RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 19/3075 VEROR uitspraak van 19 november 2020 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam eiseres] , te [plaatsnaam] , eiseres, gemachtigde: [naam gemachtigde] , en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis, verweerder. Procesverloop In het besluit van 16 april 2019 (bestreden besluit) heeft het college het pand aan de [adres] te [plaatsnaam] aangewezen als gemeentelijk monument. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit. Het college heeft het bezwaarschrift doorgestuurd naar de rechtbank om het als beroep in behandeling te nemen. Dit beroep is vervolgens, op verzoek van eiseres en met instemming van het college, aangemerkt als een rechtstreeks beroep zoals bedoeld in artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 8 oktober 2020, tegelijk met de zaak bekend onder zaaknummer BRE 19/3077 VEROR. Hierbij waren aanwezig eiseres’ gemachtigde, tevens dochter van eiseres, en [naam mede-gemachtigde tevens kleinzoon eiseres] , mede-gemachtigde en tevens kleinzoon van eiseres, [naam vertegenwoordiger] namens het college en [naam betrokkenen] van Erfgoed Zeeland. Eiseres zelf was niet aanwezig. Overwegingen 1Feiten en omstandigheden Eiseres woont in de woning aan de [adres] te [plaatsnaam] . De woning vormt, samen met de woning op [adres] , één pand en maakt onderdeel uit van het voormalige ziekenhuis van het pensionaat Sint-Joseph van de Broeders van Saint Omèr. Bij brief van 3 juli 2018 heeft het college eiseres medegedeeld van plan te zijn het pand aan de [adres] (hierna: het pand) aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college heeft daarbij gewezen op de redengevende omschrijving van 21 december 2017, opgemaakt door Erfgoed Zeeland. Eiseres heeft bij brief van 22 oktober 2018 en op 23 oktober 2018 mondeling gereageerd op dit voornemen. Bij brief van 3 december 2018 heeft het college eiseres het ontwerpbesluit, strekkende tot aanwijzing van het pand tot gemeentelijk monument toegestuurd. Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om hierover een zienswijze naar voren te brengen. Bij het bestreden besluit heeft het college het pand aangewezen als gemeentelijk monument. 2Rechtstreeks beroep Voordat de rechtbank kan toekomen aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, moet de rechtbank eerst uit eigen beweging onder meer beoordelen of het beroep ontvankelijk is. Een beroep is niet-ontvankelijk wanneer in gevallen waarin dat is voorgeschreven niet eerst bezwaar is gemaakt (zie artikel 8:1, gelezen in samenhang met artikel 7:1 van de Awb). Het college heeft het bezwaarschrift van eiseres doorgestuurd naar de rechtbank om het te behandelen als een beroepschrift. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb is gevolgd, zodat tegen het besluit geen bezwaar open staat, maar alleen beroep. Gelet op artikel 3:10, eerste lid, van de Awb is de uniforme openbare voorbereidingsprocedure op de voorbereiding van besluiten van toepassing wanneer dat bij wettelijk voorschrift of bij besluit van het bestuursorgaan (in dit geval het college) is bepaald. Vast staat dat de toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure in dit geval niet bij wettelijk voorschrift is bepaald, en ook niet bij een besluit van het college. Dat betekent dat de reguliere voorbereidingsprocedure op de voorbereiding van het besluit van toepassing was. Het bezwaar is ten onrechte doorgestuurd naar de rechtbank om als beroep te worden behandeld. Ter zitting is de mogelijkheid besproken het bezwaarschrift terug te sturen naar het college, zodat het alsnog als bezwaarschrift kan worden behandeld. Daarnaast is de mogelijkheid van rechtstreeks beroep bij de bestuursrechter (artikel 7:1a van de Awb) besproken. Eiseres heeft het college vervolgens nadrukkelijk verzocht in te stemmen met rechtstreeks beroep en het college heeft daarmee ingestemd. Gelet daarop en mede in het licht van de proces-economie merkt de rechtbank het bezwaar daarom aan als een rechtstreeks beroep in de zin van artikel 7:1a van de Awb. Het beroep is ontvankelijk. 3Wet- en regelgeving In artikel 1, aanhef en onder a, onder 1, van de Erfgoedverordening gemeente Sluis 2016 (hierna: de Erfgoedverordening) is bepaald dat de Erfgoedverordening onder gemeentelijk monument verstaat een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. Artikel 2 van de Erfgoedverordening bepaalt dat bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel 3, eerste lid, van de Erfgoedverordening bepaalt dat het college, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument kan aanwijzen als gemeentelijk monument. Het tweede lid bepaalt dat voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, het college advies vraagt aan de monumentencommissie. 4Beoordeling door de rechtbank Volgens vaste rechtspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), heeft het college beoordelingsvrijheid bij het bepalen van de monumentale waarde van een onroerende zaak en beleidsvrijheid bij de vraag of een als monument beoordeelde onroerende zaak als beschermd gemeentelijk monument wordt aangewezen. Die vrijheid vindt haar begrenzing in de Erfgoedverordening en de algemene beginselen van behoorlijk bestuur. De rechter toetst de aanwijzing terughoudend. Dat betekent dat de bestuursrechter niet toetst of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen maar dat hij toetst of het bestuursorgaan in redelijkheid, bij afweging van de betrokken belangen, tot het besluit heeft kunnen komen. De ten tijde van de besluitvorming bestaande situatie is daarbij van belang. De rechtbank wijst in dit verband op de uitspraak van de Afdeling van 4 december 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:4062). Gelet op het voorgaande moet allereerst de vraag worden gesteld of het college zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het pand een beschermenswaardig object is dat voor aanwijzing als gemeentelijk monument in aanmerking komt. Het college heeft de aanwijzing van het pand als gemeentelijk monument gebaseerd op het advies van Erfgoed Zeeland van 21 december
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.