RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats: Middelburg parketnummer: 02/018211-20 vonnis van de meervoudige kamer van 9 december 2020 in de strafzaak tegen [Verdachte] , geboren op [Geboortedag] 1941 te [Geboorteplaats] ,wonende te [Adres] . 1Onderzoek van de zaak De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 25 november 2020, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. 2De tenlastelegging De tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte: Feit 1 kinderpornografische afbeeldingen en films op zijn telefoon, USB-sticks, laptop en pc’s aanwezig heeft gehad; Feit 2 in de periode van 2 januari 2017 tot en met 10 december 2018 minderjarige meisjes ertoe heeft bewogen om naaktfoto’s en naaktfilmpjes van zichzelf te maken en aan verdachte te sturen. 3De voorvragen De dagvaarding is geldig. De rechtbank is bevoegd. De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er is geen reden voor schorsing van de vervolging. 4De beoordeling van het bewijs 4.1 Het standpunt van de officier van justitie De officier van justitie acht feit 1 wettig en overtuigend bewezen met uitzondering van het vervaardigen, invoeren en uitvoeren van kinderporno. Verder heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd van het onderdeel dat verdachte van het misdrijf een gewoonte heeft gemaakt. Feit 2 kan wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard. Verdachte wist dan wel had redelijkerwijs moeten vermoeden dat de meisjes minderjarig waren. 4.2 Het standpunt van de verdediging Verdachte bekent dat hij de afbeeldingen en filmpjes van de meisjes in bezit heeft gehad, maar stelt dat hij die ongevraagd toegestuurd heeft gekregen, dat hij dat vervolgens bij de politie had gemeld en dat de politie in Enschede hem toen had geadviseerd die foto’s te bewaren op een USB-stick. Hij wist niet en kon ook niet vermoeden dat de meisjes minderjarig waren. 4.3 Het oordeel van de rechtbank 4.3.1 De bewijsmiddelen De bewijsmiddelen zijn in bijlage II aan dit vonnis gehecht. 4.3.2 De bijzondere overwegingen met betrekking tot het bewijs Ten aanzien van feit 1 Het dossier bevat wettig en overtuigend bewijs waaruit blijkt dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het verspreiden en in het bezit hebben van de op zijn gegevensdragers aangetroffen kinderpornografische afbeeldingen en films. Op deze bestanden waren onder anderen [Slachtoffer 2] (hierna: [Slachtoffer 2] ), [Slachtoffer 3] (hierna: [Slachtoffer 3] ) en [Slachtoffer 1] (hierna: [Slachtoffer 1] ) te zien. Naar aanleiding van de aangifte door de moeders van twee van de meisjes en de verklaringen van de meisjes heeft er onderzoek plaatsgevonden naar de gegevensdragers die in het bezit waren van verdachte. Tijdens de doorzoeking van zijn woning op 20 maart 2019 werden twee pc's, een laptop, een mobiele telefoon en vier USB-sticks in beslag genomen. In totaal zijn op de in beslag genomen gegevensdragers 375 foto’s en filmpjes aangetroffen, die als kinderpornografisch getypeerd kunnen worden. De in de tenlastelegging genoemde omschrijvingen van de aangetroffen kinderporno zijn in het dossier weergegeven. Op deze kinderpornografische bestanden zijn meisjes te zien die seksuele handelingen bij zichzelf verrichten. Onder deze meisjes zijn [Slachtoffer 2] , [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 1] . Zij waren ten tijde van het maken van de foto’s en filmpjes minderjarig. In het aanvullend proces-verbaal van bevindingen van 7 mei 2020 is een aantal gecensureerde afbeeldingen van [Slachtoffer 2] , [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 1] opgenomen dat een representatief beeld geeft van het op de in beslag genomen gegevensdragers aangetroffen materiaal. Het door verdachte gepresenteerde alternatieve scenario dat hij de foto’s van de meisjes ongevraagd toegestuurd had gekregen, dat hij dat bij de politie had gemeld en dat de politie in Enschede hem toen had geadviseerd die foto’s te bewaren op een USB-stick, vindt geen steun in de bewijsmiddelen. Ook overigens is dit scenario niet aannemelijk geworden, gelet op de omvang van het aantal afbeeldingen en filmpjes, de vele overgemaakte bedragen vanaf 2 januari 2017 door verdachte aan de meisjes, de gestructureerde wijze waarop verdachte deze afbeeldingen en filmpjes heeft opgeslagen, en de grote hoeveelheid aan overig pornografisch materiaal die op de gegevensdragers is aangetroffen. Dat verdachte de kinderpornografische bestanden ook heeft verspreid leidt de rechtbank af uit de verklaring van [Slachtoffer 3] dat verdachte enkele foto’s van [Slachtoffer 1] – die hij in zijn bezit had – naar [Slachtoffer 3] heeft doorgestuurd. Concluderend is de rechtbank van oordeel dat wettig en overtuigend is bewezen dat verdachte van 2 januari 2017 tot en met de inbeslagname van de gegevensdragers op 20 maart 2019 de 375 kinderpornografische afbeeldingen en filmpjes in bezit heeft gehad en dat hij enkele van deze bestanden