeven dat zij naar links wilde, maar dat betekent niet dat de Audi haar voor had moeten laten gaan. Uitgangspunt van artikel 54 RVV is immers dat de bestuurder die een bijzondere manoeuvre uitvoert, zoals het wisselen van rijstrook, het overige verkeer voor moet laten gaan. Verdachte had in deze situatie, waarbij zij al vanaf het begin van de rijstroken zicht had op de Audi, terwijl zij wist dat ze naar links wilde en zich bewust was van de omstandigheid dat er voortdurend geen ruimte was om in te voegen, extra oplettend en voorzichtig moeten zijn. Toen zij het einde van de rechterrijbaan naderde, heeft zij haar snelheid niet aangepast, maar juist gas bijgegeven om voor de Audi de linkerrijbaan op te rijden. Dat maakt dat niet gesproken kan worden van een momentane onoplettendheid. Op grond van de beschikbare informatie kan de rechtbank niet anders concluderen dan dat het ongeval hoogst waarschijnlijk niet zou hebben plaatsgevonden indien verdachte voor het einde van de rechterrijbaan haar snelheid had aangepast om in te voegen, dan wel was gestopt aan het einde van de rijbaan. De combinatie van voorstaande gedragingen brengen de rechtbank tot het oordeel dat verdachte in aanzienlijke mate onvoorzichtig heeft gehandeld waardoor de aanrijding heeft plaatsgevonden en ten gevolge waarvan [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel leidt de rechtbank allereerst af uit de aard van het letsel, zoals blijkt uit de geneeskundige verklaring en uit de verklaring die [slachtoffer] bij het gebruik van zijn spreekrecht op de zitting heeft afgelegd. Daaruit komt naar voren dat hij nog langdurig last heeft gehad van de wervelbreuk in zijn rug, in ieder geval tot september
- In september 2018 heeft [slachtoffer] een verkeersongeval gehad met de motor. Tussen de verzekeraars bestaat een discussie of zijn huidige letsel nog toegerekend kan worden aan het ongeval in april
- Het primair ten laste gelegde is naar het oordeel van der echtbank op grond van het voorgaande wettig en overtuigend bewezen, zoals hierna onder 4.4 weergegeven. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte primair op 29 april 2017 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Fiat 500), daarmede rijdende over de weg, de Stappegoorweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door in aanzienlijke mate onvoorzichtig met dat motorrijtuig rijdende over de rechterrijbaan van die weg, het door haar bestuurde motorrijtuig naar links naar de linkerrijbaan heeft gestuurd, terwijl op dat moment op de linkerrijbaan vlak achter het door haar bestuurde motorrijtuig een ander motorrijtuig (merk Audi) reed, waardoor het door haar bestuurde motorrijtuig in aanrijding is gekomen met de rechtervoorzijde van dat zich op die linkerrijbaan bevindende motorrijtuig (personenauto, merk Audi) en vervolgens zij, verdachte, met het door haar bestuurde motorrijtuig in een slip is geraakt, waardoor het door haar bestuurde motorrijtuig gelanceerd werd in een glazen bushokje dat aan de rechterzijde van de weg stond, waardoor [slachtoffer] , zijnde de bijrijder in de Fiat 500, zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken ruggenwervel werd toegebracht. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die haar strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een taakstraf van 70 uur, subsidiair 35 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarbij heeft de officier van justitie rekening gehouden met de gevolgen die verdachte van deze zaak heeft ondervonden, met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdediging verzoekt bij de op te leggen straf rekening te houden met de gevolgen voor verdachte van deze zaak, met de persoonlijke omstandigheden van verdachte en met de overschrijding van de redelijke termijn. De verdediging heeft een voorwaardelijke straf bepleit, ook in het geval de rechtbank het primair ten laste gelegde feit bewezen acht. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Verdachte heeft op 29 april 2017 met haar auto een aanrijding veroorzaakt met een andere auto, waardoor zij in een slip is geraakt en haar auto als het ware gekatapulteerd werd in een glazen bushokje. Als gevolg van die aanrijding heeft haar toenmalige vriend [slachtoffer] , die bij haar in de auto zat, zwaar lichamelijk letsel opgelopen. [slachtoffer] heeft op de zitting gebruik gemaakt van zijn spreekrecht en heeft verklaard dat hij nog steeds last heeft van de gebroken ruggenwervel en daardoor zijn toenmalige beroep van metselaar/stukadoor niet meer kan uitoefenen. Met haar in aanmerkelijke mate verwijtbare onvoorzichtige rijgedrag heeft verdachte zich die dag onvoldoende rekenschap gegeven van de verantwoordelijkheid die zij heeft als bestuurder van een motorvoertuig ten opzichte van andere verkeersdeelnemers. Zij heeft daarmee de veiligheid van andere weggebruikers in gevaar gebracht en dat gevaar heeft zich ook verwezenlijkt met eerdergenoemde gevolgen. Bij het bepalen van de op te leggen straf heeft de rechtbank de oriëntatiepunten van het LOVS als uitgangspunt genomen. Bij