RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Zittingsplaats Middelburg Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/7673 BRP uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2021 in de zaak tussen [naam eiseres] , te [naam woonplaats] , eiseres, gemachtigde: mr. K.L. Sett, en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Sluis, verweerder. Procesverloop In het besluit van 30 januari 2020 (primair besluit) heeft het college geweigerd de registratie van eiseres in de basisregistratie personen (brp) te wijzigen. In het besluit van 30 juni 2020 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Het college heeft een verweerschrift ingediend. Het beroep is besproken op de zitting van de rechtbank op 18 juni 2021. Hierbij waren aanwezig eiseres, haar gemachtigde, en [naam vertegenwoordiger college] namens het college. Overwegingen 1Feiten Eiseres is in de brp ingeschreven met de voornaam [naam voornaam 1] , geslachtsnaam [naam geslachtsnaam 1] , nationaliteit onbekend, geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats 1] (China). Deze gegevens zijn ontleend aan de op 26 oktober 2000 door eiseres in het kader van de asielprocedure afgelegde verklaring onder ede. Op 13 maart 2019 heeft eiseres het college verzocht de inschrijving te wijzigen in de voornaam [naam voornaam 2] , geslachtsnaam [naam geslachtsnaam 2] , Chinese nationaliteit, geboren op [geboortedatum 2] te [geboorteplaats 2] . Eiseres heeft bij het verzoek een kopie verstrekt van haar huidige Nederlandse verblijfsvergunning; haar huidige Nederlandse rijbewijs; de pagina met persoonsgegevens uit een thans geldig Chinees paspoort, afgegeven op [afgifte datum 1] te Den Haag; de pagina met persoonsgegevens uit een verlopen Chinees paspoort, afgegeven op [afgifte datum 2] te Zhejiang; een “certificate of birth” opgesteld door een notaris in China op 20 juni 1991, inhoudende dat [naam voornaam 2] [naam geslachtsnaam 2] is geboren op [geboortedatum 2] in het ziekenhuis van [geboorteplaats moeder] , met vermelding van de namen van de ouders, vertaald en gelegaliseerd; een onderzoeksrapport van 7 februari 2017 van door het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau uitgevoerd gezichtsvergelijkend onderzoek; een rapportage van 25 februari 2019 van een door Verilabs uitgevoerd verwantschapsonderzoek. Bij brief van 4 december 2019 heeft het college aan eiseres medegedeeld voornemens te zijn het verzoek af te wijzen, omdat niet onomstotelijk is aangetoond dat de huidige gegevens in de Brp waarvan wijziging wordt gevraagd onjuist zijn. Eiseres heeft haar zienswijze op dit voornemen naar voren gebracht. De zienswijze heeft niet geleid tot een gewijzigd standpunt van het college. Bij het primaire besluit heeft het college het verzoek van eiseres afgewezen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit. Bij het bestreden besluit heeft het college het bezwaar van eiseres onder verwijzing naar en met overneming van het advies van de bezwaarschriftencommissie ongegrond verklaard. 2Wettelijk kader Artikel 1.2, van de Wet basisregistratie personen (Wet BRP) bepaalt dat er een basisregistratie personen is. De basisregistratie bevat persoonsgegevens over de ingezetenen van Nederland. Artikel 2.7, eerste lid, van de Wet BRP bepaalt dat in de basisregistratie over de ingeschrevene uitsluitend de volgende gegevens worden opgenomen: a. algemene gegevens: 1° gegevens over de burgerlijke staat waar het betreft de naam, de geboorte, het geslacht, de ouders, het huwelijk, dan wel geregistreerd partnerschap en eerdere huwelijken of eerder geregistreerde partnerschappen, de echtgenoot dan wel geregistreerd partner en eerdere echtgenoten of geregistreerde partners, de kinderen en het overlijden; Artikel 2.8, tweede lid, van de Wet BRP bepaalt dat de gegevens over de burgerlijke staat, indien zij feiten betreffen die zich buiten Nederland hebben voorgedaan, worden ontleend aan een geschrift als bedoeld onder a, bij gebreke hiervan aan een geschrift als bedoeld onder b of c, bij gebreke ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder d en bij gebreke ten slotte ook hiervan aan een geschrift als bedoeld onder e: a. een akte over het desbetreffende feit, die is opgenomen in de registers van de Nederlandse burgerlijke stand; b. een in Nederland gedane rechterlijke uitspraak over het desbetreffende feit die in kracht van gewijsde is gegaan; c. een buiten Nederland overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door een bevoegde instantie opgemaakte akte die ten doel heeft tot bewijs te dienen van het desbetreffende feit, of een over dat feit gedane rechterlijke uitspraak, of bij gebreke daarvan een beëdigde verklaring, bedoeld in artikel 45 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek; d. een geschrift dat overeenkomstig de plaatselijke voorschriften is opgemaakt door een bevoegde instantie, waarin het desbetreffende feit is vermeld; e. een verklaring over het desbetreffende feit die betrokkene ten overstaan van een door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaar onder eed of belofte heeft afgelegd, die op schrift is gesteld en door betrokkene is ondertekend. Artikel 2.56, eerste lid, van de Wet BRP bepaalt dat het verzoek waarmee betrokkene met betrekking tot de basisregistratie het recht uitoefent op rectificatie van gegevens, bedoeld in artikel 16 van de verordening, of op wissing van gegevens, bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onderdeel d, van de verordening, de aan te brengen wijzigingen bevat. Het tweede lid bepaalt dat het college van burgemeester en wethouders aan het verzoek, bedoeld in het eerste lid, uitvoering geeft met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens deze afdeling. 