heeft verspreid. Verdachte heeft voorts aangevoerd dat hij niet wist dat de meisjes op de foto’s en video’s minderjarig waren. De rechtbank verwerpt dit verweer, nu dit niet van belang is voor de bewezenverklaring van dit feit. De leeftijd vormt namelijk een geobjectiveerd bestanddeel van de delictsomschrijving van artikel 240b Sr. Het dossier bevat onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de kinderpornografische bestanden ook heeft vervaardigd, ingevoerd of uitgevoerd, zodat de rechtbank hem van die handelingen zal vrijspreken. Gewoonte maken van het in bezit hebben van kinderporno De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake was van een gewoonte van het in bezit hebben van kinderporno. De rechtbank acht voor die conclusie de geruime periode waarbinnen verdachte de kinderporno heeft verzameld en de hoeveelheid aangetroffen afbeeldingen redengevend, evenals de omstandigheid dat verdachte de afbeeldingen heeft geordend en in diverse mappen heeft geplaatst. Ten aanzien van feit 2 Van “bewegen” als bedoeld in artikel 248a van het Wetboek van Strafrecht is sprake als voldoende aannemelijk is dat het slachtoffer mede onder invloed van giften of beloften van geld of goed, misbruik van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht of misleiding is overgegaan tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen (zie ECLI:NL:HR:2018:1013). Verdachte heeft ter terechtzitting bevestigd dat hij in de periode van 2 januari 2017 tot en met 10 december 2018 meerdere malen giften in de vorm van geld aan [Slachtoffer 2] , [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 1] heeft gegeven. Dit blijkt ook uit de onderzochte transacties op de bankrekening van verdachte over die periode. Volgens verdachte zouden deze betalingen echter niet zijn bedoeld als tegenprestatie voor het sturen van de kinderpornografische bestanden. Hij zou hen het geld hebben gegeven voor de aanschaf van meubilair, omdat de drie meisjes op korte termijn een kamer bij hem zouden huren. De rechtbank acht deze verklaring onaannemelijk en overweegt daartoe als volgt. [Slachtoffer 2] , [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 1] hebben onafhankelijk van elkaar verklaard dat verdachte voor de naaktfoto’s dan wel filmpjes waarop zij seksuele handelingen pleegden geld in het vooruitzicht had gesteld en dit ook heeft overgemaakt. [Slachtoffer 1] heeft verklaard dat zij op verzoek van verdachte vingerfilmpjes heeft gemaakt en deze daarna naar hem heeft verstuurd. Zij heeft dat twee tot drie keer gedaan. Voor de filmpjes kreeg zij meer geld dan voor een foto. Uit onderzoek naar de bankrekening van verdachte over de tenlastegelegde periode is gebleken dat hij betalingen deed aan [Slachtoffer 2] en [Slachtoffer 1] , waarvan een deel ook was bedoeld voor [Slachtoffer 3] . De rechtbank ziet geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de meisjes op dit punt, gezien de hoeveelheid giften, de totale waarde daarvan en het verzenden van de foto’s en video’s waarop de verrichte seksuele handelingen te zien waren. Dat wellicht ook enkele keren sprake is geweest van giften zonder enige tegenprestatie maakt dit niet anders. De rechtbank is van oordeel dat op grond van deze bewijsmiddelen vast staat dat verdachte geld aan de meisjes gaf, dan wel in het vooruitzicht stelde, om de meisjes te bewegen seksuele handelingen te verrichten en dit te fotograferen of te filmen. Het verweer van verdachte dat hij niet wist dat de meisjes minderjarig waren, kan niet slagen. In het dossier bevinden zich verklaringen van [Slachtoffer 2] , [Slachtoffer 3] en [Slachtoffer 1] waaruit blijkt dat zij aan verdachte hebben verteld dat zij minderjarig waren, althans opmerkingen hebben gemaakt waaruit hij dat kon afleiden. Zo heeft de toen zestienjarige [Slachtoffer 3] in een chatgesprek op 18 september 2017 aan verdachte verteld dat zij zestien jaar was. Op de gegevensdragers van verdachte werd een kopie van het ID-bewijs van [Slachtoffer 3] aangetroffen, met geboortedatum [Geboortedatum] . [Slachtoffer 3] heeft verklaard dat het versturen van de foto’s en het overmaken van geld daarna zijn doorgegaan. Dit vindt steun in de onderzochte banktransacties en de datering van enkele aangetroffen naaktfoto’s van [Slachtoffer 3] . [Slachtoffer 2] heeft, nadat verdachte het haar vroeg, verteld dat zij zestien jaar oud was. Verder heeft verdachte aan [Slachtoffer 1] gevraagd welke opleiding zij volgde, waarop zij hem heeft verteld dat zij op het praktijkonderwijs zat en de horeca in wilde. Het is een feit van algemene bekendheid dat leerlingen die praktijkonderwijs volgen doorgaans tussen de twaalf en zeventien jaar zijn. Bovendien heeft zij verklaard dat haar leeftijd ook op haar Facebook-pagina stond vermeld. Verdachte heeft verklaard dat hij die heeft bekeken. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat feit 2 wettig en overtuigend is bewezen. 