beschikking RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Cluster II Handelszaken Breda zaaknummer / rekestnummer: C/02/381362 / HA RK 21-16 Beschikking van 21 april 2021 in de zaak van [eiseres] , wonende te [woonplaats 1] , verzoekster, advocaat mr. I. Roos te Amsterdam, en de stichting STICHTING VEILIG THUIS WEST-BRABANT, gevestigd te Breda, verweerster, advocaat mr. E. Aerts te Tilburg. Partijen worden hierna [eiseres] en Veilig Thuis genoemd. 1De procedure 1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - het verzoekschrift strekkende tot gegevenswissing en rectificatie, art. 35 lid 1 en lid 2 UAVG en art. 5 lid 1 sub c en art. 16 en 17 Algemene verordening gegevensbescherming (hierna: AVG), ter griffie ingekomen op 18 januari 2021, met producties genummerd 1 tot en met 4, - de akte overlegging producties aan de zijde van [eiseres] , ingekomen ter griffie op 5 maart 2021 met producties genummerd 5 tot en met 7, - het verweerschrift tegen verzoek ex art. 35 UAVG, ter griffie ingekomen op 5 maart 2021, met producties genummerd 1 en 2, - het e-mailbericht van 15 maart 2021 09:29 uur van mr. Aerts, met een correctie van een zinsnede in het eerder ingediende verweerschrift, - de aantekeningen van de griffier van de mondelinge behandeling, gehouden op 15 maart 2021. 1.2. Aan de mondelinge behandeling heeft [eiseres] deelgenomen via een telefonische verbinding (sprake was van een hybride zitting). Zij is bijgestaan door mr. I. Roos. Namens Veilig Thuis zijn de heer [naam 1] , functionaris gegevensbescherming, en mevrouw [naam manager] , manager, verschenen, bijgestaan door mr. E. Aerts. 2Het verzoek 2.1. [eiseres] verzoekt de rechtbank, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad: I. Veilig Thuis te bevelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking het verzoek als bedoeld in de artikel 17 AVG alsnog toe te wijzen; II. Veilig Thuis te bevelen om binnen 24 uur na betekening van de in deze te wijzen beschikking het verzoek als bedoeld in artikel 16 AVG alsnog toe te wijzen; III. Veilig Thuis te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een onmiddellijk opeisbare en niet voor compensatie vatbare dwangsom van € 10.000,- voor iedere gehele of gedeeltelijke overtreding van het bevel, zoals genoemd onder I en/of II, te vermeerderen met een dwangsom van € 1.000,- voor iedere dag of gedeelte van ene dag dat deze overtreding voortduurt met een maximum van € 250.000,-; IV. Veilig Thuis te veroordelen in de kosten van deze procedure. 2.2. Veilig Thuis voert verweer en verzoekt de rechtbank om het verzoek van [eiseres] niet ontvankelijk te verklaren, althans af te wijzen en [eiseres] te veroordelen in de kosten van de procedure. 3De beoordeling 3.1. Bij de beoordeling dienen de volgende feiten als uitgangspunt. 3.2. [eiseres] is de moeder van [naam kind] en heeft het gezag over haar. 3.3. Op 7 en 13 mei 2019 heeft Veilig Thuis een melding ontvangen van de school van [naam kind] en van de leerplichtambtenaar in verband met schoolverzuim van [naam kind] . Veilig Thuis heeft onderzoek gedaan naar aanleiding van deze meldingen. 3.4. Nadat de voornoemde meldingen waren afgesloten door Veilig Thuis heeft zij e-mail van 7 september 2020 aan [eiseres] onder meer bericht: “Veilig Thuis vindt het belangrijk dat iemand zicht houdt op de schoolgang van [naam kind] . In overleg met u is afgesproken dat Veilig Thuis dit overdraagt aan de leerplichtambtenaar [naam leerplichtambtenaar] . Op 7 september 2020 heeft de overdracht telefonisch plaatsgevonden. Veilig Thuis heeft met de leerplichtambtenaar de afspraak gemaakt, dat zij contact opneemt met Veilig Thuis als de veiligheid opnieuw in het geding komt of blijft bestaan (bijv. wanneer u bijvoorbeeld niet in gaat op de aangeboden hulp. Veilig Thuis sluit hierbij het dossier (…)” 3.5. Op 7 oktober 2020 heeft mevrouw mr. [naam 2] namens [eiseres] aan Veilig Thuis bericht dat [eiseres] zich niet kan vinden in de formulering van de e-mail en heeft zij verzocht om rectificatie en vernietiging van het dossier. Dit verzoek is op 12 november 2020 herhaald door mr. [naam 3] . 