← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2020:4998

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/8747 BESLU VV uitspraak van 9 oktober 2020 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen [naam verzoeker] , te [woonplaats verzoeker] , verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rucphen, verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het verkeersbesluit van verweerder van 19 mei 2020 inzake het uitbreiden van de 30 km-zone op [adres 1] tot de kruising met [adres 2] te [plaatsnaam] , zoals nader aangegeven op de bij dit besluit behorende tekening. Hij heeft op 30 september 2020 tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Op 2 oktober 2020 is namens de voorzieningenrechter aan verzoeker gevraagd om de spoedeisendheid van zijn verzoek te onderbouwen. Bij faxbericht van 6 oktober 2020 heeft verzoeker hierop gereageerd. Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven. Overwegingen

  1. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Awb kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
  2. Verzoeker heeft een boomkwekerij en is van mening dat hij onevenredige hinder en schade zal ondervinden ten gevolge van de uitvoering van de maatregelen. In zijn bezwaarschrift heeft verzoeker aangegeven dat omrijden van het (vracht)verkeer aanzienlijk meer tijd kost, extra slijtage van de voertuigen betekent en zal leiden tot een toename van transportkosten en tot schade aan het milieu en de omgeving. 3.1 De voorzieningenrechter stelt voorop dat de voorlopige voorzieningprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voorts speelt bij de beoordeling van een verzoek om voorlopige voorziening de spoedeisendheid een belangrijke rol. Nu verzoeker een bezwaarschrift heeft ingediend, moet de vraag worden beantwoord of sprake is van onverwijlde spoed die noopt tot het treffen van een voorlopige voorziening in afwachting van een beslissing op dat bezwaarschrift. 3.2 Deze vraag is op 2 oktober 2020 ook aan verzoeker voorgelegd en zijn antwoord luidde dat [adres 1] de belangrijkste levensader voor zijn bedrijf is en dat de gemeente Rucphen inmiddels is begonnen met de werkzaamheden. De vraag van de voorzieningenrechter om concreet aan te geven waarom hij de beslissing op zijn bezwaarschrift niet kan afwachten, heeft verzoeker niet beantwoord. De voorzieningenrechter acht ook niet aannemelijk dat verzoeker de uitkomst van de procedure in de hoofdzaak niet kan afwachten. Zijn bedrijf blijft bereikbaar voor (vracht)verkeer en de door hem gevreesde nadelige effecten van het verlengen van de 30 km-zone kunnen gecompenseerd worden indien verzoeker in de bodemprocedure in het gelijk gesteld wordt. De door verzoeker gestelde gevolgen van het bestreden verkeersbesluit zijn in elk geval niet onomkeerbaar. Dit betekent dat geen sprake is van onverwijlde spoed in vorenbedoelde zin.
  3. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet daarom worden afgewezen. Gelet hierop is er geen grond voor een proceskostenveroordeling. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Peters, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.H.M. Verdonschot, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 oktober
  4. P.H.M. Verdonschot, griffier T. Peters, voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.