RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT Familie- en Jeugdrecht Zaaknummer: C/02/381965 / JE RK 21-207 Datum uitspraak: 10 februari 2021 Beschikking van de kinderrechter over de vervanging van de gecertificeerde instelling in de zaak van [ouders] , hierna te noemen: de ouders, wonende te [geboorteplaats] , bijgestaan door mr. D.P.J. van der Putten, advocaat te [geboorteplaats] , betreffende [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [roepnaam minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: STICHTING JEUGDBESCHERMING BRABANT, hierna te noemen: de Gecertificeerde Instelling (GI), gevestigd te [vestigingsplaats] . Op grond van het bepaalde in artikel 810 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend: de Raad voor de Kinderbescherming, regio Zuidwest Nederland, locatie Breda (hierna: te noemen de Raad) om de rechtbank over het verzoek te adviseren. Het procesverloop Het verloop van de procedure blijkt uit: - de beschikkingen van de kinderrechter van deze rechtbank van 19 oktober 2020 en 19 januari 2021 in de zaak met kenmerk C/02/377355 / JE RK 20-1935, en alle daarin genoemde stukken; - het verzoek van 2 februari 2021 ingediend door mr. Van der Putten namens de ouders; - het e-mailbericht van Briedis Jeugdbeschermers van 10 februari
- Op 9 februari 2021 heeft de kinderrechter de zaak tijdens de mondelinge behandeling met gesloten deuren behandeld. Verschenen zijn: - de ouders, bijgestaan door mr. Van der Putten; - een vertegenwoordigster van de GI (telefonisch); - een vertegenwoordigster van de Raad. De feiten Het ouderlijk gezag over [roepnaam minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder. [roepnaam minderjarige] verblijft bij de ouders. Bij beschikking van 9 juli 2020 is [roepnaam minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 9 juli
- Het verzoek De ouders verzoeken de kinderrechter om de GI, die de ondertoezichtstelling uitvoert, te vervangen door de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming & Jeugdreclassering, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad. Tijdens de mondelinge behandeling wijzigt mr. Van der Putten het verzoek in die zin dat de GI wordt vervangen door de gecertificeerde instelling Briedis Jeugdbeschermers (hierna: Briedis). De standpunten Mr. Van der Putten heeft naar voren gebracht dat de gebeurtenissen van de afgelopen maanden hebben geleid tot een onherstelbare vertrouwensbreuk tussen de ouders en de GI. Ondanks dat de ouders er alles aan doen om hun leven weer op de rails te krijgen en duidelijk hebben laten zien dat ze open staan voor alle noodzakelijk geachte hulpverlening en begeleiding, blijft de GI vasthouden aan verouderde informatie. Bovendien berust deze informatie grotendeels op onjuistheden en is twijfelachtig hoe deze tot stand is gekomen. De ouders verwachten niet dat het nog lukt om met de GI samen te werken terwijl dat wel nodig is voor [roepnaam minderjarige] . De vertegenwoordigster van de Raad heeft aangegeven dat zij het in het belang van [roepnaam minderjarige] vindt dat de uitvoering van de ondertoezichtstelling wordt overgedragen aan Briedis. De vertegenwoordigster van de GI kan zich vinden in het verzoek van de ouders. Briedis heeft verklaard dat zij bereid is om de uitvoering van de ondertoezichtstelling van [roepnaam minderjarige] over te nemen. De beoordeling Op grond van artikel 1:259 BW kan de rechter op verzoek van een met het gezag belaste ouder de uitvoering van de ondertoezichtstelling overdragen aan een andere Gecertificeerde Instelling. Dat kan wanneer de verhoudingen tussen de GI en de betrokkenen dermate verstoord zijn dat het belang van het kind vereist dat een andere GI met het toezicht zal worden belast. Met de Raad is de kinderrechter van oordeel dat het niet langer in het belang van [roepnaam minderjarige] is om de GI de ondertoezichtstelling uit te laten voeren. Er is sprake van een dusdanig verstoorde verstandhouding tussen de ouders en de GI, dat er geen samenwerking meer mogelijk is. Hierdoor komt de voor [roepnaam minderjarige] noodzakelijk geachte hulpverlening in gevaar. De kinderrechter zal het verzoek van de ouders dan ook toewijzen. Dit leidt tot de volgende beslissing. De beslissing De kinderrechter: vervangt Stichting Jeugdbescherming Brabant door Briedis Jeugdbeschermers; verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven door mr. Phillips, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. van Noort, als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 februari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.