3.6. Bij brief van 4 december 2021, verzonden per e-mail aan mr. [naam 2] , heeft Veilig Thuis het verzoek afgewezen. Het verzoek tot het verwijderen van gegevens 3.7. [eiseres] heeft aan haar verzoek tot het verwijderen van gegevens – samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. [eiseres] stelt dat haar op grond van het bepaalde in artikel 17 AVG het recht toekomt Veilig Thuis op te dragen over te gaan tot verwijdering/gegevenswissing van de (persoons)gegevens in het dossier met meldingsdata 7 en 13 mei 2019. Veilig Thuis heeft het dossier gesloten en het toezicht is overgedragen aan de leerplichtambtenaar, zodat het verwerken van persoonsgegevens bij Veilig Thuis niet langer toereikend, ter zake dienend en beperkt is tot wat noodzakelijk is voor de doeleinden waarvoor zij wordt verwerkt. Het dossier dient daardoor vernietigd te worden. 3.8. Veilig Thuis betwist dat [eiseres] in dit geval aan artikel 17 AVG het recht kan ontlenen om de verwijdering/gegevenswissing van de (persoons)gegevens te bewerkstelligen. Veilig Thuis heeft een wettelijke bewaartermijn in acht te nemen van 20 jaar (artikel 5.3.4. lid 1 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo), versie sinds 1 januari 2020). Het belang van een ander ( [naam kind] ) vergt in dit geval dat het verzoek om vernietiging van gegevens niet gehonoreerd hoeft te worden. 3.9. Bij de beoordeling stelt de rechtbank het volgende voorop. 3.10. Op 1 januari 2015 zijn het Advies en Meldpunt Kindermishandeling en de Steunpunten Huiselijk Geweld samengevoegd tot het Advies en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (AMHK), dat de naam Veilig Thuis heeft gekregen. 3.11. Op grond van artikel 17 lid 1 aanhef en onder c AVG heeft een persoon het recht wissing van persoonsgegevens te verkrijgen als hij overeenkomstig artikel 21 lid 1 AVG bezwaar heeft gemaakt tegen de verwerking van hem betreffende persoonsgegevens op basis van artikel 6 lid 1 onder e of f AVG en er geen prevalerende dwingende gerechtvaardigde gronden voor de verwerking zijn. In artikel 17 lid 3, aanhef en onder b AVG is bepaald dat lid 1 niet van toepassing is voor zover verwerking nodig is voor het vervullen van een taak van algemeen belang. 3.12. Op grond van artikel 21 AVG kan verwijdering van persoonsgegevens worden verzocht wanneer de desbetreffende persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt. Op grond van het arrest Santander van de Hoge Raad (HR 9 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8097) moet de registratie en de handhaving daarvan (bij een wijziging van omstandigheden) voldoen aan de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dit brengt naar het oordeel van de Hoge Raad mee dat de inbreuk op de belangen van de betrokkene niet onevenredig mag zijn in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel, en dat dit doel in redelijkheid niet op een andere, voor de betrokkene minder nadelige, wijze kan worden verwerkelijkt. 3.13. De Wmo kent een specifieke bepaling waarin staat dat Veilig Thuis een bewaarplicht heeft met betrekking tot de persoonsgegevens die zij op grond van die wet onder zich heeft (artikel 5.3.4 Wmo). Op grond van artikel 5.3.5 lid 1 Wmo vernietigt Veilig Thuis de persoonsgegevens binnen drie maanden na een daartoe strekkend verzoek van degene die het betreft. Artikel 5.3.5. lid 2 Wmo bepaalt dat lid 1 niet geldt voor zover het verzoek persoonsgegevens betreft waarvan redelijkerwijs aannemelijk is dat de bewaring van aanmerkelijk belang is voor een ander dan de verzoeker of als de wet zich tegen vernietiging verzet. Artikel 5.3.5. lid 3 Wmo bepaalt dat het verzoek niet kan worden gedaan door iemand die jonger is dan 12 jaar. Lid 4 bepaalt dat het verzoek in dat geval door een wettelijk vertegenwoordiger kan worden gedaan. 3.14. [eiseres] stelt dat nu zij het verzoek heeft gedaan als de wettelijk vertegenwoordiger van [naam kind] , het ervoor moet worden gehouden dat het verzoek door [naam kind] zelf is gedaan. Het gevolg is dat Veilig Thuis zich niet erop kan beroepen dat in dit geval het aanmerkelijk belang van een ander vergt dat de gegevens worden bewaard. [naam kind] is, zo stelt [eiseres] , niet ‘een ander’ maar zelf degene die vraagt om vernietiging van gegevens, nu het verzoek moet worden door haar te zijn gedaan. 3.15. De rechtbank volgt [eiseres] niet in haar betoog. Hoewel de wetsgeschiedenis op dit punt geen uitsluitsel lijkt te geven, laat het bepaalde in artikel 5.3.5 lid 2 tot en met 4, zich redelijkerwijze niet anders begrijpen dan dat de wetgever (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.