4.4 De bewezenverklaring De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte in de periode van 2 januari 2017 tot en met 20 maart 2019, te Zoutelande, in iedergeval 375 afbeeldingen en gegevensdragers (te weten een computer en een laptop en USB sticks en een IPhone), bevattende afbeeldingen en videobestanden van seksuele gedragingen, bij welke vorenbedoelde afbeeldingen en videobestanden (telkens) personen die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet hadden bereikt, waren betrokken, (telkens) heeft verspreid en in bezit heeft gehad, welke voornoemde seksuele gedragingen bestonden uit (onder meer):- het vaginaal penetreren (met de vinger(s)) door zichzelf (onder meer nrs/bestanden bijlage I: videos-record 6), en - het betasten van de vagina en borsten en billen van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt door zichzelf (onder meer bijlage II: pictures-record 10 en bijlage II: pictures-record 114 en bijlage I: videos-record 4 en bijlage I: videos-record 6), en- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt,waarbij door het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van die personen nadrukkelijk de (ontblote)geslachtsdelen en borsten in beeld gebracht worden (onder meer bijlage II: pictures-record 10 en bijlage II: pictures-record 114 en bijlage I: video-record 4 en bijlage I: videos-record 6 en bijlage III: pictures-record 13 en bijlage III: videos-record 4), en- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van personen die kennelijk de leeftijd van 18 jaren nog niet hebben bereikt,waarbij deze personen gekleed en opgemaakt zijn en in een omgeving en met voorwerpen en in (erotisch getinte) houdingen poseren die niet bij hun leeftijd passen enwaarbij deze personen zich (vervolgens) in opeenvolgende afbeeldingen/filmfragmenten van hun kleding ontdoen en (waarna) door de het camerastandpunt en de (onnatuurlijke) pose en de wijze van kleden van deze personen nadrukkelijk de (ontblote) geslachtsdelen in beeld gebracht worden (onder meer bijlage I: videos-record 4 en bijlage I: videos-record 6en bijlage III: videos-record 4);van welke misdrijven hij, verdachte, een gewoonte heeft gemaakt; feit 2 op meer tijdstippen in de periode van 2 januari 2017 tot en met 10 december 2018 te Zoutelandedoor giften en beloften van geld, te weten telkens door het beloven en geven van hoeveelheden geld, [Slachtoffer 3] , geboren [Geboortedatum] en [Slachtoffer 1] , geboren [Geboortedatum] en [Slachtoffer 2] , geboren op [Geboortedatum] , van wie hij, verdachte, wist dat voornoemde personen de leeftijd van achttien jaren nog niet hadden bereikt,opzettelijk heeft bewogen een of meer ontuchtige handelingen, te weten het maken van foto’s en video's waarop voornoemde personen zichzelf naakt fotografeerden en filmden en zichtzelf betasten aan de borsten en vagina, te plegen; De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken. Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 5De strafbaarheid Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op. Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit. 6De strafoplegging 6.1 De vordering van de officier van justitie De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. 6.2 Het standpunt van de verdediging De verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd. 6.3 Het oordeel van de rechtbank Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft door het geven van geld drie zestienjarige meisjes bewogen om voor geld naaktfoto’s en films van zichzelf te maken. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het maken van een gewoonte van het in bezit hebben en verspreiden van kinderporno. De verdachte heeft gedurende een periode van bijna twee jaar kinderpornografische afbeeldingen in zijn bezit gehad en een enkele keer ook verspreid. Er is op de computer van verdachte een grote hoeveelheid foto’s en video’s met kinderporno aangetroffen. Kinderporno is bijzonder ongewenst, met name omdat bij de vervaardiging ervan kinderen seksueel worden misbruikt en geëxploiteerd. Verdachte moet mede verantwoordelijk worden gehouden voor genoemd seksueel misbruik van kinderen, omdat hij, door kinderporno te verzamelen en te verspreiden, heeft bijgedragen aan de instandhouding van de vraag ernaar. Voor een effectieve bestrijding van kinderporno is het noodzakelijk om niet alleen degenen aan te pakken die kinderporno vervaardigen, maar zeker ook degenen die kinderporno verzamelen en verspreiden. Bij de bepaling van de strafmaat heeft de rechtbank acht geslagen op het aantal foto’s en filmpjes dat verdachte in bezit had en de leeftijd van de kinderen op de foto’s en in de filmpjes en de aard van de handelingen waartoe de kinderen zijn bewogen. De rechtbank rekent dit verdachte zeer aan. Uit het strafblad van verdachte van 25 juni 2020 blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. De rechtbank houdt in het nadeel van verdachte rekening met de omstandigheid dat verdachte ter terechtzitting geen blijk