RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster I Civiele kantonzaken Middelburg zaak/rolnr.: 8077607 CV EXPL 19-4084 vonnis d.d. 7 oktober 2020 inzake [eiser] , wonende te Arnemuiden, opposant, verder te noemen: [eiser] , gemachtigde: mr. M. IJzelenberg, advocaat te Goes, tegen SWISHFUND NEDERLAND B.V., gevestigd te Naarden, kantoorhoudende te Amsterdam, geopposeerde, verder te noemen: Swishfund, gemachtigde: R.A.M. Vismans, gerechtsdeurwaarder te Rotterdam. 1Het verloop van het geding De procesgang blijkt uit de volgende stukken: - het verstekvonnis van de kantonrechter te Middelburg met zaaknummer 7871217 CV EXPL 19-2628 van 3 juli 2019 met de daarin genoemde stukken; - de verzetdagvaarding van 17 september 2019, met producties; - het tussenvonnis van 16 oktober 2019; - de aantekeningen van de griffier met betrekking tot de mondelinge behandeling op 13 januari 2020; - de conclusie van antwoord in oppositie tevens uitlaten na mondelinge behandeling, met producties; - de conclusie van repliek in oppositie, met producties; - de akte uitlaten producties. 2De feiten 2.1 [eiser] was van 7 september 2016 tot en met 23 november 2018 bestuurder van de vennootschap [vennootschap eiser] , gevestigd te Burgh-Haamstede (hierna: [vennootschap eiser] ). 2.2 Op 11 oktober 2018 is bij Swishfund op haar website een aanvraag voor een geldlening voor [vennootschap eiser] ingediend. Swishfund heeft de aanvraag positief beoordeeld waarna op 18 oktober 2018 een overeenkomst van geldlening tussen Swishfund en [vennootschap eiser] en een overeenkomst van borgtocht tussen Swishfund en [eiser] digitaal zijn ondertekend. De digitale handtekening voor [vennootschap eiser] op de overeenkomst van geldlening en die voor [eiser] op de overeenkomst van borgtocht bevat de voorletters en de achternaam van [eiser] . 2.3 Omdat [vennootschap eiser] haar verplichtingen uit de overeenkomst van geldlening niet volledig nakwam, is die overeenkomst door Swishfund beëindigd. Op 18 juni 2019 is [vennootschap eiser] failliet verklaard. 2.4 Aan verzoeken van Swishfund om als borg aan haar te voldoen wat [vennootschap eiser] verschuldigd was, gaf [eiser] geen gevolg. 2.5 Bij dagvaarding van 13 juni 2019 heeft Swishfund (als eiseres in de verstekzaak) gevorderd [eiser] bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, te veroordelen tot betaling van € 14.766,57, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over een bedrag van € 13.170,08 en met veroordeling van [eiser] in de kosten van de procedure. Bij verstekvonnis van 3 juli 2019 heeft de kantonrechter de vordering van Swishfund toegewezen en is [eiser] veroordeeld in de kosten van de procedure, begroot op € 1.438,23. 2.6 [eiser] is omstreeks 28 augustus 2019 door beslaglegging op zijn bankrekening van het verstekvonnis op de hoogte geraakt. 3Het geschil 3.1 [eiser] komt in verzet van voornoemd vonnis. [eiser] vordert – samengevat – vernietiging van het verstekvonnis van 3 juli 2019 en Swishfund alsnog niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen jegens [eiser] althans haar deze vordering geheel of gedeeltelijk te ontzeggen, met veroordeling van Swishfund in de proceskosten en de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente. [eiser] betwist dat hij de overeenkomst van borgtocht heeft gesloten en dat die overeenkomst rechtsgeldig tot stand is gekomen. 3.2 Swishfund voert aan dat zij een rechtsgeldige overeenkomst van borgtocht met [eiser] heeft gesloten althans dat zij erop mocht vertrouwen dat zij met [eiser] van doen had. 3.3 Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan. 4De beoordeling 4.1 Het verzet is tijdig en op juiste wijze ingesteld. [eiser] is ontvankelijk in het verzet. 4.2 Swishfund grondt haar vordering op de overeenkomst van borgstelling die als bijlage IV aan de overeenkomst van geldlening met [vennootschap eiser] is gehecht. [eiser] betwist dat hij deze overeenkomst van borgtocht heeft gesloten. Vast staat dat de overeenkomst digitaal is ondertekend. [eiser] betwist dat hij de overeenkomst digitaal heeft ondertekend. 4.3 Ingevolge artikel 3:15a BW heeft een gekwalificeerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3, onderdeel 12, van verordening (EU) nr. 910/2014 (hierna: eidas-verordening) dezelfde rechtsgevolgen als een handgeschreven handtekening. Voor een geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 11, en een elektronische handtekening als bedoeld in onderdeel 10, van artikel 3 van deze verordening geldt dat zij dezelfde rechtsgevolgen hebben als een handgeschreven handtekening, indien voor deze elektronische handtekeningen een methode voor ondertekening is gebruikt die, gelet op het doel waarvoor de elektronische handtekening is gebruikt en gelet op alle overige omstandigheden van het geval, voldoende betrouwbaar is. Swishfund stelt dat de handtekening voldoet aan artikel 3:15a leden 1 en 2 BW. Swishfund verwijst daarmee naar het tot 10 maart 2017 geldende recht dat in dit geval niet van toepassing is. De overeenkomst waarop zij zich beroept zou zijn gesloten in oktober 2018. De kantonrechter begrijpt dit standpunt zo dat Swishfund bedoelt dat de handtekening een gekwalificeerde elektronische handtekening betreft in de zin van artikel 3, onderdeel 12, van de eidas-verordening. Swishfund heeft dit standpunt echter onvoldoende onderbouwd. Er is niet gesteld of gebleken dat het gebruikte programma een gekwalificeerd middel is in de zin van artikel 3 sub 22 en 23 van de eidas-verordening noch dat de handtekening gebaseerd is op een gekwalificeerd certificaat in de zin van artikel 3 sub 14 en 15 van de eidas-verordening. 