RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Team Familie- en Jeugdrecht Breda voorzieningenrechter Zaaknummer: C/02/387920 / KG ZA 21-343 27 juli 2021 VONNIS IN KORT GEDING in de zaak van [de vrouw] , wonende op een bij de rechtbank bekend adres, e i s e r e s bij dagvaarding van 19 juli 2021, hierna te noemen de vrouw, advocaat mr. A. Sangar, n i e t v e r s c h e n e n. t e g e n : [de man] wonende te [woonplaats] , g e d a a g d e, hierna te noemen de man, n i e t v e r s c h e n e n.
- Het verloop van het geding Dit blijkt uit de door de vrouw in het geding gebrachte conceptdagvaarding. De voorzieningenrechter heeft de zaak op 27 juli 2021 mondeling behandeld met gesloten deuren, omdat het belang van de minderjarige dit eiste. Partijen zijn niet verschenen. 2Het geschil Blijkens de conceptdagvaarding wenst de vrouw dat de voorzieningenrechter aan haar vervangende toestemming verleent, in plaats van toestemming van de man, zodat zij met de minderjarige [minderjarige] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] , voor de periode van [x] tot en met [xx] kan reizen naar de [xxx] . 3De beoordeling 3.1 Op grond van artikel 3.1 van het landelijk procesreglement kort gedingen rechtbanken handel en familie is een dag en tijdstip bepaald voor de mondelinge behandeling van het kort geding, dat door de vrouw is aangevraagd. Op grond van artikel 4.3 van dat procesreglement wordt een afschrift van de dagvaarding uiterlijk drie dagen voorafgaand aan de mondelinge behandeling ingediend. De voorzieningenrechter heeft dit afschrift niet ontvangen. 3.2 Op grond van artikel 9.1 van voornoemd procesreglement kan de procedure door de eisende partij worden ingetrokken tot het moment dat de zaak wordt uitgeroepen. Artikel 9.2 van dat reglement bepaalt dat intrekking van die procedure, in beginsel, schriftelijk geschiedt. 3.3 Nadat de zaak is uitgeroepen is door de voorzieningenrechter vastgesteld dat door hem slechts een conceptdagvaarding is ontvangen en dat er geen partijen zijn verschenen. De voorzieningenrechter heeft een schriftelijk bericht tot intrekking niet ontvangen. Nu een afschrift van de dagvaarding evenmin is overgelegd, wordt niet voldaan aan de procedurele vereisten die zijn verbonden aan de onderhavige procedure en dient de vrouw niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering. 4De beslissing De voorzieningenrechter verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar vordering. Dit vonnis is gewezen door mr. Toekoen, voorzieningenrechter, en, in tegenwoordigheid van de griffiers Van Dongen en Van Geffen, in het openbaar uitgesproken op 27 juli
- JvG verzonden op: In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.