RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/1074 WIA uitspraak van 18 mei 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoekster] ., te [plaatsnaam] , verzoekster, gemachtigde: [naam gemachtigde] , en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder. Procesverloop Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 januari 2020 (bestreden besluit) van het UWV over de weigering om aan haar werknemer een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) met verkorte wachttijd toe te kennen. Op 25 februari 2021 heeft een zitting plaatsgevonden. Bij tussenuitspraak van 25 maart 2021 heeft de rechtbank het UWV in de gelegenheid gesteld om het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen. Bij besluit van 22 april 2021 heeft het UWV het bestreden besluit ingetrokken en een nieuw besluit genomen. Aan de werknemer wordt alsnog per 18 september 2019 (verkorte wachttijd) een IVA-uitkering toegekend. Vervolgens heeft verzoekster het beroep ingetrokken, met het verzoek het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV refereert aan het oordeel van de rechtbank voor wat betreft de proceskosten. De rechtbank heeft, met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.