RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummers: BRE 20/8055 WMO15 VV en 20/8056 WMO15 uitspraak van 16 oktober 2020 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoeker] , wonende te [woonplaats verzoeker] , verzoeker, gemachtigde: mr. C.J. van der Have, advocaat te Den Haag, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Bergen op Zoom (ISD Brabantse Wal), verweerder. Procesverloop Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag om onverwijld een maatwerkvoorziening te treffen en hem toegang te verschaffen tot de maatschappelijke opvang. Hij heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Voordat een zitting heeft plaatsgevonden, heeft verzoeker de rechtbank bij brief van 3 september 2020 geïnformeerd dat verweerder hem alsnog heeft toegelaten tot de maatschappelijke opvang. Daarom heeft verzoeker het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek verweerder te veroordelen in de proceskosten. Verweerder heeft op 22 september 2020 gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.