3Beoordeling 3.1 Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat zij ten tijde van de Verklaring onder Ede welbewust onjuist heeft verklaard over haar identiteit. De gegevens die vervolgens op basis van de verklaring onder ede in de brp zijn geregistreerd, zijn dan ook onjuist. Ter onderbouwing van het standpunt dat de huidige gegevens niet juist zijn, heeft eiseres gewezen op een gelegaliseerde Chinese geboorteakte. Dat de gegevens in de gelegaliseerde Chinese geboorteakte gegevens over eiseres betreffen wordt ondersteund door de Chinese paspoorten in combinatie met het aanvullend bewijs, bestaande uit het DNA-onderzoek en het gezichtsvergelijkend onderzoek. 3.2 De rechtbank overweegt dat de gegevens in de brp betrouwbaar en duidelijk moeten zijn. De gebruikers van de gegevens moeten erop kunnen vertrouwen dat de gegevens in beginsel juist zijn. Voor de gegevens omtrent de burgerlijke staat die niet aan de Nederlandse burgerlijke stand kunnen worden ontleend, heeft de wetgever een rangorde aangegeven in de geschriften waaraan deze gegevens mogen worden ontleend. Aan een "lager" document mogen gegevens worden ontleend wanneer op het tijdstip van inschrijving in redelijkheid geen "hoger" document kan worden overgelegd. Voor het wijzigen van eenmaal in de brp geregistreerde gegevens zal gelet op het systeem van de Wet BRP onomstotelijk moeten vaststaan dat deze feitelijk onjuist zijn. Zie onder meer de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 30 januari 2019 (Afdeling, ECLI:NL:RVS:2019:233). 3.3 Het college heeft aan de afwijzing van eiseres’ verzoek in het bestreden besluit (samengevat) ten grondslag gelegd dat niet op basis van een hoger, eiseres betreffend brondocument onomstotelijk vast staat dat de daarin opgenomen gegevens juist zijn, zodat evenmin onomstotelijk vast staat dat de thans in de brp geregistreerde gegevens van eiseres onjuist zijn. 3.4 Hangende beroep heeft het college deze motivering genuanceerd. Volgens het college dient éérst onomstotelijk vast komen te staan dat de registreerde gegevens onjuist zijn. Pas als dat onomstotelijk vast staat, wordt toegekomen aan de vraag of onomstotelijk vast staat dat de andere dan de geregistreerde gegevens juist zijn. Wanneer onomstotelijk vast staat dat de andere dan de geregistreerde gegevens juist zijn, staat daarmee volgens het college niet onomstotelijk vast dat de geregistreerde gegevens onjuist zijn. Ter onderbouwing van dat standpunt heeft het college gewezen op de uitspraak van de Afdeling van 15 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1062) en 22 april 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1124). De rechtbank volgt het college hierin niet. De rechtspraak waar het college op heeft gewezen biedt naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten voor het standpunt van het college. Bovendien staat dit standpunt op gespannen voet met de logica en rijst de vraag op welke wijze een betrokkene kan aantonen dat de over hem geregistreerde gegevens niet juist zijn, als daarbij geen waarde wordt gehecht aan het feit dat onomstotelijk vast staat dat andere dan de geregistreerde gegevens juist zijn. 3.5 Ter onderbouwing van het wijzigingsverzoek heeft eiseres allereerst gewezen op de certificate of birth en de beide Chinese paspoorten. In de certificate of birth is vermeld dat een vrouw met de voor- en achternaam [naam voornaam 2] [naam geslachtsnaam 2] is geboren op [geboortedatum 2] in [geboorteplaats moeder] . Als voor- en achternaam van de moeder is daarin vermeld [naam moeder] . De twee Chinese paspoorten zijn afgegeven op naam van een persoon met de voor- en achternaam [naam voornaam 2] [naam geslachtsnaam 2] , geboren op [geboortedatum 2] . Volgens eiseres vormen het certificate of birth en de beide Chinese paspoorten brondocumenten die hoger in rangorde zijn dan de verklaring onder ede. Blijkens het bestreden besluit heeft het college het certificate of birth aangemerkt als een brondocument. Ten aanzien van de paspoorten heeft het college in het bestreden besluit wisselende standpunten ingenomen. Er is in het bestreden besluit enerzijds vermeld dat het college deze documenten aanmerkt als brondocument, en anderzijds dat het geen brondocumenten zijn, omdat een paspoort wordt verleend op basis van andere documenten. Aan het bestreden besluit kleeft dan ook een motiveringsgebrek. Dit motiveringsgebrek ziet niet alleen op de vraag of de paspoorten brondocumenten vormen, maar ook op de vraag of het certificate of birth een brondocument is. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het college zich in afwijking van het bestreden besluit hangende beroep op het standpunt heeft gesteld dat het certificate of birth geen brondocument is. De rechtbank ziet daarin aanleiding om het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen. Met het oog op finale geschilbeslechting zal de rechtbank onderzoeken of er aanleiding bestaat om de rechtsgevolgen van het te vernietigen bestreden besluit in stand te laten. 3.6 Het college heeft zich hangende beroep op het standpunt gesteld dat het certificate of birth en de beide Chinese paspoorten niet als brondocumenten kunnen worden aangemerkt. Eiseres heeft dat betwist. Zij heeft daarbij gewezen op het feit dat Bureau Documenten van de Immigratie en Naturalisatiedienst de echtheid van deze documenten positief heeft beoordeeld. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college zich in reactie hierop terecht op het standpunt gesteld dat het feit dat de echtheid van het certificate of birth en de beide Chinese paspoorten positief is beoordeeld, niet betekent dat de juistheid van de inhoud daarvan ook vaststaat. Uit het algemeen ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken volgt dat om van de juistheid van de inhoud van het certificate of birth te kunnen uitgaan van belang is dat aangetoond is op welk(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.