RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 21/1101 VV TOZO uitspraak van 10 juni 2021 van de voorzieningenrechter op het verzoek om veroordeling in de proceskosten in de zaak tussen [naam verzoeker 1] en [naam verzoeker 2] , te [woonplaats verzoekers] , verzoekers, gemachtigde: mr. A.C. van Langen, en Het dagelijks bestuur van Baanbrekers (Baanbrekers), verweerder. Procesverloop Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van 11 januari 2021 (bestreden besluit) van Baanbrekers over de afwijzing van hun aanvraag voor een uitkering op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) met ingang van 1 oktober 2020 (Tozo 3). Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Baanbrekers heeft op 31 maart 2021 te kennen gegeven dat er naar verwachting binnen een week een besluit zal volgen waarin een uitkering op grond van de Tozo 2 aan verzoekers wordt toegekend. In dat kader is een voorschot van € 2.704,23 aan hen verstrekt. Ook is Baanbrekers voornemens om alsnog een uitkering op grond van de Tozo 3 aan verzoekers te verstrekken. Vervolgens hebben verzoekers het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken, met het verzoek Baanbrekers te veroordelen in de proceskosten. Baanbrekers heeft gebruik gemaakt van de gelegenheid hierop te reageren. De voorzieningenrechter heeft, met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), een behandeling van het verzoek ter zitting achterwege gelaten. Overwegingen
- Op grond van artikel 8:75a, eerste lid, van de Awb in samenhang bezien met artikel 8:84, vijfde lid, van de Awb, kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om voorlopige voorziening wordt ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het verzoekschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan veroordelen in de proceskosten.
- Baanbrekers stelt niet gehouden te zijn tot het vergoeden van proceskosten. Op 26 maart 2021 heeft er een hoorzitting plaatsgevonden in het kader van de afwijzing van de aanvraag voor een uitkering op grond van de Tozo
- Baanbrekers heeft vervolgens vastgesteld dat er, onder aftrek van inkomsten, alsnog recht op Tozo 2 en 3 bestaat. Er is een voorschot toegekend in het kader van de Tozo
- Volgens Baanbrekers ontbrak daardoor het spoedeisend belang bij het verzoek om een voorlopige voorziening.
- De voorzieningenrechter volgt Baanbrekers hierin niet. Uit het voorgaande blijkt immers dat Baanbrekers aan verzoekers tegemoet is gekomen voor wat betreft hun aanvraag voor de Tozo 3; het onderwerp van geschil bij het verzoek om een voorlopige voorziening. Hierin ziet de voorzieningenrechter aanleiding om Baanbrekers te veroordelen in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 534,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift en wegingsfactor 1).
- Nu Baanbrekers aan verzoekers is tegemoetgekomen, ziet de voorzieningenrechter hierin aanleiding om Baanbrekers tevens te veroordelen tot vergoeding van het door verzoekers betaalde griffierecht. Beslissing De voorzieningenrechter: veroordeelt Baanbrekers in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 534,-; draagt Baanbrekers op het betaalde griffierecht van € 49,- aan verzoekers te vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.J. Sterks, griffier op 10 juni 2021 en openbaar gemaakt door geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier voorzieningenrechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.