een aanmerkelijke mate van schuld met zwaar lichamelijk letsel als gevolg hoort een oriëntatiepunt van 120 uur taakstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden. In het voordeel van verdachte houdt de rechtbank rekening met de impact die het ongeval voor verdachte zelf heeft gehad. Zij kampte met een schuldgevoel richting haar toenmalige vriend [slachtoffer] en zij heeft psychische gevolgen ondervonden ten gevolge van het ongeval. Tevens houdt de rechtbank ten gunste van verdachte rekening met de overschrijding van de redelijke termijn, zoals genoemd in artikel 6 van het EVRM. Gelet op het voorgaande is de rechtbank, met de officier van justitie, van oordeel dat een taakstraf van 70 uur, subsidiair 35 dagen hechtenis, en een ontzegging van de rijbevoegdheid van zes maanden, geheel voorwaardelijk, een passende straf is. Gelet op het feit dat het verkeersongeval in 2017 heeft plaatsgevonden en verdachte verder een blanco strafblad heeft, zal de rechtbank de proeftijd beperken tot één jaar. 7De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6 en 175 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 8De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert: primair overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel is toegebracht; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 70 uren; - beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 35 dagen; Bijkomende straffen - veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van één jaar; - bepaalt dat de voorwaardelijke rijontzegging niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat verdachte zich voor het einde van een proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit. Dit vonnis is gewezen door mr. Veldhuizen, voorzitter, mr. Breeman en mr. Dijkman, rechters, in tegenwoordigheid van Van der Gaag, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 22 september
- Mr. Breeman is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. Bijlage I De tenlastelegging primair zij op of omstreeks 29 april 2017 te Tilburg als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Fiat 500), daarmede rijdende over de weg, de Stappegoorweg, zich zodanig heeft gedragen dat een aan haar schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onoplettend en/of onnadenkend en/of onachtzaam, met dat motorrijtuig rijdende over de rechterrijbaan van die weg, het door haar bestuurde motorrijtuig naar links naar de linkerrijbaan heeft gestuurd, (zulks) terwijl zich op dat moment op de linkerrijbaan (gedeeltelijk) naast,althans vlak achter het door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig, een ander motorrijtuig (merk Audi) reed, (mede) waardoor het door haar, verdachte bestuurde motorrijtuig in aanrijding/botsing is gekomen met (de rechtervoorzijde) van dat zich op die linkerrijbaan bevindende motorrijtuig (personenauto,merk Audi) en/of (vervolgens) zij, verdachte, met het door haar bestuurde motorrtijtuig naar rechts is uitgeweken, althans is een slip is geraakt en/of richting de berm is gereden, (mede) waardoor het door haar bestuurde motorrijtuig gelanceerd werd in een (glazen)bushokje dat aan de rechterzijde van de weg stond, althans in elk geval terecht is gekomen in een bushokje dat naast de weg stond, waardoor een ander (genaamd [slachtoffer] , zijnde de bijrijder in de Fiat 500 zwaar lichamelijk letsel, te weten twee gebroken ruggenwervels, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan; ( art 6 Wegenverkeerswet 1994 ) subsidiair zij op of omstreeks 29 april 2017 te Tilburg als bestuurder van een voertuig (personenauto, merk/type Fiat 500), daarmee rijdende op de weg,de Stappegoorweg, met dat voertuig rijdende over de rechterrijbaan van die weg, het door haar bestuurde voertuig naar links naar de linkerrijbaan heeft gestuurd, (zulks) terwijl zich op dat moment op de linkerrijbaan (gedeeltelijk) naast,althans vlak achter het door haar, verdachte bestuurde voertuig, een ander voertuig (merk Audi) reed, (mede) waardoor het door haar, verdachte bestuurde voertuig in aanrijding/botsing is gekomen met (de rechtervoorzijde) van dat zich op die linkerrijbaan bevindende voertuig (personenauto,merk Audi) en/of (vervolgens) zij, verdachte, met het door haar bestuurde voertuig naar rechts is uitgeweken, althans is een slip is geraakt en/of richting de berm is gereden, (mede) waardoor het door haar bestuurde voertuig gelanceerd werd in een (glazen)bushokje dat aan de rechterzijde van de weg stond, althans in elk geval terecht is gekomen in een bushokje dat naast de weg stond, door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd; De in deze tenlastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd; ( art 5 Wegenverkeerswet 1994 ) meer subsidiair zij op of omstreeks 29 april 2017 te Tilburg als bestuurder van een voertuig, daarmee rijdende op de rechterrijbaan van de op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Stappegoorweg, van rijstrook is gewisseld zonder een voertuig, dat op de linkerrijbaan reed voor te laten