RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Bestuursrecht zaaknummer: BRE 20/8965 HUUR V uitspraak van 23 juli 2021 van de enkelvoudige kamer op het verzet van [naam opposante] , te [plaatsnaam] , opposante, Procesverloop Opposante heeft digitaal beroep ingesteld tegen het besluit van 13 juli 2020 van de Belastingdienst/Toeslagen (verweerder) inzake de definitieve berekening van de huur- en zorgtoeslag over het jaar
- Bij uitspraak van 31 maart 2021 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Opposante heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld. Het verzet is ter zitting behandeld in Breda op 9 juli
- Opposante is verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.A. Siertsema. Overwegingen
- De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat het beroepschrift te laat is ingediend.
- In deze verzetzaak dient uitsluitend te worden beoordeeld of de rechtbank in de uitspraak terecht heeft geoordeeld dat buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden kan de rechtbank in deze zaak alleen toekomen als het verzet gegrond is.
- Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat zij het beroepschrift weliswaar te laat heeft ingediend, maar hiervoor wel een verklaring heeft. Zij heeft tot maart 2020 voor de duur van 5 jaar onder bewind gestaan. Na de ontvangst van het besluit is zij advies gaan zoeken bij een juridisch kantoor maar - kon als gevolg van het Coronavirus - daar alleen niet persoonlijk naar toe gaan.
- Niet in geschil is dat het beroepschrift te laat is ingediend. De beroepstermijn eindigde op 24 augustus
- Het beroepschrift is bij de rechtbank ontvangen op 13 oktober
- Opposante heeft ter zitting verklaard dat zij het bestreden besluit van 13 juli 2020 per post heeft ontvangen. De verzetrechter merkt op dat de beroepstermijn van zes weken een fatale wettelijke termijn betreft waarvan niet kan worden afgeweken. Alleen in zeer bijzondere omstandigheden is de overschrijding van de termijn verschoonbaar. De vraag die voorligt is of de rechtbank in de uitspraak van 31 maart 2021 terecht heeft geoordeeld dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en het beroep dus terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard. In die uitspraak is overwogen dat het de eigen verantwoordelijkheid is van opposante om haar post goed te begrijpen. Verder is geoordeeld dat in het niet begrijpen van de post geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding is gelegen. Deze oordelen kan de verzetrechter volgen. Opposante stond vanaf maart 2020 niet meer onder bewind. Als zij de inhoud van sommige brieven niet begrijpt, ligt het op haar weg om daarvoor hulp te zoeken. Daarnaast is niet gebleken dat opposante daardoor gedurende de gehele beroepstermijn zelf niet in staat was om tijdig een, eventueel voorlopig, beroepschrift in te dienen. Zo had opposante in ieder geval de termijn kunnen veilig stellen en daarna nog een deskundige kunnen benaderen. De toelichting van opposante in het verzetschrift dat zij door het Coronavirus niet persoonlijk naar een juridisch kantoor kon gaan maakt dat niet anders. Zij had telefonisch of per mail een juridisch deskundige kunnen benaderen of zich door een derde kunnen laten bijstaan.
- In wat opposante heeft aangevoerd ziet de verzetrechter geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 31 maart
- Het verzet is ongegrond. Dit betekent dat de uitspraak in stand blijft.
- Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De verzetrechter verklaart het verzet ongegrond. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.G.J.M. de Weert, rechter, in aanwezigheid van J.J.P.M. van Gestel, griffier, op 23 juli 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl. griffier rechter Afschrift verzonden aan partijen op: Rechtsmiddel Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.