RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/849 WABOA VV uitspraak van de voorzieningenrechter op het verzoek van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dongen, verzoeker, om toepassing van artikel 8:87, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (opheffing of wijziging voorlopige voorziening) Als derde partijen hebben aan het geding deelgenomen: [naam belanghebbende 1], [naam belanghebbende 2], [naam belanghebbende 3] en [naam belanghebbende 4], te [woonplaats belanghebbenden], belanghebbenden, gemachtigde: mr. D. Heuker of Hoek, en [naam vergunninghouder], te [vestigingsplaats vergunninghouder], vergunninghoudster. Procesverloop Belanghebbenden hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 31 juli 2020 van het college (bestreden besluit) over het verlenen van een omgevingsvergunning voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in het voormalige broederhuis aan [adres voormalig broederhuis] in [plaats voormalig broederhuis] en tevens de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. In een uitspraak van 30 oktober 2020 heeft de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, voor zover het ziet op de activiteit gebruik in strijd met het bestemmingsplan (onder c), en het bestreden besluit en het primaire besluit in zoverre geschorst tot zes weken na de uitspraak in de hoofdzaak, dan wel totdat is beslist op een eventueel verzoek om opheffing van de voorlopige voorziening (BRE 20/8372 WABOA). Op 19 februari 2021 heeft het college de voorzieningenrechter verzocht de getroffen voorlopige voorziening op te heffen. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 29 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.