gaan, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht; ( art 54 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 ) Bijlage II De bewijsmiddelen - het ambtsedig proces-verbaal aanrijding, opgenomen als pagina’s 4 en 5 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Op 29 april 2017, omstreeks 19:35 uur vond op de Stappegoorweg te Tilburg een verkeersongeval plaats tussen twee personenauto’s, een Audi A4 Avant met kenteken [kenteken 1] , bestuurd door [naam 1] , en een Fiat 500 met kenteken [kenteken 2] , bestuurd door [verdachte] . - het ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina 8 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Ter plaatse troffen wij een Fiat 500 voorzien van het kenteken [kenteken 2] in de glazen wand van een bushokje aan. De Stappegoorweg is een openbare weg met twee rijbanen. De rijbaan komende van af de Ringbaan Zuid gaande in de richting van Olympiaplein te Tilburg heeft twee rijstroken. De linkerrijbaan gaat over in een rijbaan voor rechtdoorgaand verkeer en de rechterrijbaan voor rechtsafslaand verkeer richting het parkeerterrein van onder andere het zwembad, de rechterrijbaan gaat over in een bushalte met daarom een verhoogd trottoir. - de als bijlagen gevoegde foto’s bij voornoemd ambtsedig proces-verbaal van bevindingen, opgenomen als pagina’s 10 t/m 16, alsmede de situatieschets opgenomen als pagina 9, in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant. - het ambtsedig proces-verbaal van verhoor benadeelde [naam 1] , opgenomen als pagina 23 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Omstreeks 19.30 à 19.45 uur reed ik samen met mijn vrouw rechtsaf vanaf de Ringbaan Zuid de Stappegoorweg op. Ik reed in mijn Audi op de linkerrijbaan. Naast mij reed op de rechterrijbaan een Fiat
- Wij reden langs elkaar op de Stappegoorweg ik op de linkerrijbaan en de Fiat op de rechterrijbaan. Ter hoogte van de inrit, waar je rechtsaf kunt om het parkeerterrein van het zwembad op te rijden, zag ik dat de Fiat naar de linkerrijbaan kwam waar ik reed. Ik kon de auto niet meer ontwijken waardoor deze met de linkerachterzijde tegen de rechter voorzijde van mijn auto aan reed. Ik zag dat hierdoor de Fiat links dwars over de weg kwam. Ik zag dat hierop de auto gelanceerd werd door het glazen bushokje aan de rechterzijde van de weg. - het ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] , opgenomen als pagina 20 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Op zaterdag 29 april 2017 zat ik als bijrijder bij mijn man in de auto, het betreft een Audi A4 Avant. Omstreeks 19.45 uur reden wij vanaf de Ringbaan Zuid de Stappegoorweg weg op. Wij reden op de linkerbaan, naast ons op de rechterbaan reed een zwarte Fiat
- Toen de rechterbaan op hield en over ging in de bushalte kwam de Fiat ineens naar links en raakte ons met de linker achterzijde tegen onze rechter voorzijde, toen tolde de auto en slingerde en vloog toen de bushalte in. - het ambtsedig proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer] , opgenomen als pagina 21 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Op zaterdag 29 april omstreeks 19.40 uur zat ik als bijrijder in de Fiat 500 voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Toen wij op de meest rechterrijbaan van de Stappegoorweg reden zag ik dat mijn vriendin naar de linkerrijbaan wilde. Ik zag dat mijn vriendin haar knipperlicht had aangezet om aan te geven dat we naar de linkerrijbaan wilden. Ik zag dat er op de linkerrijbaan een Audi reed waardoor mijn vriendin niet naar links kon. Wij reden ongeveer 50 kilometer per uur. Ik ben door de Ambulance overgebracht naar het Elisabethziekenhuis. - de geneeskundige verklaring, opgenomen als pagina 17 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Deze verklaring houdt, zakelijk weergegeven, in: [slachtoffer] heeft een wervelbreuk (lendewervel 1) opgelopen. - het ambtsedig proces-verbaal van verhoor verdachte, opgenomen als pagina’s 25 en 26 in het eindproces-verbaal nummer PL2000-2017098522 van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm. Dit proces-verbaal houdt, zakelijk weergegeven, in: Op zaterdag 29 april omstreeks 19.40 uur reed ik in mijn Fiat 500 voorzien van het kenteken [kenteken 2] . Mijn vriend [slachtoffer] zat naast mij als bijrijder. Ik reed via de rechterrijbaan van de Ringbaan Zuid rechts af de Stappegoorweg in. Toen ik op de Stappegoorweg reed wilde ik van de rechterbaan naar de linkerbaan. Ik had mijn knipperlicht aangezet echter op de linkerbaan schuin achter mij reed een Audi waardoor ik niet naar de linkerbaan kon. Toen ik bij de afslag van het parkeerterrein naar het zwembad was heb ik gas bij gegeven om voor de Audi naar de linkerbaan te gaan. Ik kon niet eerder naar de linkerrijbaan omdat de bestuurder van de Audi mij dit de hele tijd belette. Ik gaf dus gas bij en stuurde naar links om niet tegen de stoep aan te rijden. Ik voelde en hoorde dat ik linksachter door de Audi geraakt werd. Ik raakte hierdoor in een slip. Ik raakte de stoeprand en werd met mijn auto gelanceerd door een bushokje heen.