← Nederland

ECLI:NL:RBZWB:2021:2615

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Strafrecht Zittingsplaats Middelburg parketnummer : 02-081427-21 bevel opheffing schorsing voorlopige hechtenis van de raadkamer d.d. 26 mei 2021 (artikel 82 Wetboek van Strafvordering, jeugdstrafrecht) in de strafzaak tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedag] 2004 te [geboorteplaats], inschrijvingsadres in de Basisregistratie Personen: [adres 1]. Raadsman mr. D.T. Stoof. Procedure De voorlopige hechtenis van de verdachte is bevolen en bij beslissing van 06 april 2021 geschorst. Aan de schorsing zijn voorwaarden verbonden, waaronder de voorwaarde(n) dat: De rechtbank: schorst de voorlopige hechtenis met ingang van 12 april 2021 te 10.00 uur, onder de volgende voorwaarden. De verdachte zal zich niet aan de tenuitvoerlegging van het bevel tot voorlopige hechtenis onttrekken, indien de opheffing van de schorsing mocht worden bevolen. Indien de verdachte wegens het feit waarvoor de voorlopige hechtenis is bevolen Tot andere dan vervangende vrijheidsstraf mocht worden veroordeeld, zal de verdachte zich niet onttrekken aan de tenuitvoerlegging daarvan. De verdachte zal ten behoeve van het vaststellen van zijn of haar identiteit medewerking verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of zal een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbieden. De verdachte zal zich niet aan een strafbaar feit schuldig maken. De verdachte zal verschijnen op iedere oproep van politie en justitie. De verdachte zal bij wijziging van zijn of haar adres het nieuwe adres schriftelijk doorgeven aan de officier van justitie. De verdachte zal bij de inhoudelijke behandeling van zijn strafzaak op de terechtzitting aanwezig zijn. Bijzondere voorwaarden: Verdachte dient zich te houden aan een huisarrest met elektronische controle door middel van een enkelband gedurende een periode van maximaal 6 maanden. Dit elektronische controlemiddel zal worden aangesloten op het adres [adres 1] op 12 april

  1. Waarbij het verdachte alleen is toegestaan uit huis te gaan om te reizen naar en van- en verblijven bij Opendoor Roosendaal, adres: [adres 2], elke werkdag van 9:30 tot 16:00 (inclusief reistijd;) Opendoor haalt en brengt verdachte waarbij de jeugdreclassering de tijden kan aanpassen waar zij dit nodig achten bijvoorbeeld bij het starten van werk; Verdachte dient zich te onthouden van contact, op welke manier dan ook, met aangever [aangever], geboren [geboortedag aangever] 1966, wonende te [adres aangever] (GBA-adres: [adres aangever]) ; Verdachte dient zich te onthouden van contact, op welke manier dan ook, met de medeverdachte [medeverdachte] geboren [geboortedag medeverdachte], wonende te [adres 3],; Verdachte dient mee te werken aan het opstellen van een PO; Verdachte dient zich te houden aan de aanwijzingen van de gecertificeerde instelling te weten WSSjbenjr te Amsterdam ook wanneer dit inhoudt het meewerken aan behandeling zoals voor trauma verwerking. De verdachte is aangehouden op grond van artikel 84, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. De officier van justitie heeft opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis gevorderd, omdat uit het rapport van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclasseringd.d. 20 mei 2021 blijkt dat de verdachte zich niet voldoende heeft gehouden aan de hiervoor genoemde bijzondere voorwaarden. De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier en heeft de officier van justitie, de verdachte en de raadsman, de vader en de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. Beoordeling Op grond van de inhoud van het rapport van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering d.d. 20 mei 2021 wordt vastgesteld dat de verdachte de hierboven vermelde voorwaarden niet is nagekomen. De rechtbank stelt daarbij vast dat de verdachte niet ontkent dat het een aantal malen mis is gegaan, maar dat hij soms ook met de honden of met een volwassene naar buiten mocht. Dit is geen verklaring voor de waarnemingen die zijn gedaan op 13 en 16 mei
  2. Daarnaast heeft de Raad zorgen geuit over de moeder en haar mogelijkheden om daadwerkelijk toezicht te houden op verdachte, zodat de rechtbank zich afvraagt of verdachte wel bij haar zou moeten verblijven. De rechtbank zal daarom de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen. De rechtbank heeft een hernieuwde schorsing overwogen maar komt daar niet toe, gelet op de zojuist beschreven omstandigheden. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat de onderhavige zaak, met die van de medeverdachte, ten spoedigste op zitting moet worden gebracht. De omstandigheid dat de politie thans ook andere zaken in onderzoek heeft weegt immers niet mee in de beslissing om verdachte thans de vrijheid te ontnemen, terwijl hem als minderjarige op de kortst mogelijke termijn duidelijk moet worden of en, zo ja, op welke wijze hij strafrechtelijk zal worden veroordeeld. De rechtbank zal daarom de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen. Beslissing De rechtbank: wijst toe de vordering van de officier van justitie tot opheffing van de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte; heft op de schorsing van de voorlopige hechtenis van de verdachte. Deze beschikking is gegeven in raadkamer van deze rechtbank op 26 mei 2021 door: Mr. B.J. Duinhof, voorzitter, kinderrechter, in tegenwoordigheid van M.A. de Waard-Nooitgedagt, griffier.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.