RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Wrakingskamer Locatie: Breda Procedurenummer: 02/376936 HA RK 20-198 Beslissing van 12 oktober 2020 inzake de wrakingsverzoeken ex artikel 36 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) van: [naam verzoekers] , wonende te [woonplaats] , verzoekers. 1Procesverloop Het verloop van de procedure blijkt onder meer uit: het proces-verbaal van de zitting van de wrakingskamer, locatie Middelburg, van 15 september 2020; het verzoek tot wraking van 21 september 2020; de reacties per e-mail van de gewraakte rechters van 28 en 29 september 2020; het e-mailbericht, met bijlage, van verzoekster van 29 september 2020; de processtukken zoals opgenomen in het dossier van de meervoudige wrakingskamer, locatie Middelburg; de behandeling van het verzoek door de wrakingskamer, locatie Breda, ter digitale (Skype-for-business) zitting van 9 oktober 2020, waaraan deelnamen: [naam verzoeker] en twee van de gewraakte rechters, mr. [voorletters 1] de Jager en mr. [voorletters 2] . van der Lende-Mulder Smit. 2Het verzoek 2.
- Het verzoek strekt tot wraking van mrs. [voorletters 2] de Jager, [voorletters 2] van der Lende-Mulder Smit en [voorletters 2] . Raaijmaakers-Rottier (hierna: de rechters), optredend als rechters van de wrakingskamer, locatie Middelburg, in de zaak met zaaknummer 02/376307 HA RK 20/186 op de gronden die verzoekers hebben uiteengezet in het verzoek. 2.
- De rechters berusten niet in het verzoek. 3Feiten In de zaak waarin is gewraakt is aan de orde de wraking van mr. Duinhof, kinderrechter van de rechtbank, locatie Middelburg, optredend in de zaak met zaaknummer 02/374482 JE RK 20/1353 (hierna: de hoofdzaak). 4Het standpunt van verzoekers Verzoekers hebben aangevoerd, kort weergegeven, dat de rechters de schijn van vooringenomenheid hebben gewekt doordat: de voorzitter ter zitting heeft opgemerkt “Tja, u vecht tegen de bierkaai” (hierna: de eerste opmerking) en “Dan is dat maar zo” (hierna: de tweede opmerking), als reactie op de opmerking dat verzoekers geen vertrouwen meer hebben in de onpartijdigheid van rechtbank Middelburg, zonder dat de andere leden bezwaar hebben gemaakt tegen deze opmerkingen. 5Het standpunt van de rechters De rechters hebben aangevoerd dat: de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, de mondelinge behandeling zorgvuldig heeft geleid, waarbij alle aanwezigen de gelegenheid hebben gekregen om hun standpunten toe te lichten en waarbij de voorzitter vragen heeft gesteld en heeft doorgevraagd als iets onduidelijk of onderbelicht was; de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, iets heeft gezegd in de trant van “Ik begrijp dat u het gevoel heeft tegen de bierkaai te vechten” welke opmerking juist blijk geeft van empathie en niet van vooringenomenheid; de tweede opmerking slechts een zekere gelatenheid van de voorzitter van de wrakingskamer, locatie Middelburg, indiceert nadat [naam verzoeker] veelvuldig had herhaald geen enkel vertrouwen te hebben in welke rechter dan ook van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. 6De beoordeling Beoordelingskader 6.
- Op grond van artikel 36 Rv kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. 6.
- Voorop moet worden gesteld, dat bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van een rechter als uitgangspunt geldt, dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert dat een rechter ten aanzien van een procespartij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij bestaande vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Ten aanzien van het verzoek 6.
- Naar het oordeel van de wrakingskamer kan uit geen van de door verzoekers aangevoerde wrakingsgronden, ook niet in onderlinge samenhang bezien, een zwaarwegende omstandigheid als bedoeld in 6.2 worden afgeleid. 6.
- De wrakingskamer stelt voorop dat zij geen reden heeft om te twijfelen aan de juistheid van hetgeen is opgenomen in het proces-verbaal van de zitting van 15 september
- De wrakingskamer oordeelt dat beide tijdens die zitting gemaakte opmerkingen geen blijk geven van (schijn van) vooringenomenheid. Met de eerste opmerking is slechts bedoeld om weer te geven dat verzoekers, na een groot aantal verloren rechtszaken, een sterk gevoel van machteloosheid ervaren, hetgeen ook tijdens de zitting van 9 oktober 2020 duidelijk naar voren is gekomen. Met de tweede opmerking is bedoeld dat verzoekers het recht hebben om te wraken en dat de wrakingskamer, locatie Middelburg, er niets aan kan doen dat verzoekers het vertrouwen hebben verloren in de (rechters werkzaam bij) rechtbank Zeeland-West-Brabant. 6.
- Op grond van het voorgaande is naar het oordeel van de wrakingskamer niet gebleken dat de bij verzoekers bestaande vrees dat de rechters ten aanzien van hun vooringenomenheid koesteren objectief gerechtvaardigd is. 6.
- Dit alles leidt ertoe dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen. 6.
- Nadat verzoekers de rechter in de hoofdzaak hebben wraakt, hebben zij tevens de meervoudige wrakingskamer, locatie Middelburg, gewraakt. Ook hebben zij aangekondigd iedere rechter te wraken die niet voldoet aan hun verzoek om de hoofdzaak naar een andere rechtbank te verwijzen. Zij hebben er blijk van gegeven bij iedere rechter die werkzaam is bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant partijdigheid te bespeuren. Daarom ziet de wrakingskamer aanleiding om te bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in de zaken met zaaknummers 02/376307 HA RK 20/186 en 02/374482 JE RK 20/1353 niet meer in behandeling zal worden genomen. Met een dergelijk verzoek maken zij immers misbruik van het middel van wraking. 7Beslissing De rechtbank: wijst het verzoek tot wraking af; bepaalt dat de behandeling van de zaak met zaaknummer 02/376307 HA RK 20/186 zal worden voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van de indiening van het verzoek; bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter(s) in de zaken met zaaknummers 02/376307 HA RK 20/186 en/of 02/374482 JE RK 20/1353 niet meer in behandeling zal worden genomen. Deze beslissing is gegeven op 12 oktober 2020, door mr. Peters, voorzitter, mr. Kok en mr. Pellikaan, leden van de wrakingskamer, in tegenwoordigheid van mr. Van Wijk, griffier. De beslissing wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. De griffier, De voorzitter, Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.