4.4 Nu de gebruikte handtekening niet kan worden aangemerkt als een gekwalificeerde elektronische handtekening zal op grond van artikel 3:15a BW gekeken moeten worden of de methode voor ondertekening, gelet op het doel en de overige omstandigheden van het geval, voldoende betrouwbaar is. De kantonrechter acht hierbij mede van belang hoe de overeenkomst van borgtocht en hoe de digitale handtekening tot stand zijn gekomen. Ook de aard van de overeenkomst is van belang. 4.5 Swishfund heeft gesteld dat de overeenkomst van geldlening met bijbehorende overeenkomst van borgtocht als volgt tot stand is gekomen op de bij haar gebruikelijke wijze. Via de website van Swishfund wordt een aanvraag tot een zakelijke geldlening gedaan. De aanvrager dient het gewenste bedrag, de gewenste looptijd en het doel voor het te lenen bedrag in te vullen. Vervolgens moet de aanvrager zijn naam, e-mailadres en het kvk-nummer van de betreffende onderneming invullen. Ook moet er een bestand geüpload worden waaruit de banktransacties van de onderneming blijken. Daaruit kan Swishfund opmaken of de onderneming actief is en voldoende omzet genereert. Wanneer dit inderdaad het geval is neemt Swishfund, telefonisch of per e-mail, contact op met de aanvrager om te verifiëren of de aanvrager daadwerkelijk de geldleningsovereenkomst wenst af te sluiten. Ook wordt per e-mail een groot aantal aanvullende gegevens opgevraagd, waaronder een kopie legitimatiebewijs van de tekenbevoegden van de onderneming. Na ontvangst van de documentatie vindt er door Swishfund een tweede analyse plaats met betrekking tot de inkomsten, uitgaven en omzet van de onderneming. Vervolgens wordt de aanvraag beoordeeld door de kredietcommissie van Swishfund. De kredietcommissie beoordeelt of de onderneming voldoende financiële ruimte heeft om de geldlening aan te gaan en of de overgelegde gegevens inderdaad de contracterende onderneming betreffen. Na akkoord van de kredietcommissie wordt de overeenkomst van geldlening, waar de overeenkomst van borgstelling onderdeel van is, opgesteld en naar het door de aanvrager opgegeven e-mailadres verzonden. Nadat de aanvrager het contract digitaal heeft ondertekend wordt hem gevraagd € 0,01 over te maken van de rekening van de contracterende onderneming naar de rekening van Swishfund. Nadat Swishfund heeft vastgesteld dat het opgegeven rekeningnummer inderdaad van de contracterende onderneming is wordt het geleende bedrag overgemaakt. Het digitaal ondertekenen vindt plaats met het programma Adobe Sign. Het contract wordt naar het e-mailadres van de aanvrager gestuurd. Alvorens deze het document kan openen en digitaal kan ondertekenen dient hij een verificatiecode in te voeren. Deze code wordt per SMS naar het door de aanvrager opgegeven telefoonnummer gestuurd. Nadat de aanvrager het document heeft geopend kan hij parafen en een handtekening plaatsen door deze te typen, tekenen of door een afbeelding in te voegen. De aanvrager kan zelf kiezen welke van deze methoden hij gebruikt. Wanneer het ondertekenen is afgerond wordt het document door Adobe Sign voorzien van een zegel. Hierdoor kan het document niet meer worden gewijzigd. 4.6 Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het verificatieproces van Swishfund vooral ziet op de contracterende onderneming en in mindere mate op de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de afsluiter. Het enige direct aan [eiser] te relateren document waarover Swishfund beschikt is het kopie van zijn identiteitsbewijs. Vast staat dat er voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomsten op geen enkel moment direct persoonlijk contact is geweest tussen Swishfund aan de ene kant en [eiser] aan de andere kant, terwijl ook niet is gebleken dat partijen eerder zaken met elkaar hebben gedaan. Swishfund stelt weliswaar telefonisch te hebben gesproken met [eiser] , maar deze stelling is tegenover de betwisting door [eiser] onvoldoende onderbouwd. Hoewel geen enkele ondertekeningsmethode bestand zal zijn tegen alle mogelijke vormen van misbruik, levert de door Swishfund gevolgde methode een groot risico op van misbruik door personen die de beschikking hebben over de e-mailadressen en de bankgegevens van een vennootschap en over de persoonsgegevens van haar bestuurders. Een dergelijke vorm van identiteitsfraude is bij volledig digitale handelsbetrekkingen een voorzienbaar en niet te verwaarlozen risico. Om de identificatie bij een elektronische handtekening te waarborgen, kan gebruik gemaakt worden van een gekwalificeerde of geavanceerde elektronische handtekening als bedoeld in artikel 3:15a BW. 4.7 Zoals in 4.3 is overwogen is de gebruikte digitale handtekening niet aan te merken als een gekwalificeerde elektronische handtekening. De kantonrechter oordeelt dat de gebruikte handtekening ook niet is aan te merken als een geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3 sub 11 eidas-verordening. Artikel 26 eidas-verordening eist dat de geavanceerde elektronische handtekening in de zin van artikel 3 sub 11 (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.