heeft gegeven van enig inzicht in het schadelijke en verwerpelijke karakter van zijn handelen. Hoewel de rechtbank, gelet op de ernst van het feit, een volledig onvoorwaardelijke gevangenisstraf in beginsel passend acht, zal zij hiertoe niet overgaan. De rechtbank acht dit, gelet op het strafblad van verdachte en dat niet is gebleken dat hij sinds zijn aanhouding opnieuw de fout in is gegaan, niet nodig. Wel vindt de rechtbank een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar als stok achter de deur, noodzakelijk. Enerzijds wordt met een onvoorwaardelijk deel de ernst van het feit tot uitdrukking gebracht, anderzijds moet het voorwaardelijk deel de verdachte er van weerhouden dat hij in de toekomst opnieuw de fout in gaat. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar passend en geboden. 7De benadeelde partij De benadeelde partij [Slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 250,- voor feit 2. Verdachte heeft de immateriële schadevergoeding niet betwist. De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 250,- aan immateriële schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. Dit bedrag dient te worden vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening. Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen. Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. 8Het beslag 8.1 De onttrekking aan het verkeer De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat de voorwerpen bij het onderzoek naar de tenlastegelegde feiten zijn aangetroffen, terwijl de voorwerpen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. De voorwerpen behoren aan verdachte toe en zijn van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang. 8.2 De teruggave aan verdachte De rechtbank zal de teruggave gelasten van de Fujifilm videocamera, aangezien het voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen. 9De wettelijke voorschriften De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36b, 36d, 36f, 57, 240b en 248a van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde. 10De beslissing De rechtbank: Bewezenverklaring - verklaart het ten laste gelegde onder feit 1 en 2 bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven; - spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd; Strafbaarheid - verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert: feit 1: gegevensdragers bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken, verspreiden en in bezit hebben, terwijl van het plegen van dit misdrijf een gewoonte wordt gemaakt, meermalen gepleegd; feit 2: door giften of beloften van geld of goed een persoon waarvan hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat deze de leeftijd van achttien jaren nog niet heeft bereikt, opzettelijk bewegen ontuchtige handelingen te plegen, meermalen gepleegd; - verklaart verdachte strafbaar; Strafoplegging - veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 12 (twaalf) maanden, waarvan 6 (zes) maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar; - bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd de hierna vermelde voorwaarden niet heeft nageleefd; - stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; Beslag - verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten: * 1 STK Computer (HP), G522979; * 1 STK Computer (Dell), G522982; * 1 STK Computer (Acer), G522983; * 4 STK USB-stick (memorykaart), G522985; * 1 STK Telefoontoestel (zwarte telefoonhoes, merk: Iphone), G522986; - gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten: * 1 STK Videocamera (Zwart/grijs, merk: Fujifilm), G522984; Benadeelde partijen - veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [Slachtoffer 1] van € 250,- (tweehonderdvijftig euro) ter zake van immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 10 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; - legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [Slachtoffer 1] (feit 2), € 250,-- te betalen en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 10 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening; - bepaalt dat bij niet betaling 5 (vijf) dagen gijzeling kan worden toegepast, met dien verstande dat toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft; - bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd. Dit vonnis is gewezen door mr. H. Skalonjic, voorzitter, mr. G.H. Nomes en mr. J.C. Gillesse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Helmich, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 9 december 2020. Mr. Nomes, mr. Skalonjic en de griffier zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen. 11Bijlage I De tenlastelegging feit 1 hij in of omstreeks de periode van 2 januari 2017 tot en met 20 maart2019, in elk geval op 29 maart 2019, te Zoutelande, gemeente Veere, inelk geval in Nederland, één of meermalen een (groot aantal) (in iedergeval 375 of daaromtrent) afbeelding(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.