RECHTBANK DEN HAAG Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: NL21.4320 uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [naam] , eiser V-nummer: [v-nummer] (gemachtigde: mr. R. Bom), en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 22 maart 2021 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiser niet in behandeling genomen op de grond dat België verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De rechtbank doet op grond van artikel 8:57, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting. Overwegingen
- Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Tunesische nationaliteit te bezitten.
- Verweerder heeft het bestreden besluit gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet
- Daarin is bepaald dat een asielaanvraag niet in behandeling wordt genomen indien op grond van de Verordening (EU) 604/2013 (Dublinverordening) is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. In dit geval heeft Nederland bij België een verzoek om terugname gedaan. België heeft dit verzoek aanvaard.
- Eiser voert aan dat hij in België slecht werd behandeld en werd gediscrimineerd. Hij vreest dat zijn asielaanvraag in België niet fatsoenlijk zal worden behandeld. De rechtbank oordeelt als volgt.
- In zijn algemeenheid mag verweerder ten opzichte van België uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Het is aan eiser om aannemelijk te maken dat dit in dit geval niet kan.
- Eiser heeft niet met stukken onderbouwd waarom hij vreest dat zijn asielaanvraag niet zorgvuldig zal worden behandeld in België. Door middel van het claimakkoord garandeert België dat de asielaanvraag van eiser inhoudelijk zal worden behandeld in overeenstemming met de geldende Europese richtlijnen. Verweerder mag er daarom van uitgaan dat de Belgische autoriteiten de asielaanvraag van eiser zorgvuldig zal behandelen. Bij voorkomende problemen, zoals de gestelde discriminatie, dient eiser zich te wenden tot de (hogere) Belgische autoriteiten. Niet gesteld of gebleken is dat de Belgische autoriteiten hem niet kunnen of willen helpen.
- Verweerder beroept zich terecht op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en mag ervan uitgaan dat België zijn internationale verplichtingen nakomt.
- Het beroep is ongegrond.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. De Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. J. de Winter, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.